Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Dierenwelzijn
     
Dierenwelzijn
Select an indicator
Antibioticagebruik - Veehouderij

Antibioticagebruik daalt weer in 2019
10/28/2020

In 2019 is er 150 ton antibiotica (in tonnen werkzame stof) verkocht. Dit is een daling van 16% ten opzichte van 2018. De drie jaren voorgaande jaren was de verkoop ongeveer gelijk. Hiermee is de doelstelling van de overheid van 70% reductie gehaald, vergeleken met het referentiejaar 2009 (495 ton). Het totale diergewicht is vanaf 2017 ongeveer gelijk gebleven (SDa, 2020).

Op basis van de monitoring van het antibioticagebruik op de Nederlandse bedrijven, is bekend hoeveel antibiotica in welke sectoren wordt gebruikt. Van slechts 2% van alle gebruikte antibiotica (in kg) is het onduidelijk in welke diersector deze worden gebruikt. Dit is aanzienlijk minder dan vorig jaar. In 2018 was dit nog 10%. Het is onduidelijk waarom het verschil tussen de verkoopcijfers en gebruiksgegevens per jaar zo varieert. De SDa wil komend jaar meer inzicht krijgen in de oorzaken hiervan. De aandacht zal vooral worden gericht op het vaststellen van de volledigheid en juistheid van de verkoopcijfers.

Het gebruik van eerste-, tweede- en derdekeuzemiddelen varieert tussen sectoren. Er is nu een relatief stabiel gebruikspatroon voor alle sectoren. Bij varkens, melkvee en kalveren bestaat ongeveer 80% van het gebruik uit eerstekeuzeantibiotica, ongeveer 20% uit tweedekeuzeantibiotica en 0,1% tot circa 4% uit derdekeuzeantibiotica (met name polymyxines). Bij vleeskuikens is een ander patroon waarneembaar. Er is weliswaar een forse reductie in het aandeel derdekeuzemiddelen gerealiseerd, tot 0,9%, het aandeel tweedekeuzemiddelen echter is met 73% fors hoger dan bij de andere sectoren.

Binnen de vleeskuikensector, de varkenssector en de rosé vleeskalversector hebben de meeste bedrijven een laag antibioticagebruik, maar een klein aantal bedrijven heeft een hoog tot zeer hoog gebruik. Binnen deze sectoren moet de aandacht vooral gericht zijn op het terugdringen van het (structureel) hoge gebruik op dat kleine aantal bedrijven. Bij de blankvleesbedrijven en de bedrijven met rosé startkalveren, hebben de meeste bedrijven qua gebruik ook ongeveer het sectorgemiddelde. Het aantal bedrijven dat daarvan afwijkt, (geldt voor lager en hoger gebruik) neemt af naarmate het verschil groter wordt (zoals bij een normaalverdeling). Dat vraagt juist om een sectorbrede aanpak om tot een verdere reductie te komen.

Dit jaar (2020) zijn voor het eerst de nieuwe benchmarkwaarden van het expertpanel van de SDa van kracht. In de nieuwe systematiek worden twee categorieën benchmarkwaarden onderscheiden: benchmarkwaarden die aanvaardbaar gebruik reflecteren en op korte termijn niet zullen veranderen én voorlopige benchmarkwaarden die in de tijd nog regelmatig aan aanpassingen onderhevig zullen zijn. Evaluatie staat gepland in 2021.

Sectoren met benchmarkwaarden voor aanvaardbaar gebruik laten gebruikspatronen zien die gekenmerkt worden door (zeer) laag gebruik, geringe spreiding in gebruik tussen bedrijven en over de tijd. Deze gelden voor de sectoren vleeskuikens (8 ddd), zeugen en zuigende biggen (5 ddd), vleesvarkens (5 ddd), rosé afmestbedrijven (4 ddd). De overige sectoren werken met voorlopige benchmarkwaarden: blankvleesbedrijven (23 ddd), rosé starters (67 ddd), rosé combinatiebedrijven (start en afmest, 12 ddd), speenbiggen (20 ddd).

De nieuwe benchmarkwaarden moeten initiatieven stimuleren waardoor het hoog gebruik bij bedrijven verder af zal nemen en in de nabije toekomst meer bedrijven een aanvaardbaar gebruiksniveau laten zien (SDa, 2020).



Antibioticaresistentie
Wereldwijd neemt het aantal bacteriën dat resistent is tegen antibiotica toe. In Nederland blijft het over het algemeen stabiel, en is het minder hoog dan in veel andere landen. 2019 laat nauwelijks een toename zien, en bij sommige bacteriesoorten neemt de resistentie tegen bepaalde antibiotica zelfs iets af in vergelijking met de voorgaande jaren. Ook het aantal bacteriën dat resistent is tegen meerdere verschillende antibiotica tegelijkertijd, en daardoor moeilijker te behandelen, neemt niet toe. Maar alertheid blijft geboden, zodat veranderingen tijdig opgemerkt kunnen worden.
In Nederland worden de laatste jaren amper nog bij landbouwhuisdieren antibiotica gebruikt die belangrijk zijn voor het behandelen van infecties bij mensen. Ook bleef in 2019 het niveau van antibioticaresistentie in de verschillende diersectoren gelijk of daalde enigszins vergeleken met 2018. Het percentage ESBL-positieve dieren is verder gedaald in alle diersectoren. De grootste daling over de afgelopen 5 jaar van ESBL-producerende bacteriën wordt gezien bij vleeskuikens en op kippenvlees. ESBL&39;s zijn enzymen die veelgebruikte antibiotica, zoals penicillines, kunnen afbreken (NethMap, 2020).

One Health-beleid
Het antibioticabeleid in Nederland waar ook het veterinaire antibioticabeleid onder valt, is onderdeel van de One Health-aanpak geworden. Samen met professionals in de zorg, veehouderij, voeding en milieu ondernemen de ministeries van VWS, LNV en IenW actie. Hun integrale One Health-aanpak omvat zorgvuldig antibioticagebruik, betere monitoring en toezicht, onderzoek naar nieuwe middelen en alternatieven, infectiepreventie en communicatie.

Nederlands beleid door de tijd
Duidelijke sturing vanuit het beleid begon in 2008 met een Convenant, een publiek-private overeenkomst, waarin de grote veehouderijsectoren en de KNMvD (Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde) aangaven hun verantwoordelijkheid te zullen nemen voor effectieve maatregelen, onder toezicht en met ondersteuning vanuit de overheid. De belangrijkste elementen in het beleid waren:
• monitoring van landelijke verkopen van antibiotica, sinds 1999
• monitoring van het antibioticagebruik per sector, sinds 2004
• duidelijke reductiedoelstellingen vanuit de overheid voor heel Nederland in 2011: -20%, 2013: -50%, 2015: -70% ten opzichte van het referentiejaar 2009)
• benchmarken van het antibioticagebruik per bedrijf en per dierenarts, sinds 2011
• verbeterde diergezondheid, duidelijker verantwoordelijkheden in diergezondheidsmanagement en in het voorschrijven en leveren van antibiotica, door verplichte bedrijfsgezondheidsplannen, één vaste dierenarts per bedrijf en verplichte periodieke veterinaire bedrijfsbezoeken.

Ervaringen in Nederland laten zien dat een actief beleid ter vermindering van het antibioticagebruik kan werken. Belangrijk is, dat bedrijfsadviseurs en leveranciers, zoals dierenartsen, en de diervoederindustrie actief moeten worden betrokken om een vermindering van het antibioticagebruik te kunnen realiseren. Dierhouders moeten kunnen kiezen voor de meest geschikte combinatie van maatregelen, passend binnen hun bedrijf. Om een substantiële vermindering van het antibioticagebruik te bereiken, is ook een duidelijk gevoel van urgentie vereist, gecombineerd met een doelgericht beleid en ambitieuze doelstellingen.

Geen economische schade
Stakeholders vreesden dat vermindering van antibiotica in de veehouderij een negatief effect zou hebben op de productiviteit en de economische bedrijfsprestaties. Grote schommelingen in de gezinsinkomens in de varkens- en pluimveesector zijn typisch voor deze sectoren. Dit wordt veroorzaakt door instabiliteit van de landbouwmarkten, schommelingen van voerprijzen en door boeren ontvangen prijzen. Sinds de hervormingen van het antibioticabeleid van 2008 kan echter noch in de varkenssector, noch in de vleeskuikensector een neerwaartse trend in het gezinsinkomen worden waargenomen (Bergevoet et al., 2019).







Kies een sector
Contactpersoon
Linda Puister-Jansen
0317-484642
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page