Editie 2026 - De handel uitgesplitst naar productgroepen

Laatste update: 16 januari 2026

4.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkelingen van de export en import van Nederland in 2025 aan de hand van de 24 landbouwgoederenhoofdstukken en de groep overige landbouwgoederen. Deze laatste groep bestaat uit individuele producten die uit andere hoofdstukken van de handelsstatistieken komen, maar wel tot de landbouw worden gerekend. De landbouwgoederenhoofdstukken, veelal gegroepeerd naar productgroep, zijn hieronder per paragraaf gerangschikt naar afnemend aandeel in de exportwaarde, uitgezonderd de overige landbouwgoederen die niet in de eerste 24 hoofdstukken vallen. Deze worden als laatste beschreven. De landbouwgerelateerde goederen zoals kasmaterialen en landbouwmachines komen in hoofdstuk 5 aan bod.

4.2 Zuivel en eieren: import en export nemen sterk toe 2025

De exportwaarde van zuivel en eieren bedraagt in 2025 zo'n 13,3 miljard euro (tabel 4.1). Ten opzichte van een jaar eerder groeit de exportwaarde met bijna 10%. De importwaarde stijgt procentueel sterker met 14,5% tot 6,4 miljard euro.

In 2025 is er bij de export naar de belangrijkste landen een wisselend beeld te zien. Hoewel alle drie de belangrijkste exportbestemmingen een groei lieten zien, nam de exportwaarde naar vooral Duitsland (+13,5%) en Frankrijk (+19,2%) toe. De toename van de exportwaarde naar België is met bijna 8% een stuk lager. De export naar Polen en Spanje zat ook sterk in de lift.

Nederland betrok ook veel goederen uit andere landen. Duitsland was in 2025 het belangrijkste land met een importaandeel van 38%. Met een groei van ongeveer 14% bleef het aandeel van de importwaarde uit Duitsland in 2025 vergelijkbaar met 2024. Op grote afstand van Duitsland waren België en Ierland de nummers twee en drie wat betreft de import van zuivel naar Nederland. Vooral de importgroei uit landen als Polen en Nieuw-Zeeland viel verder op in de cijfers.

De producten onder de verzamelnaam zuivel en eieren vallen uiteen in drie groepen. De belangrijkste groep bestaat uit melk, room, boter, en producten zoals wei en natuurlijke honing. Deze groep producten heeft een exportwaarde van ruim 6,9 miljard euro in 2025, een groei van bijna 12% ten opzichte van het voorgaande jaar. De importwaarde van deze producten steeg nagenoeg met hetzelfde percentage (11,5%) tot 3,6 miljard euro. De absolute stijging van de exportwaarde is nog wel hoger dan die van de importtoename.

Kaas vormt een tweede subgroep. Met een exportwaarde van 5,7 miljard euro in 2025 is er een sterke toename van 6,7% geraamd. De importwaarde van kaas laat procentueel een grotere groei zien: bijna 12%. Ook hier is de absolute exportgroei nog wel hoger dan de groei van de importwaarde. Deze importwaarde komt in 2025 uit op een kleine 2,3 miljard euro.

Eieren en eiproducten vormen de derde te onderscheiden groep. De exportwaarde van deze groep producten steeg het sterkste in 2025: 16% tot 781 miljoen euro. Ook de importwaarde nam sterk toe (+58%). De importwaarde steeg met ruim 200 miljoen euro tot bijna 552 miljoen euro. De absolute stijging van de importwaarde overtrof hiermee de mutatie van de exportwaarde. Eieren zijn naast gebruik voor directe consumptie ook veelal een grondstof voor het maken van andere producten.

Door vogelgriep in Nederland en andere landen, waaronder de VS, is het aanbod van eieren beperkter. Door de ook per half juni 2024 ingestelde EU-invoerbeperkingen voor ei-producten uit Oekraïne, zijn wereldwijd eieren goed aan de prijs. De consumentenvraag en het krappe aanbod zijn daarbij niet in evenwicht. In Nederland draagt bedrijfsbeëindiging (in verband met de stikstofproblematiek) ook bij aan een verdere vermindering van de productie, alsook de vastgelopen vergunningverlening (geen nieuwe stallen) en de beweging naar extensivering (minder kippen per stal).

Het eerste halfjaar werd gekenmerkt door een lagere melkproductie en melkaanvoer bij fabrieken van Nederlandse melk. In deze periode waren de prijzen ook hoog, ook voor de verwerkte producten. Rond juli veranderde dit. De melkproductie nam weer toe, door mooi weer maar ook omdat de effecten van blauwtong ten opzichte van vorig jaar minder effect sorteerden. Ook het Europees aanbod lag op een hoger niveau. Een zeer sterke prijsdaling was het gevolg, waardoor prijzen van veel producten gedurende de tweede helft van het jaar onder die van vorig jaar kwamen te liggen, weipoeder uitgezonderd. Ondanks dat zijn de exportwaarden van kaas, weipoeder en andere melkproducten positief over het gehele jaar bezien.

Europese verwerkers lijken steeds verder samen te clusteren. FrieslandCampina kondigde in december 2024 aan te fuseren met Micobel (België), terwijl Arla (Denemarken), met leden in diverse landen, samen verder wil met de Duits georiënteerde DMK Group.

Tabel 4.1 Nederlandse handel in zuivel en eieren (GN-04)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro)13,3 9,7%
Waarvan van Nederlandsemakelij 76%
Aandeel inde landbouwexport 9,7%
Totale importwaarde (mld.euro) 6,4 14,5%
Aandeel inde landbouwimport 6,7%
Belangrijkste exportbestemmingen(mln. euro)% mut. t.o.v. 2024
Duitsland 3.671 14
België 2.130 8
Frankrijk 1.693 19
Belangrijkste herkomstlanden import(mln. euro)
Duitsland 2.447 14
België 1.007 8
Ierland 704 12
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november endecember 2025 door WUR en CBS.

Van alle geïmporteerde goederen uit de groep van zuivel en eierproducten is in 2023 ruim 69%, al dan niet na bewerking, bedoeld voor de uitvoer (figuur 4.1). Ongeveer 43% gaat vrijwel direct de grens over, 26% wordt eerst nog bewerkt in Nederland. Eenvijfde deel van de import was direct bedoeld voor de binnenlandse besteding, 11% wordt eerst verwerkt voordat de producten in ons land beschikbaar zijn voor consumptie in 2024.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.3 Cacao: dure cacao maakt dit product tophandelsproduct voor Nederland

De exportwaarde van cacao en cacaobereidingen steeg in 2025 verder. Ook in 2024 was deze productgroep al sterk gestegen in handelswaarde. In 2025 kwam daar nog een schepje bovenop. De exportwaarde nam toe met 3,2 miljard euro, terwijl de importwaarde met 3,5 miljard euro steeg. Hiermee is het, vergeleken met de andere GN-handelshoofdstukken, een nog belangrijkere productgroep geworden. In exportwaarde is het gestegen van plek 4 naar plek 2 en wat betreft importwaarde is het in 2025 zelfs de belangrijkste productgroep.

Met de 12,7 miljard exportwaarde heeft deze productgroep een aandeel van 9% in de totale export van de land- en tuinbouw bereikt, een groei in het aandeel van 1,7% ten opzichte van een jaar eerder. Bij de import is dat aandeel nog hoger (12%) en bedroeg de groei 2,8%.

Duitsland is veruit de belangrijkste bestemming van cacao en cacaobereidingen, met een exportwaarde van 3,4 miljard euro, een groei van bijna 13% ten opzichte van 2024. De export naar België groeide met 49% en steeg van een kleine 1,1 miljard in 2024 naar bijna 1,6 miljard euro in 2025. Naar Frankrijk lag de toename meer in lijn met die van Duitsland (+16%).

De groep landen in de categorie 'overige niet-EU-landen', die in tabel 4.2 niet is vermeld, zijn samen het belangrijkste herkomstgebied voor cacao en cacaoproducten en goed voor 4,5 miljard euro (een groei van 74%) aan importwaarde in 2025. Het gaat om landen als Ghana, Kameroen en Nigeria. Ivoorkust blijft echter het grootste individuele herkomstland, met een waarde van 3,2 miljard euro (+45%). Daarnaast komen er veel cacao en cacaobereidingen uit België (grondstoffen en bereidingen): deze invoer groeide in 2025 met 25%. De Nederlandse invoer uit Duitsland lag in 2025 beperkt hoger dan een jaar eerder. De stijging bleef hier beperkt tot 6%, oftewel een kleine 40 miljoen euro tot een totaal van 734 miljoen euro.

De Amsterdamse haven blijft het belangrijkste cacaoaanvoerpunt in de EU. In de Zaanstreek zit een cluster verwerkers van cacaopoeder waar de cacaopoeder in andere tussenproducten wordt omgezet voor fabrikanten. Naast de verwerkers in de Zaanstreek zijn er fabrikanten van chocoladerepen in onder andere Veghel.

De hogere import- en exportwaarden zijn net als in 2024 het gevolg van enkele jaren met tegenvallende oogsten. Hierdoor zijn de voorraden lager. Naast slechte weersomstandigheden, zijn de kosten van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest opgelopen, waardoor vooral kleinere boeren deze kosten niet konden opbrengen. Het gevolg was ernstige gewasziekte en boomsterfte. Ecuador lijkt een opkomend productieland met hogere oogsten per hectare dan de traditionele landen. De handelsprijzen voor dit oogstseizoen, dat in september-oktober van start ging, dalen voorzichtig, door afgenomen vraag en hogere verwachtingen van huidige oogsten.

Ivoorkust heeft een zeer hoge prijs van 2.800 CFA/kg (5,00 USD/kg) vastgesteld voor het seizoen 2025/26 als onderdeel van haar beleid om boeren te ondersteunen en de markt te stabiliseren. Verwacht wordt dat hogere prijzen voor boeren de productiviteit zullen verhogen (ICCO, 2025).

Bedrijven die dichter bij de consument opereren proberen de hogere prijzen op te vangen door minder cacao in hun chocolade te verwerken of door zich te richten op de zeer luxueuze uitvoeringen van chocoladeproducten, zoals de Dubai-reep. Andere bedrijven die zich richten op massaproductie hebben het lastig. Goede marketing lijkt belangrijk te zijn om te overleven en schapruimte te handhaven. In Nederland moest Droste de eigen productie van chocolade staken. Verkade, een ander Nederlands merk, ziet de verkoopvolumes en winstmarges slinken (FD, 2025). Ondertussen nam Mars dit jaar Kellanova over, die onder andere ontbijtproducten maakt waarin ook chocoladeproducten zitten.

Projecten in de keten richten zich op traceerbaarheid en het verwaarden van (rest)producten. ‘Cacao Tech’ zoekt mogelijkheden om de cacaowaardeketen te transformeren door technologie en data te benutten om de kwaliteit te verbeteren, eerlijke prijzen te garanderen en verspilling te verminderen. Meer informatie is hier te vinden. Ook CocoZero is zo’n project (RVO, 2025a)

Tabel 4.2 Nederlandse handel in cacao en cacaobereidingen (GN-18)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro)12,4 34,5%
Waarvan van Nederlandse makelij 74%
Aandeel in de landbouwexport 9,0%
Totale importwaarde (mld. euro)11,4 44,4%
Aandeel in de landbouwimport 12,0%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)% mut. t.o.v. 2024
Duitsland 3.375 13
België 1.580 49
Frankrijk 912 16
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Ivoorkust 3.233 45
België 1.049 25
Duitsland 734 6
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.

Ongeveer 79% van de geïmporteerde goederen van deze productgroep verlaat Nederland ook weer (figuur 4.3). Ongeveer 39% is bestemd voor wederuitvoer en nog eens 40% ondergaat in Nederland eerst een bewerking voordat het weer de grens passeert. Ongeveer 22% blijft in Nederland, 7% wordt eerst verwerkt voordat het geconsumeerd wordt.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.4 Sierteeltproducten: Exportwaarde stijgt importwaarde juist lager

De exportwaarde van sierteeltproducten zoals bloemen, kamerplanten, bomen en bollen bedraagt in 2025 ongeveer 12,3 miljard euro (tabel 4.3), 4,2% meer dan een jaar eerder. Van deze goederen is 84% van eigen makelij. De sierteelt heeft een aandeel van een kleine 9% in de totale landbouwexportwaarde in 2025.

De importwaarde van snijbloemen daalde met 1,6% naar 2,4 miljard euro.

De exportwaarde van snijbloemen nam volgens deze raming toe met 6,2%. De exportwaarde van kamerplanten nam juist af (-0,4%). De overige sierteeltgewassen (bollen en bomen) lieten een exportwaardegroei zien (4,4%), maar deze groei was lager dan die van snijbloemen.

De productie van Nederlandse snijbloemen liet een wisselend beeld zien. Door een minder goede bollenoogst waren er voor het broeiseizoen 2024-2025 minder tulpen beschikbaar, waardoor de aanvoer van dit product lager lag. Dit had effect op de prijsvorming van deze en andere snijbloemen. Het volume van bloembollen die voor de exportmarkten werden gekweekt, was ook lager, maar hogere prijzen compenseerden deze daling.

Bij kamerplanten ging het wat minder. Perkplanten, hoewel een kleinere groep, profiteerden van beter weer. Perkplanten worden nauwelijks geëxporteerd, maar vooral binnenlands afgezet. Nederlandse rozen hebben het lastig in het internationale speelveld. De kwaliteit van de bloemen staat niet ter discussie, maar het prijsverschil tussen een kwalitatief goede Nederlandse roos en een in het buitenland geteelde roos vormt voor de meeste marktpartijen een te grote hobbel. Het areaal roos is dit jaar in Nederland verder afgenomen.

Met de opening van een boekettenmakerij door de Dutch Flower Group (DFG), het grootste handelsbedrijf in bloemen en planten in Nederland, in Kenia lijkt ook de emballagefunctie van Nederland onder druk te komen. De boekettenproductiefaciliteit werd geopend in januari 2024. Op deze strategisch gelegen locatie in Kenia worden boeketten direct samengesteld van Keniaanse kwekers en vervolgens naar Europa verzonden (DFG, 2025). DFG blijft uitdijen, dit jaar werd onder andere Heemskerk Flowers onderdeel van dit concern.

Groene planten deden het minder goed. Na corona, toen groene planten niet aan te slepen waren, werd de productie verhoogd. De afgelopen 2 jaar kende de vraag een sterke dip. Dit jaar gingen verschillende bedrijven failliet of verlaagden hun productie. Het komend jaar zal vraag en aanbod beter op elkaar zijn afgestemd.

De belangrijkste exportbestemmingen van sierteeltproducten van Nederland zijn Duitsland, het VK en Frankrijk. Alle drie de bestemmingen kenden een voorzichtige groei van 2%. Net buiten de top drie is Polen een sterke stijger in exportwaarde. De export naar het VK steeg ook beperkt. Het lijkt erop dat eerdere douanemaatregelen gaan worden versoepeld (SPS-deal), waardoor het weer makkelijker wordt bloemen en planten naar dit land te exporteren. Een kleine verbetering is ook de recente verlenging van het opschorten van de eerder opgelegde importheffingen op bloemen uit niet-EU-landen die via de EU het VK binnenkomen.

De meeste import van bloemen komt net als vorig jaar uit Kenia. De importwaarde nam slechts 1% toe. De transportruimte in vliegtuigen naar Europa is beperkt uit Kenia, door meer vraag uit China, en daardoor duur. Bloemenkwekers wegen deze kosten af tegen de verwachte opbrengsten. Wanneer deze niet winstgevend blijken te zijn, worden bloemen niet verzonden maar vernietigd. Ook het weer zat de teelt soms in de weg en er waren zorgen over de Afrikaanse fruitmot. Via Duitsland worden ook veel (Afrikaanse) bloemen ingevlogen. Samen met eigen productie van met name perkgoed wordt dit aanbod naar Nederlandse bloemenveilingen getransporteerd om te worden aangeboden aan het gecentraliseerde koperspubliek. Dit jaar kwamen via Duitsland 6% minder sierteeltproducten Nederland binnen.

Ook de import uit Ecuador liet een daling zien. Slecht weer bemoeilijkten hier de teelt, waardoor minder product beschikbaar kwam voor de verkoop. Ook zijn koersverhoudingen aanleiding om andere bestemmingen te kiezen. Zo is het voor de VS erg duur om bloemen uit Nederland te kopen. Hierbij spelen ook verschillen in heffingen tussen landen een rol.

Tabel 4.3 Nederlandse handel in sierteeltproducten (GN-06)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro)12,3 4,2%
Waarvan van Nederlandse makelij 84%
Aandeel in de landbouwexport 8,9%
Totale importwaarde (mld. euro)2,4 -1,6%
Aandeel in de landbouwimport 2,5%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)% mut. t.o.v. 2024
Duitsland 3.097 2
Verenigd Koninkrijk 1.422 2
Frankrijk 1.022 2
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Kenia 396 1
Duitsland 282 -6
Ecuador 217 -11
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.5 Vlees: dubbele cijfers voor procentuele groei handel

De Nederlandse exportwaarde van vlees steeg in 2025 sterk tot 12,1 miljard euro, een groei van ruim 10%. Ook de importwaarde nam toe, met een nog groter groeipercentage van ruim 21%. Hiermee is de absolute groei van de importwaarde bijna even groot als die bij de exportwaarde tussen 2024 en 2025. De importwaarde groeide tot 6,2 miljard euro. Het aandeel in de totale exportwaarde voor deze groep producten steeg met deze groei van 8,6% in 2024 naar 8,8% van het totaal in 2025 (tabel 4.3). De top drie van export- en importlanden laat een eenduidig beeld zien. Voor alle landen is er een procentuele groei met dubbele cijfers.

De export naar Duitsland groeide met 17%, terwijl die naar het VK en Frankrijk respectievelijk met 10% en 15% toenamen. Duitsland blijft in waarde gemeten het belangrijkste herkomstland van vlees, met een importwaarde van 1,3 miljard euro. Vooral de groei van vleesproducten uit Polen valt op met 33%, terwijl de procentuele importgroei vanuit België lager was dan bij de twee andere landen in de top drie.

De drie belangrijkste vleessoorten zijn vlees van runderen en kalveren, varkensvlees en kippenvlees. Afhankelijk van prijszetting en beschikbaarheid, hebben deze vleessoorten globaal een aandeel in de export van ongeveer 20 tot 27,5%. De resterende 30 tot 40% bestaat uit vlees van andere dieren, zoals schapen, geiten, konijnen en paarden, of uit restproducten.

Hoewel er een sterke totale stijging van vlees werd genoteerd in 2025, daalde de exportwaarde van varkensvlees. De daling bedroeg ongeveer 7,5% tot naar schatting 2,3 miljard euro. Ook de import nam af, met 6,5% tot 561 miljoen euro. Voor het overige vlees is juist een veel hogere waarde voor zowel export als import zichtbaar. De exportwaarde van rund-, kippen- en overig vlees nam met 1,3 miljard euro toe, terwijl de importwaarde met 1,1 miljard euro steeg. De exportwaarde voor deze producten steeg tot 9,7 miljard, terwijl de importwaarde toename tot 5,7 miljard euro.

Cijfers van het CBS laten zien dat er per 1 april 2025, voor het eerst sinds een halve eeuw, minder dan 10 miljoen varkens in Nederland zijn; een daling van 5% ten opzichte van vorig jaar. Door stoppersregelingen en fusies daalde het aantal bedrijven sterk, maar de overgebleven bedrijven werden wel groter. Zo kondigde de Houbensteyn Groep, een grote producent in de varkenssector, aan te gaan stoppen. Ook in Duitsland daalde de productie, mede als gevolg van de Afrikaanse varkenspest en gestegen eisen voor dierenwelzijn in stallen. Het VK is beducht voor ziekte-uitbraken, zoals Afrikaanse varkenspest, PEDv en MKZ, die recentelijk in Europa opdoken. Duitsland werd dit jaar daardoor met een importverbod naar het VK geconfronteerd. In Europa is de balans anders door groei in Spanje en vooral Polen. De recent door China (een afzetmarkt vooral gericht op bijproducten) opgelegde antidumpingheffingen hebben na invoering in september 2025 geleid tot een verdere prijsdaling, wat de marges binnen de Europese varkensvleesketen onder druk zet. In december 2025 heeft China voor de komende vijf jaar invoerheffingen voor de import van varkensvlees echter bijgesteld tot maximaal 19,8% (NOS, 2025).

In Nederland nam het aantal runderslachtingen in de eerste 49 weken van 2025 met 5% af ten opzichte van dezelfde periode in 2024 (RVO, 2025b). Ook het lagere aanbod van kalveren dreef de prijs op. Blauwtong zorgde vorig jaar voor lagere vruchtbaarheid. Ook het kippenvlees was duurder, doordat vogelgriep de sector in zijn greep hield en nieuwe dierenwelzijnseisen leidden tot minder kippen per stal. Door het lage volume stegen de prijzen tot uitzonderlijk hoge niveaus, wat de sterke procentuele groei van de import en exportwaarde verklaart. Overigens werd de achterstand bij runderen in de loop van het jaar weer deels ingehaald, maar het Europese volume bleef nog altijd lager dan een jaar eerder.

Vion, een van de grotere verwerkers van vlees, heeft dit jaar zijn slachterijen in Duitsland te koop aan geboden. Tönnies, een Duitse verwerker, sinds dit jaar Premium Food Group (PFG), leek de locaties over te gaan nemen, maar de Duitse kartelautoriteit stak daar een stokje voor. Volgens de laatste berichten van Vion hebben andere geïnteresseerde partijen zich inmiddels gemeld.

Van al het geïmporteerde vlees is in 2024 37% bestemd voor de binnenlandse markt (figuur 4.3). Circa de helft hiervan wordt eerst verwerkt. Ongeveer 45% is direct geschikt voor wederuitvoer. In 18% van de gevallen wordt het vlees eerst verwerkt voordat het opnieuw wordt geëxporteerd en in de schappen terechtkomt. Deze percentages zijn gebaseerd op de situatie in 2024. Ten opzichte van andere jaren zijn de percentages vergelijkbaar.

Tabel 4.4 Nederlandse handel in vlees (GN-02)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 12,1 10,2%
Waarvan van Nederlandse makelij 70%
Aandeel in de landbouwexport 8,8%
Totale importwaarde (mld. euro) 6,2 21,3%
Aandeel in de landbouwimport 6,6%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 2.781 17
Verenigd Koninkrijk 1.341 10
Frankrijk 1.123 15
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 1.299 14
België 774 12
Polen 760 33
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.6 Fruit: Zowel exportwaarde als importwaarde sterk gegroeid

De fruitexport is in 2025 gestegen met ruim 19% tot 9,6 miljard euro (tabel 4.5). Een klein deel hiervan, 16%, komt uit Nederland. De importwaarde (in procenten en absolute waarde) nam zelfs nog iets meer toe dan de export, namelijk 22%. De omvang van de import bedraagt in 2025 9,6 miljard euro en is daarmee nagenoeg gelijk aan de exportwaarde. Het aandeel in de totale landbouwhandel van de import (10,1%) is groter dan het aandeel van deze productgroep in de exportwaarde (7%). Bijna 34% van de exportwaarde van fruit van Nederland gaat naar Duitsland. Met bijna 3,3 miljard euro en een groei van 20% stijgt dit ver uit boven de tweede exportbestemming van Nederland van fruit, namelijk België. Door de lagere groei van dit land (7%) werd het verschil dit jaar ook groter. Polen is in 2025 het derde exportland voor Nederland. Ook de afzet naar Polen steeg sterk (36%). Met deze groeipercentages lijkt dit land de positie van België volgend jaar over te nemen. Buiten de top drie stijgen Frankrijk en Spanje ook sterk, terwijl de exportwaarde naar het VK ook wel stijgt, maar onder het groeigemiddelde blijft (7,5%).

Terwijl de importstroom uit Peru sterk toenam met een bijna 28%, steeg de import uit Zuid-Afrika nog sterker, met 44%. De importwaarde uit Spanje nam verhoudingsgewijs beperkt toe (13%). Chili was, buiten de toplanden, een importeur waarvan de waarde ook sterk toenam.

Uit Peru kwam onder andere meer een hogere importwaarde van avocado’s, druiven, mango’s en blauwe bessen. Uit Zuid-Afrika werd vooral meer druiven en citroenen geïmporteerd. Goede oogsten, verdere professionalisering van de productie en betere havenomstandigheden hielpen de exportwaarde te vergroten. Of handelstarieven hierbij een rol hebben gespeeld, is niet duidelijk. Fruit van dichterbij komt vooral uit Spanje (blauwe bessen, avocado en verse en gedroogde wilkings (sinaasappels) zorgden voor importgroei uit dit land.

Een kleine 70% van het geïmporteerde fruit is bestemd voor wederuitvoer (figuur 4.5). Met de 5% die eerst nog wordt bewerkt voordat het ook naar het buitenland gaat, is drie vierde van het fruit dat in Nederland wordt geïmporteerd bestemd voor het buitenland. Omdat er weinig bewerkingsslagen zijn bij fruit, is 21% bestemd voor rechtstreekse binnenlandse bestedingen in 2024. Slechts 5% wordt voor die schakel nog bewerkt. Overigens wil dit niet zeggen dat wederuitvoer voor Nederland niet belangrijk is. Door een totaalpakket aan (groente en) fruit jaarrond beschikbaar te hebben, worden de in Nederland geteelde producten makkelijker verkocht aan Europese klanten dan wanneer deze los verhandeld moeten worden.

Tabel 4.5 Nederlandse handel in fruit (GN-08)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 9,6 19,1%
Waarvan van Nederlandse makelij 16%
Aandeel in de landbouwexport 7,0%
Totale importwaarde (mld. euro) 9,6 22,0%
Aandeel in de landbouwimport 10,1%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 3.271 20
België 829 7
Polen 771 36
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Peru 1.296 28
Zuid-Afrika 1.189 44
Spanje 829 13
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.7 Aardappelen en groenten: tegengestelde ontwikkelingen van importwaarde en exportwaarde

De handelswaarde van aardappelen, uien en groenten uit de open grond en de kas nam in 2025 toe, met 5,6%. De importwaarde nam met 2,5% af (tabel 4.6). De exportwaarde in 2025 is 9,4 miljard euro, waarvan 71% van Nederlandse makelij is. Het importaandeel van deze groep producten is 3,5% van de totale import van landbouwgoederen. De importwaarde (3,3 miljard euro) is een stuk kleiner dan de exportwaarde, wat een sterk handelsoverschot oplevert.

De exportwaarde naar Duitsland veranderde met 8%, met name door een hogere exportwaarde van tomaten, pootaardappelen, en overige groente. Met bijna 3 miljard euro is Duitsland veruit het belangrijkste bestemmingsland. Naar België bleef de exportwaarde met 1,2 miljard euro gelijk aan vorig jaar. Het VK kende dezelfde procentuele groei als Duitsland. Ook hier waren tomaten, bloemkool, broccoli en pootaardappelen de producten die de grootste groei lieten zien. De absolute waardegroei was wel lager dan naar Duitsland.

Omdat vooral in de winter minder groenten van eigen bodem beschikbaar zijn, worden ook veel groenten geïmporteerd uit Spanje. Dit jaar daalde de importwaarde uit dit land met 6% tot net boven de 700 miljoen euro. Daarnaast zijn buurlanden Duitsland en België ook landen waar groenten, uien en aardappelen uit ingevoerd worden. Uit Duitsland werd voor 616 miljoen euro geïmporteerd, een daling van 8%. De import uit België groeide in tegenstelling tot Spanje en Duitsland wel (4%).

Van de geïmporteerde waarde aan aardappelen, uien en groenten is 71%, al dan niet eerst nog bewerkt, bestemd om weer te worden geëxporteerd. Een kleine 30% van de geïmporteerde groenten is voor binnenlandse consumptie. Van de geïmporteerde aardappelen en groenten wordt 12% eerst nog bewerkt (figuur 4.6)

Tabel 4.6 Nederlandse handel in aardappelen en groenten (GN-07)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 9,4 5,6%
Waarvan van Nederlandse makelij 71%
Aandeel in de landbouwexport 6,9%
Totale importwaarde (mld. euro) 3,3 -2,5%
Aandeel in de landbouwimport 3,5%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 2.963 8
België 1.201 0
Verenigd Koninkrijk 1.091 8
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Spanje 701 -6
Duitsland 616 -8
België 592 4
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.8 Overige voeding: procentuele toename export- en importwaarde gelijk aan elkaar

De goederengroep 'overige voeding' is zeer divers. Het gaat onder andere om soepen, sauzen, ijsjes en samengestelde voedselbereidingen. Met een exportwaarde van 7,5 miljard euro heeft deze productgroep een aandeel van 5,4% in de totale export van landbouwgoederen (tabel 4.7). Hiervan is 61% van de exportwaarde van Nederlandse makelij. De exportwaarde groeide procentueel nagenoeg even sterk als de importwaarde (respectievelijk 5,8% en 5,7%). De importwaarde komt in 2025 op 4 miljard euro uit.

Voor zowel de export als de import zijn de twee belangrijkste landen dezelfde: Duitsland en België. Voor deze landen is uitgegaan van een toename van de export met respectievelijk 10% en 9%, terwijl voor de export een daling van de exportwaarde naar het VK van 4% is ingerekend.

De importwaarde uit Duitsland en België steeg, maar in tegenstelling tot de exportwaarde groeide België hier juist harder dan Duitsland. De import uit de VS nam ten opzichte van 2024 toe tot 315 miljoen euro. Hiermee kwam de VS boven het VK uit, dat in 2025 het vierde herkomstland is voor de Nederlandse import van overige voedingsproducten.

Van de ingevoerde goederen van deze productengroep gaat in 2024 68% na import weer naar andere landen (figuur 4.7). Een klein deel van alle import wordt eerst nog verwerkt (6%). Wanneer de goederen bestemd zijn voor de binnenlandse markt, is het overgrote deel direct geschikt voor binnenlandse besteding. Slechts 3% ondergaat eerst nog een bewerking.

Tabel 4.7 Nederlandse handel in overige voeding (GN-21)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 7,5 5,8%
Waarvan van Nederlandse makelij 61%
Aandeel in de landbouwexport 5,4%
Totale importwaarde (mld. euro) 4,0 5,7%
Aandeel in de landbouwimport 4,2%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 1.482 10
België 853 9
Verenigd Koninkrijk 687 -4
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 776 4
België 680 11
Verenigde Staten 315 4
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.9 Vooral importgroei voor bereidingen van aardappelen groente en fruit

Net als voor de primaire groepen van groenten (GN-07) en fruit (GN-08), stegen ook de handelswaarden van de secondaire goederen, goederen die een bewerking hebben ondergaan. De groei van de exportwaarde bleef daarbij duidelijk achter bij die van de importwaarde. In 2025 is de exportwaarde van bereidingen van aardappelen en groenten en fruit ruim 7,3 miljard euro (tabel 4.8), een stijging van 0,6%, terwijl de importwaarde met 6,2% toenam tot 4 miljard euro. De sterkere importgroei hangt samen met een toename van de import van bereidingen, terwijl de import van verse groenten afnam (zie paragraaf 4.7).

De exportwaarde naar Duitsland was in 2025 bijna twee keer zo groot als de exportwaarde van de nummer twee. Duitsland kende een exportwaarde van 1,7 miljard euro, terwijl de exportstroom naar België 923 miljoen euro bedroeg. Ook werd het verschil tussen beide landen iets groter. De export naar Duitsland nam met 1% toe, terwijl die naar België met 2% afnam. Naar het VK was de daling zelfs 5%.

De importwaarden van de top drie landen van Nederland liggen veel dichter bij elkaar dan bij de export. In 2025 wisselen de top drie landen van vorig jaar van positie, Duitsland uitgezonderd. Dat land blijft met 457 miljoen euro op de derde plaats als belangrijkste importland van bereidingen van aardappelen, groente en fruit. België voert dit jaar deze ranglijst aan dankzij een stijging van 10% van de importwaarde. Brazilië moest waarde inleveren (-5%), terwijl de importwaarde uit Duitsland met 6% groeide.

De groei van de import uit België kwam door een toename van de handelswaarde van bevroren aardappelproducten; vooral het volume nam toe bij lagere prijzen. De import uit Brazilië verminderde door een lager volume aan sinaasappelsap, terwijl de import van andere sapsoorten licht toenam. Bij de export hielden de dalingen en stijgingen elkaar ongeveer in evenwicht. Naar het VK daalde de export met name door een (volume)afname van de verwerkte (bevroren) aardappelproducten.

Van alle geïmporteerde goederen uit dit hoofdstuk is 72% uiteindelijk bestemd voor andere landen dan Nederland, 8% van de totale importstroom wordt eerst nog verwerkt voordat het ons land weer verlaat. De andere 28% is bestemd voor binnenlandse besteding, 10% van het totaal wordt eerst nog verwerkt (figuur 4.8).

Tabel 4.8 Nederlandse handel in bereidingen van aardappelen, groenten en fruit (GN-20)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 7,3 0,6%
Waarvan van Nederlandse makelij 60%
Aandeel in de landbouwexport 5,3%
Totale importwaarde (mld. euro) 4,0 6,2%
Aandeel in de landbouwimport 4,2%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 1.741 1
Frankrijk 923 -2
Verenigd Koninkrijk 817 -5
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België 618 10
Brazilië 562 -5
Duitsland 457 6
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.10 Dranken: Importgroei hoger dan exportgroei

De exportwaarde van bier, waters, sappen, wijn en likeuren is in 2025 met ongeveer 0,5% gegroeid naar ruim 7,2 miljard euro (tabel 4.9). Overigens valt ook (al dan niet) gedenatureerde ethylalcohol – vloeistoffen die bruikbaar zijn voor ontsmettings- en reinigingsmiddelen – onder deze handelsgroep. De importwaarde steeg met 3,7% en daarmee is ook de absolute groei groter dan de exportwaarde. Terwijl de exportwaarde slechts 37 miljoen euro toenam, steeg de importwaarde met bijna 200 miljoen euro.

Van alle exportwaarde wordt in 2025 64% beschouwd als van Nederlandse makelij. De importwaarde nam toe tot 5,6 miljard euro. Het aandeel van deze groep producten in de totale landbouwgoederenimport is 5,8% en is daarbij belangrijker dan bij de exportwaarde, waar het aandeel 5,2% is op de totale landbouwexport.

De belangrijkste bestemmingen voor dranken zijn Duitsland, België en de VS. De export naar Duitsland daalde, terwijl de export naar België en vooral de VS (+7%) zich positief ontwikkelde. Ook naar Zweden (een land in de top 10) nam de export sterk toe, zelfs meer (in waarde en procentuele groei) dan de groei die de VS liet optekenen.

De groei van de export naar de VS in 2025 vond plaats onder toenemende prijsdruk. Europese producenten, waaronder Nederlandse brouwers, verlaagden hun exportprijzen om marktaandeel te behouden, mede door Amerikaanse invoerheffingen en een sterkere euro. Hierdoor lijkt de waardegroei van de export naar de VS vooral gedreven door een stijging in het volume, terwijl de marges onder druk staan (FD, 2025).

België en Duitsland zijn ook de landen waar Nederland de meeste dranken uit importeert. Voor beide landen is een voorzichtige groei van de import waargenomen. Uit Frankrijk kwam 4% minder aan waarde aan dranken de Nederlandse grens over. De importgroei werd vooral gesteund door hogere importwaarden uit de VS en Hongarije. Dit zijn landen die zich in de top 10 van belangrijkste importlanden van Nederland bevinden.

Van alle geïmporteerde dranken gaat bijna de helft (47%) zonder beduidende bewerking weer het land uit (wederuitvoer). Nog eens 12% gaat na bewerking de grens over. Van de overige goederen wordt het grootste aandeel direct voor binnenlandse consumptie aangeboden. Nog eens 15% wordt eerst verwerkt voordat het op de binnenlandse markt komt (figuur 4.9)

Tabel 4.9 Nederlandse handel in dranken (GN-22)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 7,2 0,5%
Waarvan van Nederlandse makelij 64%
Aandeel in de landbouwexport 5,2%
Totale importwaarde (mld. euro) 5,6 3,7%
Aandeel in de landbouwimport 5,8%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 1.053 -3
België 957 2
Verenigde Staten 897 7
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België 1.100 1
Duitsland 903 4
Frankrijk 694 -4
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.11 Bereidingen van graan, meel en melk: exportwaarde beperkt hoger, importwaarde 5,5% toegenomen

Onder bereidingen van graan, meel en melk valt een diverse handelsgroep van producten, zoals voedingsbereidingen voor baby's en jonge kinderen, koekjes, pizza's en pastaproducten.

De exportwaarde van deze productgroep steeg met bijna 7,5% tot 7,1 miljard euro (tabel 4.10). Met deze waarde heeft deze productgroep een aandeel van 5,1% in de totale landbouwgoederen export. Van deze ruim 7 miljard euro is bijna 75% van Nederlandse makelij. De importwaarde van deze productgroep nam ook toe (6,2% tot 4 miljard euro). Het belang in de totale import bedroeg hiermee 4,2%.

Babymelkpoeder heeft een aandeel in de exportwaarde van ongeveer een derde van het totaal uit deze groep. Het aandeel van dit product is voor de import veel minder belangrijk (3%). Nederlands babymelkpoeder gaat al vele jaren naar China als exportbestemming. Na eerdere dalingen leefde de markt voor Nederlandse producten naar China in 2025 weer op en nam de exportwaarde met 9% toe. De strategie van Nederlandse exporteurs om zich op deze markt meer te richten op het premium segment om volumeafname – veroorzaakt door een lager geboortecijfer en toenemende lokale voorkeuren voor eigen, goedkopere producten – te compenseren, lijkt te werken.

De export naar Duitsland en België groeide met respectievelijk 8% en 5%. Babymelkpoeder speelt in de uitvoer naar deze landen geen belangrijke rol van betekenis.

Duitsland en België zijn samen goed voor meer dan de helft van de importwaarde van deze productgroep. Beide landen vergrootten hun afzet op de Nederlandse markt, met een groei van respectievelijk 12% en 7%. De import uit Frankrijk groeide ook, maar in mindere mate dan de totale groei van de import van bereidingen van graan, meel en melk.

Naast babypoeder zitten er veel andere producten (zoals (gevulde) deegwaren, pasta, koekjes, verwerkte granen) in deze handelscategorie.

Relatief veel goederen uit dit hoofdstuk, ten opzichte van andere landbouwgoederen, blijven nadat ze zijn geïmporteerd in Nederland (figuur 4.10). Van de 46% van de goederen die in Nederland blijven, wordt 34% direct voor binnenlandse besteding aangeboden, terwijl 12% eerst wordt bewerkt. Van de andere 53% ondergaat 9% eerst een bewerking voordat het naar het buitenland gaat.

Tabel 4.10 Nederlandse handel in bereidingen van graan, meel en melk (GN-19)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 7,1 7,4%
Waarvan van Nederlandse makelij 74%
Aandeel in de landbouwexport 5,1%
Totale importwaarde (mld. euro) 4,0 6,2%
Aandeel in de landbouwimport 4,2%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
China 1.494 9
Duitsland 1.057 8
België 872 5
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 1.087 12
België 1.044 7
Frankrijk 276 5
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.12 Oliën en vetten: Negatieve handelsbalans blijft bestaan door nagenoeg gelijke mutaties blijft export en import

De oliën- en vettenindustrie is toeleverancier van vele andere sectoren zoals de diervoederindustrie, biodieselsector, oleochemicaliënsector en de levensmiddelenbranche. Belangrijke producten in dit hoofdstuk zijn onder andere palmolie en margarine.

De raming van dit handelshoofdstuk laat zowel een toename van de exportwaarde zien, met 5,5% tot een totaal van 6,6 miljard euro in 2025 (tabel 4.11), als een toename van de importwaarde met 5,4% tot 8,3 miljard euro. Hierdoor wordt de negatieve handelsbalans groter omdat de importwaarde hoger is dan de exportwaarde. Deze productgroep heeft een groter aandeel in de totale landbouwimport (8,8%) dan in de totale exportwaarde (4,8%).

Bij de landen in de top 3 van exporterende en importerende landen werden opnieuw veranderingen genoteerd. Belangrijke exportbestemmingen waren Duitsland en België. Vooral de toename van 14% naar Duitsland springt in het oog. Polen volgt op enige afstand en streeft met een toename van 21% het VK en Frankrijk voorbij als belangrijkste exportbestemming.

De import kwam dit jaar, naast Duitsland en een groep overige niet-EU-landen (zoals de Filipijnen, Guatemala, Honduras, Papoea-Nieuw-Guinea en Costa Rica), vooral uit Maleisië. Met een toename van 21% passeerde Maleisië België, waar de import juist met 14% afnam. België stond vorig jaar nog op de derde plaats. De herkomst van de import verschilt sterk van jaar tot jaar, ook buiten de top drie landen. Zo liep de import vanuit Indonesië sterk terug, terwijl de import uit China, Frankrijk en Oekraïne juist weer sterk toenam.

De meeste producten in deze groep lieten in 2025 een stabiele of stijgende prijs zien. Ook de prijs van olijfolie bleef relatief hoog. Na twee jaren van zeer lage productie zijn de oogstverwachtingen voor olijven voor het seizoen 2025/2026 positiever, met hogere opbrengsten in de belangrijkste producerende landen rond de Middellandse Zee. Deze verwachting volgt op een al goede productie in 2024/2025.

Andere plantaardige oliën, waaronder sojaboon-, zonnebloem-, palm- en raapzaadolie, lieten in 2025 stijgende prijzen zien (FAO, 2025). Voor 2025/26 wijzen de voorlopige ramingen op een verdere groei van de mondiale productie van oliehoudende zaden, met grotere oogsten van soja, raapzaad en zonnebloemzaad. De sojaproductie wordt vooral gedragen door een verwachte recordoogst in Brazilië, terwijl de raapzaadproductie herstelt door gunstige omstandigheden in onder meer Australië, Canada en de EU.

De importwaarde van sojaboon- en zonnebloemolie uit Rusland is sinds vorig jaar nagenoeg nul. De importwaarde van zonnebloemolie uit Oekraïne trok in 2024 en 2025, na een sterke daling in 2022 en 2023, weer zichtbaar aan; de import benaderde daarmee het piekniveau van 2021. Bij raap- en koolzaadolie namen zowel het importvolume als de importprijs verder af. Deze daling was vooral zichtbaar in de aanvoer uit de belangrijkste herkomstlanden, Duitsland en Frankrijk, en weerspiegelt zowel een lagere vraag als een ruimere beschikbaarheid binnen de Europese markt.

Nederland heeft een belangrijke rol in de bewerking van deze goederen na invoer. Van alle import wordt in 2024 50% eerst bewerkt voordat het naar het buitenland wordt vervoerd (figuur 4.11). Nog eens 34% wordt hier eerst opgeslagen voordat het weer wordt uitgevoerd (wederuitvoer). Van de 16% die in 2024 in het binnenland blijft, wordt nagenoeg alles verwerkt voor het voor binnenlandse besteding kan worden aangeboden.

Tabel 4.11 Nederlandse handel in natuurlijke vetten en oliën (GN-15)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 6,6 5,5%
Waarvan van Nederlandse makelij 67%
Aandeel in de landbouwexport 4,8%
Totale importwaarde (mld. euro) 8,3 5,4%
Aandeel in de landbouwimport 8,8%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 1.823 14
België 1.492 3
Polen 402 21
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Overige landen buiten de EU 1.444 21
Duitsland 1.171 -11
Maleisië 1051 12
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.13 Resten van de voedselindustrie, veevoer: Sterke daling van de importwaarde, beperkte toename bij exportwaarde

De goederengroep 'resten uit de voedselindustrie en veevoer' is een diverse groep producten en bevat onder meer sojaschroot, zonnebloemzaadschroot, honden- en kattenvoer, premixes voor veevoer en palmpitschilfers.

Deze groep van producten had in 2025 een exportwaarde van 6,1 miljard euro (tabel 4.12); dat is een lichte toename van de export met 1,8% ten opzichte van een jaar eerder. De exportwaarde bestaat voor 70% uit Nederlandse makelij en heeft een aandeel van 4,5% in de totale exportwaarde van landbouwgoederen. De importwaarde bedroeg 3,6 miljard euro, een daling van 8,4% ten opzichte van 2024. Hierdoor daalde het aandeel van landbouwproducten in de totale import tot 3,8%.

De exportwaarde naar zowel België, Duitsland als Frankrijk daalde in 2025 licht. Bij de importlanden was de afname fors bij een deel van de landen uit de top drie; vooral de afname van 32% uit Brazilië valt op, maar ook de 8% daling uit Duitsland zorgt voor een sterke absolute afname van de importwaarde. Ook vanuit China was de importwaarde een stuk lager dan een jaar eerder. China staat op de 6e plek als importland, maar leverde 50 miljoen euro aan waarde in ten opzichte van 2024. De toename vanuit België en Frankrijk maakte die daling niet goed.

Agrifirm, De Heus en ForFarmers behoren tot de grootste spelers op de Nederlandse mengvoermarkt. In 2023 hadden zij samen een marktaandeel van naar schatting 60%. Grondstoffen worden wereldwijd ingekocht, met een nadruk op Europa, vaak via handelsbedrijven. Deze internationaal opererende bedrijven hebben te maken met sterk fluctuerende grondstofprijzen voor veevoer, die worden bepaald door mondiale aanbod- en vraagontwikkelingen, geopolitieke factoren en weersomstandigheden.

Tegelijkertijd staat het verdienvermogen van mengvoerbedrijven in 2025 nog steeds onder druk door de afnemende veestapels in Nederland en andere belangrijke afzetmarkten. Hierdoor daalt de vraag naar mengvoer en blijven volumes en marges beperkt.

Veel geïmporteerde goederen verlaten Nederland ook weer, 52% van de import is direct bestemd voor wederuitvoer (figuur 4.12). Nog eens 28% gaat na bewerking in Nederland het land uit. Van de totale import blijft 20% in Nederland. Hiervan is de helft pas in de winkels te vinden na bewerking.

Tabel 4.12 Nederlandse handel in resten van de voedselindustrie, veevoer (GN-23)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 6,1 1,8%
Waarvan van Nederlandse makelij 70%
Aandeel in de landbouwexport 4,5%
Totale importwaarde (mld. euro) 3,6 -8,4%
Aandeel in de landbouwimport 3,8%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 1.406 -2
België 1.331 -5
Frankrijk 545 -1
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 730 -8
België 629 2
Brazilië 464 -32
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.14 Vis en zeevruchten: Exportgroei van 5%, importgroei net iets meer dan 2%

De handel in vis en zeevruchten kende in 2025 een groei van ruim 5% ten opzichte van 2024. De exportwaarde steeg naar 4,6 miljard euro. Ruim de helft van de waarde van deze goederen (53%) is van Nederlandse makelij (tabel 4.13). De totale importwaarde steeg met ruim 2% en kwam hiermee op 2,9 miljard euro. Deze export en import vertegenwoordigen binnen de totale landbouwhandel een beperkt aandeel, namelijk respectievelijk 3,3% en 3,0% van het totaal aan landbouwgoederen.

De exportwaarde naar de twee belangrijkste afzetlanden Duitsland en België nam voor beide landen circa 4% toe. Frankrijk noteerde een groei van 1%. Met deze groei behoren deze landen niet tot de sterkst groeiende afzetmarkten. De grootste groei werd in 2025 gerealiseerd, zowel richting ‘overige landen buiten de EU’ als Italië en Spanje, twee grote vis consumerende landen.

De import komt voornamelijk van een groep 'overige landen van buiten de EU' (onder andere IJsland en de Faeröer). Het betreft in 2025 zo'n 416 miljoen euro (-2%). Omdat dit een groep landen betreft, is deze niet in de tabel opgenomen.

Maar Nederland betrekt hier de laatste jaren wel meer vis van. Vangsten in deze wateren zijn goed. Vis uit dergelijke gebieden groeit beter en wordt vetter in deze koele wateren. Door het grotere volume lag de prijs wel lager.

Daarnaast komt er veel vis uit Duitsland. Dit jaar steeg de import uit dat land omdat in Nederland de garnalenvangst tegenviel en meer in de Duitse bocht werd gevangen. Daarnaast varen ook veel boten onder Duitse vlag, maar hebben ze Nederlandse roots. Diepgevroren vis wordt dan vanuit Duitsland naar Nederland geëxporteerd.

Ook Noorwegen is een belangrijke leverancier. Door eerdere problemen met de gekweekte zalm daar, door visluis en andere kwaliteitsproblemen, was in eerdere jaren uitval in de productie ontstaan. Dit jaar lijkt dit meer onder controle, ook omdat de overheid meer stuurt op mortaliteitsratio’s. Omdat Nederland een belangrijke verwerker is van zalm uit Noorwegen, komt veel van deze producten naar Nederland. Van de top drie herkomstlanden laat alleen Noorwegen een daling van de import zien. Na eerdere stijgingen lijkt deze ontwikkeling samen te hangen met een hoger importvolume tegen lagere prijzen.

Nederland verwerkt en verhandelt vis vooral voor de (interne) EU-markt. Het aandeel van de export naar andere EU-landen ligt al jaren rond de 70% en bedroeg in 2025 73%. De import komt echter voornamelijk uit niet-EU-landen. De verhouding bij de import is 55% vanuit de EU-landen versus 45% uit niet-EU-landen.

De genoemde verdeling is deels te verklaren doordat het voor een belangrijk deel om verse vis gaat die snel moet worden afgezet. Daarom zijn landen uit de top drie ook landen die op korte afstand van onze landsgrenzen liggen.

Wageningen Social & Economic Research brengt elk jaar verslag uit over de visserijsector. Lees hier (externe link) hoe de stand van zaken is over het jaar 2024.

Van de geïmporteerde vis wordt 64% vrijwel zonder verdere bewerking ook weer doorgevoerd naar andere landen (figuur 4.13). Daarnaast ondergaat 14% in 2024, voordat het onze landsgrenzen weer overgaat, nog een behoorlijke bewerkingsslag. Van de 22% van de import die in Nederland in omloop komt, ondergaat bijna de helft geen noemenswaardige bewerking voordat het wordt verkocht aan consumenten. Merk op dat het hier gaat om verse vis. Bereidingen van vis vallen onder een ander handelshoofdstuk (zie paragraaf 4.16).

Tabel 4.13 Nederlandse handel in vis en zeevruchten (GN-03)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 4,6 5,3%
Waarvan van Nederlandse makelij 53%
Aandeel in de landbouwexport 3,3%
Totale importwaarde (mld. euro) 2,9 2,2%
Aandeel in de landbouwimport 3,0%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 738 4
België 724 4
Frankrijk 435 1
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 296 16
België 284 12
Noorwegen 265 -3
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.15 Zaden en vruchten: handelsbalans in evenwicht

De handel in de zaden en vruchten betreft vooral producten als groentezaden, kool- en raapzaad en sojabonen. Ook zeewier, hop en stro vallen binnen deze groep. Ongeveer 60% van de exportwaarde betreft groentezaden terwijl de importwaarde voor ongeveer 60% bestaat uit producten zoals zonnebloemzaad en raapzaad en ongeveer 24% uit sojabonen.

De exportwaarde nam in 2025 met ruim 8% toe tot 4 miljard euro. De importwaarde nam 3% toe naar eveneens 4 miljard euro. Hierbij is de handelsbalans in evenwicht voor deze productgroep (tabel 4.14). Met aandelen van respectievelijk 2,9% en 4,2% van de totale landbouwgoederenhandel weegt de importstroom relatief het zwaarst.

Het belangrijkste exportland, Duitsland, laat een bovengemiddelde groei zien in de exportwaarde van zaden en vruchten. Ook de andere vermelde landen in de top drie in tabel 4.14 liggen boven het gemiddeld groeipercentage. Samen zijn deze landen goed voor 38% van de exportwaarde, een groei van 1,5% ten opzichte van een jaar eerder. De export naar ‘andere landen buiten de EU’ steeg wel om en nabij het gemiddelde groeipercentage van 8%. Deze groep van landen kent een waarde van 385 miljoen euro in 2025. Omdat dit geen individueel land betreft, ontbreekt deze groep als tweede belangrijkste exportbestemming in tabel 4.14. De exportwaarden naar de VS, het VK en Brazilië namen af en zijn uitzonderingen op de groei die de meeste andere landen laten zien.

Wat herkomstlanden betreft is het verrassend om Australië hier op plek 1 terug te vinden. De importgroei is uitzonderlijk: de importwaarde groeide naar 542 miljoen euro in 2025 en steekt hiermee Brazilië voorbij als belangrijkste importland. Net als Brazilië kende de import uit de VS een daling ten opzichte van 2024.

Aan de exportzijde daalde de waarde van sojabonen, terwijl de exportwaarde van sojameel, groentezaden en overige zaden toenam. Zo steeg de exportwaarde naar Frankrijk vooral door hogere export van groente- en zonnebloemzaden en grondnoten, terwijl lagere exportwaarden van raap- en koolzaad de groei deels temperden.

Aan de importzijde nam de waarde van sojabonen en sojameel af, terwijl de importwaarde van groentezaden toenam. De daling van de import uit de VS hangt ook samen met een lagere waarde van de soja-import.

Bijna de helft van de geïmporteerde goederen (43%) is bestemd voor wederuitvoer en ondergaat dus nauwelijks een bewerking (figuur 4.14). Een even groot deel ondergaat die bewerking wel voordat het naar andere landen gaat. Slechts 13% blijft in eigen land en wordt eerst bewerkt voordat het in het binnenland wordt besteed.

Tabel 4.14 Nederlandse handel in (oliehoudende) zaden en vruchten (GN-12)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 4,0 8,0%
Waarvan van Nederlandse makelij 54%
Aandeel in de landbouwexport 2,9%
Totale importwaarde (mld. euro) 4,0 2,8%
Aandeel in de landbouwimport 4,2%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 913 11
Spanje 327 16
Frankrijk 274 11
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Australië 542 174
Brazilië 482 -17
Verenigde Staten 424 -13
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.16 Bereidingen van vlees en vis: importwaarde groeit harder dan de exportwaarde

In deze handelsgroep waren de veranderingen voor de importwaarde groter dan voor de exportwaarde. De exportwaarde bedroeg 2,4 miljard euro, dat is ruim 5% hoger dan een jaar eerder (tabel 4.15). De importwaarde bedroeg 2,2 miljard euro en groeide 9% ten opzichte van 2024.

Onder de bereidingen van vlees en vis vallen artikelen die luchtdicht worden verpakt, verhit, gerookt, of gedroogd. Andere bereidingsmogelijkheden van de voedingsindustrie zijn wekken, bakken, koken, filtreren, paneren.

Duitsland is ook voor de bereidingen van vlees en vis de belangrijkste bestemming. Het belang van deze afzetmarkt steeg: de afzet naar Duitsland nam ruim 8% toe. Vooral meer verwerkte garnalen, worst en geconserveerde boniet (vis) gingen de grens over. Naar België zakte de export iets in (-1%). Deze daling werd deels opgevangen door de groei op de afzet die richting Frankrijk werd gerealiseerd (1%).

Visverwerkende bedrijven in Nederland hebben moeite om personeel aan te trekken, maar ook de beschikbaarheid van voldoende drinkwater voor de verwerking staat onder druk. Daarnaast vraagt deze sector, door de grote koelfaciliteiten, veel elektriciteit, waardoor congestie op het elektriciteitsnet deze bedrijven dan ook zorgen baart. Ook geopolitieke spanningen en opgeworpen handelsbarrières werken in het nadeel van de sector.

De importwaarde vanuit het belangrijkste land van herkomst, België, daalde met 6% en kwam uit op ruim een half miljard euro. Vanuit Duitsland werd echter een sterke toename van de import geregistreerd van bereid vlees van kippen, worstjes, en bereid rundvlees. De import van geconserveerd kippenvlees uit Thailand nam eveneens toe: zowel het volume als de prijs liet een plus zien (5%). Opvallende andere landen, met substantiële stijging van de importwaarden, waren China (gevogelte) en Ecuador (boniet en tonijn).

De bereidingen van vlees en vis zijn voor een groot deel zonder bewerking geschikt om in het economisch verkeer te worden gebracht in Nederland (38%), slechts een klein deel dient nog verder bewerkt te worden (6%). Ongeveer de helft van de importwaarde gaat verder als wederuitvoer (48%), een klein deel van de import (8%) ondergaat nog een bewerking voordat het geëxporteerd wordt (figuur 4.15).

Tabel 4.15 Nederlandse handel in bereidingen van vlees en vis (GN-16)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 2,4 5,1%
Waarvan van Nederlandse makelij 51%
Aandeel in de landbouwexport 1,8%
Totale importwaarde (mld. euro) 2,2 9%
Aandeel in de landbouwimport 2,3%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 694 8
België 501 -1
Frankrijk 237 1
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België 506 -6
Duitsland 367 -13
Thailand 170 5
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.17 Levende dieren: sterke toename importwaarde

De handel in levende dieren is vooral aan de importkant sterk toegenomen in 2025. De importwaarde nam met 31,4% toe (tabel 4.16). De exportwaarde liet daarentegen een daling van ruim 4% zien. De exportwaarde is met 2,1 miljard euro nog wel hoger dan de importwaarde van 1,8 miljard euro. Van de exportwaarde is 80% van Nederlandse makelij, een relatief hoog percentage ten opzichte van andere handelsgroepen. Het aandeel in de totale handel van landbouwgoederen voor export en import bedroeg respectievelijk 1,6% en 1,9%. Mede door bovenstaande ontwikkelingen nam het belang aan de exportkant af terwijl die aan de importkant toenam.

Duitsland en België blijven de belangrijkste handelspartners van Nederland als het gaat om levende dieren. De exportwaarde naar Duitsland kelderde met bijna een kwart (-23%), terwijl de exportwaarde naar België met dubbele cijfers toenam (17%). De VS, die vorig jaar op nummer 3 stonden (-17,5%), zijn dit jaar voorbijgestreefd door Spanje. Exporteurs realiseerden naar dat land een sterke groei van bijna 14%. Naar Polen gingen dit jaar bijna 48% meer levende dieren, waardoor dit land achter de VS als exportland op plek nummer vijf staat.

De import komt naast Duitsland en België vooral uit Denemarken, waar veel biggen worden geproduceerd. Vanuit alle importlanden zijn grote stijgingen in de import zichtbaar.

In de eerste 49 weken van 2025 omvat de export van levende dieren 5,4 miljoen biggen en 0,4 miljoen vleesvarkens, aangevuld met circa 0,4 miljoen fokdieren en slachtzeugen (RVO, 2025c). De aanhoudende druk op de prijzen in 2025 wordt veroorzaakt door een ruim aanbod en een verstoorde balans op de Europese markt. Terwijl de productie in Duitsland onder druk staat door Afrikaanse varkenspest en strengere dierenwelzijnseisen, groeit de productie in Spanje en vooral in Polen. Daarnaast beperken dierziekterisico’s de handel, onder meer door Britse importrestricties voor Duits varkensvlees. De in september ingevoerde Chinese antidumpingheffingen, met name relevant voor bijproducten, versterken de prijsdruk en zetten de marges in de Europese varkensvleesketen verder onder druk (WSER, 2025). Eind 2025 is de onzekerheid verder toegenomen door uitbraken van Afrikaanse varkenspest in Spanje, waarna meerdere landen hun grenzen sluiten voor Spaans varkensvlees. De export van runderen bedroeg in de eerste 41 weken van 2025 circa 165 duizend dieren. De exportprijzen van stieren en koeien blijven over 2025 grotendeels stabiel (RVO, 2025d).

Van alle geïmporteerde levende dieren gaat in 2024 (meest recente cijfers) 77% weer door naar andere landen (figuur 4.16). Indirect gaat 56% weer naar het buitenland, 21% direct. In 2024 blijft 23% van de totale import in Nederland. Bijna altijd wordt er een bewerking uitgevoerd voordat het voor afzet geschikt is.

Tabel 4.16 Nederlandse handel in levende dieren (GN-01)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 2,1 -4,1
Waarvan van Nederlandse makelij 80%
Aandeel in de landbouwexport 1,6%
Totale importwaarde (mld. euro) 1,8 31,4%
Aandeel in de landbouwimport 1,9%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 571 -23
België 372 17
Spanje 300 14
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 936 26
België 501 40
Denemarken 115 28
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.18 Koffie, thee en specerijen: prijzen van koffiebonen terug te zien in export en importwaarde

De exportwaarde van koffie, thee en specerijen groeide in 2025 met bijna 30% tot een totaal van 2,1 miljard euro (tabel 4.17). Ook de importwaarde nam fors toe tot 2,6 miljard euro (een groei van 29%). Van de export wordt 36% beschouwd als van Nederlandse makelij en is dus zodanig aangepast dat de oorsprong verandert. Hoewel de absolute waarden sterk zijn gestegen, is het exportaandeel ten opzichte van de totale exportwaarde van landbouwgoederen slechts 0,2% toegenomen tot 1,5%. De groei aan importkant is sterker: 0,4 procentpunten tot 2,7% van de totale import. Voor deze productgroep heeft Nederland dan ook een negatieve handelsbalans.

De belangrijkste exportbestemmingen van de export van koffie, thee en specerijen zijn Duitsland, Frankrijk en België. Naar al deze landen nam de (koffie)exportwaarde toe. Vooral naar Duitsland steeg de exportwaarde sterk (64%). Wat betreft import is Duitsland ook de belangrijkste handelspartner, alhoewel de importwaarde iets minder sterk toenam in vergelijking met de export. De stijging was voornamelijk het gevolg van duurdere geroosterde koffie. Deze sterke groei werden ook gerealiseerd bij de import uit Brazilië en België, respectievelijk het tweede en derde herkomstland van onze koffie, thee en specerijen.

De koffieprijzen liggen hoog door diverse oorzaken. De voornaamste reden is lagere productie in Brazilië, Midden-Amerika en Vietnam. In Brazilië waren het vorst en droogte, in Vietnam en Indonesië juist zware regenval en overstromingen die de oogsten lieten dalen. De onzekerheid rondom de heffingen van de VS voor Braziliaanse en Colombiaanse koffie bracht de prijzen ook niet omlaag. Het probleem is, vergelijkbaar met cacao, dat koffieplanten maar op een beperkt aantal plaatsen in de wereld geteeld worden. Als in deze regio’s zich een productieschok voordoet, fluctueert het aanbod gelijk sterk, hoewel voorraadvorming dit enigszins kan ondervangen. De voorraad slonk de laatste jaren omdat de consumptie hoger lag dan de productie, waardoor de verhoudingen nu niet in evenwicht zijn. Een goede oogst kan de marktbalans weer herstellen, maar andere knelpunten zijn echter nog niet opgelost, zoals de aanhoudende logistieke problemen bij de Rode Zee. Daarnaast hebben sommige partijen koffie vooruit ingekocht in anticipatie op de EUDR-wetgeving (Peeze, 2025). Prijzen zijn echter nog niet gedaald. Tegelijkertijd leiden prijsconflicten tussen grote koffiemerken en supermarktketen tot verstoring in de beschikbaarheid, waardoor dit jaar enkele keren koffie van prominente merken niet meer in de schappen lag. In Nederland verdwenen Douwe Egberts, Senseo en L’Or voor onbepaalde tijd uit de schappen van Picnic en Jumbo.

Van de totale importstroom is er een vrij groot deel dat direct in omloop komt in Nederland (22%). Dit aandeel nam wel af. Nog eens 9% ondergaat nog een bewerking voordat het op de binnenlandse markt komt (figuur 4.17). Het overige deel gaat na import in Nederland uiteindelijk naar het buitenland, de helft wordt eerst nog bewerkt, de andere helft wordt beschouwd als wederuitvoer.

Tabel 4.17 Nederlandse handel in koffie, thee en specerijen (GN-09)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 2,1 30,4%
Waarvan van Nederlandse makelij 36%
Aandeel in de landbouwexport 1,5%
Totale importwaarde (mld. euro) 2,6 28,8%
Aandeel in de landbouwimport 2,7%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 518 64
Frankrijk 334 21
België 255 27
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 443 34
Brazilië 303 29
België 270 43
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.19 Suiker en suikerwerken: Sterke daling exportwaarde, groei importwaarde

De exportwaarde van suiker en suikerwerken is in 2025 met bijna 15% gedaald. De exportwaarde kwam hiermee op 2 miljard euro uit. Dit is een daling van 338 miljoen euro. De importwaarde nam wel toe, maar de toename bedroeg slechts 82 miljoen euro, een groei van bijna 6% (tabel 4.18).

De exportwaarde naar Duitsland nam 14% af, terwijl die naar België en Frankrijk respectievelijk met 13% en 17% afnam. De belangrijkste importlanden zijn gelijk aan die van de export. De import uit Duitsland steeg sterk met 19% terwijl de import uit België en Frankrijk licht afnamen met respectievelijk 4% en 1%. De aandelen van import en export in de totale landbouwhandel zijn voor beide stromen nagenoeg gelijk. Suikerwaren hebben een aandeel van 1,4% in de totale export, en 1,6% in de importwaarde in 2025.

De wereldwijde suikerprijzen zijn in 2025 sterk gedaald ten opzichte van 2024. De FAO-suikerindex daalde bijna het gehele jaar en is naar een niveau gezakt dat in 2020 voor het laatst voorkwam. De suikervoorraden zijn wereldwijd voldoende en de (riet)suikerproducties in Brazilië, India, en Thailand lijken goed te zijn. Dichter bij huis is ook in Nederland de oogst van suikerbieten voor de productie van onder andere bietsuiker prima, ondanks een lager areaal suikerbieten. In Duitsland en Frankrijk had men wat last van ziektes in het gewas. Onrust over de importheffingen voor export naar de VS de prijzen op de ethanolmarkt maken de situatie niet al te positief. De export daalde dan ook in de volle breedte in de top drie en in totaal met 15%.

De Europese suikerverwerkende industrie werkt het liefst met Europese (biet)suiker. Omdat hun verwerkingsproces beter is ingericht voor kristalstructuur van deze suiker. Rietsuiker wordt in Nederland wel direct, zonder verwerking, geconsumeerd, maar die markt is in Nederland klein.

Na diverse fusies is in Nederland alleen Cosun Beet Company als suikerbietenverwerker/suikerproducent overgebleven. Cosun beet company werkt momenteel aan de Unlock 30-strategie. Hiermee wordt ingezet op verdere groei en diversificatie van het portfolio, waaronder circulaire co-producten. Hiermee worden kringlopen meer gesloten en ook het verdienmodel van de suikerbietenteelt en -verwerking verbeterd. Daarbij staan efficiëntere productieprocessen en verdere vergroening van de keten centraal, met een focus op CO2-reductie, waterkwaliteit en plantgezondheid.

De informatie over de suikerketen in Nederland is recentelijk vernieuwd en beschikbaar via deze link(externe link).

Ongeveer 78% van de geïmporteerde suiker en het suikerwerk gaat weer naar het buitenland (figuur 4.18). Van de totale import moet 31% eerst nog een bewerking ondergaan voordat het wordt geëxporteerd. Van de import blijft 22% in Nederland. In 2024 kwam de helft daarvan na een bewerkingsslag op de consumentenmarkt.

Tabel 4.18 Nederlandse handel in suiker en suikerwerk (GN-17)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 2,0 -14,7%
Waarvan van Nederlandse makelij 58%
Aandeel in de landbouwexport 1,4%
Totale importwaarde (mld. euro) 1,5 5,7%
Aandeel in de landbouwimport 1,6%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 363 -14
België 289 -13
Frankrijk 212 -17
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 464 19
België 381 -4
Frankrijk 172 -1
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.20 Tabak en tabaksproducten: aan beide kanten neemt de handelswaarden toe

Zowel de exportwaarde als de importwaarde nam toe in 2025. De exportwaarde steeg met 8,4% iets meer dan de importwaarde (6,4%). Beide stromen zijn van beperkte omvang, met een aandeel van rond de 1% in de totale landbouwhandel (tabel 4.19). De exportwaarde bedroeg in totaal 1,3 miljard euro. De importwaarde groeide maar kwam niet boven het miljard uit. De importwaarde is geraamd op 921 miljoen euro. Het aandeel in de export dat tot de Nederlandse productie wordt gerekend, bedraagt 32%.

De export is vooral gericht op Duitsland, België en Spanje. Met name naar Duitsland en België groeide de handelswaarde in 2025. De groei naar België zat hem vooral in sigaretten en rooktabak. De export naar Duitsland steeg door toedoen van meer rooktabak en producten die tabakssurrogaten bevatten, bestemd voor inhalatie zonder verbranding.

De import komt voor het grootste deel uit Litouwen. Dit land zit in de groep overige EU-landen en wordt daarom niet getoond in tabel 4.19. Daarnaast zijn Polen en Duitsland belangrijke herkomstlanden van de Nederlandse import. Uit vooral deze landen nam de importwaarde toe. Uit Polen kwam een heel scala aan producten met een hogere waarde, onder andere tabak, ‘flue-cured’, ‘geheel of gedeeltelijk gestript, zonder verdere bereiding’ en ‘tabak of gereconstitueerde tabak bevattende producten, bestemd voor inhalatie zonder verbranding’. Vanuit Duitsland was er groei zichtbaar in producten die nicotinesurrogaten bevatten en bestemd zijn voor inhalatie zonder verbranding (met uitzondering van nicotine of tabakssurrogaten).

Het nationale preventieakkoord heeft als doel dat er in 2040 een rookvrije generatie is in Nederland. Concreet betekent dit dat kinderen opgroeien in een rookvrije omgeving en van de volwassenen maximaal 5% nog rookt.

In 2025 zijn verdere maatregelen van kracht geworden dit te realiseren. Zo vallen sinds 1 januari 2025 ook nicotineproducten zonder tabak (zoals nicotinesticks of stoomsteentjes voor gebruik in een waterpijp) en nicotineapparaten ook onder de definitie van een aanverwant product en vallen ze dus ook onder de tabaks- en rookwarenwet. Deze uitbreiding betekent dat nicotinezakjes niet langer gebruikt mogen worden in openbare ruimtes waar al een rookverbod geldt. Denk hierbij aan: treinstations en perrons, openbare gebouwen en werkplekken, horeca, sportclubs en onderwijsinstellingen. Ook wordt ernaar gestreefd dat sportaccommodaties en zorginstellingen 100% rookvrij zijn. De afgelopen jaren zijn de accijnzen op rookartikelen sterk gestegen. Rokers wijken hierdoor vaker uit naar het buitenland om inkopen te doen (nos, 2025). Ook de branchevereniging van de georganiseerde sigaretten- en kerftabakfabrikanten (VSK) geeft aan dat Nederlanders massaal hun sigaretten in het buitenland inkopen (vsk, 2025).

Tabak is een product dat voor 65% bestemd is voor direct binnenlands gebruik (figuur 4.19). Ongeveer 3% ondergaat, na geïmporteerd te zijn, een nadere verwerking in Nederland. Ongeveer eenzelfde percentage (5%) wordt eerst bewerkt, waarna het naar het buitenland wordt overgebracht. Zo'n 26% gaat zonder al te veel aanpassingen direct weer de grens over (wederuitvoer). Dit laatste percentage neemt de laatste jaren wat toe ten gunste van de stroom die direct gereed is voor de binnenlandse markt.

Tabel 4.19 Nederlandse handel in tabak en tabaksproducten (GN-24)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 1,3 8,4%
Waarvan van Nederlandse makelij 32%
Aandeel in de landbouwexport 1,0%
Totale importwaarde (mld. euro) 0,9 6,4%
Aandeel in de landbouwimport 1,0%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 464 18
België 159 29
Spanje 144 2
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Polen 169 21
Duitsland 119 37
België 93 0
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.21 Meel, mout en zetmeel: importwaarde nauwelijks hoger, exportwaarde stijgt 5%

De exporthandel in meel, mout en zetmeel stijgt in 2025 met ruim 5% ten opzichte van een jaar eerder (tabel 4.20). De exportwaarde bedroeg 1,1 miljard euro. De importwaarde daarentegen nam slechts beperkt toe, met 0,4% tot een waarde van 933 miljoen euro. De bedragen die om en nabij het miljard liggen hebben een aandeel van ongeveer 1% in de totale handelswaarde. Voor de export is dit in 2025 0,8%, voor de import precies 1%. Een groot deel van de exportwaarde wordt beschouwd als van Nederlandse makelij (82%).

De exportwaarden van de twee belangrijkste exportbestemmingen namen toe ten opzichte van 2024. De procentuele groei naar België was met 15% wat hoger dan die naar Duitsland. Meer harde tarwemeel ging naar België. Hoewel de ‘overige EU-landen’ gezamenlijk op plek drie uitkomen, is deze om die reden niet in tabel 4.20 opgenomen. In plaats daarvan is de ontwikkeling naar het VK te zien. Naar dit land daalde de export van meel, mout en zetmeelproducten met 4%.

De import komt vooral uit Duitsland en België. Van alle import komt ongeveer tweederde deel uit deze landen. De import uit deze landen bleef nagenoeg gelijk: uit Duitsland werd 1% meer aan waarde geïmporteerd, uit België kwam 2% minder. De importwaarde uit Frankrijk nam 17% af, maar was al een relatief kleine waarde.

De nauwe handelsrelatie tussen Nederland en België hangt samen met de aanwezigheid van een van Europa's grootste maalderijen, Dossche Mills, met vestigingen in onder andere Rotterdam, Groningen, Merksem en Deinze. In België nam Dossche Mills dit jaar het bedrijf Molens T'Kindt over, producent van hoogwaardige bloem- en meelproducten, en eind vorig jaar het Duitse Mühle Rüningen, waarmee het aantal productielocaties werd verdubbeld. Andere grote maalderijen in Nederland zijn Koopmans en De Jongh.

Van de geïmporteerde goederen in deze productgroep gaat in 2024 (meest recente cijfers) circa 40% naar de binnenlandse markt en 60% naar het buitenland (figuur 4.20). Van de totale import wordt 40% eerst verwerkt voordat het wordt geëxporteerd, terwijl 20% direct voor wederuitvoer bestemd is. Voor binnenlands gebruik wordt 34% eerst bewerkt en 6% direct gebruikt voor finale besteding.

Tabel 4.20 Nederlandse handel in meel, mout en zetmeel (GN-11)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 1,1 5,2%
Waarvan van Nederlandse makelij 82%
Aandeel in de landbouwexport 0,8%
Totale importwaarde (mld. euro) 0,9 0,4%
Aandeel in de landbouwimport 1,0%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 182 9
België 132 15
Verenigd Koninkrijk 84 -4
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 354 1
België 300 -2
Frankrijk 80 -17
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.22 Overige producten van dierlijke oorsprong: afname van zowel import- als exportwaarde

De export- en importwaarde laten in 2025 voor overige producten van dierlijke oorsprong een daling zien. Met een waarde van 590 miljoen euro nam de exportwaarde maar zeer beperkt af (tabel 4.21). De importwaarde daalde ook: hier was de daling nog kleiner met nog geen procent. Er blijft ongeveer 437 miljoen euro aan importwaarde over. Het gaat hier over goederen zoals rundersperma, darmen, blazen, magen, veren, haren en visafval.

De belangrijke exportbestemming Duitsland kende een sterkere procentuele daling (-6%) dan het gemiddelde van bijna 2%. De andere twee exportbestemmingen realiseerden een plus. Richting China was deze toename groot, hoewel het totale bedrag aan exportwaarde beperkt bleef. Het ging hier vooral over darmen, blazen en magen van dieren.

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Wat betreft importwaarde houden Duitsland en China elkaar in 2025 nagenoeg in evenwicht. Ook de ontwikkelingen in beide landen was vergelijkbaar, met een daling van de importwaarde. De importwaarde uit België, hoewel aanzienlijk kleiner van omvang, nam daarentegen sterk toe, mede door een toename van de import van darmen en visproducten niet geschikt voor consumptie. Een groep landen van buiten de EU heeft gezamenlijk echter een hogere importwaarde (48 miljoen euro, -5%), maar is omdat het een groep landen betreft niet opgenomen in tabel 4.21.

In deze productgroep zijn natuurdarmen een groot artikel en bedrijven in deze sector hebben een eigen bond van handelaren en verwerkers van slachtproducten (HBS, 2025). Deze organisatie kent acht leden en volgens de website van deze bond vertegenwoordigen ze 25% van de wereldhandel in natuurdarmen.

Van de geïmporteerde waarde gaat 86% weer naar het buitenland (figuur 4.21). Hiervan is 66% bestemd voor wederuitvoer, 20% wordt eerst nog bewerkt. De 13% die bestemd is voor de binnenlandse markt wordt eerst nog bewerkt voordat het geschikt is voor binnenlandse bestedingen.

Tabel 4.21 Nederlandse handel in overige producten van dierlijke oorsprong (GN-05)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 0,6 -1,9%
Waarvan van Nederlandse makelij 34%
Aandeel in de landbouwexport 0,4%
Totale importwaarde (mld. euro) 0,4 -0,8%
Aandeel in de landbouwimport 0,5%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 146 -6
Frankrijk 79 1
China 64 22
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 119 -3
China 116 -7
België 37 22
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.23 Granen: importwaarde en exportwaarde granen nemen af

De importwaarde van granen daalt in 2025 met ruim 3% tot 3,1 miljard euro (tabel 4.22). Met een aandeel van 3,3% in de totale landbouwimport is dit een belangrijke groep producten. Ondanks de daling is deze importwaarde nog altijd veel groter dan de exportwaarde, zeker ook omdat de exportwaarde afname (-7,7%). In absolute waarde is de afname van de importwaarde groter dan die van de export. De exportwaarde is met zo'n 570 miljoen euro een beperkte stroom en dat wordt bevestigd door het beperkte aandeel van granen in de totale exportwaarde van de landbouwgoederen van 0,4%. Slechts een kwart van de totale export wordt bestempeld als van Nederlandse makelij.

Terwijl de importwaarde uit Frankrijk sterk toenam (+40%), voornamelijk door tarwe en maïs, daalde de importwaarde uit Duitsland (tarwe, gerst en maïs) en Oekraïne (maïs) fors, met respectievelijk 21% en 42%. Hoewel de geëxporteerde volumes verhoudingsgewijs beperkt zijn, nam de export naar Duitsland met 1% af. De procentuele veranderingen waren groter voor België (-18%) en Frankrijk (+20%). De daling richting België hangt samen met een lagere export van maïs, terwijl de toename richting Frankrijk vooral werd veroorzaakt door een hogere export van rijst.

Nederland betrekt oorspronkelijk zijn graan vooral uit Duitsland en Frankrijk. Door de oorlog tussen Oekraïne en Rusland kon Oekraïne echter zijn granen niet meer via de Zwarte Zee exporteren, omdat deze door Rusland waren geblokkeerd. Oekraïne vond een oplossing in een handelsovereenkomst met de EU. Maar dit verdrag werd door buurlanden soms als marktverstorend ervaren. Hoewel dit verdrag halverwege dit jaar eindigde, sloten beide partijen direct een nieuw verdrag af, dat nog moet worden goedgekeurd door de Europese landen (Nieuwe Oogst, 2025). Door deze ontwikkelingen zijn de handelsstromen in beweging en fluctueren de herkomstlanden sterk. Overigens zijn de graanprijzen sterk gedaald door wereldwijd goede oogsten.

Alle vier de grote wereldwijde graanhandelaren hebben een vestiging in Nederland, wat de hoge importwaarde van ruim 3 miljard euro verklaart. Zo heeft Bunge in Nederland vestigingen in Zaandam, Amsterdam en Wormer. Het Franse handelshuis Louis Dreyfus huist in Rotterdam, Cargill heeft onder andere een vestiging in Amsterdam en Archer-Daniels-Midland (ADM) heeft kantoor in Rotterdam.

Meer over de keten van granen kunt u hier lezen. Nederland importeert vooral rijst, gerst, tarwe en mais. De export bestaat vooral uit rijst en mais.

Van de geïmporteerde granen bleef in 2024 26% in Nederland (figuur 4.22). Bijna alles wordt eerst nog verwerkt voordat het voor binnenlandse besteding geschikt is. Van de totale import gaat 74% uiteindelijk weer naar het buitenland. Van de totale import wordt 64% eerst bewerkt, 10% betreft wederuitvoer.

Tabel 4.22 Nederlandse handel in granen (GN-10)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 0,6 -7,7%
Waarvan van Nederlandse makelij 25%
Aandeel in de landbouwexport 0,4%
Totale importwaarde (mld. euro) 3,1 -3,4%
Aandeel in de landbouwimport 3,3%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 221 -1
België 133 -18
Frankrijk 66 20
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Frankrijk 1.056 40
Duitsland 683 -21
Oekraïne 364 -42
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.24 Plantensappen: groei van exportwaarde, daling importwaarde

Voor deze handelsgroep steeg de exportwaarde in 2025 met 14 miljoen euro, oftewel 8,8%, naar in totaal 179 miljoen euro . De importwaarde deed een stapje terug en bleef op 222 miljoen euro steken, een afname van bijna 7%. Het aandeel in de landbouwexport is zeer klein, namelijk 0,1% voor de export en 0,2% voor de import (tabel 4.23).

Onder deze productgroep vallen onder andere zoethout(drop), hopextracten en pectine. De belangrijkste exportbestemmingen zijn Duitsland, België en Frankrijk in 2025. Voor alle drie de landen lag de exportwaarde rond de 20 miljoen euro, waarbij de exportwaarde naar Duitsland en Frankrijk afnam en naar België sterk toenam (71%).

De import van deze productgroep komt vooral uit China. Met een stijging van 11% groeide de importwaarde tot 32 miljoen euro. Uit andere landen buiten de EU komt een dergelijk bedrag (30 miljoen) en dit bedrag groeide met 7% ten opzichte van 2024. Omdat het een groep van landen betreft, is deze niet opgenomen in tabel 4.23. De import uit Duitsland zakte in. De 27 miljoen euro was 12% lager dan een jaar eerder. Frankrijk was individueel het derde land qua import van plantensappen. De waarde nam toe met 7% tot 24 miljoen euro.

Een opvallende verschuiving is te zien in de bestemming van de import in 2023. In 2023 was 19% bestemd voor direct binnenlandse consumptie (figuur 4.23). De verdeling van de import in 2024 lijkt weer meer op die uit 2022. Vermoedelijk is dit dan ook een tijdelijk verandering geweest. In 2024 was ruim 80% bestemd voor de export en bleef 18% in Nederland. Voor beide stromen geldt dat producten verhoudingsgewijs minder bewerkt hoeven te worden voordat ze te koop worden aangeboden.

Tabel 4.23 Nederlandse handel in plantensappen (GN-13)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 0,2 8,8%
Waarvan van Nederlandse makelij 34%
Aandeel in de landbouwexport 0,1%
Totale importwaarde (mld. euro) 0,2 -6,8%
Aandeel in de landbouwimport 0,2%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 24 -7
België 20 71
Frankrijk 16 -1
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
China 32 11
Duitsland 27 -12
Frankrijk 24 7
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.25 Vlechtstoffen: importwaarde stijgt sterk, exportwaarde daalt beperkt

De productgroep vlechtstoffen is in handelswaarde de kleinste van de landbouwgoederen. De handelswaarde van producten zoals bamboe en riet is beperkt, zeker vergeleken met de meeste andere handelsgroepen. De exportwaarde bedraagt in 2025 61 miljoen euro, een afname van 1,4% of nog geen miljoen euro (tabel 4.24). De importwaarde nam 9 miljoen euro toe tot 98 miljoen euro.

De vlechtstoffen komen vooral uit China en India en voor een zeer beperkt deel uit andere landen. Vooral de import uit India nam in 2025 toe, waardoor India het traditioneel belangrijkste land van oorsprong, China, van de eerste plek stootte. In 2025 was het België dat op geruime afstand het derde importerende land was van deze goederengroep. De import uit België daalde wel sterk (-12%).

Dit jaar werd vanuit India meer waarde ingevoerd van de productcategorie ‘Plantaardige producten niet eerder genoemd’. Uit China ging het om riet en bies of andere plantaardige stoffen die worden gebruikt voor de mandenmakerij. De export naar Duitsland en België nam toe door meer bamboe-export. De daling van de export naar het VK werd veroorzaakt door een daling van de overige plantaardige goederen uit deze groep.

De beperkte export ging in 2024 vooral naar Duitsland, België en het VK. De exportwaarde groeide naar de twee belangrijkste exportbestemmingen, terwijl de export naar het VK sterk daalde.

De geïmporteerde goederen blijven maar voor een zeer beperkt deel in Nederland (figuur 4.24). Slechts 18% komt na bewerking beschikbaar voor binnenlandse besteding. Van de overige goederen wordt 55% eerst verwerkt voor her-export en 27% wordt direct voor wederuitvoer aangeboden.

Tabel 4.24 Nederlandse handel in vlechtstoffen (GN-14)
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 0,1 -1,4%
Waarvan van Nederlandse makelij 33%
Aandeel in de landbouwexport 0,0%
Totale importwaarde (mld. euro) 0,1 9,9%
Aandeel in de landbouwimport 0,1%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 15 29
België 8 12
Verenigd Koninkrijk 8 -55
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
India 39 64
China 35 8
België 7 -12
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.26 Overige primaire en secundaire landbouwgoederen: exportwaarde en importwaarde nagenoeg in evenwicht

In deze productgroep zitten onder andere glycerol, rubber, katoen en diverse oliën, hout en vetzuren. De export van overige primaire en secundaire landbouwgoederen neemt in 2025 toe met 7,2%, terwijl de importwaarde met 5,6% toeneemt. De handelsbalans van deze samengestelde goederengroep is hierdoor nagenoeg nul geworden. De import- en exportwaarde van deze groep is nagenoeg gelijk. Beide stromen hebben een waarde die net iets hoger ligt dan 5,5 miljard euro (tabel 4.25). Met een waarde van 5,7 miljard euro is de import iets groter dan de exportwaarde (5,6 miljard euro) in 2025. Ook is de import relatief groter dan de export: de import vertegenwoordigt 6% van de totale importwaarde, tegenover 4% voor de export (van de totale exportwaarde). De belangrijke exportbestemmingen bevinden zich binnen de EU. Hiervan steeg voor elk individueel land de exportwaarde veel sterker dan de 7,2% toename die het totaal van de overige primaire en secondaire goederen realiseerde.

De export naar Duitsland steeg door toename van de exportwaarde van onder andere glycerol. De export naar België steeg door waardetoename van industriële vetalcoholen. Naar Italië zat er groei in de handel van oliën zoals muntolie.

Nederland importeerde in 2025 zijn overige landbouwproducten vooral uit Duitsland, Ierland en Indonesië. De sterke toename van de import uit Ierland valt daarbij op en werd veroorzaakt door de groei van diverse producten, waaronder glycerol en grondstoffen voor de drankenindustrie. De importgroei vanuit Duitsland (9%) en de daling van 2% uit Indonesië (onder andere minder vetzuurdistillaat) valt hierbij in het niet.

Van alle geïmporteerde goederen uit deze productgroep blijft een kwart in Nederland (figuur 4.25), veelal door eerst verwerkt te worden. Het andere deel is vooral bestemd voor wederuitvoer en groeide in 2024 met 6% ten opzichte van 2023. Voor 30% van de goederenwaarde wordt een verwerkingsslag gemaakt voordat de goederen weer worden geëxporteerd.

Tabel 4.25 Nederlandse handel in overige primaire en secundaire landbouwgoederen
2025 (raming) mutatie t.o.v. 2024
Totale exportwaarde (mld. euro) 5,6 7,2%
Waarvan van Nederlandse makelij 59%
Aandeel in de landbouwexport 4,1%
Totale importwaarde (mld. euro) 5,7 5,6%
Aandeel in de landbouwimport 6,0%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro) % mut. t.o.v. 2024
Duitsland 1.384 30
België 522 10
Italië 400 14
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland 856 9
Ierland 575 97
Indonesië 569 -2
Bron: CBS tot en met oktober 2025, raming november en december 2025 door WUR en CBS.
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

4.27 Meeste verdiensten aan export van sierteelt

In deze paragraaf worden de verdiensten uitgesplitst naar soorten landbouwgoederen. De informatie is op het moment van schrijven enkel beschikbaar tot en met verslagjaar 2024. Op productniveau verdient Nederland het meest aan de export van sierteelt (6,6 miljard euro in 2024) en zuivel en eieren (5,6 miljard) (figuur 4.26). Hierna volgen groenten (4,8 miljard euro) en vlees (4,5 miljard). Op enige afstand volgen bereidingen van groenten en fruit (2,7 miljard euro), bereidingen van graan, meel en melk (2,3 miljard) cacaobereidingen (2,0 miljard euro) en dranken (1,9 miljard), resten van de voedselindustrie en veevoer (1,6 miljard), oliehoudende zaden en vruchten en fruit (beide 1,4 miljard euro). Voor fruit geldt dat het grootste deel wederuitvoer van buitenlands fruit betreft, waaraan Nederland per euro relatief weinig verdient. Toch is deze wederuitvoer wel lucratief te noemen als het om grote hoeveelheden gaat, zoals in het geval van avocado’s. Zo is Nederland de tweede importeur van avocado’s in de wereld, waarbij negen op de tien avocado’s als wederuitvoer weer in de export terechtkomen (CBS, 2021).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Sierteelt leverde niet alleen de hoogste totale exportverdiensten in 2024, maar was ook het meest lucratief indien wordt gerekend naar de verdiensten per euro exportwaarde (zie figuur 4.y). Aan één euro sierteeltexport verdiende Nederland 61 eurocent in 2024. De enige andere productgroep die hierbij in de buurt komt betreft groenten met verdiensten van 57 eurocent per euro export.

Voor enkel sierteelt van Nederlandse bodem (zonder wederuitvoer) waren de verdiensten in 2024 72 eurocent per euro exportwaarde, dat is iets lager dan groenten (74 eurocent) en oliehoudende zaden en vruchten (73 eurocent) en iets hoger dan fruit (70 eurocent). Groenten, fruit en oliehoudende zaden en vruchten worden relatief veel wederuitgevoerd (met relatief lage verdiensten) en zonder wederuitvoer nemen de verdiensten per euro daarom sterk toe. Dat geldt met name voor oliehoudende zaden en vruchten (van 44 tot 73 eurocent) en voor fruit (van 19 tot 70 eurocent).

De gemiddelde landbouwexport leverde in 2024 38 eurocent per euro exportwaarde op en 54 eurocent zonder wederuitvoer.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Een vergelijking tussen 2021 en 2024 leert dat de export van zuivel en eieren (+1,5 miljard euro) de grootste groei kent in exportverdiensten, op enige afstand gevolgd door de export van bereidingen van groente en fruit (+0,9 miljard), cacaobereidingen, groenten (beide +0,8 miljard) en vlees (+0,7 miljard euro).

De sierteeltsector heeft het de afgelopen jaren zwaar te verduren gehad met de coronacrisis (zie Jukema et al., 2022), Brexit (zie Jukema et al., 2025) en de energiecrisis (zie Verbiesen, 2022) en had in 2024 als enige productgroep in de top tien minder exportverdiensten ten opzichte van 2021.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

5 De handel in landbouwgerelateerde goederen

5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk staan landbouwgerelateerde goederen centraal. Dit zijn geen landbouwgoederen volgens de basisdefinitie (de focus van de eerdere hoofdstukken), maar goederen die internationaal worden verhandeld ten behoeve van de landbouw- of voedingssector. Voorbeelden hiervan zijn landbouwmachines en machines voor de voedingsmiddelenindustrie, maar ook kassen en kunstmest. In paragraaf 5.2 worden macro-ontwikkelingen beschreven, paragraaf 5.3 voegt een landendimensie toe, paragraaf 5.4 een goederendimensie, paragraaf 5.5 gaat in op importbestemmingen en paragraaf 5.6 bespreekt de Nederlandse verdiensten aan de export van landbouwgerelateerde goederen.

5.2 Landbouwgerelateerde export neemt toe met 14%

Voor 2025 wordt de export van landbouwgerelateerde goederen (of tertiaire landbouwexport) geraamd op 14,0 miljard euro (figuur 5.1), dat is 14% meer dan in 2024 (12,2 miljard euro). De import van landbouwgerelateerde goederen wordt met 5,7 miljard euro in 2025 5% hoger geschat dan in 2024 (5,5 miljard euro).

Het handelsoverschot nam in 2025 met 22% toe tot 8,2 miljard euro, als gevolg van de veel sterkere groei van de export in vergelijking met de import. Het handelsoverschot op landbouwgerelateerde goederen bereikte daarmee een hoog niveau. In de periode 2002-2025 is het handelsoverschot vervijfvoudigd, een sterkere toename dan bij zowel de import (3,3 keer groter) als de export (4,1 keer groter).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

De export van landbouw- en landbouwgerelateerde goederen samen wordt voor 2025 geraamd op 151,5 miljard euro (figuur 5.2). Dat is 9% hoger dan in 2024. De import van landbouw- en landbouwgerelateerde goederen komt met 100,9 miljard euro 11% hoger uit dan in 2024 en overschrijdt voor het eerst de grens van 100 miljard. Het handelsoverschot ten aanzien van landbouw- en landbouwgerelateerde goederen komt met 50,6 miljard euro (5% groei in 2025) op een hoog niveau.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

5.3 De VS heeft Frankrijk ingehaald als derde exportbestemming

De export van landbouwgerelateerde goederen is sterk op de EU gericht. De top vijf wordt vertegenwoordigd door Duitsland (15% van het totaal), België (9%), de VS, Frankrijk (beide 8%) en het VK (6%). Meststoffen worden het meest uitgevoerd in de export naar België en Frankrijk, in de export naar Duitsland en de VS zijn dat kasmaterialen en bij export naar het VK staan landbouwmachines op de eerste plek.

Er staan ook enkele bestemmingen in de top tien (figuur 5.3) die niet in de top tien van landbouwgoederen (figuur 3.2) staan. Zo staat Denemarken op plaats acht als bestemming van landbouwgerelateerde goederen, waarbij kasmaterialen een belangrijke productgroep vormen. Brazilië komt naar voren op plek negen, onder meer vanwege de export van meststoffen. In 2025 is Denemarken Brazilië gepasseerd. Daarnaast is de VS Frankrijk voorbijgegaan als derde exportbestemming.

De waarde van de landbouwgerelateerde export naar de VS en Polen is in 2025 toegenomen met respectievelijk 53 en 82%. Voor het grootste deel gaat het hier om een sterk toegenomen export van kasmaterialen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Indien we wederuitvoer niet meerekenen (figuur 5.4) en enkel kijken naar de landbouwgerelateerde export van Nederlandse makelij, dan nemen de VS als exportbestemming plek twee in en halen daarmee België in. Daarnaast staan Canada en Noorwegen nu in de top tien (ten koste van Denemarken en Italië). Ook Brazilië komt nu hoger (van positie 9 naar 7). Zonder wederuitvoer gerekend nemen de niet-EU-landen prominentere plekken in en staan ze bovendien vaker in de top tien van bestemmingen (vijf keer in plaats van drie keer). Dat is niet vreemd: wederuitvoer naar niet-EU-landen komt minder voor dan naar EU-landen.

Zowel voor de export naar de VS als naar Canada (in de eerste plaats landbouwmachines) geldt dat een bijzonder hoog percentage van landbouwgerelateerde export van Nederlandse makelij is, respectievelijk 92% en 96%. Ter vergelijking, dat is 65% bij de export naar België.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

De totale invoer van landbouwgerelateerde goederen (figuur 5.5) ligt lager dan de uitvoer (figuur 5.3) en de handel is veel geconcentreerder. Van alle import komt 45% uit de buurlanden Duitsland en België, vooral landbouwmachines en kasmaterialen. Ook tractors en landbouwtrailers uit Duitsland en meststoffen uit België zijn prominent aanwezig in de Nederlandse import.

Na de buurlanden staan er vijf EU-landen in de lijst van belangrijkste leveranciers en drie landen van buiten de EU (China, het VK en de VS). China kent de grootste stijging (+66%) dankzij kasmaterialen en landbouwmachines en stijgt van positie 6 naar 3. Tegelijkertijd is de import uit het VK met 39% afgenomen, waarbij het ook volledig gaat om kasmaterialen. Mogelijk speelt hier een verlegging van de handel waarbij kasmaterialen nu rechtstreeks uit China komen en eerder via het VK. De import uit Duitsland (+5%) en België (+1%) ontwikkelde zich beneden gemiddeld.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

5.4 Grootste groei bij de export van kasmaterialen

Op productniveau zijn er vier tertiaire landbouwgoederen (landbouwmachines, kasmaterialen, meststoffen en machines voor de voedingsmiddelenindustrie) met een hoge exportwaarde (figuur 5.6).

In 2025 is de export van kasmaterialen fors gegroeid (+30%). De absolute groei bedraagt 0,7 miljard euro, het is vooral de export naar de VS en Polen die is toegenomen.

Onderzoek naar de export van kasmaterialen heeft eerder getoond dat in Nederland circa 20 bedrijven actief zijn in het opleveren van complete kascomplexen (Bregman, 2024). De bedrijven opereren zowel op nationaal als internationaal niveau, waarbij de bedrijven circa 80% van hun omzet in het buitenland genereren en circa 20% in Nederland.

In de rangschikking van meest uitgevoerde landbouwgerelateerde producten is er niets veranderd tussen 2024 en 2025. Landbouwmachines staan ook in 2025 op plek 1 met 3,6 miljard euro, gevolgd door kasmaterialen (3,1 miljard), meststoffen (2,5 miljard) en machines voor de voedingsmiddelenindustrie (2,3 miljard euro).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Indien wederuitvoer niet wordt meegerekend dan blijft de top twee (landbouwmachines en kasmaterialen) ongewijzigd (figuur 5.7), maar ligt de export van machines voor de voedingsmiddelenindustrie nu iets hoger dan de export van meststoffen. De export van deze goederen is namelijk voor een groter deel van Nederlandse makelij (86%) dan de export van meststoffen (79%).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Aan de importkant zijn landbouwmachines (1,5 miljard euro) en kasmaterialen (1,3 miljard) ook de meest verhandelde landbouwgerelateerde goederen (figuur 5.8). Daarna volgen meststoffen (0,8 miljard), gewasbeschermingsmiddelen, en tractors en landbouwtrailers (beide 0,6 miljard).

De import van landbouwmachines is zowel absoluut (+0,2 miljard euro) als procentueel (+18%) de grootste groeier. De import van kasmaterialen is in 2025 juist afgenomen door een sterke afname van de import uit het VK. Zonder het VK nam de import juist toe.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

5.5 Van de landbouwgerelateerde import is 71% bestemd voor de export

Een groot deel van de landbouwgerelateerde import (71% in 2024) komt uiteindelijk weer in het buitenland terecht, dat is een vergelijkbaar percentage als bij de import van landbouwgoederen (72% in paragraaf 2.5). Het betreft ruim 45% invoer voor wederuitvoer en ruim 25% indirecte export (na bewerking in Nederland). Dat betekent dat 29% van de import in Nederland blijft, bijna 16% directe afzet in Nederland en bijna 14% indirecte afzet na bewerking in Nederland.

Tussen de verschillende productgroepen zitten grote verschillen in de bestemming van de import. Zo worden landbouwmachines (63%) en landbouwgereedschappen (74%) na invoer in Nederland voor een groot deel meteen weer uitgevoerd en geldt dat veel minder voor meststoffen (36%) en gewasbeschermingsmiddelen (37%). Deze worden juist relatief veel indirect geëxporteerd, na verwerking in Nederland. Sproeitoestellen en tractors en landbouwtrailers worden juist relatief veel direct in Nederland afgezet na import.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

5.6 ‘Brede’ landbouwexportverdiensten 54,6 miljard euro

Voor 2025 worden de verdiensten aan tertiaire landbouwexport geraamd op 5,5 miljard euro. Inclusief de primaire en secundaire landbouwgoederen (paragraaf 2.4) komen de ‘brede’ landbouwexportverdiensten voor Nederland daarmee uit op 54,6 miljard euro.

Voor de landbouwgerelateerde goederen zijn voor het jaar 2024 ook gegevens beschikbaar op goederenniveau (figuur 5.10). Daaruit blijkt dat Nederland het meest verdiende aan de export van landbouwmachines (1,4 miljard euro), kasmaterialen (1,3 miljard), machines voor de voedingsmiddelenindustrie (1,1 miljard) en meststoffen (0,6 miljard). Aan alle overige tertiaire landbouwexport samen verdiende Nederland 0,5 miljard euro.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Aan een gemiddelde euro exportwaarde van landbouwgerelateerde goederen verdiende Nederland in 2024 fors meer dan aan een gemiddelde euro exportwaarde van landbouwgoederen: 44 tegen 38 eurocent (zie figuur 5.11 in vergelijking met figuur 4.2). Het verschil halveert indien we corrigeren voor wederuitvoer (57 tegen 54 eurocent).

Het meest lucratief is de export van machines voor de voedingsmiddelenindustrie met 57 eurocent per euro exportwaarde. Indien enkel de in Nederland geproduceerde export (zonder wederuitvoer) wordt meegenomen blijken machines voor de voedingsmiddelenindustrie en landbouwmachines even lucratief met 65 eurocent exportverdiensten per euro exportwaarde. In Nederland geproduceerde kasmaterialen (63 eurocent) komen iets lager uit. Aan de export van één euro meststoffen van Nederlandse makelij verdient Nederland aanzienlijk minder (34 eurocent) omdat de gemiddelde importkosten hoger zijn. In het geval van meststoffen gaat het bijvoorbeeld om geïmporteerd aardgas dat nodig is voor de productie van (stikstof)kunstmest in Nederland (CBS, 2023).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Ondanks een sterke groei van de exportwaarde van landbouwgerelateerde export in de afgelopen jaren zijn de totale exportverdiensten nauwelijks toegenomen, van 4,8 miljard euro in 2021 tot 4,9 miljard euro in 2024. De verdiensten per euro export zijn namelijk teruggelopen omdat de importkosten hoger zijn geworden. Grondstoffen, energie en onderdelen zijn sinds 2021 aanzienlijk in prijs gestegen.

Op productniveau zijn er wel verschillen: zo is Nederland ten opzichte van 2021 veel meer gaan verdienen aan de export van kasmaterialen, een stijging van 0,8 tot 1,3 miljard euro. De verdiensten aan meststoffen zijn in dezelfde periode juist sterk afgenomen, van 1,2 tot 0,6 miljard euro.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Referenties bij hoofdstuk 4

CBS (2021, 15 februari). Avocado-import groeit met 19 procent in 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/07/avocado-import-groeit-met-19-procent-in-2020

DFG (2024, 9 januari) ,“Opening Packed At Source Africa (PASA) faciliteit draagt bij aan het vergroten van efficiency en duurzaamheid in de bloemensector” opgehaald van https://dfg.nl/nl/nieuws/opening-packed-at-source-africa-pasa/

FAO (2025, november 2025). Food outlook: oilcrops. Rome: Food and Agriculture Organization of the United Nations. Geraadpleegd via https://openknowledge.fao.org/server/api/core/bitstreams/a815f7e5-f07c-4c72-bdaa-f6a9986f1c08/content

HBS (2025). Bond van Handelaren in- en Bewerkers van Slachtproducten. Geraadpleegd via https://www.hbs-natuurdarmen.nl

ICCO (2025) Cacao market report, Oktober 2025, geraadpleegd via https://www.icco.org/

Jukema, G., Ramaekers, P. en Berkhout, P. (2022). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2022. Wageningen/Heerlen/Den Haag: Wageningen Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek.

Jukema, G., Ramaekers, P. en Woltjer, J. (2025). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025. Wageningen/Heerlen/Den Haag: Wageningen Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek.

FD (2025, november). Europese dranken onder druk: exportprijzen naar de VS dalen fors. Geraadpleegd via https://fd.nl/economie/1578518/europese-dranken-onder-druk-exportprijzen-naar-de-vs-dalen-fors

FD (2025, maart),“Chocogurk, discodip, nasi goreng-paasei: waarom er elk jaar wéér nieuwe chocoladesmaken in de schappen liggen”, Hilda Bouma, geraadpleegd via: https://fd.nl/bedrijfsleven/1547367/chocogurk-discodip-nasi-goreng-paasei-waarom-er-elk-jaar-weer-nieuwe-chocoladesmaken-in-de-schappen-liggen

Nieuwe Oogst (2025, 1 juli). “EU en Oekraïne sluiten nieuwe handelsovereenkomst over landbouw”, René Bouwmeester, geraadpleegd via: https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/

NOS (2025, 16 december). China verlaagt importheffingen op varkensvlees uit EU, kort na forse verhoging. Geraadpleegd via https://nos.nl/artikel/2594853-china-verlaagt-importheffingen-op-varkensvlees-uit-eu-kort-na-forse-verhoging

NOS (2025, 17 juni). “RIVM na accijnsverhoging tabak: 'Inkoop uit buitenland nam fors toe” Geraadpleegd via https://nos.nl/artikel/2571489-rivm-na-accijnsverhoging-tabak-inkoop-uit-buitenland-nam-fors-toe

Peeze (2025, 24 november) Ontwikkelingen op de wereldmarkt van koffie – update, opgehaald van https://peeze.nl/ontwikkelingen-op-de-wereldmarkt-van-koffie/

RVO (2025a, 10 juni), “Van cacaoschil tot kans: circulair ondernemen in Ivoorkust” geraadpleegd via https://www.rvo.nl/praktijkverhalen/circulair-ondernemen-ivoorkust

RVO (2025b). Statistieken marktinformatie. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd via https://www.rvo.nl/onderwerpen/marktinformatie/statistieken#runderen

RVO (2025cb). Statistieken marktinformatie. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd via https://www.rvo.nl/onderwerpen/marktinformatie/statistieken#varkens

RVO (2025d). Statistieken marktinformatie. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd via https://www.rvo.nl/onderwerpen/marktinformatie/statistieken#runderen

Verbiesen, M. (2022, 12 mei). Tweede Kamer tegen aardgasverbod sierteelt. Nieuwe Oogst. Geraadpleegd via https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2022/05/12/tweede-kamer-tegen-aardgasverbod-sierteelt

VSK (2025, 14 november). “Tabakssmokkel naar nieuw hoogtepunt” geraadpleegd via: https://www.vsk-tabak.nl/nieuws/tabakssmokkel-naar-nieuw-hoogtepunt

WSER (2025). Inkomensraming: Wat verdienden boeren en tuinders in 2025. Wageningen: Wageningen Social & Economic Research. Geraadpleegd via https://www.wur.nl/nl/nieuws/inkomensraming-wat-verdienden-boeren-en-tuinders-2025

Referenties bij hoofdstuk 5

Bregman, C. (2024). Bedekte teelten: meer variatie in gewassen, constructies en bouwlocaties. Hoofdstuk 9 van G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (2024). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2024. Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2023, 14 april). Exportwaarde kunstmest 57 procent hoger in 2022. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/15/exportwaarde-kunstmest-57-procent-hoger-in-2022