Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Biologische landbouw
     
Biologische landbouw
Select an indicator
Vergelijking in opzet - Melkveehouderij

Biologische bedrijven hebben afwijkende bedrijfsopzet en stabielere melkprijs
5/10/2019

Ruim 2,5% van de koeien in Nederland wordt biologisch gehouden. Dit aandeel is de laatste jaren licht gestegen. Biologische melkveebedrijven zijn extensiever en hebben een lagere melkproductie per koe. Hun omvang in melk gemeten is een derde lager in vergelijking met de gangbare collega’s. Biologische bedrijven gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en daarmee onderscheiden zij zich van hun gangbare collega’s. Biologische bedrijven zijn verplicht weidegang toe te passen, in tegenstelling tot gangbare bedrijven. De biologische melkveebedrijven hebben in 2017 een lager inkomen dan de gangbare bedrijven doordat de gangbare melkprijs relatief hoog was. Door de extensievere bedrijfsvoering hebben biologische bedrijven een hogere kostprijs.

Structuur
In 2018 worden er in Nederland ruim 44.000 melkkoeien biologisch gehouden. Zo blijkt uit de Landbouwtellingscijfers van het CBS. Dit is 2,7% van het totaal aantal koeien. Van de bijna 17.000 bedrijven met melkkoeien zijn er 564 biologisch (3,3%). Over alle bedrijfstypen gezien is het aandeel biologische bedrijven in Nederland 3,4%. Dit aandeel was in 2011 nog 2%.

Bedrijfsopzet: Biologische bedrijven zijn extensiever dan gangbare melkveebedrijven
Per hectare voedergewas produceren de biologische melkveehouderijen ruim de helft minder melk dan op alle melkveebedrijven. Dit hangt samen met het feit dat de biologische melkveebedrijven meer zelfvoorzienend zijn in de voederbehoefte. Door de tijd heen neemt de intensiteit van de melkproductie op de gangbare bedrijven toe; op de biologische bedrijven is dit niet het geval. Ten opzichte van het gemiddelde melkveebedrijf heeft het biologische bedrijf een groter areaal, waarop minder melkkoeien gehouden worden. Door een lager bemestingsniveau wordt een lagere ruwvoerproductie per hectare gerealiseerd. Mede door een ruim een derde lagere krachtvoergift wordt een kwart lagere melkproductie per koe gerealiseerd.

Resultaten melkveebedrijven, totaal en biologische bedrijfsvoering, 2017
IndicatorEenheidAlleBiologischverschil in %
Bedrijfsopzet
Melkkoeien per bedrijfAantal102.684.9-17
Areaal cultuurgrondHa55.873.832
Aandeel grasland%82.494.415
Melkproductie per bedrijfKg904,800559,000-38
Melkproductie per koekg / koe8,8206,580-25
Melkproductie per hakg / ha16,5707,640-54
Arbeidsinzet aje 1.881.65-12
Inkomen uit bedrijf€ / onbet. Aje63,50045,900-28
Balanstotaal€ / 100 kg melk3.85.545
Langlopende schulden€ / 100 kg melk1.11.643
Melkprijs€ / 100 kg melk40.1950.6926
Kostprijs melk€ / 100 kg melk41.556.6436
Bedrijven met weidegang%719737
Weidedagen per geweide koeDagen17120520
Vervangingspercentage melkkoeien%31.425-20
Energiegebruik (aankoop)MJ / 1.000 kg melk5057.715
Dieselgebruikliter / ha14977-48
CO2-emissiekg CO2 / kg melk1.141.25
Gewasbeschermingsmiddelengebruikkg a.s. / ha0.59..
GewasbeschermingsmiddelengebruikMBP / ha260..
Bedrijfsoverschot stikstofkg N / ha14746-69
Bedrijfsoverschot fosfaatkg P2O5 / ha0-1.
Bron: Bedrijveninformatienet



Milieu en energie: Biologische melkveebedrijven gebruiken geen chemische gewasbeschermingsmiddelen
Biologische bedrijven gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen. Hiermee onderscheiden biologische melkveehouders zich van hun gangbare collega’s. Ook is het dieselverbruik per hectare lager dan op de gangbare bedrijven. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat op gangbare bedrijven meer bedrijven hun dieren opstallen en al het gras moet worden gemaaid. Het elektriciteitsverbruik per eenheid melk is op biologische melkveebedrijven hoger omdat er meer koeien moeten worden gehouden om dezelfde hoeveelheid melk te produceren. Het N-overschot op biologische bedrijven is lager omdat er geen stikstof uit kunstmest mag worden gebruikt.

Weidegang: Meer weidegang op biologische melkveebedrijven
Biologische bedrijven zijn verplicht weidegang toe te passen, in tegenstelling tot gangbare bedrijven. Op gangbare bedrijven neemt het aandeel koeien dat weidegang geniet tussen 2010 en 2017 niet toe. Bij biologische bedrijven schommelt het aandeel koeien dat dag en nacht wordt geweid, maar daalt tussen 2010 en 2017 ten gunste van de beperkte weidegang. Op iets minder dan de helft van de biologische melkveebedrijven wordt nog steeds onbeperkt geweid. Bij de gangbare is dit slechts bijna 1 op de 8.

Toepassen van weidegang is van belang voor het imago van de melkveehouderij bij burger en consument. Biologische bedrijven onderscheiden zich hier in positieve zin in ten opzichte van gangbare melkveebedrijven. De verschillen met gangbare bedrijven worden voor een deel verklaard door het verschil in bedrijfsopzet. De biologische bedrijven zijn extensiever en kleiner wat betreft het aantal koeien dan gangbare bedrijven. Ook binnen de gangbare melkveehouderij vindt op kleinere en extensievere bedrijven meer weidegang plaats.

Op grotere intensieve bedrijven is het vaak lastiger om een efficiënte bedrijfsvoering met beweiding te realiseren dan op kleinere extensieve bedrijven. Arbeidsinzet, melkproductie per koe, efficiënte benutting van meststoffen en beschikbaar zijn van voldoende huiskavel zijn vaak oorzaken die genoemd worden om koeien vaker op stal te houden. Het aandeel koeien op gangbare bedrijven dat de koeien op stal houdt, schommelt en ligt rond een derde.

Diergezondheid en dierenwelzijn: Biologische koeien gaan langer mee 
De biologische koeien worden langer aangehouden dan gangbare koeien. Het verschil is 20%. Een lagere melkproductie per koe zal hierbij een rol spelen.

Economie: Hoger inkomen op biologische melkveebedrijven door hogere melkprijs
Door de hogere melkproductie per koe en meer melk per bedrijf en per hectare (intensiever), doen gangbare bedrijven het bedrijfseconomisch vaak beter dan biologische bedrijven. Biologische bedrijven ontvangen een hogere melkprijs dan gangbare bedrijven. De biologische melkprijs kent zijn eigen marktwerking en is feitelijk vanaf 2013 ontkoppeld en stabieler dan de gangbare melkprijs. De biologische melkprijs lag tussen 2013 en 2018 tussen de 49 en ruim 52 euro per 100 kg en was hiermee vrij stabiel. Doordat de gangbare melkprijs enkele jaren negatieve uitschieters kende is het inkomensbeeld in 2015 en 2016 gekanteld. In 2017 was de gangbare melkprijs relatief hoog en daalde de biologische iets na het topjaar 2016.
De biologische melkveebedrijven hebben naar verhouding minder vreemd vermogen; dit resulteert in een iets hogere solvabiliteit hoewel deze in 2017 dicht bij elkaar liggen.

Door de extensievere bedrijfsvoering hebben de biologische bedrijven een hogere kostprijs. Dit verschil in kostprijs is tussen 2001-2009 en 2010-2017 gemiddeld meer dan verdubbeld van circa 6 naar 13 euro per 100 kg. Het verschil is hiermee opgelopen naar ruim een derde.






Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
  • Bedrijveninformatienet  (biologische melkveebedrijven).
  • Bedrijveninformatienet (melkveebedrijven).
  • Van Wagenberg C.P.A., de Haas Y., Hogeveen H., van Krimpen M.M., Meuwissen M.P.M., van Middelaar C.E. en Rodenburg T.B., 2017. Animal Board Invited Review: Comparing conventional and organic livestock production systems on different aspects of sustainability. Animal 1-13. doi:10.1017/S175173111700115X.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page