Liquiditeitspositie - Varkenshouderij |
Veel zeugenbedrijven met een negatieve kasstroom in 2022
|
19-12-2022
|
|
De ontwikkeling van de kasstroom geeft inzicht
in de liquiditeitspositie van het bedrijf. De kasstroom wordt berekend door de ontvangste
te verminderen met de uitgaven. Een negatieve kasstroom betekent dat meer geld
is uitgegeven dan is binnengekomen. Circa 90% van de varkensbedrijven zal in
2019 aan alle verplichtingen kunnen voldoen omdat de nettokasstroom positief
is. Bij de overige bedrijven zal een tekort ontstaan, dat op ƩƩn of andere
manier opgevangen moet worden. Voor circa 10% van de bedrijven kan dat redelijk
eenvoudig door het inzetten van eigen liquide middelen (zoals spaargeld) en
besparing op de privƩ-uitgaven. Slechts een klein deel van de varkensbedrijven
heeft een te negatieve kasstroom dat is op te vangen door ook de aflossingen tot
50% uit te stellen. In de laatste groep zitten alleen vleesvarkensbedrijven.
Dankzij de gunstige inkomens in het lopende verslagjaar zijn er in 2019 naar
verwachting geen bedrijven die grote aanpassingen moeten doen om het bedrijf te
laten voortbestaan.
Dat was in voorgaand jaar 2018 wel anders toen
vooral zeugenbedrijven voor korte of langere tijd kampten met
liquiditeitstekorten. Een deel van de zeugenbedrijven had in 2018 een zodanig
negatieve kasstroom dat er grote betalingsproblemen zouden ontstaan als er geen
grote aanpassingen werden gedaan. Voor 2019 worden dergelijke problemen niet
verwacht dankzij de hoge nettokasstroom, vooral door hoge biggenprijzen.
Daardoor kunnen buffers worden opgebouwd en wordt de vermogenspositie
versterkt.
De ontwikkeling van de
kasstroom geeft inzicht in de liquiditeitspositie van het bedrijf. De kasstroom
wordt berekend door de ontvangsten te verminderen met de uitgaven. Een
negatieve kasstroom betekent dat meer geld is uitgegeven dan is binnengekomen.
Driekwart van de varkensbedrijven zal in 2020 aan alle verplichtingen kunnen
voldoen omdat de nettokasstroom positief is. Bij de overige bedrijven zal een
tekort ontstaan, dat op ƩƩn of andere manier opgevangen moet worden. Voor circa
15% van de bedrijven kan dat redelijk eenvoudig door het inzetten van eigen liquide
middelen (zoals spaargeld) en besparing op de privƩ-uitgaven. Slechts een klein
deel van de varkensbedrijven heeft een te negatieve kasstroom dat is op te
vangen door ook de aflossingen tot 50% uit te stellen. In de laatste groep
zitten vooral vleesvarkensbedrijven. Dankzij de gunstige inkomens in het
lopende verslagjaar zijn er in 2020 naar verwachting weinig bedrijven die grote
aanpassingen moeten doen om het bedrijf te laten voortbestaan.
Het beeld van de
liquiditeitspositie is iets slechter dan in voorgaand jaar 2019, maar niet
veel. Het verschil met de ontwikkeling van de inkomens is dat bij de kasstroom
alleen de ontvangsten en uitgaven worden meegenomen. De aanwas van de veestapel
door de prijsverschillen van biggen en vleesvarkens op de begin- en eindbalans
blijft buiten beschouwing bij de ontvangsten en kasstroom, maar die aanwas zit
wel in de opbrengsten en berekening van de inkomens. In 2020 is de aanwas op
varkensbedrijven sterk negatief en in 2019 was die aanwas daarentegen zeer
positief. Dat resulteerde in een groot verschil van de inkomens tussen 2020 en
2019. Het verschil in kasstroom tussen beide jaren was veel minder groot door
genoemde reden.
De ontwikkeling van de kasstroom geeft inzicht in de liquiditeitspositie van het bedrijf. De kasstroom wordt berekend door de ontvangsten te verminderen met de uitgaven. Een negatieve kasstroom betekent dat meer geld is uitgegeven dan is binnengekomen. In 2022 heeft naar verwachting 40% van de varkensbedrijven een positieve nettokasstroom. Die bedrijven hebben nog voldoende ontvangsten om aan alle betalingsverplichtingen (inclusief aflossingen) te voldoen. Daar staat tegenover dat ruim de helft van de varkensbedrijven een negatieve nettokasstroom heeft. Voor circa 20% van de bedrijven is de kasstroom wel negatief, maar dat is op te vangen met liquide middelen en minder privƩ-uitgaven. Op een kwart van de bedrijven is de kasstroom echter zo laag dat er betalingsproblemen ontstaan en grote aanpassingen nodig zijn om het bedrijf te kunnen laten voortbestaan. In die laatste groep zijn de zeugenbedrijven sterk vertegenwoordigd. Ongeveer 40% van de zeugenbedrijven heeft eind 2022 een zodanig negatieve kasstroom dat er betalingsproblemen ontstaan als er geen grote aanpassingen worden gedaan. Bij de vleesvarkensbedrijven is dat beeld gunstiger met slechts 10% van de bedrijven met een sterk negatieve kasstroom per ultimo 2022.
|