Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
Update van resultaten staldierbedrijven in het LMM - augustus 2021

8/6/2021

In februari 2021 zijn diverse artikelen gepubliceerd waarin gebruik werd gemaakt van voorlopige resultaten over het jaar 2019. Het ging om ‘voorlopige’ resultaten waarbij nog niet van alle staldierbedrijven in het Bedrijveninformatienet de bedrijfsresultaten over 2019 waren gebruikt. Voor deze update van juli 2021 zijn de resultaten over 2019 opnieuw bepaald, op basis van een complete set van bedrijfsgegevens. Gebleken is dat de definitieve cijfers voor het jaar 2019 vrijwel niet afwijken van de voorlopige, zoals in februari 2021 gepubliceerd.
Een aantal artikelen zijn niet gebaseerd op het Bedrijveninformatienet maar op Landbouwtellingsgegevens. Deze artikelen zijn bij deze update uitgebreid met de resultaten voor het jaar 2020.

Grond
Van de staldierbedrijven heeft 39% volgens de Landbouwtelling in 2020 10 ha of meer cultuurgrond per bedrijf. Dit is iets hoger dan in het voorgaande jaar. In 2020 heeft het staldierbedrijf waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) gericht is, gemiddeld 31 ha cultuurgrond in gebruik. Dit is een lichte toename ten opzichte van het voorgaande jaar.

Gewassen
Van de staldierbedrijven waarop het LMM is gericht, produceert in 2020 minder dan 5% biologisch. Dit aandeel is daarmee verder toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Het bouwplan van de staldierbedrijven waarop het LMM is gericht, is de afgelopen jaren vrij stabiel waarbij marktbare gewassen en gras het grootste aandeel hebben.

Dieren
Staldierbedrijven in het LMM zijn in de periode 2001-2020 gemiddeld in omvang verdubbeld, gemeten in aantal grootvee-eenheden (gve). Na een lichte daling in 2019, is het aantal gve in 2020 opnieuw toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. De veebezetting (uitgedrukt in fosfaat-gve per ha cultuurgrond) is in de periode 2001-2020 gestegen met 45% tot 16 gve per ha.

Mestgebruik
De fosfaatbemesting is in 2019 licht toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Op de staldierbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht, is gemiddeld 19% van de gebruikte stikstof afkomstig uit kunstmest en 81% uit dierlijke mest. Overige organische meststoffen zoals compost worden nauwelijks gebruikt. Dit beeld wijkt niet veel af van het voorgaande jaar.

Overige bedrijfskenmerken
Op staldierbedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is de opslagcapaciteit voor mest in de periode 2006-2019 toegenomen tot gemiddeld 11 maanden. Dat is iets lager ten opzichte van het voorgaande jaar.

Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting in december 2021, zullen de voorlopige resultaten over de bedrijfsvoering in het jaar 2020 worden gepubliceerd.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk. Meer informatie over de waterkwaliteit en de gebruikte methoden wordt gegeven op www.rivm.nl. De waterkwaliteitsgegevens van het Basismeetnet kunnen zelf geselecteerd worden op lmm.rivm.nl.

Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbemesting per ha
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
10/6/2021:
10/1/2021:
10/1/2021:
9/30/2021:
9/24/2021:
9/22/2021:
9/22/2021:
9/2/2021:
8/30/2021:
8/27/2021:

Meer nieuws