Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
Akkerbouwbedrijven in 2018: droogte leidt tot hogere bodemoverschotten

6/4/2020

Stikstofoverschotten hoger in 2018, behalve in de Zandregio
Op de akkerbouwbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht, zijn in 2018 relatief hoge stikstofoverschotten gerealiseerd. Het bedrijfsoverschot kwam, gemiddeld over de regio’s, uit op 103 kg stikstof per ha, het bodemoverschot op 116 kg stikstof per ha. Deze overschotten liggen ongeveer 10% boven het gemiddelde over de periode 2013-2017. In alle regio’s leidde de extreme droogte tot sterk wisselende, tegenvallende gewasopbrengsten en daarmee tot relatief lage onttrekkingen van nutriënten aan de bodem.

Wat de aanvoer van stikstof betreft, is er in 2018 mede vanwege de droogte minder kunstmest gebruikt. Gemiddeld over de regio’s is in 2018 99 kilo stikstof per ha uit stikstof gebruikt. Dit is 19% minder dan het gemiddelde over de jaren 2013-2017. In de Zandregio lag het stikstofgebruik via kunstmest in 2018 zelfs een derde lager, terwijl de gebruiken via organische mest er vergelijkbaar waren met het gemiddelde over de vijf voorgaande jaren. De relatief lage inzet van stikstofkunstmest maakt dat de gemiddelde stikstofoverschotten in de Zandregio, ondanks de lage onttrekking door geoogste producten, maar 1 tot 2% boven het gemiddelde voor 2013-2017 uitstegen. In de Kleiregio en Lössregio vielen de stikstofbodemoverschotten in 2018 ongeveer 15% hoger uit.

Droogte in 2018 doorbreekt dalende trend in fosfaatoverschotten
Sinds de introductie van het gebruiksnormenstelsel is er duidelijk een dalende trend in de fosfaatoverschotten op akkerbouwbedrijven zichtbaar. Door de extreme droogte zijn er in 2018 echter fors hogere bodemoverschotten gerealiseerd. Het fosfaatoverschot, gemiddeld over de 3 regio’s, komt in 2018 uit op 21 kg per ha. Dit is ruim 40% hoger dan het gemiddelde over de jaren 2013-2017. Op regionaal niveau varieert het fosfaatschot van gemiddeld 9 kg per ha in de Lössregio tot 23 kilo per ha in de Kleiregio. Op de bedrijven in de Zandregio is er gemiddeld 18 kg fosfaat per ha minder van de bodem afgevoerd dan er via bemesting op aangevoerd werd. Dit is het hoogste overschot sinds 2011.

Het gebruik van fosfaat via meststoffen in 2018 komt, gemiddeld over alle bedrijven en regio’s, uit op 64 kg fosfaat per ha. Vanwege de differentiatie in gebruiksnormen, is het bemestingsniveau in de Zandregio en Lössregio sinds 2006 op lagere niveaus komen te liggen dan in de Kleiregio. De akkerbouwers in de Zand- en Lössregio gebruikten in 2018 gemiddeld respectievelijk 59 en 56 kg fosfaat per ha. Daarvan was in de Zandregio gemiddeld nog maar 3 kg per ha ofwel 5% uit kunstmest afkomstig. De andere 56 kg fosfaat was voor driekwart afkomstig uit dierlijke mest, de aanvoer van overige organische meststoffen zoals compost voorzag in de rest. In de Lössregio is op de akkerbouwbedrijven in 2018 vrijwel helemaal geen fosfaatkunstmest meer gebruikt (het gemiddelde gebruik komt uit op 1 kg per ha). Bijna 85% van het gebruikte fosfaat is er afkomstig uit dierlijke mest. De akkerbouwers in de Kleiregio gebruikten in 2018 gemiddeld 69 kg fosfaat per ha. Hiervan is ruim 15% (11 kg per ha) afkomstig uit kunstmest en bijna 60% (40 kg per ha) uit dierlijke mest. Met name in de Kleiregio vormen overige organische meststoffen zoals compost een steeds groter aandeel in het gebruikte fosfaat. In 2018 gaat het om 25% (17 kg per ha), in de jaren 2006 tot en met 2009 varieerde het aandeel tussen 3 en 8% (2 tot 6 kg per ha).

Sinds de start van het LMM is het fosfaatgebruik via meststoffen op de akkerbouwbedrijven met circa 40% afgenomen, het gebruik van fosfaatkunstmest is in 2018 circa 85% lager dan in het begin van de jaren negentig gebruikelijk was. Het grootste deel van de afname vond plaats onder het gebruiksnormenstelsel dat in 2006 in werking trad.

Hogere efficiëntie bij gebruik van nutriënten
De uitspoeling van nitraat bij akkerbouwbedrijven in het basismeetnet van het LMM is in de periode 1991-2016 zichtbaar gedaald. Dit betekent dat het bovenste grondwater schoner wordt. De daling van de uitspoeling is echter minder sterk dan bij melkveehouderijbedrijven, omdat op akkerbouwbedrijven onder andere de stikstofoverschotten (aanvoer minus afvoer) minder sterk zijn gedaald. Sinds 1991 is de stikstofbemesting in de akkerbouw in de Zand- en Lössregio in beperkte mate gedaald, terwijl de gewasopbrengsten wel stegen. Dit resulteerde per saldo in een daling in overschotten en een hogere efficiëntie bij het gebruik van nutriënten.

Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting in december 2020, zullen de voorlopige resultaten over het jaar 2019 worden gepubliceerd.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk. Meer informatie over de waterkwaliteit en de gebruikte methoden wordt gegeven op www.rivm.nl. De waterkwaliteitsgegevens van het Basismeetnet kunnen zelf geselecteerd worden op lmm.rivm.nl.

Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbedrijfsoverschot per ha
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      

Stikstofbemesting per ha
•      

Fosfaatbodemoverschot per ha
•      

Stikstofbodemoverschot per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
9/11/2020:
9/10/2020:
9/10/2020:
9/9/2020:
9/8/2020:
8/26/2020:
8/19/2020:
8/17/2020:
7/29/2020:
7/27/2020:

Meer nieuws