8.4 Exportkansen in ASEAN
In deze paragraaf wordt nader gekeken naar de potentie van het Aziatische landen voor het Nederlandse agrocomplex en voor specifiek de ASEAN-regio. Daarvoor zijn drie hoofdredenen.
1. Economische groei en marktpotentieel
Zuidoost-Azië maakt een sterke groei door en zal naar verwachting in 2030 de vierde grootste markt in de wereld vormen; deze regio is nu al de derde grootste handelspartner van de EU (RVO, 2024). Na China en India wonen de meeste mensen in de wereld in één van de ASEAN-landen (ASEAN Stats, 2024). Bovendien wordt er een gestage bevolkingsgroei voorspeld, van 692 miljoen mensen in 2025 tot 719 miljoen in 2030 (Clark, 2025); dit is sneller dan bijvoorbeeld China, Japan of Zuid-Korea. Met een relatief jonge bevolking, moderniserende steden en snelgroeiende economieën is de ASEAN-regio aantrekkelijk voor investeerders en innovatieve bedrijven (WEF, 2025). Dit biedt dus ook kansen voor groei van de Nederlandse agrarische export.
2. Achterblijvende export en groeipotentieel voor landbouwproducten
Anderzijds schetst de analyse hierboven dat de export van landbouwgoederen naar de ASEAN-landen op dit moment achterblijft bij de rest van Azië. Gezien een relatief bescheiden export naar de ASEAN-landen en de relatief snelle economische groei in de ASEAN-landen – in vergelijking met de meer ontwikkelde Aziatische landen, zoals Zuid-Korea of Japan, of in de naastgelegen landen Australië en Nieuw-Zeeland (Pescatori en Srinivasan, 2025) – duidt dit op onbenut potentieel voor Nederlandse exporteurs. De stijgende welvaart in de ASEAN-landen gaat samen met toenemende vraag naar relatief dure voeding, zoals rood vlees. Voor dit marktsegment wordt tot aan 2033 een omzetgroei verwacht van 57% verwacht (Blake, 2024).
3. Aankomend vrijhandelsakkoord met Indonesië
Tussen de EU en Indonesië is in september 2025 een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een vrijhandelsakkoord. Dit akkoord is nog niet aan de Raad van de EU voorgelegd en ook nog niet in werking. Zodra het handelsakkoord in werking treedt, ontstaan er nieuwe exportkansen omdat 98,5% van alle invoerheffingen zullen verdwijnen en ook de procedures om te exporteren naar Indonesië worden vereenvoudigd (EC, 2025).
De mogelijke toename van de handel worden hieronder verder geanalyseerd vanuit drie perspectieven. Allereerst speelt de economische omvang een rol: grotere economieën bieden, ceteris paribus, meer afzetpotentieel dan kleinere markten. Daarnaast is de verwachte economische groei relevant, aangezien snelgroeiende economieën doorgaans meer ruimte creëren voor uitbreiding van de (Nederlandse) export dan economieën met gematigde groei of stagnatie. Ten slotte liggen er kansen indien een economie op dit moment nog weinig producten van Nederland koopt die in de rest van Azië wel al afgezet worden.
Tegelijkertijd geven deze macro-economische indicatoren op zichzelf nog geen definitief beeld van de mate waarin Nederlandse bedrijven deze potentiële exportkansen daadwerkelijk kunnen benutten. Daarvoor is inzicht nodig in de relatieve concurrentiepositie van de Nederlandse handel in primaire en secundaire handelsgoederen en agrarische diensten ten opzichte van aanbieders uit andere landen. In eerdere studies naar de internationale concurrentiekracht van de Europese en Nederlandse agro- en voedingssector, wordt benadrukt dat exportprestaties niet alleen worden bepaald door marktomvang en groei, maar ook door factoren zoals kostprijsniveau, productiviteit, mate van verwerking en toegevoegde waarde, markttoegang en aanwezigheid in afzetmarkten (Wijnands et al., 2006). Een analyse van bovengenoemde factoren is noodzakelijk om te beoordelen in hoeverre de geschetste marktpotentie in de ASEAN-regio zich ook daadwerkelijk vertaalt in duurzame exportgroei voor Nederlandse bedrijven, maar valt buiten de scope van de analyse in dit hoofdstuk.
Economiegrootte
Vanuit de zwaartekrachttheorie van de internationale handel (Tinbergen, 1963) weten we dat de omvang van de economie sterk samenhangt met exportgrootte: Nederland handelt meer met grote dan met kleine economieën, simpelweg omdat de potentiële afzetmarkt groter is. Grotere economieën hebben een grotere invloed op handel, doordat zij vaak meer goederen produceren en consumeren en daarmee aantrekkelijker worden voor andere landen om mee te handelen.
Tabel 8.3 laat voor 2024 de omvang van het bruto binnenlands product (bbp) van de 11 ASEAN-landen zien, naast de omvang van de Nederlandse landbouwexport naar deze landen. Een relatief hoge ratio (hier bbp/Nederlandse landbouwexport) duidt op mogelijk onbenutte exportkansen. Myanmar laat de hoogste ratio zien, maar vormt vanwege voortdurend en extreem conflict (Lecluyse, 2024) niet een voor de hand liggende nieuwe afzetmarkt. Op plek 2 en 3 staan Brunei en Indonesië. Met name Indonesië lijkt op basis van deze analyse een interessante markt om verder te onderzoeken: het is namelijk ook een grote afzetmarkt en vertegenwoordigt 34% van het totale bbp van ASEAN (ASEAN, 2025b).