Editie 2026 - De Nederlandse handel in landbouwgoederen

Laatste update: 16 januari 2026

2.1 Inleiding

Dit hoofdstuk schetst de belangrijkste trends in de Nederlandse handel in landbouwgoederen op macroniveau. Paragraaf 2.2 beschrijft de ontwikkeling van de totale landbouwimport en -export. In paragraaf 2.3 wordt onderscheid gemaakt tussen de export van landbouwgoederen van Nederlandse makelij en de wederuitvoer van landbouwgoederen van buitenlandse makelij. Paragraaf 2.4 analyseert de ontwikkeling van de tot dusver besproken handelswaarde op basis van de onderliggende volume- en prijsontwikkelingen. Paragraaf 2.5 gaat in op wat de Nederlandse economie verdient aan de export van landbouwgoederen. Ten slotte behandelt paragraaf 2.6 de bestemming van de Nederlandse landbouwimport: de Nederlandse markt of het buitenland.

2.2 Landbouwexport neemt ruim 8% in waarde toe

De Nederlandse landbouwexport wordt voor 2025 geraamd op 137,5 miljard euro, 8,4% meer dan in 2024 (126,9 miljard euro). Daarmee is 2025 het tiende opeenvolgende jaar dat de waarde van de landbouwexport hoger uitkomt dan het jaar ervoor. De laatste daling was in 2015.

De Nederlandse landbouwimport wordt 11,3% hoger geraamd op 95,1 miljard euro (85,5 miljard euro in 2024). Het verschil in waardeontwikkeling tussen import en export heeft vooral te maken met een verschil in prijsontwikkeling (zie verder paragraaf 2.4). Over een lange periode bezien, van 2002 tot 2024, is de landbouwexport (nominaal) in waarde verdrievoudigd en is de waarde van de landbouwimport zelfs bijna verviervoudigd (figuur 2.1).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Het handelsoverschot, het saldo van uitvoer en invoer, wordt voor 2025 geraamd op 42,4 miljard euro. Daarmee bereikt het overschot een zeer hoog niveau. De groei van het handelsoverschot heeft te maken met een sterkere absolute toename van de exportwaarde in vergelijking met de importwaarde. Tussen 2002 en 2025 is het handelsoverschot voor landbouwgoederen ruim verdubbeld.

In 2025 betrof naar schatting 20,7% van de totale Nederlandse goederenexport landbouwgoederen. In geen enkel jaar tussen 2001 en 2025 was dat percentage hoger (figuur 2.2). Voor de import geldt hetzelfde: het aandeel van landbouwgoederen in de totale goederenimport is in 2025 met 16,3% het hoogste sinds de meting hiervan.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

De toename van de landbouwaandelen in de import en export hangt samen met hogere prijzen voor landbouw- en voedselproducten ten opzichte van andere productgroepen, waardoor landbouwgoederen in waardetermen relatief belangrijker zijn geworden (zie verder hoofdstuk 6). Het aandeel van de landbouw in het totale goederenhandelsoverschot is licht afgenomen, van 57,4% in 2024 tot 53,6% in 2025, omdat het overschot bij de niet-landbouwgoederen nog iets harder toenam dan bij de landbouwgoederen.

2.3 Wederuitvoer groeit iets harder dan export van Nederlands product

De Nederlandse landbouwexport bestaat uit wederuitvoer (niet of licht bewerkte import die via Nederland doorgaat naar een derde land) en export van Nederlandse makelij. Bij de laatste groep hoort ook de export van significant bewerkte import die door Nederland wordt geëxporteerd (de export van hier geproduceerde chocolade op basis van cacaobonen uit Ivoorkust bijvoorbeeld). Het onderscheid tussen beide groepen is van belang, omdat Nederland per euro export ruim vier keer meer verdient aan de export van Nederlandse makelij dan aan wederuitvoer (Prenen en Voncken, 2025). Dit komt terug in de paragrafen 2.5, 3.4, 4.27 en 5.6, waar wordt ingegaan op de 'exportverdiensten' van landbouwgoederen.

Voor 2025 wordt de landbouwexport van Nederlandse makelij geraamd op 88,4 miljard euro en de wederuitvoer van buitenlandse landbouwgoederen op 49,1 miljard (zie figuur 2.3). Daarmee groeit de wederuitvoer met 9,5% iets harder in waarde dan de export op basis van Nederlandse productie (+7,8%). Het aandeel van wederuitvoer in de totale landbouwexport blijft daarmee nagenoeg gelijk aan het aandeel sinds 2022. Sinds 2016 is de wederuitvoerwaarde ruim verdubbeld, tegenover een groei van 47% bij de landbouwexport van Nederlandse makelij in dezelfde periode. In deze periode is met name de wederuitvoer van fruit en vlees hard gegroeid. Een illustratief voorbeeld is de sterke toename van de invoer en wederuitvoer van avocado’s (CBS, 2021).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Landbouwgoederen zijn bovengemiddeld vaak ‘made in Holland’ en dat is terug te zien in de vergelijking met andere goederen (zie figuur 2.4). Ruim 64% van de landbouwexport is export van Nederlandse makelij (36% wederuitvoer) en dat is duidelijk hoger dan bij de export van niet-landbouwproducten; hier is minder dan de helft van Nederlandse makelij. In de totale goederenexport is 51% van Nederlandse makelij en 49% wederuitvoer van buitenlandse makelij. Bij zowel landbouwgoederen als niet-landbouwgoederen is het belang van wederuitvoer in 2025 licht toegenomen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

2.4 Groei vooral prijs gedreven: twee derde prijsstijging, een derde volumegroei

Naast het onderscheid tussen wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij is het van belang om een tweede onderscheid te maken binnen de handelswaarde. Deze publicatie richt zich grotendeels op ontwikkelingen in handelswaarden, dat wil zeggen geldstromen (in euro’s) die de Nederlandse grens passeren. Een toename van de handelswaarde betekent echter niet automatisch ook een toename van het export- of importvolume. Een mutatie van de waarde is namelijk het resultaat van een volume- en een prijsontwikkeling.

Figuur 2.5 laat zien dat zowel de landbouwinvoer als -uitvoer in volume zijn toegenomen, met respectievelijk bijna 4% en bijna 3%. Het verschil in de waardeontwikkeling (zie paragraaf 2.2) tussen import en export zit in de prijsontwikkeling: deze was groter bij de invoer (bijna 8%) dan bij de uitvoer (bijna 6%). Voeding en dranken laten in 2025 een bovengemiddelde prijsstijging zien en dragen na de productcategorie huisvestiging, water en energie het meest bij aan de inflatie in Nederland (CBS, 2025). Voor zowel de invoer als de uitvoer geldt dat ruim twee derde van de waardestijging in 2025 kwam door prijsstijging en bijna een derde door volumegroei.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Dit betreft schattingen waarbij de reeds beschikbare informatie is gecombineerd: volume- en prijsontwikkelingen van de nationale rekeningen (economische eigendomsoverdracht) over de eerste drie kwartalen van 2025 ten opzichte van 2024 en de geraamde cijfers over de waardeontwikkeling van de vorige paragrafen.

2.5 Ruim 49 miljard euro aan exportverdiensten in 2025

Voor het hele jaar 2025 is een raming gemaakt van de Nederlandse verdiensten aan de Nederlandse export van landbouwgoederen (figuur 2.6). Het CBS maakt deze berekeningen met behulp van waardeketenonderzoek op basis van input-outputtabellen van de nationale rekeningen. Daarbij wordt rekening gehouden met de gehele exportketen van producten en met verdiensten aan de export per type goederen. Exportverdiensten zijn wat de Nederlandse economie overhoudt aan de export van landbouwgoederen na aftrek van de daarvoor gemaakte kosten (invoer van grondstoffen, diensten, halffabricaten en de invoer voor wederuitvoer). De handelswaarde kan worden beschouwd als bruto-opbrengst van de landbouwexport, en de exportverdiensten als de nettoverdiensten aan de export van landbouwgoederen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

In lijn met paragraaf 2.1 zijn de verdiensten aan de Nederlandse landbouwexport in 2025 toegenomen. De hier geschatte groei is ongeveer gelijk aan groei van de (bruto)waarde van de Nederlandse landbouwexport: 8,5% in plaats van 8,4%. In 2025 is 89% van de exportverdiensten aan landbouwgoederen te danken aan de export van Nederlandse landbouwproducten en 11% aan wederuitvoer. Voor 2025 worden de totale verdiensten aan de export van landbouwgoederen geraamd op 49,1 miljard euro, waarvan 43,5 miljard dankzij de export van Nederlandse makelij en 5,7 miljard euro door wederuitvoer.
In 2024 was 29,3% van de totale verdiensten aan goederenexport te danken aan de export van landbouwgoederen. In 2023 was dat nog 28,6%. Voor 2025 is het aandeel nog niet bekend.

2.6 Van de landbouwimport is 72% bestemd voor het buitenland

Nederland is wereldwijd zowel een grote exporteur als importeur van landbouwgoederen. De invoer van landbouwgoederen kent vier mogelijke bestemmingen. Ten eerste kan er wederuitvoer zijn (zie ook paragraaf 2.3). Daarnaast kan de import bestemd zijn voor directe afzet op de Nederlandse markt. Een derde bestemming betreft landbouwgoederen die in Nederland worden verwerkt tot nieuwe producten voor afzet op de Nederlandse markt. Tot slot kan de import worden verwerkt tot nieuwe producten die vervolgens worden geëxporteerd.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Figuur 2.7 toont de bestemming van Nederlandse landbouwimport tot en met 2024 (2025 is nog niet beschikbaar). Het eerste dat opvalt is dat de aandelen van de diverse importbestemmingen nauwelijks veranderen door de tijd. Wel is het aandeel van de import voor wederuitvoer licht toegenomen en het aandeel van de import voor directe Nederlandse vraag juist licht afgenomen sinds 2021.
Uit de figuur kan ook worden afgeleid dat in 2024 72% van de Nederlandse landbouwimport uiteindelijk in het buitenland terechtkwam (onbewerkt, bewerkt of als nieuw product) en 28% van de import in Nederland achterbleef. In 2021 bleef nog 31% van de import in Nederland. De import van landbouwgoederen is dus in toenemende mate (uiteindelijk) voor het buitenland bestemd.

3 Bestemming en herkomst van de Nederlandse handel in landbouwgoederen


3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt de geografische herkomst en bestemming van de Nederlandse handel in landbouwgoederen. Paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4 richten zich op de export, terwijl paragrafen 3.5 en 3.6 de import behandelen. Paragraaf 3.2 beschrijft de ontwikkeling van de landbouwexport naar de EU, niet-EU-landen en de belangrijkste afzonderlijke bestemmingen. Paragraaf 3.3 analyseert de belangrijkste exportbestemmingen na correctie voor wederuitvoer. In paragraaf 3.4 staan de verdiensten aan de export naar de belangrijkste bestemmingen centraal. Paragraaf 3.5 gaat in op de belangrijkste herkomstlanden van de landbouwimport. Tot slot beschrijft paragraaf 3.6 de bestemming van de landbouwimport uit deze belangrijkste herkomstlanden.

3.2 Exportgroei met name te danken aan EU

In 2025 is de waarde van de export naar EU-landen sterk gegroeid (met 10,2%), beduidend meer dan naar landen buiten de EU (met 3,9%); zie figuur 3.1. Daardoor is het aandeel van de EU in de totale landbouwexport toegenomen van 71,7% in 2024 tot 72,9% in 2025.

De EU is de belangrijkste afzetmarkt voor de Nederlandse landbouwexport. Het Verenigd Koninkrijk (VK), de Verenigde Staten (VS) en China zijn de enige landen buiten de EU in de top tien van bestemmingen en staan respectievelijk op posities vier, acht en tien (figuur 3.2). De buurlanden Duitsland en België zijn van oudsher de belangrijkste exportbestemmingen en hun aandeel in de totale export is in 2025 verder toegenomen. Zo nam de landbouwexport naar Duitsland toe met 10% tot 34,0 miljard euro in 2025 en naar België met 7% tot 16,9 miljard euro. De buurlanden zijn samen goed voor 37% van de totale Nederlandse landbouwexport, gelijk aan het aandeel in 2024. De belangrijkste tien bestemmingen voor de landbouwexport zijn in 2025 goed voor bijna 72% van de totale landbouwexport, met andere woorden de landbouwexport is sterk gericht op een beperkt aantal bestemmingen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Na Duitsland en België volgen Frankrijk (8%) en het VK (7%) als belangrijkste bestemmingen van de Nederlandse landbouwexport. De export naar Frankrijk nam met 7% toe en die naar het VK met 5%.

Buiten de top vier valt op dat de landbouwexport naar Polen (+24%), Zweden (+17%), Spanje (+16%) en Italië (+13%) relatief sterk is toegenomen. Dat geldt niet voor de export naar de VS en China. De waarde van de export naar deze landen nam relatief weinig toe met respectievelijk 3% en 5%. De posities van de landen binnen de top tien zijn tussen 2024 en 2025 nagenoeg onveranderd gebleven. Enkel Spanje en Zweden klommen een plekje ten koste van respectievelijk Italië en China.

De Nederlandse export naar China staat al enkele jaren onder druk, met name de export van babymelkpoeder en varkensvlees. Dit zijn producten die tot ongeveer drie jaar geleden nog een sterke groei lieten zien. Zo verdubbelden de verdiensten aan de landbouwexport naar China tussen 2015 en 2021 (zie hoofdstuk 8 en Jukema et al., 2023). China heeft in december 2025 voor de komende vijf jaar invoerheffingen voor de import van varkensvlees vastgesteld, variërend van 4,9 tot 19,8% (NOS, 2025).
De export naar de VS was sterk in het eerste kwartaal van 2025, maar is daarna teruggevallen (CBS, 2025). Daarbij speelt het invoeren van nieuwe Amerikaanse invoerheffingen sinds augustus 2025, waardoor Europese producten duurder worden voor de Amerikaanse markt ook een rol. Voor het grootste deel van de producten uit de EU is afgesproken dat het basistarief 15% is (EC, 2025).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

In lijn met voorgaande heeft de grootste absolute exportgroei plaatsgevonden bij de export naar Duitsland, deze is in 2025 bijna 3 miljard euro hoger dan in 2024 (zie figuur 3.3). Dat is 28% van de totale groei van de landbouwexport in 2025. Na Duitsland volgen Belgiё (+1,1 miljard euro), Polen (+1,0 miljard), Frankrijk en Spanje (beide +0,8 miljard). De top vijf van landen verklaart samen 61% van de groei van de landbouwexport in 2025.

Bij vier van de vijf genoemde landen zijn cacaobereidingen een prominente groeicategorie. Bij de export naar België en Polen hebben cacaobereidingen de grootste absolute groei in 2025 getoond en bij de export naar Duitsland en Frankrijk is het nummer twee. Dit hangt samen met de aanhoudende stijging van de cacaoprijs (zie hoofdstuk 6). Al in 2024 zat de cacaoprijs in de lift en er was toen een verdubbeling van de Nederlandse importwaarde in één jaar (CBS, 2024a). Na Duitsland, België en Polen is Nederland de grootste EU-exporteur van cacaobereidingen (CBS, 2024b). Inclusief cacaobonen is Nederland de grootste cacao-importeur van de EU (CBS, 2023a).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Enkel bij de export naar Spanje speelt cacao geen grote rol in de toename van de handelswaarde. Hier zijn vlees, zuivel en eieren, en fruit de grootste groeicategorieën. Dat zijn ook producten die sterk in waarde zijn toegenomen in de export naar de andere vier landen. Zo is fruit de grootste stijger bij de export naar Duitsland (met zuivel op drie en vlees op vier) en is zuivel de grootste stijger bij de export naar Frankrijk.

Voor een klein aantal landen geldt dat ze in 2025 minder (in waarde) uit Nederland importeerden dan in 2024. Dat geldt het meest voor Saoedi-Arabië, Thailand, Senegal, Zuid-Afrika en Chili, maar het gaat hier om geringe afnames van 27 tot 62 miljoen euro. Zuivel en eieren, groenten, bereidingen van groenten en fruit, bereidingen van graan, meel en melk en natuurlijke vetten en oliën zijn de grootste krimpcategorieën.

3.3 VK derde bestemming zonder wederuitvoer

Nederland houdt veel meer over aan de export van Nederlandse makelij dan aan de wederuitvoer van buitenlandse makelij. Om deze reden worden de cijfers van de vorige paragraaf in deze paragraaf weergegeven zonder de wederuitvoer (zie figuur 3.4). Het beeld blijft echter voor een groot deel ongewijzigd. Er gaan relatief veel Nederlandse landbouwproducten (en relatief weinig wederuitvoer) naar de VS en China, landen die op grotere afstand liggen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Bij de grootste stijgers voor wat betreft de absolute ontwikkeling van de export van Nederlandse makelij in 2025 (figuur 3.5) komen dezelfde landen terug die we eerder zagen bij de absolute totale exportontwikkeling (figuur 3.3). Enkel Italië (als gevolg van groei cacaobereidingen) staat nu in de lijst in de plaats van Spanje. Ook nu staat Duitsland duidelijk bovenaan met absolute exportgroei.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

3.4 Sterke groei verdiensten bij export naar Spanje

De berekende landbouwexportverdiensten van paragraaf 2.4 kunnen worden verdeeld naar land van bestemming, zie figuur 3.6. Daarbij zijn er enkel cijfers beschikbaar tot en met 2024 (voor 2025 alleen informatie op totaalniveau, zie paragraaf 2.5). De landen in de top tien van belangrijkste bestemmingen in termen van exportverdiensten zijn dezelfde landen die eerder werden getoond als belangrijkste bestemmingen in termen van exportwaarde (zie figuur 3.2 en 3.4).

Aan de export naar Duitsland verdiende Nederland 10,6 miljard euro in 2024, een toename van 14% in vergelijking met 2021. Ook aan de landbouwexport naar België (5,3 miljard euro), het VK (3,7 miljard) en Frankrijk (3,5 miljard) verdient Nederland relatief veel via de landbouwexport. Op enige afstand volgen de andere zes landen.

In de periode 2021-2024 zijn de verdiensten aan de landbouwexport met bestemming Spanje (op plek zes) procentueel het hardst gestegen, met 46%, van 1,2 miljard euro in 2021 tot 1,8 miljard euro in 2024. Daarbij zijn in de eerste plaats de verdiensten aan de export van de productgroep zuivel en eieren toegenomen, met daarna, op enige afstand, levende dieren en vlees.

Verder in de lijst valt op dat de export naar het VK, na China (zie de vorige paragraaf), het minst heeft gepresteerd qua exportverdienstenontwikkeling (+4% sinds 2021). Dit hangt mogelijk samen met Brexit (zie verder Jukema et al., 2025).

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Nederland exporteert naar al deze bestemmingen aanzienlijk meer goederen dan uitsluitend landbouwgoederen. Daarom is het relevant om te kijken naar het aandeel van landbouwgoederen in de totale goederenexportverdiensten per bestemming (figuur 3.7). Ook in dit perspectief springen Spanje en China eruit. De Nederlandse export naar Spanje is sinds 2021 sterker op landbouwgoederen gaan leunen: het landbouwaandeel steeg van 30% naar 35%. Bij de export naar China is er juist een omgekeerde ontwikkeling. Door een toename van de verdiensten aan de export van niet-landbouwgoederen, zoals chipmachines, (CBS, 2023b), in combinatie met een daling van de verdiensten aan landbouwgoederen, is het aandeel van landbouw in de totale goederenexportverdiensten aan China sterk afgenomen, van 30% in 2021 tot 13% in 2024.
Ook de Nederlandse export naar de VS is relatief weinig afhankelijk van landbouwgoederen (15%), vergelijkbaar met de situatie in 2021 (19%). Net als bij Spanje is het exportpakket naar België meer agrarisch geworden, met een stijging van 28% naar 33%. Van alle landen in de top tien van belangrijkste exportbestemmingen heeft de export naar het VK het hoogste landbouwaandeel, namelijk 36%.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

3.5 Ivoorkust belangrijk herkomstland

Ook de import kan worden gesplitst tussen EU- en niet-EU-landen als handelsregio’s (figuur 3.8). In tegenstelling tot de ontwikkelingen bij de landbouwexport, is bij de landbouwimport de handel met niet-EU-landen sterker toegenomen dan de handel met EU-landen. De EU blijft wel belangrijker als regio van herkomst dan de landen buiten de EU. De waarde van de import van landbouwgoederen uit de EU is met 9% toegenomen van 48,5 tot 52,7 miljard euro en de import uit andere landen is met 15% toegenomen van 36,9 tot 42,4 miljard euro. Deze ontwikkelingen resulteren in een afnemend aandeel van de EU in de totale landbouwimport van 56,8% in 2024 tot 55,4% in 2025.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

De top tien van belangrijkste leveranciers van landbouwgoederen voor Nederland in 2025 bestaat uit zeven EU-landen (Duitsland, België, Frankrijk, Spanje, Polen, Italië en Ierland) en drie niet-EU-landen: Ivoorkust, Brazilië en de VS (figuur 3.9). Ivoorkust is voor het tweede jaar op rij aanzienlijk gestegen in de rangschikking, vanwege de voortdurend stijgende cacaoprijs. Het land was vorig jaar het negende herkomstland van landbouwgoederen en in 2025 nummer vijf, na de traditionele top drie, en net onder Spanje. De waarde van de import uit Ivoorkust is in 2025 met 43% toegenomen, na al een vergelijkbare toename in 2024. Door de sprong van Ivoorkust hebben drie landen een plekje verloren in de rangschikking: Brazilië, de VS en Italië.

Duitsland is van oudsher de belangrijkste leverancier van landbouwgoederen voor Nederland, met een aandeel van 16,8% in de totale landbouwimport. België volgt met 12,9%, waarna Frankrijk (6,0%), Spanje (3,6%) en Ivoorkust (3,5%) volgen. Binnen de top tien is alleen de import uit Brazilië in waarde afgenomen. De import uit Duitsland lag in 2025 6% hoger dan in 2024; voor België bedroeg de groei 7%.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Op basis van de grootste absolute ontwikkelingen in de agrarische import per land van herkomst springt Ivoorkust opnieuw in het oog (figuur 3.10). De import uit Ivoorkust nam in absolute termen met 1,0 miljard euro toe, waarmee de groei zelfs groter was dan die uit de grootste handelspartner Duitsland (+0,9 miljard euro). België (+0,8 miljard euro), Frankrijk en Ierland (beide +0,5 miljard euro) completeren de top vijf.

De groei van de import uit Ivoorkust betreft enkel de categorie cacao en cacaobereidingen. De grootste groei bij de import uit Duitsland betreft dierlijke producten, namelijk zuivel en eieren, levende dieren en vlees. In het geval van België gaat het in de eerste plaats om cacaobereidingen (zoals Belgische chocolade) en in het geval van Frankrijk vooral om granen en dranken (zoals tarwe en Franse wijn). Uit Ierland haalde Nederland onder andere meer zuivel en vlees.

Bij de vijf grootste dalers gaat het om kleinere verschillen tussen 2024 en 2025. De invoer is in waarde het meest afgenomen bij de import uit Oekraïne (-0,4 miljard euro, zie verder hoofdstuk 9), Brazilië (-0,2 miljard euro), Maleisië, Zweden en het VK (elk -0,1 miljard euro). Uit Oekraïne haalde Nederland voor minder waarde aan granen (mais) en oliehoudende zaden en vruchten, uit Brazilië minder soja (schroot en bonen), uit Zweden minder vis en natuurlijke vetten en oliën en uit het VK minder cacao(bereidingen) en dranken. De daling van de import uit Maleisië betreft een divers assortiment aan producten.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

3.6 Groot deel Ivoriaanse cacaobonen wordt verwerkt voor de export

Van de Nederlandse landbouwimport in 2024 komt 72% uiteindelijk weer in het buitenland terecht, in welke vorm dan ook (paragraaf 2.6). Dat zien we ook terug bij de belangrijkste herkomstlanden (zie figuur 3.11). Bij bijna alle tien de belangrijkste herkomstlanden is import voor wederuitvoer de belangrijkste importstroom. Alleen de import uit Ivoorkust is in de eerste plaats bestemd voor de verwerking in Nederland voor uiteindelijke export. De import uit China is van de tien landen het meest bestemd voor wederuitvoer (58%). Bij de import uit Duitsland is dat percentage relatief laag (39%) en is Nederland vaker eindstation van die import.

Directe afzet in Nederland na import komt het meest voor bij de import uit Italië en België (23%). Daarbij valt te denken aan (eind)producten zoals pastasaus, wijn, ham of olijfolie in het geval van Italië en chocolade of bier in het geval van België. Het hoogste in de categorie ‘invoer voor productie voor afzet in Nederland’ scoren Frankrijk en Duitsland, met een aandeel van 16% voor deze importstroom. Brazilië en Ivoorkust, ten slotte, zijn relatief het belangrijkste als het gaat om de import voor de verwerking in Nederland voor de export naar andere landen, met respectievelijk 31% en 43%. Daarbij gaat het vooral om de Nederlandse verwerking van Braziliaanse sojabonen voor de export van veevoer en de verwerking in Nederland van Ivoriaanse cacaobonen voor de export van cacaobereidingen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Referenties bij hoofdstuk 2 De Nederlandse handel in landbouwgoederen

CBS (2021, 15 februari). Avocado-import groeit met 19 procent in 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/07/avocado-import-groeit-met-19-procent-in-2020

CBS (2025, 11 november). Inflatie daalt naar 3,1 procent in oktober. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/46/inflatie-daalt-naar-3-1-procent-in-oktober

Prenen, L. en Voncken, R. (2025). Nederlandse verdiensten aan de export. In S. Creemers, J. Rooyakkers en R. Voncken (Reds.), Nederland Handelsland: Export, import & investeringen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.


Referenties bij hoofdstuk 3 Bestemming en herkomst van de Nederlandse handel in landbouwgoederen

CBS (2023a, 28 september). Nederland grootste importeur van soja, palmolie en cacao van de EU. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/39/nederland-grootste-importeur-van-soja-palmolie-en-cacao-van-de-eu

CBS (2023b, 27 oktober). Import uit China afgenomen in 2023, export toegenomen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/43/import-uit-china-afgenomen-in-2023-export-toegenomen

CBS (2024a, 1 augustus). Invoerwaarde cacao bijna twee keer zo hoog als een jaar eerder. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/31/invoerwaarde-cacao-bijna-twee-keer-zo-hoog-als-een-jaar-eerder

CBS (2024b, 28 maart). Nederland grootste bierexporteur van de EU, België grootste frietexporteur. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/13/nederland-grootste-bierexporteur-van-de-eu-belgie-grootste-frietexporteur

CBS (2025, 15 september). Groei goederenhandel met VS eerste helft 2025. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/38/groei-goederenhandel-met-vs-eerste-helft-2025

Europese Commissie (2025, 21 augustus). EU and US publish Joint Statement on transatlantic trade and investment. Press release. Brussel: Europese Commissie. Geraadpleegd via https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_1973

Jukema, G., Ramaekers, P. en Berkhout, P. (2023). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2023. Wageningen/Heerlen/Den Haag: Wageningen Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek.

Jukema, G., Ramaekers, P. en Woltjer, J. (2025). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025. Wageningen/Heerlen/Den Haag: Wageningen Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek.

NOS (2025, 16 december). China verlaagt importheffingen op varkensvlees uit EU, kort na forse verhoging. Geraadpleegd via https://nos.nl/artikel/2594853-china-verlaagt-importheffingen-op-varkensvlees-uit-eu-kort-na-forse-verhoging