Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Consumptie eieren

De pluimveesector - eieren
1/17/2020

Onderstaande tekst is een weergave van hoofdstuk 14 uit de uitgave "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband". Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van de Nederlandse handel in landbouwproducten in 2019. Wageningen Economic Research en CBS maken in deze gezamenlijke uitgave, in opdracht van het ministerie van LNV, de eerste ramingen van de landbouwhandelscijfers voor 2019 bekend en voorzien deze van duiding. Daarnaast gaat het rapport in op hoeveel Nederland verdient aan de landbouwhandel, zijn patenten in de agro-industrie in kaart gebracht en is de R&D in het agrarische bedrijfsleven geïnventariseerd. Verder wordt onder andere het aantal agrarische dochterondernemingen in het buitenland beschreven. Voor de eerste keer wordt ingegaan op de milieuprestaties van de agrosector sinds 1995 en wordt voor een aantal producten inzicht gegeven in de hiermee samenhangende kennis of duurzaamheid. 

In het hoofdstuk landbouw en duurzaamheid van bovengenoemde publicatie worden meerdere sectoren beschreven. De pluimveesector maakt hier onderdeel van uit. U kunt hier het totale rapport downloaden.  


De keten in beeld
Binnen de Nederlandse pluimveesector houdt een deel van de pluimveehouders leghennen voor de productie van eieren. Het merendeel van de eieren wordt door de consumenten als tafel-ei gekocht in de supermarkt. Daarnaast worden eieren gebruikt in de buitenhuishoudelijke markt (restaurants, catering en instellingen). Circa 30% van de in Nederland geproduceerde eieren wordt verwerkt tot vloeibaar of gedroogd eiproduct. Dit eiproduct is een ingrediënt in vele voedingsmiddelen (o.a. sauzen, pasta en allerlei brood- en banketproducten).

De productieketen van eieren kent meerdere opeenvolgende schakels, met elk een gespecialiseerde taak. De keten begint bij het opfok- en legouderdierenbedrijf, waar legouderdieren broedeieren produceren die via de broederijen worden uitgebroed tot eendagskuikens. De opfok van eendagskuiken tot leghen gebeurt bij gespecialiseerde opfokbedrijven, waarna de leghennen bij de leghennenhouder terechtkomen en de hennen eieren gaan produceren. Nederland heeft 860 bedrijven met bijna 35 miljoen leghennen en een totale productie van 9.600 miljoen eieren (VEB, 2019). De eieren worden geleverd aan eierpakstations (waar eieren worden gesorteerd en verpakt) en fabrikanten van eiproducten.

In bijna elke schakel van de productieketen is export belangrijk. Broederijen exporteren broedeieren en eendagskuikens. Een deel van de opfokhennen wordt geëxporteerd naar omringende landen. Vanuit de eierpakstations is er import en export van eieren. De export van tafeleieren gaat vooral naar Duitsland. Ook de fabrikanten van eiproducten importeren en exporteren eiproducten.

Dierenwelzijn
Na het EU-verbod op het houden van leghennen in traditionele kooihuisvesting zijn de Nederlandse leghennenhouders overgeschakeld naar alternatieve houderijsystemen. In 2018 was de verdeling van het aantal leghennen per houderijsysteem: 13% van de hennen in verrijkte kooi/kolonie huisvesting, 60% scharrelhennen (binnen gehouden), 19% scharrelhennen met vrije uitloop en 7% biologische hennen. Het aandeel hennen in systemen met vrije uitloop en biologisch is de laatste jaren gestaag gestegen. De figuur geeft de ontwikkeling van de aandelen in de houderijsystemen tussen 2008 en 2018.



In 2017 en 2018 hebben veel leghennenhouders het houderijsysteem aangepast om te voldoen aan het Beter Leven-keurmerk (BLK) van de Dierenbescherming. Het BLK met één ster gaat uit van scharrelhennen, waarbij de stal voorzien is van een overdekte uitloop. Het BLK met twee sterren gaat uit van scharrelhennen met vrije uitloop in een stal met overdekte uitloop, met tevens een vrije uitloop met beschutting voor de hennen in de vorm van bomen, struiken of schuiltafels. Het BLK met drie sterren staat gelijk aan biologisch of systemen die net zo diervriendelijk zijn. Bij nieuwe innovatieve stalsystemen, zoals Rondeel en Kipster staat het dierenwelzijn centraal en deze systemen hebben ook BLK drie sterren (Dierenbescherming, 2019).

Sinds 2018 wordt er in Nederland geen snavelbehandeling meer toegepast. Snavelbehandeling is in de EU nog toegestaan, maar Nederland en Duitsland hebben regelgeving die geen enkele vorm van snavelbehandelingen toestaat. Dit vraagt om extra vakmanschap waarbij veel leghennenhouders allerlei vormen van verrijking en afleidingsmateriaal gebruiken in de stal om pikkerij te voorkomen.

Milieu
De pluimveesector kent geen mestprobleem. Alle mest wordt op bedrijfsniveau gedroogd en de mest wordt verwerkt tot mestkorrel, verbrand in de biomassacentrale in Moerdijk of geëxporteerd als stapelbare mest naar omringende landen. De inspanningen van de sector zijn gericht op vermindering van de emissies in de vorm van ammoniak en fijnstof. Door de omschakeling van kooihuisvesting naar scharrelsystemen is de ammoniakemissie sinds 2000 amper afgenomen, terwijl de fijnstofuitstoot duidelijk is toegenomen. Voor de komende jaren heeft de legsector de uitdaging om zowel de ammoniakemissie als de fijnstofuitstoot verder te verlagen. De technieken die hiervoor nodig zijn worden momenteel ontwikkeld.

Supermarkt Nederland
Tafeleieren worden vooral verkocht in de Nederlandse supermarkten. Daar ligt een breed scala aan eieren. Hierbij worden de eieren ingedeeld in vier houderijsystemen, zoals gedefinieerd in de EU-handelsnormen: kooi (worden niet in de supermarkt verkocht), scharreleieren, vrije uitloopeieren en biologische eieren. In bijna alle supermarkten worden nog uitsluitend eieren verkocht met het BLK-keurmerk met een, twee of drie sterren. Daarnaast verkopen supermarkten eieren van specifieke houderijsystemen, zoals Rondeel (Albert Heyn) en Kipster (Lidl). Jumbo verkoopt zogenaamde ‘zorgeieren’, afkomstig van leghennenbedrijven waar wordt gewerkt met hulpboeren met een verstandelijke beperking. Meerdere supermarktketens verkopen het Oerei. Leghennen die het Oerei produceren eten insecten, waardoor geen soja in het voer wordt gebruikt. Tenslotte zijn er nog eieren in het schap waarbij de voeding van de leghen is aangepast. Voorbeelden zijn het maisscharrelei, het viergranenei en het Omega ei (met meer Omega-3 vetzuren in het ei). Kortom, er is een zeer gevarieerd aanbod van eieren, in allerlei maten (S,M, L, XL) en verpakkingen (4, 6, 10, 12 en 20 stuks). Ook het grotere aanbod van witte eieren is iets van de laatste jaren. De productie van witte eieren is goedkoper en door het lagere voerverbruik van de hen is de CO2-voetafdruk kleiner. Om deze reden heeft Lidl besloten om uitsluitend witte eieren aan te bieden.

Consumptie
De consumptie van eieren is de laatste jaren gestaag toegenomen. De totale consumptie van alle eieren, dus tafeleieren en ook de eieren verbruikt in de vorm van verwerkte producten (gebak, ijs, deegwaren, sauzen), was in 2018 in totaal 202 eieren per hoofd van de bevolking. In 2013 was dit 195 eieren. In Duitsland worden meer eieren gegeten en het verbruik neemt verder toe. In het VK is het verbruik iets lager dan Nederland, maar er is een duidelijke toename in de laatste jaren (zie ook figuur Ontwikkeling consumptie in Nederland en enkele omringende landen).



Duurzame consumptie
De bestedingen aan duurzaam voedsel in het supermarktkanaal zijn in 2018 met 9% gestegen. De stijging voor eieren was 25%. Voor eieren zijn drie duurzaamheidskeurmerken van belang: Beter Leven, Vrije Uitloop en Biologisch. In 2018 hadden deze keurmerken in het supermarktkanaal een marktaandeel binnen de productgroep eieren van 48%. In de foodservice (o.a. restaurants, catering, instellingen) is dit aandeel met 10% duidelijk lager (Logatcheva, 2019). Voor de sector ligt in de foodservice nog een uitdaging om het aandeel duurzame eieren te verhogen.

Duitse markt
Een belangrijk deel van de Nederlandse eieren wordt als tafelei geëxporteerd naar Duitsland. Nederland kan alleen concurreren op de Duitse markt met het leveren van een kwalitatief hoogwaardig ei dat voldoet aan alle marktwensen vanuit Duitsland. De Nederlandse sector doet dit al door het houden van leghennen met onbehandelde snavels en door gebruik te maken van legvoer dat vrij is van genetisch gemodificeerde organismen (non-GMO-voer). Verder moeten de eieren voor de Duitse retail voldoen aan het keurmerk KAT (Kontrollierte Alternative Tierhaltungsformen) met specifieke bovenwettelijke eisen aan de houderij van leghennen. De eisen die het KAT-keurmerk stelt zijn minder vergaand dan het Nederlandse Beter Leven-keurmerk.

Circulariteit
In augustus 2019 heeft de pluimveesector zijn uitvoeringsagenda gepresenteerd met daarin de ambities en acties voor de periode tot en met 2025. Voor de middellange termijn wil de pluimveesector netto energieproducent worden en uitsluitend duurzame veevoergrondstoffen (bijv. gecertificeerde soja) gebruiken. Voor de gezondheid van mens en dier wordt de emissie van fijnstof, ammoniak en geur zo ver ingeperkt dat de omgeving geen risico loopt (Uitvoeringsagenda Pluimveesector, 2019). Hier zit nog een duidelijke uitdaging voor de sector om deze doelen te bereiken. Volgens de sector zijn de randvoorwaarden om deze doelen te behalen naast een verdienmodel, voldoende ruimte voor bedrijfsontwikkeling en ruimte om te experimenteren/innoveren. Gegeven de huidige stikstofproblematiek, waarin wordt gesproken over krimp van de pluimveesector, zal het lastig zijn om aan deze randvoorwaarden te voldoen. Voor de pluimveesector is het belangrijk dat, ook bij een eventuele krimp van de totale veestapel, een individueel bedrijf ontwikkelingsruimte behoudt via bedrijfsgroei (Uitvoeringsagenda Pluimveesector, 2019).

Beter Leven Keurmerk
De Dierenbescherming viert in 2019 het 12,5-jarig bestaan van het Beter Leven-keurmerk (BLK). In deze periode is BLK in Nederland uitgegroeid tot een bekend keurmerk voor voedsel. Vanaf het begin kent het Beter Leven-keurmerk een driesterrensysteem: één ster (een hoger niveau van dierenwelzijn), twee sterren (houderij met buitenuitloop) en drie sterren (niveau biologische houderij).
In 2007 werden in de pluimveesector de eerste stappen gezet om te komen tot garanties voor dierenwelzijn in het winkelschap. Na een korte proefperiode kwam de Dierenbescherming met de Volwaard-kip met één ster Beter Leven. De ervaringen met de Volwaard waren positief bij zowel de pluimveesector als de deelnemende supermarkten. Dit was voor de Dierenbescherming aanleiding om het keurmerk verder te ontwikkelen. In overleg met sectororganisaties werden normen opgesteld voor vleeskalveren, varkens en leghennen. Dit was het begin van het succesverhaal waarbij het Beter Leven-keurmerk nu het grootste aandeel heeft binnen de consumentenbestedingen aan duurzaam voedsel.
Anno 2019 is het aandeel BLK-ster bij pluimveevlees circa 20%. Het overgrote deel van de consumptie is langzaam groeiende kip zonder BLK. In het eierschap is het aandeel BLK 60 tot 70%. Bij de grote supermarktketens hebben alle eieren nu het BLK-logo. De scharreleieren hebben één ster, de uitloopeieren twee sterren en de biologische eieren hebben drie sterren. De verwachting is dat de discounters en de kleinere supermarktketens in de loop van volgend jaar zullen volgen en dat eind 2020 alle eieren in het supermarktschap voldoen aan het Beter Leven keurmerk.

Witte eieren
In de jaren 70 en 80 hielden bijna alle leghennenhouders in Nederland witte hennen in kooihuisvesting. De Nederlandse consument kocht uitsluitend witte eieren. Met de ontwikkeling van alternatieve houderijsystemen (scharrelhennen) werden steeds meer bruine hennen gehouden. Met de productie van bruine eieren kwam er een onderscheid in de markt, waarbij bruine eieren geassocieerd werden met alternatieve houderij, scharrel en de term ‘natuurlijk’. Met het verdwijnen van de kooien verdween zo ook het witte ei uit het winkelschap. Sinds enkele jaren is er echter een kentering. Pluimveehouders gaan in toenemende mate weer witte hennen houden. De voordelen van witte hennen ten opzichte van bruine hennen zijn legio: de witte is lichter van gewicht en heeft een lager voerverbruik. De witte hen legt meer eieren en heeft een langere legperiode. Hierdoor is de productie duurzamer. De kostprijs van een wit ei is circa 6% lager en de CO2-voetafdruk is circa 4% lager. Derhalve is de productie van witte eieren goedkoper en minder belastend voor het klimaat. Was het aandeel wit versus bruin in 2011 nog 65/35, in 2018 was dit omgekeerd naar 35/65. Veel witte eieren worden geëxporteerd naar Duitsland, maar ook in het Nederlandse supermarktschap is een verandering gaande. In steeds meer supermarkten is er nu aanbod van witte scharrel- en uitloopeieren. Sommige supermarkten hebben zelfs aanbod van witte biologische eieren. De verwachting is dat steeds meer consumenten zullen overschakelen naar witte eieren. Supermarktketen Lidl heeft aangekondigd vanaf eind 2019 uitsluitend nog witte eieren te zullen verkopen. In de winkel staat boven het schap de tekst: ‘we stappen over op uitsluitend witte eieren, voor minder impact op het milieu’.

Handel in consumptie-eieren
De export van consumptie-eieren is ten opzichte van 2018 wat gedaald maar is nog iets hoger dan in 2017 (figuur 14.3). In 2018 speelde de fipronilaffaire waardoor er schaarste ontstond en de niet-geruimde bedrijven, die geen langjarige contractverplichtingen waren aangegaan, voor hun producten hogere prijzen ontvingen. De markt is nu weer gestabiliseerd. Nederland is voor consumptie-eieren in hoge mate afhankelijk van de export naar Duitsland. Er ging in 2019 voor ongeveer 381 miljoen euro aan consumptie-eieren over de grens naar Duitsland. Dat is 81% van de totale export van Nederland. Binnen de EU-28 wordt zelf 95% van de eieren afgezet.

In waarde bedraagt de import van Nederland ongeveer de helft van de export. De handelsbalans is dan ook sterk positief, vooral met Duitsland. De handelsbalans met de rest van de EU-28 landen is negatief en met de rest van de wereld is het handelsoverschot beperkt, maar positief. De import is in tegenstelling tot de export minder afhankelijk van Duitsland.

De export van consumenteneieren is sterk afhankelijk van de Duitse markt. Naar Duitsland werd voor 381 miljoen euro uitgevoerd in 2019, een daling van 7%. Naar andere landen is de export beperkt en vrij stabiel. De export naar ligt elk jaar ongeveer op 48 miljoen euro. Naar Zwitserland is de exportwaarde jaarlijks ongeveer 20 miljoen euro. 
 
De import van consumenteneieren is net als de export vrij regionaal georiënteerd. Net als de export is Duitsland de belangrijkste handelspartner. In 2019 is de import van consumptie-eieren met 10 miljoen euro gestegen tot 106 miljoen euro. Vanuit Polen is de invoer de laatste 4 jaar aan het stijgen. Inmiddels importeert Nederland 54 miljoen euro aan consumptie-eieren uit dat land. Voor België is een licht dalende trend zichtbaar; de importwaarde bedroeg 42 miljoen euro in 2019.  





Kies een sector
Contactpersoon
Peter van Horne
0317-484645
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties

Voor meer informatie over de ontwikkelingen in de markt van eieren kunt u terecht op Agrimatie bij de voedselprijzenmonitor.



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page