Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
Update van resultaten melkveebedrijven

12/23/2021

Melkveebedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) hebben in 2020 gemiddeld 58 ha cultuurgrond en 126 grootvee-eenheden per bedrijf en produceren 17.500 kg meetmelk per ha voedergewassen. Zowel het bedrijfsareaal als de melkproductie per ha voedergewassen zitten sinds het begin van deze eeuw in een stijgende lijn.

Mestgebruik en beregening
In 2020 is het totale stikstofgebruik door melkveebedrijven in het LMM gemiddeld met circa 2% toegenomen. Het gebruik van stikstof zowel uit kunstmest als dierlijke mest is iets hoger dan het jaar ervoor. Het stikstofmestgebruik in 2020 wijkt niet af van het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Het gebruik van fosfaat uit dierlijke mest is in 2020 iets lager dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Ten opzichte van 2019 is het fosfaatgebruik uit dierlijke mest in 2020 2 kg per ha hoger. Het betreft de voorlopige uitkomsten van het jaar 2020 van het Bedrijveninformatienet.

Het aandeel van de melkveebedrijven dat beregend, is sinds 2018 toegenomen. In 2020 paste 31% van de melkveebedrijven beregening toe. Door middel van beregening wordt getracht om de droogteschade aan de opbrengst en kwaliteit van voedergewassen te beperken en de gebruikte meststoffen zo goed mogelijk te benutten. Vanwege de droogte hebben deze bedrijven de gewassen in de periode 2018-2020 ook intensiever moeten beregenen. In 2020 was dit gemiddeld 75 mm op de beregende oppervlakte. Naast de Zandregio waar beregening al langer gangbaar is, neemt beregening in de Klei- en Veenregio ook toe. De gemiddelde graslandopbrengst in 2020 was 6% lager dan het jaar ervoor, de maisopbrengst was echter 6% hoger. Vooral in de Zandregio had men te kampen met lagere graslandopbrengsten als gevolg van droogte.

Overschotten en benuttingsgraad

De fosfaatoverschotten op melkveebedrijven in het LMM zijn in 2020 gestegen naar gemiddeld 7 kg per ha. Dit is 4 kg fosfaat per ha hoger dan het vijfjaarlijks gemiddelde van 2015-2019. In de Veenregio vond er een daling plaats ten opzichte van het jaar ervoor. In de Klei-, Zand- en Lössregio steeg het overschot per ha. Voor het derde jaar op rij blijft de afvoer van fosfaat per ha op bedrijfsniveau (2020: 60 kg per ha) achter bij de jaren ervoor. Bij een min of meer gelijkblijvende aanvoer per ha op bedrijfsniveau (2020: 67 kg fosfaat per ha) bedroeg het overschot in 2020 7 kg fosfaat per ha. De benuttingsgraad van fosfaat op bodemniveau bedroeg in 2020 gemiddeld 96% hetgeen betekent dat nagenoeg alle fosfaat toegediend aan het gewas en de bodem wordt benut.

Het gemiddelde stikstofbodemoverschot bedroeg in 2020 155 kg N per ha wat overeenkomt met het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Dit overschot is 14 kg per ha hoger dan in het voorgaande jaar. In 2020 hadden melkveehouders in de Zandregio een bodemoverschot van gemiddeld 139 kg stikstof per ha. Dat is laag in vergelijking met andere regio’s. Melkveehouders in de Lössregio hadden een iets hoger stikstofbodemoverschot van 141 kg per ha. De collega’s in de Kleiregio (159 kg stikstof per ha) en de Veenregio (188 kg stikstof per ha) zaten daarboven. De benuttingsgraad van stikstof op bodemniveau bedroeg in 2020 gemiddeld 70%. De benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof is in het algemeen lager dan die van fosfaat omdat bij stikstof vervluchtiging plaatsvindt.

Uitspoeling in 2020 in de Klei- en Lössregio weer omlaag
Sinds de eerste metingen in 1992, zijn in vrijwel alle regio’s de nitraatconcentraties in het uitspoelingswater op de melkveebedrijven in het Basismeetnet gedaald. In de periode 2007-2017 was de gemiddelde concentratie het laagst. De resultaten van 2018-2020 tonen echter aan dat de concentraties ook kunnen stijgen. Een uitzondering hierop vormt de Veenregio, waar de nitraatconcentratie constant laag is. Een belangrijke reden voor de langjarige trend van de uitspoeling van nitraat is een forse daling in het gebruik van kunstmest en dierlijke mest (ruim 30% lager). De overschotten (aanvoer minus afvoer) aan stikstof en fosfaat per ha zijn mede daarom ook afgenomen. Kenmerkend voor de laatste jaren zijn de periodes van droogte waardoor de gewasgroei niet optimaal was en daarmee samenhangend de fluctuerende stikstofbodemoverschotten.

Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting in de zomer van 2022, zullen de resultaten over de bedrijfsvoering in het jaar 2020 worden bepaald op basis van een complete set bedrijfsgegevens. Daarnaast actualiseren we de artikelen over de opzet en de structuur van de bedrijven met het jaar 2021.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk. Meer informatie over de waterkwaliteit en de gebruikte methoden wordt gegeven op www.rivm.nl.

Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbemesting per ha grasland
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      

Stikstofbedrijfsoverschot per ha
•      

Stikstofbemesting per ha
•      

Stikstofbodemoverschot per ha
•      

Fosfaatbodemoverschot per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
5/5/2022:
5/5/2022:
4/26/2022:
4/21/2022:
4/7/2022:
3/30/2022:
3/30/2022:
3/17/2022:
3/2/2022:
3/1/2022:

Meer nieuws