Editie 2026 - Het EU Handelsbeleid

Laatste update: 16 januari 2026

7.1 Inleiding

De Europese Unie (EU) is wereldwijd de grootste exporteur én importeur van landbouw- en landbouwgerelateerde goederen (UN Comtrade, 2025). 2 In 2024 voerde de EU voor 235 miljard euro uit en importeerde zij voor 172 miljard euro aan landbouwgoederen. Daarmee was de EU een netto-exporteur, met een handelsoverschot van circa 63 miljard euro (Europese Commissie, 2025a).


De omvang van deze handelsstromen illustreert het economische gewicht van de agrofoodsector. De primaire landbouwproductie droeg in 2024 circa 1,2% bij aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) van de EU, terwijl de voedsel- en drankenindustrie in recente jaren goed was voor ongeveer 1,6% (Eurostat, 2025a; Tidjani et al., 2025). Wanneer ook toelevering, verwerking, logistiek en handel worden meegenomen, was de gehele agrofoodketen verantwoordelijk voor circa 7% van het BBP van de EU, wat neerkomt op meer dan 1.000 miljard euro aan bruto toegevoegde waarde (Havlik et al., 2025).


Als grootste wereldwijde speler heeft de EU de mogelijkheid om handelsinstrumenten te gebruiken om duurzaamheid, dierenwelzijn, voedselveiligheid en sociale normen te bevorderen in internationale waardeketens. Zo heeft de Europese Unie een reeks handelsgerelateerde maatregelen geïntroduceerd die verband houden met de ecologische duurzaamheid van de landbouw, als weerspiegeling van haar ambitie om het handelsbeleid op één lijn te brengen met haar milieudoelstellingen. Recente EU-handelsovereenkomsten bevatten daarom speciale hoofdstukken over duurzame voedselsystemen om verbeteringen van de prestaties van de sector te stimuleren (OECD, 2025). Daarnaast stelt de EU eisen aan de import van goederen vanuit het buitenland, onder meer via de EUDR-ontbossingswetgeving en due-dilligence verplichtingen. Het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) voert een prijscorrectie uit aan de EU-grens, door een prijs op te leggen op de CO2-uitstoot van geïmporteerde producten om gelijke behandeling te waarborgen ten opzichte van EU-producenten die onder het emissiehandelssysteem (ETS) vallen.


Dit katern bespreekt in paragraaf twee en drie de achtergrond van het EU-handelsbeleid en de meest recente ontwikkelingen daarin. In paragraaf vier wordt de Europese handel in landbouwgoederen besproken. De laatste paragraaf gaat vervolgens, in de vorm van een korte casestudy, dieper in op de handel met de Verenigde Staten (VS) en de mogelijke implicaties van de Amerikaanse handelstarieven voor de Nederlandse handel in landbouwgoederen.

7.2 Achtergrond

Kaders en multilaterale basis van het EU-handelsbeleid
Het handelsbeleid van de Europese Unie vormt een essentieel onderdeel van het bredere gemeenschappelijk handelsbeleid, het zogenoemde Common Commercial Policy. 3 Binnen dit beleid hebben de lidstaten hun bevoegdheid om externe handelsrelaties vorm te geven gedelegeerd aan de Europese Commissie (EC), zodat zij namens hen kan onderhandelen over handelsakkoorden en handelsregels. In de landbouwcontext streeft de EU naar een zorgvuldige balans tussen markttoegang, consumentbescherming, concurrentievermogen en de bescherming van sensitieve sectoren die gevoelig zijn voor concurrentie.


De basis van het EU-handelsbeleid voor landbouw ligt in internationale afspraken die gemaakt zijn binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De WTO-overeenkomst inzake landbouw (ofwel WTO Agreement on Agriculture)4 regelt de internationale handel in landbouwgoederen, met als doel een eerlijker, op de markt georiënteerd handelssysteem te creëren door het afbouwen van handelsbelemmeringen (zowel aan de import- als exportzijde), het afbouwen van de handelsverstorende steun en het harmoniseren van handelsregels.


Bilaterale en regionale handelsakkoorden als strategisch instrument van de EU
Naast multilaterale afspraken sluit de EU ook een toenemend aantal bilaterale en regionale vrijhandelsakkoorden (FTA’s) (Europese Commissie, 2025b). Deze akkoorden vormen een belangrijk strategisch instrument om handelsbelemmeringen af te bouwen en nieuwe markten te openen voor Europese landbouwgoederen. Recente (onderhandelaars)akkoorden, zoals die met Mercosur, Indonesië en Nieuw-Zeeland, bevatten gedetailleerde afspraken over tariefverlagingen, bescherming van geografische aanduidingen en samenwerking op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en antimicrobiële resistentie. Voor veel Europese landbouwgoederen leidt dit tot verbeterde toegang tot buitenlandse markten en daarmee tot extra exportmogelijkheden. Tegelijkertijd blijft de EU haar binnenlandse markt beschermen voor een aantal concurrentiegevoelige sectoren, zoals rundvlees, suiker en pluimvee, onder meer via tariefcontingenten, overgangsperioden of uitsluiting van volledige liberalisering.


Tabel 7.1 geeft een overzicht van de verschillende typen overeenkomsten die binnen het EU-handelsbeleid bestaan. De genoemde voorbeelden variëren van volledig in werking getreden handelsakkoorden tot onderhandelaarsakkoorden die nog ter goedkeuring aan de Europese Raad moeten worden voorgelegd.

Tabel 7.1 Overzicht typen handelsovereenkomsten binnen het EU-handelsbeleid
Type akkoord Omschrijving Voorbeeld

Vrijhandelsovereenkomsten (FTA’s)5

Verdragen gericht op verminderen van handelsbelemmeringen

CETA (Canada), Indonesië, Nieuw-Zeeland

Economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s)6

Afspraken met ontwikkelingslanden gericht op handel en ontwikkeling

EPO metlanden in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)

Associatieovereenkomsten (AO’s)7

Overeenkomsten die bredere politieke en economische banden met een land of regio versterken

Albanië, Algerije, Tunesië
Handelsstromen met preferentiële partners versterken de EU-export en importpositie

Op dit moment heeft de EU 44 actieve overeenkomsten met 76 landen en regio’s verspreid over de wereld.8 Uit Het meest recente Implementation and Enforcement report, waarin de Europese Commissie (2025c) verslag uitbrengt van de uitvoering en handhaving van EU-handelsovereenkomsten, blijkt dat deze overeenkomsten zowel de exportgroei van de EU versnellen als de diversificatie van de handel bevorderen. In 2024 groeide de exportwaarde van goederen naar deze preferentiële handelspartners van de EU twee keer zo sterk als de export naar landen die niet onder een vrijhandelsovereenkomst (FTA) vallen: respectievelijk 1,4% tegenover 0,7%.


Export van EU-landbouwgoederen naar preferentiële partners
In 2024 exporteerde de EU voor 138 miljard euro aan landbouwgoederen naar preferentiële handelspartners. Dit kwam overeen met 58,7% van de totale EU-export van landbouwgoederen in dat jaar. Ten opzichte van 2023 nam de export naar deze partners met 3,6% toe, terwijl de export naar niet-FTA-partners met 1,6% groeide (Europese Commissie, 2025c).


Het Verenigd Koninkrijk (VK) was in 2024 de belangrijkste bestemming voor EU-export van landbouwgoederen, met een exportwaarde van 53,9 miljard euro, oftewel 23% van de totale EU-export. Sinds de inwerkingtreding van de EU-VK Trade and Cooperation Agreement in 2021 is de export naar het VK met 12 miljard euro toegenomen (+29%).


De EU-export naar Canada bedroeg in 2024 4,8 miljard euro (2% van het totaal). Sinds 2017 name deze export toe met 1,6 miljard euro (+51%). De export naar Oekraïne kwam in 2024 uit op 3,6 miljard euro (eveneens 2%) en groeide sinds 2016 met 2,1 miljard euro (+139%). Zwitserland bleef in 2024 eveneens een belangrijke afzetmarkt met 12,3 miljard euro (5%) (Europese Commissie, 2025a).


Import van landbouwgoederen in de EU
Aan de importzijde was Brazilië in 2024 de grootste leverancier van landbouwgoederen aan de EU, met een importwaarde van 17,4 miljard euro, goed voor 10% van de totale EU-import. Het VK volgde met 15,4 miljard euro (9% van het totaal). Ook Oekraïne was een belangrijke leverancier voor de EU-voedselketen. In 2024 importeerde de EU voor 13,1 miljard euro aan landbouwgoederen uit Oekraïne (8% van het totaal). Ongeveer de helft van deze import bestond uit granen, die voornamelijk bestemd zijn voor diervoeder (Europese Commissie, 2025a; 2025c).

7.3 Duurzaamheidsafspraken in EU-Handelsbeleid

De integratie van duurzaamheid in het EU-handelsbeleid
De afgelopen jaren zijn duurzaamheid en mensenrechten een prominentere rol gaan spelen in het EU-handelsbeleid. Deze ontwikkeling sluit aan bij brede EU-beleidskaders, waaronder de Green Deal, klimaatafspraken en de Sustainable Development Goals (SDG’s), en weerspiegelt een groeiend besef dat handel nauw verbonden is met ecologische en sociale kwesties. Landbouwproductie en -handel hebben invloed op wereldwijde milieuproblemen – zoals ontbossing, verlies aan biodiversiteit, broeikasgasemissies, waterbeschikbaarheid en -kwaliteit – en kunnen daarnaast samenhangen met mogelijke schendingen van arbeidsrechten. Hierdoor zijn landbouwgoederen uitgegroeid tot een belangrijk beleidsterrein, waarbij de EU streeft naar een evenwicht tussen handelsliberalisering en het bevorderen van duurzame ontwikkeling en het behoud van de natuurlijke leefomgeving (Matthews, 2022).


Sinds 2011 bevatten EU-handelsakkoorden daarom systematisch zogenaamde Trade and Sustainable Development (TSD)-hoofdstukken. Deze verplichten de gezamenlijke partijen tot naleving en bevordering van multilaterale milieu- en arbeidsverdragen, het principe van ‘non-regressie’ (geen afzwakking van bestaande beschermingsniveaus) en institutionele samenwerking. De bepalingen gelden expliciet ook voor landbouwgoederen en zijn bedoeld om te voorkomen dat handel leidt tot een zogenaamde ‘race to the bottom’ op milieu-, productie- of arbeidsnormen (Harrison et al., 2018). Bovendien is in recentere handelsakkoorden een zogenaamd Sustainable Food Systems-hoofdstuk opgenomen, waarin specifieke afspraken worden gemaakt over de verduurzaming van voedselketens; dit geldt bijvoorbeeld voor het recent gesloten akkoord met Nieuw-Zeeland en weerspiegelt de bredere inzet van de EU om duurzaamheid explicieter in de hele agro-voedselketen te verankeren. Daarnaast blijft het EU-kader voor sanitaire en fytosanitaire (SPS) maatregelen altijd van toepassing, ongeacht de specifieke bepalingen in afzonderlijke handelsakkoorden, wat een basisniveau aan voedselveiligheids- en gezondheidsnormen garandeert.


Op dit moment zijn er 14 landen of regio’s verspreid over de wereld waarmee de EU-handelsverdragen heeft die TSD-afspraken bevatten en al in werking zijn. Daarnaast zijn er drie verdragen die nog in afwachting van ratificatie zijn, zes partners waarmee de EU onderhandelt over akkoorden met TSD-hoofdstukken, en zes andere partners waarmee minder uitgebreide maar wel relevante duurzaamheidsafspraken bestaan (Europese Commissie, 2025d).


Unilaterale duurzaamheidseisen in het EU-handelsbeleid voor landbouwgoederen
Het recente EU-handelsbeleid laat een duidelijke verschuiving zien richting unilaterale maatregelen die duurzaamheidseisen koppelen aan de toegang tot de interne markt. Een belangrijk voorbeeld is de EU-Ontbossingsverordening (EUDR), die vereist dat landbouw- en houtproducten die de interne markt binnenkomen niet tot ontbossing of bosdegradatie hebben geleid in het productieproces. Deze maatregel koppelt dus geen directe markttoegang aan duurzaamheid, maar legt wel voorwaarden op voor producenten buiten de EU die de markt willen betreden. De EUDR geldt vanaf 30 december 2026.9


Daarnaast zijn er maatregelen zoals het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Het CBAM legt een prijs op de CO2-uitstoot van geïmporteerde producten om gelijke behandeling te waarborgen ten opzichte van EU-producenten die onder het emissiehandelssysteem (ETS) vallen; dit is hiermee een instrument om ‘carbon leakage’ te voorkomen en het ETS effectief te laten werken. De CSDDD verplicht EU-producenten en importeurs tot zorgvuldigheid in hun toeleveringsketens op het gebied van milieu en mensenrechten, zonder direct markttoegang van buiten de EU te koppelen aan deze normen.


Van unilaterale maatregelen naar een hybride aanpak van mondiale duurzaamheidsnormen
De unilaterale aard van maatregelen zoals CBAM heeft geleid tot kritiek vanuit onder meer de VS, India, Brazilië, Zuid-Afrika en China. De toekomst van duurzaamheidsafspraken ligt mogelijk in een zogenaamde hybride strategie die bindende interne markttoegangsnormen (zoals EUDR) combineert met multilaterale diplomatie. Volgens een rapport van de Europese Jaques Delors stichting (Lamy et al., 2024) is deze aanpak het meest effectief, omdat Europese regels dan niet geïsoleerd blijven maar worden versterkt door afspraken met handelspartners, wat wereldwijd duurzamere ketens voor landbouwgoederen kan stimuleren.


Een recent voorbeeld van zo’n hybride benadering is de lancering van de Open Coalitie voor Compliance Carbon Markets door onder andere Brazilië, China en de EU tijdens de COP30-klimaattop in Brazilië. Dit wijst op een gezamenlijke intentie om mondiale koolstofmarkten te standaardiseren en te integreren.

7.4 De Europese handel in landbouwgoederen

De EU als netto-exporteur van landbouwgoederen
De EU heeft zich in de afgelopen twintig jaar ontwikkeld van een relatief beschermde en door interventies gestuurde landbouwmarkt naar één van de meest competitieve en gediversifieerde spelers in de mondiale handel in landbouwgoederen. Deze transformatie is nauw verbonden met opeenvolgende hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), die onder druk van WTO-verplichtingen leidden tot een sterke verschuiving richting ontkoppelde inkomenssteun voor boeren en een veel grotere marktoriëntatie. Dit heeft bijgedragen aan een aanzienlijke verbetering van de concurrentiekracht van de Europese landbouw- en voedingssector.


Tussen 2002 en 2024 steeg de EU-export van landbouwgoederen met circa 220% tot 235 miljard euro, terwijl de import in diezelfde periode met 170% toenam tot 172 miljard euro (figuur 7.1). Ter vergelijking: de VS waren in 2024 de tweede grootste exporteur van landbouwgoederen, met een exportwaarde van 163 miljard euro (176 miljard dollar; USDA, 2025). De sterke groei van de EU-export resulteerde in een substantieel handelsoverschot, dat in 2024 werd geschat op circa 63 miljard euro. Belangrijke productcategorieën die aan dit overschot bijdragen zijn graanbereidingen (onder andere brood, pasta en tarwebloem), zuivelproducten en wijn, samen goed voor meer dan een kwart van de totale exportwaarde. Aan de importzijde waren de belangrijkste productgroepen koffie, cacao en thee, fruit en noten, en oliehoudende zaden en eiwitrijke gewassen, met een gezamenlijk aandeel van iets meer dan 40% van de totale importwaarde (Eurostat, 2025b).

De exportkant wordt gekenmerkt door een hoger aandeel toegevoegde waarde-producten in vergelijking met bulkgoederen, terwijl de verhouding tussen toegevoegde waarde- en bulkproducten aan de importkant in de EU meer in balans is. Dit verklaart het toenemende handelsoverschot van de EU in landbouwgoederen. Volgens Haniotis (2025) – op basis van de internationaal veel toegepaste NOVA-classificatie10 – bestond in 2023 63% van de EU-export van landbouwgoederen uit bewerkte producten, 19% uit halffabricaten, 8% uit tuinbouwproducten en 10% uit bulkgoederen. Aan de importzijde waren de aandelen respectievelijk 40%, 23%, 17% en 19%.


Aan de importzijde is de EU afhankelijk van invoer van bepaalde grondstoffen die binnen Europa schaars zijn of niet in voldoende hoeveelheden geproduceerd kunnen worden, zoals soja en andere eiwithoudende gewassen voor diervoeding, tropische producten zoals cacao en koffie, en tropisch fruit. Deze importen zijn belangrijk voor het functioneren van Europese voedselketens. Handel vergroot zo de leveringszekerheid en maakt het mogelijk om tekorten of prijsvolatiliteit in de interne markt te beperken door te diversifiëren in herkomstlanden en handelsroutes. In een context van geopolitieke spanningen, klimaatrisico’s en verstoringen in mondiale waardeketens heeft internationale handel daardoor een belangrijke stabiliserende functie (Haniotis, 2025).


Handelsakkoorden als sleutel voor Europese landbouwexport en mondiale positie
Zoals eerder beschreven in dit katern, spelen handelsakkoorden een rol in het bevorderen van de export van Europese landbouwgoederen naar landen buiten de EU. Ze creëren niet alleen directe economische voordelen door markttoegang te vergroten en handelsbarrières te verlagen, maar versterken ook de strategische positie van de EU in een steeds complexere wereldhandel. Door afspraken over SPS-normen worden handelsstromen gestroomlijnd en juridische onzekerheden verminderd, waardoor Europese bedrijven efficiënter kunnen handelen in internationale waardeketens.


Een in 2024 verschenen studie door het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie naar de cumulatieve effecten van handelsakkoorden toont aan dat tien nieuwe of lopende EU-vrijhandelsovereenkomsten – onder meer met Mercosur, Nieuw-Zeeland, Chili, Mexico, Australië, India, Indonesië, Maleisië, de Filipijnen en Thailand – de handel van de EU in landbouwgoederen aanzienlijk kunnen stimuleren (Ferrari et al., 2024). In een conservatief scenario, waar bijna alle invoertarieven van de betrokken landen worden afgeschaft maar tarieven op gevoelige producten blijven bestaan, zouden de EU-exporten naar deze partners tegen 2032 kunnen stijgen met 27% (3,5 miljard euro). In een meer geliberaliseerd scenario, waar nog iets meer tarieven worden afgeschaft en heffingen op gevoelige producten verder worden verlaagd, kan de exportgroei oplopen met 38% (4,8 miljard euro), vergeleken met een situatie zonder de akkoorden. Het JRC-onderzoek laat zien dat sectoren zoals zuivel, varkensvlees, wijn en bewerkte voedingsmiddelen het meest profiteren van de handelsakkoorden, terwijl gevoelige sectoren als rundvlees, schapenvlees, pluimveevlees, en suiker te maken kunnen krijgen met meer importconcurrentie. Voor de concurrentiegevoelige sectoren kunnen importtoenames gepaard gaan met prijsdalingen en een lichte afname van de binnenlandse productie. De gevolgen voor de EU-productie en producentenprijzen blijven naar verwachting echter relatief beperkt. Door nieuwe markten te openen en bestaande relaties te versterken, dragen deze akkoorden bij aan een grotere diversificatie van afzetmarkten en versterken ze de veerkracht van de EU-handelsbalans tegen geopolitieke en economische schokken.


Naast economische voordelen dragen handelsakkoorden ook bij aan de strategische autonomie van de EU. Ze helpen risico’s van afhankelijkheid van enkele leveranciers of markten te verminderen, verbeteren de voorspelbaarheid van handelsstromen en ondersteunen op die manier de stabiliteit van de voedselvoorzieningsketen. Bovendien stimuleren ze duurzaamheidsinitiatieven, doordat normafspraken, milieueisen en productiepraktijken onderdeel worden van de handelsafspraken.

7.5 Overeenkomst tussen de VS en de EU

Nieuwe handelstarieven en het afnemende gewicht van de VS in de Nederlandse landbouwhandel
Begin 2025 kondigde de regering-Trump importtarieven aan op producten uit een groot aantal landen waarvan de VS goederen betrekt. Op 27 juli 2025 bereikten de EU en de VS een akkoord over de hoogte van deze handelstarieven, gevolgd door een gezamenlijke verklaring op 22 augustus 2025 waarin de afspraken nader werden uitgewerkt.11 Sindsdien geldt voor de meeste EU-goederen één importtarief naar de VS van 15%. Als onderdeel van de overeenkomst zal de EU ook enkele tariefverlagingen doorvoeren op Amerikaanse landbouwgoederen. Zo krijgt een breed scala aan Amerikaanse zeevruchten en landbouwgoederen voorkeursmarkttoegang, waaronder noten, zuivelproducten, verse en bewerkte groenten en fruit, bewerkte voedingsmiddelen, zaden, sojaolie en varkens- en bizonvlees, evenals kreeftproducten (Europese Commissie, 2025e). In deze paragraaf wordt de Nederlandse handel in landbouwgoederen met de VS nader belicht en wordt kort ingegaan op de mogelijke impact van de Amerikaanse handelstarieven.


De VS vormen al jaren een belangrijke, zij het dalende, afzetmarkt voor Nederlandse landbouwgoederen. In 2024 was de VS de achtste grootste bestemming voor Nederlandse landbouwgoederenexport, goed voor 4,5 miljard euro aan totale exportwaarde (zie hoofdstuk 3). Hoewel de VS daarmee de belangrijkste niet-Europese afnemer blijft, is het relatieve belang de afgelopen decennia sterk afgenomen: van 5,1% in 2002 naar 3,0% in 2024. De grootste terugval deed zich voor tussen 2002 en 2013; daarna stabiliseerde het aandeel weer (zie figuur 7.2). Deze periode valt samen met de sterke uitbreiding van de EU, waardoor de Nederlandse export zich in toenemende mate is gaan richten op de aanzienlijk vergrote interne markt. Ook aan de importzijde is het gewicht van de VS afgenomen, van 7,9% in 2000 naar 2,9% in 2024 (2,7 miljard euro), met name door een scherpe daling tussen met name de jaren 2000 en 2005.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Belangrijkste Nederlandse export- en importproducten in de handel met de VS

Tabel 7.2 geeft de vijf belangrijkste landbouwgoederen naar waarde in het Nederlandse exportpakket voor de VS weer. Binnen de huidige handelspatronen nemen dranken een prominente plaats in. In 2024 bestond 19% van de Nederlandse export aan de VS uit dranken, waarmee de VS wereldwijd de tweede belangrijkste afnemer van Nederlandse dranken was. Vis- en zeevruchten (onder andere filets van zalm, bevroren tong en verse zeebaars) volgen met 9% van de totale Nederlandse export naar de VS. Opvallend is dat deze categorie sinds 2015 in waarde meer dan is verviervoudigd. Deze ontwikkeling is het resultaat van een combinatie van een toegenomen exportvolume, een verschuiving richting hoogwaardigere vis- en zeevruchten en gestegen prijzen, en duidt op een sterk toenemende vraag en betere markttoegang. De top vijf exportproducten — dranken, vis- en zeevruchten, sierteelt, levende dieren en cacao — vertegenwoordigen samen bijna de helft van de Nederlandse landbouwgoederenexport naar de VS (48%).


Aan de importkant voert Nederland vooral oliehoudende zaden en vruchten, overige landbouwgoederen, dranken, overige voeding (onder andere sauzen, eiwitconcentraten en extracten van thee en koffie) en fruit uit de VS in. Oliehoudende zaden en vruchten waren in 2024 goed voor 18% van de totale importwaarde (tabel 7.2). Opvallend is de sterke stijging van de import van dranken vanuit de VS: deze is in acht jaar tijd ongeveer verviervoudigd. Tegelijkertijd zijn de importwaarden van oliehoudende zaden, vruchten en fruit juist afgenomen.

Tabel 7.2 Top 5 landbouwgoederen in Nederlandse handel met de VS, 2024
Export 2024   Import 2024
Productgroep Waarde
(mln. euro)
Aandeel (%)  
Productgroep
Waarde
(mln. euro)
Aandeel (%)

Dranken
856 19% Oliehoudende zaden en vruchten 496 18%

Vis en zeevruchten

391

9%

Overige landbouwgoederen

400

15%

Sierteelt

310

7%

Overige voeding

307

11%

Dieren

308

7%

Fruit

274

10%

Cacao en cacaobereidingen

302

7%

Dranken

274

10%
Bron: UN Comtrade (2025)
Sterke positie van de VS als afzetmarkt voor Nederlandse landbouwgerelateerde export

In 2024 waren de VS een van de belangrijkste bestemmingen voor de Nederlandse export van landbouwgerelateerde goederen, met een exportwaarde van 0,77 miljard euro (zie hoofdstuk 5). Daarmee stond de VS op de vierde plaats onder de belangrijkste exportbestemmingen. De export naar de VS bestaat vooral uit kasmaterialen en landbouwmachines en kenmerkt zich door een uitzonderlijk hoog aandeel goederen van Nederlandse makelij. Wanneer wederuitvoer buiten beschouwing wordt gelaten, nemen de VS zelfs een nog prominentere positie in, wat onderstreept dat de exportstromen naar de VS voornamelijk gaat om direct door Nederlandse bedrijven geproduceerde goederen. Voor 2025 wordt een sterke verdere groei verwacht: op basis van ramingen stijgt de exportwaarde naar circa 1,18 miljard euro, wat duidt op een aanhoudend sterke vraag en gunstige marktontwikkelingen in de Verenigde Staten.


Mogelijke implicaties op de Nederlandse handel landbouwgoederen met de VS Wat de impact van de recent ingevoerde en aangepaste Amerikaanse handelstarieven precies zal zijn, is op dit moment lastig te voorspellen. Een verdere daling van het aandeel van de VS in de Nederlandse export ligt echter voor de hand wanneer Nederlandse producten duurder worden voor de Amerikaanse markt. Vooral voor producten die relatief prijselastisch zijn – dat wil zeggen: waarvan de vraag sterk reageert op prijsveranderingen – zal dit effect naar verwachting het grootst zijn.


Het concept van prijselasticiteit van de vraag is hierbij belangrijk. Voor sommige landbouwgoederen, zoals een luxeproduct als sterke drank, kan de vraag relatief elastisch zijn. Een prijsstijging door invoertarieven kan Amerikaanse afnemers ertoe bewegen goedkopere alternatieven te zoeken, bijvoorbeeld binnen de eigen markt of uit landen zonder of met lagere heffingen. Voor andere producten, zoals bepaalde vis- en zeevruchten die in de VS beperkt worden geproduceerd, kan de vraag vanuit de VS juist inelastisch zijn. Hiervoor zullen consumenten of importeurs minder snel uitwijken naar alternatieven, waardoor de negatieve effecten van de tarieven beperkter kunnen blijven.


Ook het type afnemer speelt een rol. Groothandels en voedselverwerkers reageren doorgaans sterker op prijsverhogingen dan consumenten, omdat zij opereren met marges en prijsconcurrentie. Bovendien kunnen Nederlandse exporteurs te maken krijgen met hogere administratieve lasten of vertragingen door aangepaste douaneregels, wat de kosten verder kan opdrijven en de concurrentiepositie kan verslechteren.


Onlangs heeft ABN AMRO (Schreurs, 2025) een schatting gemaakt van de mogelijke impact van de Amerikaanse tarieven op de Nederlandse export van landbouwgoederen naar de VS. Op basis van tarief- en prijselasticiteiten raamt ABN AMRO dat de Nederlandse export van landbouwgoederen naar de VS tot 35% kan dalen. Met name vis (-152 miljoen euro), groente & fruit (-93 miljoen euro) en zuivel (-46 miljoen euro) worden geraakt, zie tabel 7.3. Dit staat gelijk aan 0,5% van de totale Nederlandse landbouwexport. De impact op de totale sector lijkt daarmee beperkt, al kunnen de gevolgen voor individuele bedrijven met een grote afhankelijkheid van export naar de VS groot zijn.

Tabel 7.3 Verwachtte impact Amerikaanse handelstarieven op Nederlandse export van landbouwgoederen
Productgroep Aandeel (%)
totale Nederlandse export
naar VS (2024)
Raming
exportdaling
VS
    Procentuele
daling
Daling waarde bij
vast tarief per jaar
(mln. euro)
Vlees en vleesproducten 0,4% 31% 18
Zuivel 1,3% 27% 46
Vis, schaal- en weekdieren 5,7% 43% 152
Graan(producten) 2,8% 24% 30
Groenten en fruit 1,1% 31% 93
Bron: Schreurs, 2025
Voetnoten:

2 De export en import van landbouwgoederen beslaat primaire, onbewerkte goederen en secundaire, bewerkte goederen. De hier gebruikte handelscijfers zijn gebaseerd op een andere databron dan in de overige hoofdstukken, waardoor beperkte verschillen kunnen optreden als gevolg van uiteenlopende definities, methodologieën en statistische doelen.

3 Zie ook Common commercial policy | EUR-Lex

4 Voor meer informatie, zie: WTO | legal texts - Marrakesh Agreement

5 Voor meer informatie, zie: Vrijhandelsovereenkomsten | Access2Markets

6 Voor meer informatie, zie: Economische partnerschapsovereenkomsten | Access2Markets

7 Een vrijhandelsovereenkomst vormt doorgaans een kernonderdeel van een bredere associatieovereenkomst. Voor meer informatie, zie: Associatieovereenkomst | Access2Markets

8 De Europese Commissie (2025b) geeft een overzicht van landen waarmee de EU-handelsovereenkomsten heeft afgesloten.

9 Voor meer informatie, zie: Over de EUDR | EUDR - Ontbossingsverordening | NVWA

10 Voor meer informatie over de NOVA-classificatie, zie: WTO Blog | Data Blog - Food processing and global trade flows: What are the trends? en https://www.fsp.usp.br/nupens/en/food-classification-nova/

11 Voor meer informatie, zie: Kamerbrief gezamenlijke EU-VS verklaring over handel | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl(externe link)



Referenties:

Europese Commissie (2025a). Monitoring EU agri-food trade developments in 2024. Brussel: Europese Commissie, DG Agriculture and Rural Development. Geraadpleegd via https://agriculture.ec.europa.eu/document/download/8e6be7cf-e1d2-48fd-9114-90c448e09643_en?filename=monitoring-agri-food-trade_dec2024_en.pdf

Europese Commissie (2025b). Negotiations and agreements. EU trade relationships by country/region. Geraadpleegd op 5 december via https://policy.trade.ec.europa.eu/eu-trade-relationships-country-and-region/negotiations-and-agreements_en

Europese Commissie (2025c). Report from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions on the implementation and enforcement of EU trade policy. Brussel/Straatsburg: Europese Commissie. Geraadpleegd via https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025DC0920

Europese Commissie (2025d). Sustainable development in EU trade agreements. Geraadpleegd op 9 december via https://policy.trade.ec.europa.eu/development-and-sustainability/sustainable-development/sustainable-development-eu-trade-agreements_en

Europese Commissie (2025e, 21 augustus). Joint Statement on a United States-European Union framework on an agreement on reciprocal, fair and balanced trade. Geraadpleegd via https://policy.trade.ec.europa.eu/news/joint-statement-united-states-european-union-framework-agreement-reciprocal-fair-and-balanced-trade-2025-08-21_en

Eurostat (2025a). Performance of the agricultural sector. Geraadpleegd op 5 december via https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Performance_of_the_agricultural_sector

Eurostat (2025b). International trade in goods – Database. Geraadpleegd op 21 november via https://ec.europa.eu/eurostat/web/international-trade-in-goods/database

Ferrari, E., Elleby, C., De Jong, B., M’barek, R. en Perez Dominguez, I. (2024). Cumulative economic impact of upcoming trade agreements on EU agriculture. Luxembourg: Publications Office of the European Union. Geraadpleegd via https://dx.doi.org/10.2760/54976

Haniotis, T. (2025). Global challenges and the EU’s shifting agri-trade goalposts. Studies in Agricultural Economics. Geraadpleegd via https://doi.org/10.7896/j.3200

Havlík, P., Meijl, H. van, Krisztin, T., Müller, M., Berkum, S. van, Fellmann, T., Gocht, A., Guyomard, H., Haniotis, T., Matthews, A., Sckokai, P., Stepanyan, D.,Witzke, P., Balázs, K. en Bos, D. (2025). Sustainable agricultural sector: A key component of EU economic prosperity and security – An economic modellers’ perspective. A joint perspective paper by Horizon Europe projects ACT4CAP27, BrightSpace and LAMASUS. https://doi.org/10.5281/zenodo.16413131

Harrison, J., Barbu, M., Campling, L., Richardson, B. en Smith, A. (2019). Governing Labour Standards through Free Trade Agreements: Limits of the European Union's Trade and Sustainable Development Chapters. Journal of Common Market Studies, 57(2), 260–277. Geraadpleegd via https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/jcms.12715

Lamy, P., et al. (2024). Towards a more inclusive, sustainable, and cooperative EU agricultural trade: Lessons from practice. Europe Jacques Delors, UNEP en UKRI GCRF TRADE Hub. Geraadpleegd via https://europejacquesdelors.cdn.prismic.io/europejacquesdelors/Zk8Eciol0Zci9YVj_20240523_THTowardsamoreinclusiveagriculturaltrade_03.pdf

Matthews, A. (2022). Implications of the European Green Deal for agri-food trade with developing countries. Brussels: European Landowners’ Organization. Geraadpleegd via https://europeanlandowners.org/wp-content/uploads/2023/09/Matthews_ELO_paper_23_May_2022_1.pdf

OECD (2025). Agricultural Policy Monitoring and Evaluation 2025: Making the Most of the Trade and Environment Nexus in Agriculture. Paris: OECD Publishing. Geraadpleegd via https://doi.org/10.1787/a80ac398-en

Schreurs, J. (2025, 8 september). Landbouw pion in internationale handelsspanningen. Amsterdam: ABN AMRO. Geraadpleegd op 5 december via https://assets.abnamro.com/api/public/content/landbouw-pion-in-internationale-handelsspanningen.pdf

Tidjani, F., Selten, M. en Galen, M. van (2025). The EU food and drink industry: a competitiveness analysis. Wageningen: Wageningen Social & Economic Research, Report 2025-035.

UN Comtrade (2025). UN Comtrade database. Geraadpleegd op 4 december via http://comtrade.un.org/

USDA (2025). 2024 United States Agricultural Export Yearbook. Washington, D.C.: United States Department of Agriculture, Foreign Agricultural Service. Geraadpleegd via https://www.fas.usda.gov/sites/default/files/2025-05/2024-Final.pdf