Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Alle agrarische producten

De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband
1/17/2020

De Nederlandse export van landbouwgoederen (primaire, onbewerkte goederen en secundaire, bewerkte goederen) wordt voor 2019 geraamd op 94,5 miljard euro. Dat is 4,6% meer dan in 2018 (90,4 miljard euro). Dit is een nieuw record; nooit eerder exporteerde Nederland voor een groter bedrag aan landbouwgoederen. Het record is vooral te danken aan een stijging van de prijzen. Het is een (nominale) groei van 45% in vergelijking met de landbouwexport in 2008. 

Download hier de volledige publicatie. 

Dit artikel op Agrimatie.nl bevat een selectie uit de hierboven te downloaden publicatie; "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband". Soms worden hier cijfers op een andere manier gepresenteerd dan in de echte publicatie. De cijfers zijn echter dezelfde. Enkele specifieke productgroepen worden apart weergegeven en kunnen via het vlak aan de rechterkant van dit scherm aangeklikt worden. Al deze productgroepen komen ook uit deze uitgave. Voor een juiste interpretatie van de cijfers heeft het lezen van de te downloaden versie van het rapport de voorkeur. Voor de literatuurverwijzingen kunt u ook in het te downloaden rapport terecht.   


Inleiding
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) blikt elk jaar terug op de handelsprestaties van de Nederlandse agrosector in het voorgaande jaar. Traditioneel gebeurt dit in januari tijdens de Grüne Woche, de grootste landbouwbeurs van Europa. In de aanloop naar de Grüne Woche maken het CBS en Wageningen Economic Research in opdracht van het ministerie van LNV een raming van de prestaties. Dat is ook dit jaar het geval.

Naast inzicht in de gebruikelijke export- en importcijfers, heeft het ministerie van LNV dit jaar verzocht om in te gaan op de verhalen achter de cijfers vanuit twee gezichtspunten: kennis en duurzaamheid. Immers, export van producten ontstaat niet zomaar. Hier zit onderzoek achter, ketensamenwerking en discussies over hoe in te spelen op veranderende maatschappelijke opvattingen over hoe ‘de landbouw’ moet produceren. Naast een aantal beschrijvende statistieken en duidingen over de export van landbouwkennis zijn drie producten behandeld met de kennis die ervoor nodig is (bloemen en planten, Uitgangsmateriaal en kassenbouw). Voor duurzaamheid is een uitgebreide analyse gedaan van de prestaties van de agrosector op gebied van diverse milieuthema’s. Verder geven vier productbeschrijvingen (varkensvlees, consumptie-eieren, zuivel en soja) inzicht in de vraag tot welke veranderingen de maatschappelijke discussies hebben geleid in het productieproces.

Het belang van handel1
Het belang Handel is van alle tijden; al in de oudheid dreven landen handel om goederen uit te wisselen. Een bekend voorbeeld is de invoer door Griekenland van granen uit Italië en het Zwarte Zeegebied. Daar stond de export van olijven en wijn tegenover. Ook de zijderoute is een voorbeeld van hoe landen goederen uitwisselden door gebruik te maken van hun sterke kanten, de zogenaamde comparatieve voordelen.

Tegenwoordig is handel een mondiale aangelegenheid. Bedrijven opereren internationaal, hun afzetgebied is al lang niet meer alleen het thuisland. Ze hebben vestigingen in meerdere landen en zijn onderdeel van zogenaamde mondiale waardeketens (global value chains). Importen en exporten bestaan uit grondstoffen, halffabricaten en eindproducten. Zo voert Nederland via de haven van Amsterdam, de grootste cacaohaven ter wereld, jaarlijks ruim 1 miljard kilogram cacaobonen in (CBS, 2019). Deze worden door de verwerkende industrie in de Zaanstreek verwerkt tot halffabricaten (cacaopoeder, cacaoboter) en chocoladeproducten. De halffabricaten vinden hun weg weer terug naar landen als Zwitserland, België en Frankrijk, waar ze worden verwerkt tot chocoladeproducten.

Van oudsher is Nederland een land dat de blik naar buiten richt en voorstander is van vrije(re) handel en transparante handelsbetrekkingen. Door zijn ligging bij de monding in zee van enkele grote rivieren, zijn handel en transport hier van oudsher natuurlijke activiteiten en specialismes. Nederland is als klein land afhankelijk van goede relaties met buren en verre vrienden. Dat geldt zeer zeker ook voor de Nederlandse agrarische sector. Als grote producent en verwerker van agrarische producten en betrokken bij de handel in veel agrarische grondstoffen, is de buitenlandse handel van groot belang voor Nederland. De thuismarkt is immers beperkt, dat is altijd al zo geweest. Dit maakt Nederland daardoor een grote exporteur. Nederland is ook een grote importeur, vooral door de goede logistieke bereikbaarheid over zee (en door de lucht) en de gunstige ligging ten opzichte van Duitsland als koopkrachtig achterland.

‘Groot’ is daarbij relatief; het merendeel (zo’n 75% tot 80%) van de import en export vindt plaats binnen de EU. Dit is te danken aan de Europese interne markt die de Nederlandse agrosector toegang geeft tot een afzetmarkt van ruim 500 miljoen consumenten, zonder fytosanitaire of veterinaire belemmeringen, zonder risico’s van valutaschommelingen in de eurolanden en zonder risico van een plotselinge politieke boycot van de invoer. De handel van Nederland met landen buiten de EU is van veel bescheidenere omvang.

Handel in een ander daglicht
Met handel maakt men gebruik van de comparatieve voordelen van een bepaald land, waardoor grondstoffen efficiënter worden benut en de welvaart – voor alle handelspartners – wordt vergroot. De praktijk is weerbarstiger. Wereldwijd uiten diverse groeperingen, van antiglobalisten tot consumentenorganisaties en vakbonden, de laatste jaren steeds vaker hun twijfels over het mogelijk ongelijke speelveld dat door internationale handel ontstaat of wordt gehandhaafd, als bij de handelspartners verschillende productievoorwaarden gelden, bijvoorbeeld doordat sociale en/of milieuwetten verschillen. Een voorbeeld is concurrentie van productie uit landen waar de sociale en/of milieuwetten minder streng zijn dan in het land dat deze producten invoert.

Zo is in Nederland de invoer door de EU van eieren uit Oekraïne betwist, omdat de productie in Oekraïne niet voldoet aan de wetgeving op gebied van milieu en dierenwelzijn die in Nederland geldt voor de productie van eieren. Dit levert scheve concurrentieverhoudingen op en de Nederlandse consument wordt medeverantwoordelijk voor een lager niveau van milieu en dierenwelzijn dan wat in Nederland de norm is. Vrijhandel levert in dit geval niet de gewenste maatschappelijke resultaten, en er is specifiek (nationaal) beleid vereist om doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld milieu of dierenwelzijn te realiseren.

Binnen het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is er maar weinig ruimte om rekening te houden met dergelijke (consumenten)zorgen. Veel leden van de WTO zijn hierin terughoudend vanwege de vrees dat zo een ongelijk speelveld tussen de landen kan ontstaan als gevolg van uiteenlopende ideeën over het gewenste niveau van duurzaamheid of dierenwelzijn2. Het blijkt dan ook tot op heden niet haalbaar om nadere afspraken te maken over onderwerpen zoals dierenwelzijn, etikettering en milieu. Over deze onderwerpen bestaan nog altijd grote verschillen van inzicht wat betreft de normen en standaarden die zouden moeten gelden3. De reeds bestaande WTO-verdragen zijn voor meerdere interpretaties vatbaar en de WTO-jurisprudentie moet op dit terrein aanknopingspunten bieden (Eaton et al., 2005). Daaruit blijkt dat de WTO wel meer oog krijgt voor andere belangen dan alleen handelsbelangen. Toch zijn er geen specifieke WTO-afspraken over bescherming van het milieu of hoe dierenwelzijnseisen (van leden van de WTO) algemeen geldig kunnen worden voor alle WTO-leden4. Dat laat onverlet dat private partijen wél dergelijke eisen kunnen stellen, zoals initiatieven als fair trade en duurzame soja laten zien.

Handel als zondebok, terecht?
Voorgaande ontwikkelingen leiden in veel landen tot zorg om de gevolgen van handel voor bijvoorbeeld de binnenlandse werkgelegenheid, voor het milieu of voor de voedselvoorziening. Die zorgen geven ook aan dat er een groeiend besef ontstaat dat handel negatieve gevolgen kan hebben voor de lokale economie en samenleving. En die zorgen geven ook voeding aan het idee dat afschermen van de eigen markt mogelijk een manier is om deze effecten te verminderen, omdat vrijhandel wordt gezien als de grote boosdoener.

Het valt echter te betwijfelen of protectionisme de juiste reactie is. Zo laat onderzoek van onder meer de OESO zien dat handel juist nu kan bijdragen aan de oplossing van deze maatschappelijke vraagstukken (OESO, 2019). Immers, handel biedt toegang tot nieuwe markten (en daarmee een vergroting van de opbrengsten en spreiding van afzetrisico’s) en zorgt voor stabielere markten door invoer in tijden van schaarste en uitvoer in tijden van overschot. Dit draagt bij aan de voedselzekerheid. Wat betreft het milieu is protectionisme een zeer inefficiënt instrument om problemen op te lossen. In plaats daarvan moet er een adequaat milieubeleid worden gevoerd met doelgerichte belastingen, subsidies en standaarden. En vanuit de handelstheorie is duidelijk dat handel banen creëert en inkomens ondersteunt in sectoren waar de economie een comparatief voordeel heeft, maar een negatief effect heeft op de werkgelegenheid en inkomens in sectoren waar dit comparatieve voordeel ontbreekt. Dit impliceert dat open en vrije handel leidt tot een herstructurering van de economie die kostbaar kan zijn. Vrijere markten vereisen dus op hun beurt ondersteuning door flankerend sociaal (en milieu)beleid. Onder andere opleiding en onderwijs zijn dan een onderdeel van beleid dat kan helpen om de gevolgen van handel voor de economische structuur op te vangen.

Nederland als exporteur van kennis
In Nederland is er veel discussie over de omvang en het intensieve karakter van de landbouwproductie en de effecten daarvan op bijvoorbeeld het milieu, de volksgezondheid en het welzijn van dieren (WRR, 2014). Het leidt ook tot discussies over de vraag hoe logisch het is dat een klein land als Nederland de tweede exporteur van de wereld is. Daarnaast is de vraag in hoeverre externaliteiten (zoals milieukosten) kunnen worden doorberekend in de prijzen en de mogelijke ondermijning daarvan door goedkopere importen uit derde landen (Swisher et al., 2018; Baltussen et al., 2017). Als deze externaliteiten worden meegenomen in de kostprijs, dan komt de Nederlandse handelspositie, die sterk samenhangt met specialisatie en intensief gebruik van inputs, onder druk te staan. Veel producten kunnen immers ook door andere landen worden geleverd, goedkoper en tegen dezelfde of gunstigere milieu- of andere randvoorwaarden.

Gezien de toenemende aandacht voor duurzaamheid en klimaatverandering zal de sector meer en meer op zoek moeten naar alternatieve verdienmodellen. Dat houdt onder meer in dat in plaats van de nadruk te leggen op handhaving van de internationale concurrentiepositie via lage kosten per eenheid product, de sector zich (nog) meer moet toeleggen op producten met specifieke kenmerken die verwaard kunnen worden (zoals kwaliteit en smaak, maar ook een lage CO2-voetafdruk). En op verdienmodellen waar de kracht van Nederland ligt: kennisintensieve processen en kennis van de maatschappelijke context waarin de agrosector acteert. De maatschappelijke discussies over de effecten van de intensieve landbouwproductie in Nederland op de natuurlijke omgeving leiden tot allerlei innovatieve oplossingen om deze het hoofd te bieden. Te denken valt aan het vermarkten van reststromen tot mest-, voer- en/of energieproducten, of aan slimme technieken om het gebruik van inputs zoals water, voer, gewasbeschermingsmiddelen en energie te beperken. Dit levert ook relevante oplossingen op voor andere gebieden in de wereld die te maken hebben met vergelijkbare omstandigheden en/of uitdagingen. 

De Nederlandse handel in landbouwgoederen
Voor het jaar 2019 wordt de omvang van de landbouwexport geraamd op 94,5 miljard euro. In 2018 is de landbouwexport volgens de definitieve cijfers uitgekomen op 90,4 miljard euro. Dat is een groei van 4,6%, die fors hoger is dan de groei over 2017 (+0,4%). De 94,5 miljard euro betekent ook een nieuw record: nooit eerder exporteerde Nederland voor een groter bedrag aan landbouwgoederen. In 2008 was de omvang van de landbouwexport nog 65,2 miljard euro. Dat betekent een (nominale) groei in elf jaar van 45%.

Ook de import van landbouwgoederen zal op een nieuw record uitkomen in 2019. De importomvang wordt voor het hele jaar geraamd op 64,1 miljard euro. Dat is 3,7% meer dan in 2018 (61,8 miljard euro). In 2018 was de groei nog 1,1% ten opzichte van 2017. Vanaf 2008 is de landbouwimport met bijna 54% iets harder gegroeid dan de landbouwexport. Hoewel de landbouwimport procentueel harder is gegroeid dan de landbouwexport sinds 2008, is het de landbouwexport die in absolute zin (euro’s) harder is gegroeid. Daarmee ligt het Nederlandse handelsoverschot een stuk hoger dan elf jaar geleden. In 2019 komt het Nederlandse handelsoverschot voor het eerst boven de 30 miljard euro uit (30,5 miljard). In 2008 was dat nog 23,6 miljard euro. In 2018 lag het landbouwhandelsoverschot op 28,6 miljard euro.





Het landbouwaandeel in het totale Nederlandse goederenhandelsoverschot is traditioneel gezien hoog. In 2019 wordt het aandeel geraamd op 54,8% en dat is fors hoger dan in 2018 met 50,5%. De verklaring is tweeledig: niet alleen groeit het Nederlandse landbouwhandelsoverschot in absolute zin, maar daarnaast neemt het totale Nederlandse goederenhandelsoverschot in waarde af. Het toenemende percentage betekent een duidelijke trendbreuk in de context van een dalend landbouwaandeel in het afgelopen decennium. Toch was het aandeel in 2008 met 68,2% fors hoger.

De aandelen van de landbouwexport- en import in de totale Nederlandse goederenhandel fluctueren veel minder door de tijd. De landbouwexport schommelt sinds 2008 tussen 17,6 en 20,0% en voor de import is dat aandeel 12,4 tot 15,3%. Voor 2019 wordt het landbouwexportaandeel geraamd op 18,3% (iets hoger dan in 2018) en het importaandeel op 13,9% (iets lager dan in 2018).

Ook exportrecord landbouw van Nederlandse makelij
De geraamde landbouwexport van 94,5 miljard euro is onder te verdelen naar 68,5 miljard euro aan goederenexport van Nederlandse makelij en 26 miljard euro aan wederuitvoer van landbouwgoederen van buitenlandse makelij. Nederlandse makelij is daarbij inclusief significante bewerking in Nederland van geïmporteerde grondstoffen. Voor het Nederlandse deel is dat een record (het vorige record stond op 65,7 miljard euro in 2018). Datzelfde geldt voor de wederuitvoer, dat is ook een hoger bedrag dan ooit. Procentueel groeit de wederuitvoer zelfs iets harder (5,3%) dan de export van Nederlandse makelij (4,3%).

Een blik op de totale goederenexport laat zien dat landbouwgoederen veel meer dan gemiddeld van Nederlandse herkomst zijn. In 2019 is naar schatting 72,5% van de totale Nederlandse landbouwexport van Nederlandse makelij (27,5% wederuitvoer). Voor de gehele goederenexport is 55,5% van Nederlandse makelij (44,5% wederuitvoer). Voor niet-landbouwgoederen is het Nederlandse exportdeel slechts 51,7% (48,3% wederuitvoer). In vergelijking met 2018 zijn de verschillen klein.

Naast het uitsplitsen van de totale exportwaarde in Nederlandse makelij en buitenlandse makelij kan er een tweede nuance worden aangebracht bij de presentatie van de macrocijfers. Een toenemende exportwaarde kan namelijk het gevolg zijn van een stijging van de exportprijzen, of van een toename van het exportvolume, of van beide.

Met name stijging van de exportprijzen
In de Nationale Rekeningen (NR) van het CBS worden de import- en exportcijfers op hoog niveau uitgesplitst in volume- en prijsmutaties. Op een laag detailniveau wordt hierover niet gepubliceerd. Een analyse van de NR-cijfers van de eerste drie kwartalen van 2019 leert dat de exportgroei met name te maken heeft met een stijging van de exportprijzen en in mindere mate met een groei van het exportvolume. De geraamde exportgroei van 4,6% tussen 2018 en 2019 komt naar schatting door een volumegroei van 1,5 procentpunt (circa een derde deel) en een prijsstijging van 3,1 procentpunt (circa twee derde).

Binnen de landbouw zijn er verschillen tussen de primaire landbouwgoederen (uit landbouw, bosbouw, visserij) en de secundaire landbouwgoederen (zoals voedingsmiddelen, dranken en tabak). Zo zijn de prijzen harder gegroeid bij de primaire goederen dan bij de secundaire goederen. Wat betreft de ontwikkeling van het exportvolume zijn er nauwelijks verschillen.

Aan de invoerkant is het volumeaandeel in de groei iets groter dan bij de export het geval is. Circa de helft van de invoerwaardegroei houdt verband met volumegroei en de andere helft met prijsstijgingen. Uitgaande van de gepresenteerde importwaardegroei van 3,7 betekent dit een volumegroei van 1,8 procentpunt en een prijsgroei van 1,9 procentpunt.

Bij de import zijn net als bij de export de primaire landbouwgoederen meer in prijs gestegen dan de secundaire landbouwgoederen. De verschillen zijn wel kleiner dan bij de export.

Op een dieper niveau is de publicatie van NR-volumecijfers niet toegestaan. Wel kan er iets worden gezegd over de richting. Bij hoeveel goederengroepen groeit of daalt het volume en bij hoeveel goederen stijgt of daalt de prijs?  Het macropatroon van volumegroei en nog sterkere prijsstijging komt ook nu terug. Bij de uitvoer noteren 27 van de 45 productgroepen een volumegroei en 29 van de 45 een prijsgroei. Slechts 3 uitgevoerde productgroepen zijn tegelijk in volume en in prijs gedaald. Het meest voorkomend is de combinatie prijsstijging en volumedaling (15 keer).

Aan de invoerkant is er een vergelijkbaar beeld te zien met 28 productgroepen met volumegroei en ook 28 goederen met prijsstijging. De combinatie prijs- en volumegroei is nu het meest voorkomend (17 keer). Slechts 6 van de 45 productgroepen laten een prijs- en volumedaling zien.

Exportverdiensten naar bijna 42 miljard euro
De export van primaire en secundaire landbouwgoederen leverde Nederland in 2019 naar schatting een bedrag op van 41,9 miljard euro aan exportverdiensten. Dat is een flinke groei ten opzichte van het cijfer in 2018, dat nog 40,4 miljard euro bedroeg. Traditioneel is de export van Nederlandse makelij de onderliggende drijvende kracht met een aandeel van 92% in de totale exportverdiensten. De wederuitvoer van buitenlandse landbouwgoederen is dus goed voor de resterende 8%. In 2018 waren de verhoudingen vergelijkbaar.

De exportverdiensten betreffen de exportwaarde minus de importwaarde van goederen en diensten die nodig is om de goederen te exporteren en eventueel te produceren. Exportverdiensten zijn vrijwel hetzelfde begrip als de toegevoegde waarde die voortkomt uit de landbouwexport. Het verschil betreft het saldo van productgebonden belastingen en subsidies. Hier is gekozen voor exportverdiensten, inclusief het saldo van productgebonden belastingen en subsidies, omdat dit als voordeel heeft dat vergelijkingen kunnen worden gemaakt met het bruto binnenlands product (bbp) tegen marktprijzen. In 2018 waren de verdiensten dankzij de export van primaire en secundaire landbouwgoederen goed voor een aandeel van 5,4% van het totale Nederlandse bbp. In 2019 zal het aandeel vermoedelijk iets hoger zijn (5,5% of 5,6%).

Door het vergelijken van de exportverdiensten met de eerder gepresenteerde exportwaarden ontstaat ook een beeld van de verdiensten per euro export5. Deze bedragen bijna 44 eurocent per euro exportwaarde in 2019, tegen ruim 43 eurocent in 2018.

Nederland grote exporteur op wereldniveau
De omvang van de wereldwijde handel in landbouwgoederen in 2018 is, volgens de meest recente cijfers uit de UN Comtrade-database, geraamd op ongeveer 1.750 miljard dollar. Dit is 4% hoger dan een jaar eerder, toen het niveau ongeveer 1.668 miljard dollar bedroeg.

De top vijf landen vertegenwoordigen een aandeel van ongeveer 30% van de wereldhandel in landbouwgoederen. De landen in de top tien zijn samen goed voor een aandeel van minder dan 50%. De belangrijkste 25 landen hebben een aandeel dat lager ligt dan 75%. Bij de 50 belangrijkste landen ligt dat aandeel op 90%. Relatief veel landen hebben dus een klein aandeel in de handel in landbouwgoederen in de wereld. In 2018 is Nederland in waarde gemeten de op een na grootste landbouwexporteur van de wereld. De VS blijven de nummer 1. Duitsland, Brazilië en China vullen de top vijf van belangrijkste exportlanden op landbouwgebied in 2018 aan.



De VS exporteerden in 2018 voor ongeveer 164 miljard dollar aan landbouwgoederen. Dit is ruim 9% van de wereldhandel in landbouwgoederen. Nederland is met 106 miljard dollar op enige afstand nummer twee. Het aandeel in de wereldhandel is in waarde gemeten 6%. Daarna volgen Duitsland met 96 miljard, Brazilië met 87 miljard en China met 81 miljard. De top vijf is de laatste drie jaar niet veranderd. Alleen Brazilië en China wisselden in 2016 van positie, vooral door de toen tegenvallende prijzen voor oliezaden, die vooral door Brazilië worden geëxporteerd. Inmiddels is deze rangorde hersteld.



Een verschil tussen de landen is dat in deze top vijf Brazilië en Nederland netto-exporteurs zijn, terwijl de VS, Duitsland en vooral China meer importeren dan exporteren. Brazilië is zelfs de grootste netto-exporteur op landbouwgebied in de wereld, gevolgd door Nederland en Argentinië. Thailand en Nieuw-Zeeland vullen deze top vijf van netto-exporteurs aan. China is juist de grootste netto-importeur van de wereld voor landbouwgoederen, gevolgd door Japan, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk (VK). Duitsland staat op de vijfde plek.

De exportwaarde groeide tussen 2017 en 2018 bij alle landen uit de top vijf en de exportwaarde van China groeide hierbij procentueel gezien het sterkst met 5,6%. In absolute zin was de groei het sterkste bij de export van Nederland. De groeipercentages van de nummers twee tot en met vijf lagen met 4%, 5% of 6% redelijk dicht bij elkaar. De groei van de export van de VS bleef hierbij achter met een kleine 2%.



In alle landen uit de top vijf steeg daarnaast de importwaarde van landbouwgoederen. Ook dit jaar nam de vraag van China naar landbouwgoederen het meeste toe met 8%, gevolgd door de VS met 7%. De Nederlandse import steeg met ruim 5%. De groei van Duitsland en Japan kwam met een kleine 5% daar dicht bij in de buurt.


De belangrijkste exportmarkten voor de VS zijn Canada, Mexico en China. Ongeveer 17% van de exportwaarde van de VS gaat naar Canada. Dit aandeel is na een lichte daling in 2018 weer terug op het niveau van 2016. Ook naar Mexico is ten opzichte van 2017 in 2018 meer geëxporteerd (+3%). Ongeveer 12% van de totale landbouwexport van de VS gaat naar Mexico. Door de afgekondigde handelsbelemmeringen over en weer tussen de VS en China is de exportwaarde van landbouwgoederen van de VS naar China in 2018 bijna gehalveerd (-46%) ten opzichte van een jaar geleden. Hierdoor is China niet meer de tweede exportbestemming voor de VS, maar Mexico. De absolute afname bedroeg 10,5 miljard dollar. De VS exporteren vooral minder oliezaden (met name soja) naar China. Deze daling is gedeeltelijk gecompenseerd door hogere exporten naar andere landen. Ook gingen er minder graan en vlees naar China. De VS exporteerde meer graan, oliehoudende zaden en fruit richting Mexico. De exportwaarde van tabak, graan en oliehoudende zaden naar Canada steeg.

De belangrijkste exportmarkten voor Duitsland zijn Nederland (14%), Frankrijk (9%) en Italië (8%). Deze aandelen zijn de laatste drie jaar redelijk stabiel. Duitsland exporteert vooral zuivel, vlees, producten uit de meelindustrie en dranken. In 2018 was de export van Duitsland naar Nederland nagenoeg gelijk aan 2017. De landbouwexport naar Frankrijk nam toe met 8%. De groei naar Italië bedroeg 4%. De exportwaarde van vlees, tabak, natuurlijke oliën en vetten, graan en levende dieren nam af tussen 2017 en 2018. De export van andere productgroepen steeg.

Voor Brazilië is China de belangrijkste exportmarkt. In 2018 was het aandeel van China in de totale landbouwexport van Brazilië ruim 36%. Op afstand volgen de VS (5%) en Nederland (4%). De export van Brazilië is evenals de VS sterk globaal – dat wil zeggen buiten de eigen regio - georiënteerd, met name wat betreft oliezaden (onder andere soja), vlees, suiker en suikerwerk, diervoeders en koffie en thee. Vooral van oliehoudende zaden, veevoer en vlees steeg de exportwaarde in 2018, met name richting China. De exportwaarde van suiker en suikerwerk daalde sterk tussen 2017 en 2018.

China zet zijn landbouwgoederen vooral af naar omliggende landen; Japan is met 13% van de landbouwexport de belangrijkste markt. Een bijna even groot aandeel (12%) gaat naar Hongkong en ruim 10% wordt afgezet in de VS. Zuid-Korea en Vietnam hebben beide een aandeel van 6%. Samen zijn deze vijf landen in 2017 goed voor bijna 50% van de exportwaarde van landbouwgoederen uit China. China exporteert vooral veel vis en groente, al dan niet bewerkt. Ook fruit staat in de top vijf. Van zowel groente als fruit daalde de exportwaarde in 2018 ten opzichte van 2017. De bereiding van vlees en vis steeg juist sterk. Tevens nam de exportwaarde van bereidingen van groente en fruit toe. 

Ook Nederland zet de meeste landbouwgoederen in de omringende landen af. Ten opzichte van de andere handelsgrootmachten is Nederland qua landoppervlak veruit het kleinste land. Desondanks is Nederland een exporterende mogendheid van betekenis. Binnen een schaal van 500 km van Amsterdam en Rotterdam liggen belangrijke steden als Brussel, Londen en Parijs, en bijvoorbeeld steden in het dichtbevolkte Duitse Ruhrgebied. Bovendien beschikt Nederland over een goede infrastructuur van wegen, havens, rivieren, trein- en vliegverbindingen waarmee het land in een goede verbinding staat met diverse andere Europese landen.

Geografische dimensie van de Nederlandse handel in landbouwgoederen
De buurlanden Duitsland en België zijn traditioneel gezien de toonaangevende landen bij de invoer van landbouwgoederen. De import uit Duitsland is goed voor naar schatting 11,3 miljard euro in 2019, wat neerkomt op 18% van de totale import. De import uit België betreft 8,7 miljard euro, zo’n 14% van het totaal. Deze aandelen zijn vergelijkbaar met die van 2018. 

Net als in 2018 volgt op de derde plaats Frankrijk, maar de groep daaronder ziet er anders uit. Brazilië (van de vijfde naar de vierde plek) en Spanje (van de zesde naar de vijfde plek) zijn iets belangrijker geworden en de VS juist iets minder belangrijk (van de vierde naar de zesde plek).

Een ander opvallend land in de top tien van agrarische leveranciers is Oekraïne, dat met stip stijgt van de twaalfde naar de tiende plek. Indonesië en Ivoorkust vallen net buiten de top tien.

De lijst van tien belangrijkste leveranciers in 2019 is daarmee goed vergelijkbaar met die van 2018. De tien landen samen zijn goed voor 61% van de totale import van Nederlandse landbouwgoederen. In 2018 was dat 62%.

De belangrijkste stijgers en dalers tussen 2018 en 2019 worden in deze uitgave weergegeven6. In absolute zin is het Oekraïne dat het snelst groeit als leverancier voor Nederland (+470 miljoen euro), gevolgd door Peru (+185 miljoen euro), China (+159 miljoen euro), Spanje (+154 miljoen euro), en het VK (+141 miljoen euro). De sterk groeiende import uit Oekraïne betreft met name graan, het belangrijkste exportproduct naar Nederland. De graanimport uit dit land is in een jaar tijd met circa 280 miljoen euro toegenomen. In het geval van Peru gaat het vooral om fruit, zoals avocado’s, en dranken. Peru is een van de belangrijkste leveranciers van avocado’s voor Nederland (CBS, 2017). De invoergroei uit China is breder gedragen en betreft onder andere vis en zeevruchten, bereidingen daarvan en natuurlijke vetten en oliën. Bij de groeiende import uit het VK gaat het onder andere om vlees en graan. Van deze vijf landen groeit de export naar Nederland procentueel het hardst voor Oekraïne (+41%) gevolgd door Peru (+27%), China (+14%), Spanje (+7%) en het VK (+6%).

De grootste daling bij de invoer is uit de VS (-312 miljoen euro) en dat komt volledig door fors minder aanvoer van sojabonen. Aan de andere kant is de import van sojabonen uit Brazilië juist sterk toegenomen in 2019. Op grote afstand volgen Ivoorkust (-135 miljoen euro), Maleisië (-90 miljoen euro), Roemenië (-73 miljoen euro) en Vietnam (-35 miljoen euro). Ivoorkust, met afstand de belangrijkste leverancier van cacaobonen voor Nederland (CBS, 2019), heeft fors minder bonen uitgevoerd in 2019. Maleisië is een grote leverancier van palmolie (CBS, 2018), maar de afnemende invoer uit Maleisië is slechts ten dele gerelateerd aan palmolie. De import van oliehoudende zaden en vruchten uit Roemenië is ook fors afgenomen. Procentueel zitten de grootste afnames van deze vijf landen bij de VS (-12%), Maleisië (-11%) en Roemenië (-18%).

Export naar China groeit met 22%
Nog meer dan bij de landbouwimport is Duitsland toonaangevend bij de Nederlandse landbouwexport. Maar liefst een kwart van de totale export heeft als bestemming Duitsland, een percentage dat vergelijkbaar is met eerdere jaren. Voor 2019 wordt de landbouwexport naar Duitsland geraamd op 23,6 miljard euro. België blijft tweede met 11% (10,8 miljard euro), voor het VK (8,7 miljard euro of 9%) en Frankrijk (7,7 miljard euro of 8%). Daarbij is de export naar het VK in waarde iets gestegen ten opzichte van 2018, maar neemt het Britse aandeel wel af van 9,5 tot 9,2%. De vier dichtbijgelegen landen zijn samen goed voor 54% van de totale Nederlandse landbouwexport, hetzelfde percentage als in 2018.

Italië is de vijfde bestemming voor Nederland, net als in 2018, maar daarna zijn er wel verschuivingen zichtbaar. Zo is China belangrijker geworden voor Nederland (van plek acht naar zes) en dat geldt ook voor Polen (van plek negen naar acht). Spanje (van plek zes naar zeven) en de VS (van plek zeven naar negen) zijn juist minder belangrijk geworden voor de Nederlandse agrarische export. Zweden blijft op de tiende plek en zo zijn het dezelfde tien landen als in 2018, maar is de volgorde wel iets gewijzigd. De top tien is goed voor 71,4% van de totale Nederlandse landbouwexport en dat is iets minder dan in 2018 (71,5%).

Duitsland is niet alleen de belangrijkste bestemming, maar laat ook de grootste absolute groei zien. De export naar Duitsland groeit naar schatting met 878 miljoen euro in 2019 ten opzichte van 2018. De export naar China groeit met 538 miljoen euro. Naar België stijgt de export met 521 miljoen euro. Ook de export naar Spanje (+250 miljoen euro) en Polen (+206 miljoen euro) groeit hard. Bij de vier Europese landen is de groeiende Nederlandse export van groente een belangrijke factor. Daarnaast komen ook dranken (naar België) en fruit (naar Duitsland) als groeimarkt naar voren. China is een apart verhaal. Daar zit de grootste groei in de export van varkensvlees en babymelkpoeder. De Chinese run op varkensvlees heeft te maken met de in China en andere landen toegeslagen Afrikaanse varkenspest (zie bijvoorbeeld Hoste, 2019). Daarnaast is China traditioneel een grootgebruiker van Nederlands babymelkpoeder en de vraag hiernaar groeit continu (CBS, 2018a). De export naar China groeit procentueel het meest van de genoemde vijf landen, met een toename van 22% in een jaar tijd. Polen, Spanje (respectievelijk 8% en 10%) en België (5%) en Duitsland (4%) zitten daar ruim achter.

Bij de krimpmarkten zijn de verschillen met 2018 beperkt. De grootste krimp zit in de export naar Marokko (-61 miljoen euro), Vietnam (-27 miljoen euro), gevolgd door Senegal (-24 miljoen euro), Peru (-16 miljoen euro) en Chili (-12 miljoen euro). Het gaat daarbij onder andere om vis en zeevruchten, sojaolie (Marokko), zuivel en eieren (Peru), groenten (Senegal) en dranken (Vietnam). Procentueel is het wel een forse krimp, omdat het hier gaat om kleine exportmarkten. De grootste krimppercentages betreffen Peru (-23%) en Senegal (-22%). Bij Marokko (-17%), Vietnam (-10%) en Chili (-9%) is dit lager. 

Export naar verre landen overwegend van Nederlandse makelij
De landbouwexport kan per bestemming worden uitgesplitst naar export van Nederlandse makelij en wederuitvoer. Landen waar vrijwel de gehele export van Nederlandse makelij is, zijn zonder uitzondering landen op grote afstand. Dat is een logisch verschijnsel omdat de tegenhanger wederuitvoer het meest lucratief is bij relatief korte afstanden en Nederland fungeert als belangrijke toegangspoort tot de EU (Kuypers et al., 2012). Dat geldt met name voor agrarische producten omdat versheid hier vaak een belangrijke factor is. Bij de export naar de Afrikaanse landen Ivoorkust, Oeganda, Senegal en Angola is het percentage Nederlandse makelij het hoogste (95% tot 97%). Ook bij de export naar grote verre markten zoals Japan, China, Zuid-Korea en de VS is een groot percentage van Nederlandse makelij (90% tot 94%). Van de totale Nederlandse landbouwexport is 72,5% van Nederlandse makelij en 27,5% wederuitvoer van buitenlandse makelij, zoals eerder gemeld.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we de bestemmingen waar het percentage Nederlandse makelij het laagst is. De landbouwexport naar Finland kent het laagste percentage Nederlandse productie (53%) en hier is ook sprake van een daling (56% in 2018). Colombia is het enige niet-Europese land in de top tien. Grote landbouwmarkten met een relatief hoog percentage wederuitvoer zijn Duitsland, België en Frankrijk. Bij de export naar Duitsland en België is 66% van Nederlandse makelij en bij de export naar Frankrijk is dat 67% (dat was 69% in 2018).

Er kan ook een top tien van belangrijkste exportbestemmingen worden opgesteld zonder wederuitvoer, dus enkel export van Nederlandse makelij. De top zes bestemmingen is identiek aan de top zes inclusief wederuitvoer. Daarna ontstaan kleine verschillen. De VS klimt van plek negen naar zeven en Spanje (van plek zeven naar acht) en Polen (van plek acht naar negen) worden iets minder belangrijk. Dat komt dus omdat richting Spanje en Polen meer wederuitvoer plaatsvindt dan richting de VS.

In vergelijking met de eerder gepresenteerde top vijf stijgers en dalers voor de totale exportwaarde komen veel namen terug als het enkel gaat over de landbouwexport van Nederlandse makelij. Zo zijn Duitsland, China, België, Spanje en Polen dezelfde groeimarkten als eerder vermeld. Voor de export naar Duitsland kan worden opgemerkt dat een groei van 524 miljoen euro overblijft mits er geen rekening wordt gehouden met wederuitvoer. Dat wil zeggen dat 354 miljoen euro van de oorspronkelijke 878 miljoen euro exportgroei te maken heeft met wederuitvoer.

Bij de meest afnemende uitvoerwaarden staan drie landen die we eerder terugzagen bij de krimp van de totale landbouwexport (Marokko, Senegal en Vietnam) en twee nieuwe landen (Frankrijk en Australië). Frankrijk staat zelfs op de eerste plek. De eerder gemelde exportgroei richting Frankrijk wordt namelijk geheel gedragen door een groei van de wederuitvoer (+141 miljoen euro), terwijl de export van Nederlandse makelij juist afneemt (-70 miljoen euro).



De handel uitgesplist naar handelsgroepen
Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkelingen van de export en import van Nederland in 2019 aan de hand van de 24 landbouwgoederenhoofdstukken en de groep overige landbouwgoederen. Deze laatste groep zijn individuele producten die uit andere hoofdstukken van de handelsstatistieken komen, maar wel tot de landbouw worden gerekend. De landbouwgoederenhoofdstukken, veelal gegroepeerd naar productgroep, zijn hieronder gerangschikt naar afnemend aandeel in de exportwaarde, uitgezonderd de overige landbouwgoederen die niet in de eerste 24 hoofdstukken vallen. Deze worden als laatste beschreven.

Export van landbouw- en landbouwgerelateerde goederen
201820182018201920192019
Nederlandse makelijWeder-uitvoerTotaalNederlandse makelijWeder-uitvoerTotaal
Alle landbouwgoederen65.724.790.468.52694.5
Naar goederengroep (2digit GN-code)
GN-01 Levende dieren1.60.321.60.42
GN-02 Vlees7.20.98.17.818.8
GN-03 Vis en zeevruchten2.10.832.30.93.1
GN-04 Zuivel en eieren6.91.68.571.68.6
GN-05 Andere producten dierlijke oorsprong0.20.40.60.20.30.6
GN-06 Sierteelt81.19.18.41.19.5
GN-07 Groenten5.61.16.66.11.27.3
GN-08 Fruit1.34.65.91.34.96.2
GN-09 Koffie, thee, specerijen0.60.51.10.60.51.1
GN-10 Graan0.20.40.60.30.40.7
GN-11 Meel, mout en zetmeel0.60.10.70.70.10.8
GN-12 Oliehoudende zaden en vruchten1.51.63.11.61.53.1
GN-13 Plantensappen0.100.10.100.1
GN-14 Vlechtstoffen (o.a. bamboe, riet)000000
GN-15 Natuurlijke vetten en olien2.71.54.22.81.44.2
GN-16 Bereidingen van vlees en vis1.10.51.71.10.61.7
GN-17 Suiker en suikerwerk1.20.31.61.20.31.5
GN-18 Cacao en -bereidingen2.91.54.42.91.84.7
GN-19 Bereidingen van graan, meel en melk4.20.64.84.40.75.1
GN-20 Bereidingen van groente en fruit3.61.55.13.71.65.3
GN-21 Overige voeding3.41.24.63.41.34.7
GN-22 Dranken3.91.35.24.21.75.8
GN-23 Resten van de voedselindustrie, veevoer31.54.53.31.44.7
GN-24 Tabak en tabaksproducten0.90.41.20.90.31.2
Overige primaire en secundaire landbouw2.80.93.72.80.93.6
Alle landbouwgerelateerde goederen6.82.39.17.42.49.9
Naar goederengroep
Meststoffen1.40.31.71.70.32
Gewasbeschermingsmiddelen0.40.20.50.30.10.5
Landbouwmachines1.90.52.32.10.52.6
Tractors en landbouwtrailers0.10.20.30.20.20.3
Landbouwgereedschappen00.10.100.10.1
Machines voor de voedingsmiddelenindustrie1.70.21.91.70.21.9
Vaccins voor dieren00.70.700.80.8
Landbouwdrogers000000
Kasmaterialen1.10.21.31.30.21.4
Stalinrichting000000
Sproeitoestellen0.100.20.200.2
Totaal aan landbouw en -gerelateerde goederen72.52799.57628.4104.4
Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS.


Opnieuw meer export en import van sierteeltproducten
Bij sierteeltproducten gaat het om bloembollen, snijbloemen, boomkwekerijproducten en overige bloemen en planten. De export van sierteeltproducten nam in 2019 met 5% toe tot 9,5 miljard euro. De import van sierteeltproducten komt met name uit Kenia. In 2019 steeg de import uit dit land met 3%.

Waarde vleesexport stijgt, vooral door toename prijs varkensvlees
Nederland exporteerde in 2019 voor ruim 8,8 miljard euro aan vlees en eetbare slachtbijproducten, ruim 8% meer dan in 2018. Nederland importeerde in 2019 voor 3,9 miljard euro aan vlees. Dat is een toename van bijna 1,2% ten opzichte van 2018.

Beperkte verschuivingen bij import en export van zuivel en eieren
In 2019 bedroeg de export van zuivel en eieren 8,6 miljard euro. Dit is 1,4% hoger dan in 2018. De importwaarde van zuivel en eieren bleef ten opzichte van 2018 nagenoeg onveranderd op 4,2 miljard euro.

Sterke toename van export groenten
De waarde van de export van kas- en vollegrondgroenten bedroeg 7,3 miljard euro in 2019, bijna 11% hoger dan in 2018. De importwaarde van groenten bedroeg 2,7 miljard euro in 2019, een toename van bijna 13% ten opzichte van 2018.

Nagenoeg dezelfde stijging van import- en exportwaarde fruit
Avocado’s, druiven, bananen, mango’s en peren zijn de belangrijkste exportproducten bij de groep fruit. De waarde van de Nederlandse export van fruit bedroeg 6,2 miljard euro in 2019, een toename van ruim 5% ten opzichte van 2018. De importwaarde steeg tot 6,5 miljard euro, mede door de toename van de invoer van bananen en avocado’s.

Sterke groei van export en import bij dranken
De exportwaarde van dranken was met 5,8 miljard euro in 2019 bijna 12% hoger dan het niveau in 2018. In 2019 bedroeg de waarde van de import van dranken 4,2 miljard euro; ruim 12% hoger dan in 2018.

Meer export en import van bereidingen van groenten en fruit
Onder bereidingen van groenten en fruit wordt een diverse groep producten verstaan, zoals allerlei aardappelproducten, fruitsappen, bereidingen van champignons, zuurkool en een typisch Nederlands product als pindakaas. In 2019 bedroeg de export van bereidingen van groenten en fruit 5,3 miljard euro, een toename van ruim 4% ten opzichte van 2018. In 2019 bedroeg de import 2,8 miljard euro, 1,4% hoger dan in 2018.

Import van bereidingen van graan, meel en melk neemt sterk toe
Onder bereidingen van graan, meel en melk valt een diverse groep producten, zoals allerlei voedingsbereidingen voor baby’s en jonge kinderen, koekjes, pizza’s en pastaproducten. In 2019 bedroeg de totale exportwaarde circa 5,1 miljard euro, een toename van 7,1% ten opzichte van 2018. De bereidingsproducten van graan, meel en melk hadden in 2019 een importwaarde van 2,6 miljard euro, een stijging van bijna 10% ten opzichte van 2018.

Meer export bij gelijkblijvende import van resten uit voedselindustrie en veevoer
De goederengroep ‘resten uit de voedselindustrie en veevoer’ is een diverse groep producten en bevat onder meer sojaschroot, zonnebloemzaadschroot, honden- en kattenvoer, premixes voor veevoer en palmpitschilfers. De exportwaarde van deze groep producten steeg in 2019 met 5% ten opzichte van 2018. In 2019 bedroeg de importwaarde van resten uit de voedselindustrie en veevoer 3,1 miljard euro, nagenoeg gelijk aan 2018.

Export en import van cacao en cacaobereidingen omhoog
Nederland exporteerde in 2019 voor 4,7 miljard euro aan cacao en bereidingen van cacaoproducten. Dit is ruim 6% hoger dan het niveau in 2018. De importwaarde van cacao en cacaobereidingen was met 4,2 miljard euro in 2019 bijna 3% hoger dan in 2018.

Import van overige voeding groeit harder dan de export
De goederengroep ‘overige voeding’ is zeer divers. Het gaat onder andere om soepen, sauzen, ijsjes en samengestelde voedselbereidingen. De export van overige voedingsproducten steeg in 2019 tot 4,7 miljard euro, een stijging van 2,2% ten opzichte van 2018. De import van overige voedingsproducten bedroeg 2,5 miljard euro in 2019, 8% meer dan in 2018.

Weinig ontwikkeling bij natuurlijke vetten en oliën
De export van natuurlijke oliën en vetten was in 2019 met 4,2 miljard euro nagenoeg gelijk aan 2018. De import van natuurlijke oliën en vetten was met 4,9 miljard euro in 2019 groter dan de export.

Meer export van vis en zeevruchten, import daalt
De exportwaarde van vis en zeevruchten steeg met 5,2% en groeide daarmee naar een totaal van 3,1 miljard euro. De import van vis en zeevruchten bedroeg 2,1 miljard euro in 2019. Dat is ongeveer 3% lager dan in 2018.

Stijging van import en daling van export van oliehoudende zaden en vruchten
In 2019 bedroeg de exportwaarde van oliehoudende zaden en vruchten 3,1 miljard euro. Dat is een daling van 0,4%. De import nam toe met 2,3% tot 3,7 miljard euro. De importwaarde van oliehoudende zaden en vruchten steeg met ruim 2% naar 3,7 miljard euro in 2019.

Export en import van levende dieren beperkt toegenomen
In 2019 bedroeg de export van levende dieren 2 miljard euro. Dit is een toename van 3,5% ten opzichte van 2018. In 2019 bedroeg de importwaarde van levende dieren 1,2 miljard euro, bijna 2% hoger dan in 2018.

Import bereidingen van vlees en vis groeit harder dan export
De exportwaarde van bereidingsproducten van vlees en vis bedroeg 1,7 miljard euro in 2019. Dat is een toename van 2,5% ten opzichte van 2018. Nederland importeerde in 2019 voor 1,6 miljard euro aan bereidingsproducten van vlees en vis, 7,5% meer dan in 2018.

Export en import van suiker en suikerwerken nemen af
Nederland exporteerde in 2019 voor 1,5 miljard euro aan suiker en suikerwerk. Dit is ruim 6% minder dan in 2018. De import in 2019 bedroeg 0,9 miljard euro en was 0,6% lager dan in 2018.

Minder export en import van tabak en tabaksproducten
In 2019 nam evenals voorgaande jaren de exportwaarde van tabak en tabaksproducten af. De exportwaarde kwam op 1,2 miljard euro uit, een daling van ruim 7%. In 2019 bedroeg de import van tabak en tabaksproducten 0,9 miljard euro, een daling van 3,5% ten opzichte van 2018.

Import- en exportdaling van koffie, thee en specerijen
De exportwaarde van koffie, thee en specerijen bedroeg 1,1 miljard euro in 2019. Dit is met -1,3% wat minder dan in 2018. Nederland importeerde in 2019 voor ruim 1,5 miljard euro aan koffie, thee en specerijen, een daling van 3,5% ten opzichte van 2018.

Export en import van meel, mout en zetmeel in balans
In 2019 bedroeg de exportwaarde van meel, mout en zetmeelproducten 0,8 miljard euro; dat is een toename van 12% ten opzichte van 2018. In 2019 bedroeg de import van meel, mout en zetmeel 0,8 miljard euro, iets lager dan in 2018 (-1,5%).

Beperkte stijging exportwaarde granen, import stijgt
De exportwaarde van granen bedroeg in 2019 bijna 0,7 miljard euro. Dat is een toename van ruim 12% ten opzichte van 2018. De importwaarde steeg minder hard dan de exportwaarde. Het handelsbalanstekort voor graan blijft echter groot.

Minder export en import van overige producten van dierlijke oorsprong
Nederland exporteerde in 2019 voor 0,6 miljard euro aan overige producten van dierlijke oorsprong. Dat is een afname van 7% ten opzichte van 2018. In 2019 bedroeg de import van andere producten van dierlijke oorsprong 0,4 miljard euro, een afname van bijna 18% ten opzichte van 2018.

Meer export en import van plantensappen
In 2019 bedroeg de exportwaarde van plantensappen 0,1 miljard euro. Dat is een forse afname van 22% ten opzichte van 2018. De importwaarde van plantensappen bedroeg in 2019 bijna 0,2 miljard euro en nam met ruim 4,5% toe ten opzichte van 2018.

Minder export en meer import van vlechtstoffen
De exportwaarde van vlechtstoffen (zoals bamboe en riet) bedroeg in 2019 ruim 28,2 miljoen euro. Dat is een afname van 1,2% ten opzichte van 2018. Nederland importeerde voor ruim 74 miljoen euro aan vlechtstoffen.

Export van overige primaire en secundaire landbouwgoederen nagenoeg gelijk, voorzichtige groei bij import
De exportwaarde van overige primaire en secundaire landbouwproducten bedroeg 3,6 miljard euro in 2019. De import van deze groep landbouwproducten bedroeg 3,9 miljard euro en nam met 1,1% toe ten opzichte van 2018.

 

 
Export van sierteelt grootste post binnen de landbouwgoederen
In dit hoofdstuk worden de exportverdiensten voor de belangrijkste landbouwexportgoederen7 beschreven. Deze gegevens zijn echter niet beschikbaar voor 2019 dus het betreft hier de exportverdiensten voor het verslagjaar 2018.

Aan de export van sierteelt, zoals bloemen, planten, bloembollen en boomkwekerijproducten verdiende Nederland het meest via de export8. Het gaat om exportverdiensten van 5,8 miljard euro. Op enige afstand volgen zuivel en eieren (4,3 miljard euro), vlees (4,0 miljard euro) en groenten (3,5 miljard euro). De rest van de top tien zit weer een stuk lager met bereidingen van graan, meel en melk zoals babymelkpoeder (2,4 miljard euro), bereidingen van groenten en fruit (2,0 miljard euro), dranken (1,9 miljard euro), cacaobereidingen (1,7 miljard euro), resten voedselindustrie en veevoer (1,3 miljard euro) en fruit (1,1 miljard euro).

De export van Nederlandse makelij de drijvende factor achter de exportverdiensten is en niet de wederuitvoer van buitenlandse makelij. De wederuitvoer van landbouwgoederen is relatief beperkt in omvang en bovendien zijn de verdiensten aan een euro wederuitvoer circa zes keer lager dan aan een euro export van eigen makelij. Desalniettemin is circa 40% van de verdiensten aan de fruitexport te danken aan wederuitvoer door de enorme volumes.

Twee factoren bepalen dus de hoogte van de exportverdiensten aan een bepaald goed: de volumefactor (hoeveel exporteren we over de grens, de exportwaarde zoals gepresenteerd in de vorige hoofdstukken en het eerste deel van dit hoofdstuk) en de verdiensten per euro exportwaarde. Er wordt voor de landbouwgoederen met de hoogste exportverdiensten getoond hoeveel de verdiensten per euro exportwaarde waren in 2018. Dan valt op dat de verdiensten per euro export met afstand het hoogste zijn voor de export van sierteelt (66 eurocent per euro) en de export van groenten (61 eurocent). Ook zuivel en eieren (51 eurocent), vlees (50 eurocent) en bereidingen van graan, meel en melk (47 eurocent) liggen boven het gemiddelde van de gehele Nederlandse landbouwexport (43 eurocent). De overige goederen uit de top tien zitten onder het totaalgemiddelde.

Fruit scoort het laagste van de tien gepresenteerde goederen (20 eurocent), maar dat heeft dus alles te maken met de enorme wederuitvoerstromen van fruit die door Nederland trekken. Nemen we wederuitvoer in het geheel niet mee in de vergelijking, dan zien we dat fruit van Nederlandse makelij juist wel lucratief is met exportverdiensten van 77 eurocent per euro export van Nederlandse makelij. Alleen Nederlandse sierteelt (81 eurocent per euro export van Nederlandse makelij) en groenten (79 eurocent per euro) zitten nog hoger. Zuivel en eieren (61 eurocent), vlees (59 eurocent) en dranken (ook 61 eurocent) zitten allemaal rond het landbouwgemiddelde van 60 eurocent verdiensten per euro export van Nederlandse makelij.





Kies een sector
Contactpersoon
Gerben Jukema
070-3358359
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Voetnoten:
1) Dit hoofdstuk is in belangrijke mate gebaseerd op de publicatie Van koopman naar kopman, naar een nieuwe internationale positionering van de Nederlandse agrosector.https://www.wur.nl/nl/Publicatie-details.htm?publicationId=publication-way-353336363235
2)Het buiten werking stellen van het Beroepsorgaan van de WTO begin december 2019, door de weigering van de VS om nieuwe leden te benoemen in dit orgaan, betekent dat hier waarschijnlijk ook de komende tijd geen grote vooruitgang kan worden geboekt.
3)Dit geldt overigens ook voor de EU waar het zeer moeilijk om het eens te worden over milieumaatregelen die raken aan handel, zoals bijvoorbeeld CO2-etikettering.
4)Binnen organen als de World Organisation for Animal Health (voorheen OIE), wordt wel in internationaal verband over diergezondheid en dierenwelzijn gesproken. De organisatie speelt een belangrijke rol in het harmoniseren van de standaarden rondom diergezondheid. 
5)Voor een zuivere benadering wordt vergeleken met de exportwaarden van Nationale Rekeningen, die conceptueel iets afwijken van de exportwaarden bij de bronstatistiek.
6)Niet van alle landen ter wereld wordt de handel met Nederland in 2019 geraamd. De raming is gedaan voor 57 toonaangevende landen in agrarische handel met Nederland en daarnaast de blokken ‘overig EU’ en ‘overig niet-EU’.
7)In deze paragraaf gaat het om exportverdiensten aan landbouwgoederen, oftewel de exportwaarde minus de waarde van de import van goederen en diensten die nodig zijn om de goederen te exporteren en eventueel te produceren. Exportverdiensten zijn vrijwel hetzelfde begrip als de toegevoegde waarde die voortkomt uit de landbouwexport. Het verschil betreft het saldo van productgebonden belastingen en subsidies. Hier is gekozen voor exportverdiensten, inclusief het saldo van productgebonden belastingen en subsidies, omdat dit als voordeel heeft dat vergelijkingen kunnen worden gemaakt met het bbp tegen marktprijzen.
8) De cijfers wijken iets af van de cijfers in het CBS-nieuwsbericht ‘Hoogste exportverdiensten dankzij machines’ omdat er in dat nieuwsbericht enkel is gekeken naar de export van Nederlandse makelij. Bovendien is er in het nieuwsbericht uitgegaan van de originele goederengroepen van Nationale Rekeningen, terwijl er voor dit onderzoek een aanpassing is gedaan om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de goederenhoofdstukken van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Zo wordt er bijvoorbeeld in de originele goederengroepen van Nationale Rekeningen een wat bredere definitie van vlees gehanteerd dan in hoofdstuk 2 van de GN.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page