Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
Lager bodemoverschot op akkerbouwbedrijven in 2019

2/18/2021

Lagere stikstofoverschotten in 2019, vooral in de Zandregio en Lössregio
Op de akkerbouwbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht, zijn in 2019 relatief lage stikstofoverschotten gerealiseerd. Het bedrijfsoverschot kwam, gemiddeld over de regio’s, uit op 95 kg stikstof per ha, het bodemoverschot op 106 kg stikstof per ha. Deze overschotten liggen 2% onder de langjarige gemiddelde overschotten, voor de periode 2014 tot en met 2018 en 12% onder de niveaus in het extreem droge 2018. Ook 2019 kende regionaal lange droogteperiodes, waardoor de afvoer via gewassen in de Zandregio (gemiddeld 126 kg stikstof per ha) net als in 2018 relatief laag uitviel. In de Kleiregio is in 2019, gemiddeld genomen, juist een voor die regio hoge afvoer via plantaardige producten, gemiddeld 148 kg stikstof per ha. De akkerbouwers in de Lössregio haalden dit niveau ook, wat in die regio overeenkomt met het langjarige gemiddelde.

De akkerbouwers hebben bij de bemesting in 2019, gemiddeld over de regio’s en hectares, 232 kg stikstof gebruikt. Hiervan was 109 kg stikstof afkomstig uit kunstmest en 107 kg uit toegediende dierlijke mest. De andere 16 kg stikstof is via overige organische meststoffen zoals compost op de bodem gebracht. Tussen de regio’s varieerde het stikstofgebruik in 2019 van gemiddeld 193 en 195 kg per ha in de Löss- en Zandregio tot 258 kg per ha in de Kleiregio. Sinds de invoering van het gebruiksnormenstelsel in 2006 is in alle regio’s een daling in het gebruik stikstofkunstmest zichtbaar. In de Zandregio daalde de kunstmestgift het sterkst, van gemiddeld 89 kg stikstof per ha in 2006 naar 63 kg per ha in 2019. Het stikstofgebruik via dierlijke mest kende in periode 2006-2019 een wisselend verloop.


Steeds minder fosfaatkunstmest gebruikt
Sinds de introductie van het gebruiksnormenstelsel is er duidelijk een dalende trend in de fosfaatoverschotten op akkerbouwbedrijven zichtbaar. De extreme droogte van 2018 doorbrak deze trend met een forse stijging van het overschot naar gemiddeld 21 kg per ha. Voor 2019 komt het gemiddelde overschot uit op 11 kg fosfaat per ha. Dit is het op één jaar na (2017) laagste fosfaatoverschot in de periode 1991-2019. Op regionaal niveau varieerde het fosfaatschot in 2019 van gemiddeld 13 kg per ha in de Kleiregio tot een tekort van 8 kg per ha in de Lössregio.

Het gebruik van fosfaat via meststoffen in 2019 komt, gemiddeld over de regio’s, uit op 63 kg fosfaat per ha. Vanwege de differentiatie in gebruiksnormen, is het bemestingsniveau in de Zandregio en Lössregio sinds 2006 op lagere niveaus komen te liggen dan in de Kleiregio. De gemiddelde gebruiken in de Zand- en Lössregio in 2019, respectievelijk 56 en 48 kg fosfaat per ha, zijn de laagste in de geschiedenis van het LMM wat in 1992 startte. Voor beide regio’s geldt dat het gebruikte fosfaat in 2019 voor 95% afkomstig is uit organische meststoffen. In de Kleiregio is in 2019 gemiddeld 68 kg fosfaat per ha gebruikt. In de Kleiregio is het aandeel afkomstig uit organische mest stijgende maar in 2019 met 85% nog steeds iets lager dan in de andere regio’s.

Sinds de start van het LMM is het fosfaatgebruik via meststoffen op de akkerbouwbedrijven met circa 40% afgenomen. Het gebruik van fosfaatkunstmest is sinds het begin van de jaren negentig vrijwel elk jaar verder afgenomen. Het gebruik in 2019 (gemiddeld 7 kg fosfaat per ha) is bijna 90% lager dan in het begin van de jaren negentig gebruikelijk was. Het grootste deel van de afname vond plaats onder het gebruiksnormenstelsel dat in 2006 in werking trad.

In november 2020 is de vierjaarlijkse nitraatrapportage “Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland; toestand (2016-2019) en trend (1992-2019)" gepubliceerd.
Daarin werd geconstateerd dat over de periode 2014-2018 ten opzichte van de voorafgaande 4 jaren het stikstofbodemoverschot op de akkerbouwbedrijven is ten opzichte van de vorige periode licht toegenomen in de Klei- en de Lössregio, en nagenoeg gelijk gebleven in de Zandregio. De voorlopige cijfers van 2019 wijzen uit dat het stikstofbodemoverschot in de Zandregio en Lössregio is gedaald ten opzichte van de periode 2014-2018. In de Kleiregio is sprake van een lichte stijging (2%).


Droogte zorgt voor stijgende nitraatconcentraties
In alle regio’s laat het verloop in gemiddeld gemeten nitraatconcentraties op de akkerbouwbedrijven een afname in de tijd zien. In de meest recente jaren is de gemiddelde concentratie in de Zandregio en Lössregio, mede vanwege de droogte, echter opgelopen. In beide regio’s is de EU-norm van 50 mg/l nog niet binnen bereik. In de Kleiregio ligt de gemiddelde nitraatconcentratie sinds 2008 onder deze norm.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk. Meer informatie over de waterkwaliteit en de gebruikte methoden wordt gegeven op www.rivm.nl. De waterkwaliteitsgegevens van het Basismeetnet kunnen zelf geselecteerd worden op lmm.rivm.nl.






Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbedrijfsoverschot per ha
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      

Stikstofbemesting per ha
•      

Fosfaatbodemoverschot per ha
•      

Stikstofbodemoverschot per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
7/9/2021:
7/7/2021:
6/30/2021:
6/30/2021:
6/25/2021:
5/21/2021:
5/19/2021:
5/6/2021:
5/6/2021:
5/6/2021:

Meer nieuws