Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Varkensvlees

De varkenssector in het kort
1/17/2020

Onderstaande tekst is een weergave van hoofdstuk 13 uit de uitgave "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband". Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van de Nederlandse handel in landbouwproducten in 2019. Wageningen Economic Research en CBS maken in deze gezamenlijke uitgave, in opdracht van het ministerie van LNV, de eerste ramingen van de landbouwhandelscijfers voor 2019 bekend en voorzien deze van duiding. Daarnaast gaat het rapport in op hoeveel Nederland verdient aan de landbouwhandel, zijn patenten in de agro-industrie in kaart gebracht en is de R&D in het agrarische bedrijfsleven geïnventariseerd. Verder wordt onder andere het aantal agrarische dochterondernemingen in het buitenland beschreven. Voor de eerste keer wordt ingegaan op de milieuprestaties van de agrosector sinds 1995 en wordt voor een aantal producten inzicht gegeven in de hiermee samenhangende kennis of duurzaamheid.

In het hoofdstuk landbouw en duurzaamheid van bovengenoemde publicatie worden meerdere sectoren beschreven. De varkenssector maakt hier onderdeel van uit. U kunt hier het totale rapport downloaden.


De Nederlandse varkenssector kende in 2018 ruim 4.100 bedrijven die gezamenlijk zo’n 24,5 miljoen dieren produceerden. Qua schaalgrootte is de Nederlandse varkenshouderij in Europa een middenmoter. Van de productie in Nederland werden zo’n 11 miljoen dieren geëxporteerd, de rest werd geslacht. Circa 90% van de varkensslachtingen in Nederland vindt plaats bij de grootste vier slachtondernemingen. Vion Food Group slacht ongeveer de helft van de varkens in Nederland; de andere grote ondernemingen zijn Van Rooi Meat, Compaxo en Westfort.

De vleesindustrie in (Noordwest-)Europa is met elkaar verweven in afzetkanalen en ontwikkelingen; er is een stevige concurrentie tussen de grote spelers (zoals met Tönnies en Westfleisch in Duitsland, en Danish Crown in Denemarken).

De veevoerindustrie in Nederland is grootschalig en internationaal georiënteerd. De grootste drie bedrijven zijn Agrifirm, ForFarmers en De Heus, met een marktaandeel van circa 60% van de mengvoerproductie. Nevedi is de koepel van de veevoederindustrie en vertegenwoordigt vrijwel de gehele diervoederindustrie. Veevoerbedrijven kopen grondstoffen over de hele wereld; qua herkomst ligt de nadruk echter op Europa (Nevedi 2017, 2019).

Recente initiatieven rond verduurzaming
De varkenssector is zich ervan bewust dat ze moet inspelen op veranderende wensen van consumenten. Hier hoort duurzamer produceren bij met oog voor dierenwelzijn en milieu. Om de positie van de Nederlandse varkenshouder te versterken is door overheid, sector en Rabobank een Actieplan voor de vitalisering van de varkenshouderij opgesteld, dat aan de basis staat van het overheidsprogramma voor sanering en verduurzaming van de veehouderij. Het gaat in dit actieplan om ‘beter en anders’. Een doel van dit programma is versterking van het maatschappelijk imago van de sector en de keten als geheel.

Vanuit de overheid is/wordt het Programma Sanering en Verduurzaming Veehouderij opgestart, met als belangrijk onderdeel de Saneringsregeling varkenshouderij. Met dit programma wil men bijdragen aan een gezonde, toekomstgerichte varkenshouderijsector die maatschappelijk meer gewaardeerd wordt. De Saneringsregeling is een subsidieregeling voor varkenshouderijen in veedichte gebieden die geuroverlast veroorzaken en die willen stoppen met het bedrijf. Volgens schatting van het ministerie van LNV zullen met deze Regeling 7%-10% van de varkens in Nederland weggekocht worden. Ook biedt de Rijksoverheid subsidies voor investeringen in nieuwe technieken op het bedrijf die de uitstoot van schadelijke stoffen aanpakken bij de bron (Rijksoverheid, 2019).
Duurzaamheidsinitiatieven op primaire bedrijven

In 2018 waren er nog 4.135 varkensbedrijven in Nederland. Alhoewel het aantal bedrijven in de laatste decennia sterk afneemt, is het aantal dieren maar beperkt gedaald. Dit betekent dat het aantal dieren per bedrijf is gegroeid. De stallen waarin de dieren in de varkenshouderij worden gehuisvest, zijn in toenemende mate Integraal duurzaam. Het percentage Integraal duurzame stallen is 29,832. Deze stallen huisvesten 39,2% van de Nederlandse varkens (Van der Peet et al., 2019). De grotere bedrijven zijn beter in staat om de noodzakelijke investeringen te doen dan kleinere bedrijven.

Verduurzaming via de voeding
Veel bijproducten uit de levensmiddelenindustrie vinden hun weg naar de varkenshouderij. Vochtrijke bijproducten uit de levensmiddelenindustrie vervangen circa 10% (droge stofbasis) van het mengvoer. Bovendien zijn er forse stappen gezet in het gebruik van duurzame grondstoffen. Alle soja en palmolie die de Nederlandse diervoederindustrie gebruikt, is gegarandeerd van een duurzame teelt afkomstig (Nevedi, 2019).

Huidige ketenkwaliteitssystemen
Bijna alle varkenshouders nemen deel aan een van de twee kwaliteitssystemen in de varkenshouderij: IKB Varkens en IKB Nederland. Deze IKB-systemen werken samen in het Ketenbreed Kwaliteitssysteem (KKS Holland Varken) en het Ketenbreed Informatiesysteem (KIS Holland Varken) (POV, 2019). Deze kwaliteitssystemen geven garanties dat er minimaal voldaan wordt aan de wettelijke eisen rond productie en productveiligheid. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld op het gebied van diergezondheid ook bovenwettelijke eisen gesteld.

Sterrensysteem van de dierenbescherming - het Beter Leven keurmerk-
Het keurmerk Beter Leven, geïntroduceerd door de Dierenbescherming in 2007, geeft consumenten inzicht in het niveau van dierenwelzijn bij varkensbedrijven. Voor dit keurmerk zijn met bedrijven bovenwettelijke afspraken gemaakt over dierenwelzijn. Hierdoor lukt het om diervriendelijker geproduceerd vlees in de schappen te krijgen. De bovenwettelijke eisen regelen dat dieren onder het keurmerk Beter Leven meer leefruimte, afleidingsmateriaal en mogelijkheden hebben om hun natuurlijk gedrag uit te oefenen dan dieren uit de gangbare veehouderij. Ook zijn er afspraken over het toepassen van minder ingrepen die het welzijn aantasten. Het is een basispakket minimumnormen waaraan de veehouderij direct dient te voldoen om voor één of meerdere sterren in aanmerking te komen. Bij een product met één ster hebben dieren meer ruimte, worden ze in grote groepen gehouden en is castratie verboden. Bij een tweede ster gaat het grofweg om ‘scharrel met een uitloop naar buiten’ en bij de derde ster sluiten de houderij-omstandigheden nog beter aan op de behoeften van het dier; drie sterren komt overeen met de biologische sector (Dierenbescherming, 2019).

Het Varken van Morgen
Om tegemoet te komen aan de groeiende wens van de consument wat betreft duurzaamheid en dierenwelzijn hebben de supermarkten (verenigd in het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, CBL) afspraken gemaakt met Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) en de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) om het gangbare vlees verder te verduurzamen. De verkoop van vers varkensvlees via supermarkten voldoet minimaal aan de eisen van het programma Varken van Morgen. De eisen voor de productie binnen dit programma zijn vergelijkbaar met de eisen met 1 ster van het Beter Leven-keurmerk. Vleeswaren en afzet van vers vlees via out-of-home-kanalen valt niet à priori onder het programma Varken van Morgen, maar loopt er in de praktijk deels in mee.

Aangezien de programma’s Beter Leven en Varken van Morgen op het gebied van dierenwelzijn een sterke overlap hebben, lopen beide programma’s in de praktijk goeddeels parallel. Varkensbedrijven worden dan voor beide programma’s gecertificeerd, wat bespaart op kanalisatiekosten in de verdere keten.

Er worden naar schatting 4 miljoen tot 5 miljoen varkens per jaar met 1 ster en/of Varken van Morgen geproduceerd. Anno 2019 zijn er slechts een paar bedrijven met het predicaat Scharrel (2 sterren) en er worden naar schatting 130.000 biologische slachtvarkens per jaar (3 sterren) geproduceerd. Afgezet tegen de totale productie van 24,5 miljoen dieren zijn dat marktaandelen van 15-20% 1 ster (Varken van Morgen), 0% (2 sterren), 0,5% (bio). De rest van de afzet is vlees dat geproduceerd is volgens de wettelijke minimumeisen.

Export en import van varkens en varkensvlees erg belangrijk
67% van de Nederlandse varkens-en varkensvleesproductie wordt geëxporteerd (in waarde gemeten). De export bestaat voor het grootste deel uit vlees (49%), maar ook uit levende dieren (17%); het gaat dan zowel om biggen als vleesvarkens (Comtrade, 2019). Naast deze grote export vindt er ook veel import plaats van zowel vlees als levende dieren. Veel import en export van vlees en levende dieren vindt plaats met de buurlanden en dan met name de aangrenzende regio’s in Duitsland en België. Nederlandse vleesvarkens worden zowel in Nederlandse slachterijen als in Duitse slachterijen geslacht. Daarnaast worden ook Belgische en Duitse vleesvarkens in Nederlandse slachterijen geslacht. De varkenswaardeketen is steeds meer internationaal geïntegreerd.

Vierkantsverwaarding sterk punt maar ook belemmering voor verduurzaming
Van ieder varken dat in Nederland geslacht wordt, worden meer dan 100 verschillende producten gemaakt die over 5 continenten verkocht worden. Zo gaan bijvoorbeeld spareribs naar de VS, bacon naar het VK en pootjes, snuiten en staartjes naar China. Deze veelheid van producten tot waarde maken (de zogenoemde vierkantsverwaarding) is een van de sterke punten van de Nederlandse varkensvleeswaardeketen. De noodzaak tot vierkantsverwaarding is echter ook een van de grootste belemmeringen voor de ontwikkeling van nieuwe initiatieven rond duurzaamheid of dierenwelzijn binnen de varkenshouderij; initiatieven die vaak met hogere productiekosten gepaard gaan. Vaak is het alleen mogelijk slechts een beperkt pakket aan producten voor een hogere prijs dan de gangbare producten te verkopen. Deze extra opbrengst is dan onvoldoende om de hogere kosten van een dergelijk initiatief terug te verdienen.

Circulaire varkensvleesproductie
Momenteel is er een beperkt aantal succesvolle initiatieven rond verduurzaming en circulaire productie. Deze initiatieven zijn vaak gestart door individuele varkenshouders of een groep van varkenshouders. Ze kenmerken zich door korte ketens, regionale productie van voedermiddelen, verbeterd dierenwelzijn en veel aandacht voor de herkenbaarheid bij de (regionale) afzet van de producten. Gezien de huidige grote afhankelijkheid van de Nederlandse varkenshouderij van import van grondstoffen en export van dieren en vlees zal deze circulaire productie maar voor een beperkt aantal bedrijven mogelijk zijn. Bij de rest van de bedrijven zal het belang van verbeterde duurzaamheid en verhoogd dierenwelzijn wel toenemen.

De handel in varkensvlees uitgelicht
De exportwaarde van varkensvlees is in 2019 sterk gestegen. De exportwaarde steeg met 26% naar 2,3 miljard euro (figuur 13.1). De exportwaarde groeide met name naar de landen buiten de EU-28. De totale exportwaarde naar de rest van de wereld bedroeg 864 miljoen euro, een toename van 61% ofwel 328 miljoen euro. De meeste export gaat nog altijd wel naar landen binnen de EU: vooral Duitsland is met 309 miljoen euro een belangrijke bestemming. Naar de rest van de EU-28 landen is in 2019 voor 1,1 miljard euro aan varkensvlees verhandeld. Ook hier was er een toename ten opzichte van vorig jaar, al was die toename beperkt vergeleken met de andere regio’s (8%). Belangrijke oorzaak van de gestegen exportwaarde zijn de gestegen prijzen. Door de uitbraak van varkenspest in China en omringende landen is de vraag naar varkensvlees vanuit die regio sterk toegenomen. Nederlandse handelaren raken in een spagaat. Ze willen immers naar hun veelal vaste afnemers in Europa blijven leveren. Maar handelen met China was in 2019 zeer lucratief. De import van varkensvlees komt voor 57% uit Duitsland. De overige import komt volledig uit andere landen binnen de EU-28. In 2019 er voor ruim 550 miljoen euro aan varkensvlees geïmporteerd. De handel tussen Nederland en Duitsland is hiermee nagenoeg in evenwicht. Naar andere regio’s kende Nederland in 2019 een sterk handelsoverschot. Door de sterke groei naar landen buiten de EU-28 is dat aandeel in de totale export in 2019 gestegen naar 38%. In 2018 was dit nog 29%.




De export is in 2019 sterk gewijzigd ten opzichte van een jaar eerder. De belangrijkste exportmarkt was China, waarnaar voor 377 miljoen euro werd geëxporteerd. In 2018 bedroeg dit nog slechts 117 miljoen euro. Toen was China het 5e exportland van Nederland. Door de sterke vraag steeg de exportwaarde van varkensvlees naar alle andere landen in de top vijf. Italië (321 miljoen) en Duitsland (309 miljoen) zijn in Europa de belangrijkste bestemmingen. Naar Griekenland bleef de exportwaarde vrij stabiel. Naar Japan was eveneens een sterke toename. De exportwaarde groeide daar naar 155 miljoen euro.
 
De importwaarde van varkensvlees bedroeg 553 miljoen euro. Vanuit Duitsland importeert Nederland 315 miljoen euro. Daarnaast haalt Nederland zijn varkensvlees uit België en Polen. Vooral uit België nam de import in 2019 toe: de import steeg naar 103 miljoen euro, terwijl dit de voorgaande jaren nog lag tussen de 66 miljoen en 80 miljoen euro.
 
Zie voor de afbakening van de productgroepen bijlage b2.1.1. van boven genoemde uitgave.




Kies een sector
Contactpersoon
Robert Hoste
0317-484654
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties

32)Integraal duurzame stallen zijn gedefinieerd als stal- en houderijsystemen waarin verschillende duurzaamheidkenmerken in onderlinge samenhang zijn verbeterd ten opzichte van de regulier toegepaste stallen of systemen. Het gaat om stal- en houderijsystemen die het dierenwelzijn extra verbeteren door het toepassen van maatregelen die verder gaan dan de wettelijke welzijnsnormen en die daarnaast tenminste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden én economisch haalbaar zijn.

Voor meer informatie over de ontwikkelingen in de markt van varkensvlees kunt u terecht op Agrimatie bij de voedselprijzenmonitor.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page