Editie 2026 - Uitgangsmateriaal in de sector akker- en tuinbouw

Laatste update: 16 januari 2026

10.1 Inleiding

Nederland is wereldwijd een belangrijke speler in de ontwikkeling, productie en export van plantaardig uitgangsmateriaal. Met uitgangsmateriaal worden alle plantvormen bedoeld die geen eindproduct vormen, zoals zaden, knollen, stekken en jonge planten. Dit materiaal is de basis voor de akkerbouw- en de tuinbouwproductie.

De uitgangsmaterialensector omvat zowel de vermeerdering en de productie van plantmateriaal, als de veredeling. Veredeling richt zich op het ontwikkelen van nieuwe rassen met hogere opbrengsten, betere geschiktheid voor bepaalde teeltomstandigheden en resistenties tegen ziekten en droogte. De sector is bovengemiddeld kennisintensief, gemiddeld wordt circa 15% van de omzet besteed aan onderzoek en ontwikkeling (R&D), oplopend tot ongeveer 30% bij groenteveredelaars (CBS, 2023; Louwaars et al., 2009).

De export van plantaardig uitgangsmateriaal groeide de afgelopen jaren sterk: sinds 2020 nam de exportwaarde met 31% toe tot bijna 5 miljard euro in 2024. De uitgangsmaterialen voor groentegewassen zijn met een aandeel van 45% de grootste exportcategorie, het overgrote deel wordt afgezet buiten de Europese Unie (EU). De importwaarde van groentezaden ligt aanzienlijk lager dan de exportwaarde. Traditionele leveranciers als Frankrijk en de VS blijven belangrijk, maar het aandeel van niet-EU-landen groeit: nieuwe handelsstromen komen onder meer uit Peru, Chili en Nieuw-Zeeland, en een steeds groter deel van de import is afkomstig uit landen met lage- en lagere-middeninkomens. Dit betreft voornamelijk de teelt van zaden die in Nederland zijn ontwikkeld. In landen met gunstige klimaatomstandigheden en lage ziektedruk, veelal op het zuidelijk halfrond, worden deze vermeerderd en na import in Nederland verwerkt en opgeschoond tot een eindproduct, waarbij veel waarde wordt toegevoegd.

Dit hoofdstuk richt zich hoofdzakelijk op uitgangsmateriaal voor groentegewassen. In paragraaf 10.2 wordt eerst de betekenis van hoogwaardig en resistent uitgangsmateriaal voor opbrengstzekerheid, voedselvoorziening en weerbare teeltsystemen toegelicht. Paragraaf 10.3 behandelt de organisatie van de sector, variërend van regionale concentraties tot de groeiende, kennisintensieve werkgelegenheid. Daarna volgen kennis en innovatie in paragraaf 10.4, en de rol van keuringsdiensten, regulering en intellectueel eigendom in paragraaf 10.5. Het hoofdstuk sluit af met de internationale handel in uitgangsmateriaal in paragraaf 10.6 en een nadere uitwerking van de handel in groentezaden in paragraaf 10.7

10.2 Belang voor productiviteit, voedselzekerheid en weerbare teelt

Gezond uitgangsmateriaal draagt wereldwijd bij aan opbrengstzekerheid van voedselproductie. Door ziekte- en droogteresistente rassen beschikbaar te maken, neemt de betrouwbaarheid van oogsten toe en wordt de afhankelijkheid van chemische gewasbescherming verminderd. Veredeling biedt daarmee een toekomstgerichte aanpak om de risico’s voor de wereldwijde landbouwproductie te verminderen en voedselzekerheid te bevorderen.

De ontwikkeling van nieuwe rassen sluit aan bij de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties (Sustainable Development Goals). De sector voor uitgangsmaterialen draagt bij aan het terugdringen van honger (SDG 2), zet in op technologische innovatie (SDG 9) en ondersteunt de verantwoorde productie en consumptie van voedsel (SDG 12) (LVVN, 2025). De sector voor uitgangsmaterialen vormt zo een belangrijke schakel binnen bredere agrarische innovatie- en productieketens, maar is één van de factoren die bepalend zijn voor duurzame en veerkrachtige landbouwsystemen.

10.3 Structuur en werkgelegenheid

Brancheorganisatie Plantum vertegenwoordigt de Nederlandse sector voor uitgangsmaterialen en heeft ongeveer 300 aangesloten bedrijven (Plantum, 2025a). In totaal zijn ruim 200 bedrijven actief in het veredelen en introduceren van nieuwe rassen, terwijl bijna 7.000 ondernemingen zich professioneel bezighouden met de productie en afzet van zaden, knollen, stekken, bollen en jonge planten (LVVN, 2025). Deze bedrijven zijn geconcentreerd in een aantal regio’s: Seed Valley in West-Friesland, het Westland, Noord-Limburg en het gebied rond Aalsmeer. In deze regio’s komen gespecialiseerde kennis, teeltfaciliteiten en infrastructuur samen, wat nauwe samenwerking tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen mogelijk maakt.

De Nederlandse bedrijven die werkzaam zijn in de sector verschillen sterk in omvang. Grote bedrijven zoals Bejo Zaden, Enza Zaden en Rijk wereldwijd Zwaan, leveren een breed assortiment aan groenterassen. De kleinere meer gespecialiseerde spelers zoals De Groot en Slot, richten zich juist op één gewas (zoals uien) en hebben, in samenwerking met Bejo, een sterke positie binnen dit segment. Grote internationale bedrijven zoals Corteva, Bayer, Syngenta en BASF zijn ook in Nederland actief. Van de tien grootste groentezaadbedrijven ter wereld hebben er zeven de belangrijkste vestiging in Nederland. De internationale concurrentiekracht van de sector lijkt ook te zijn gebaseerd op een sterke glastuinbouwsector in Nederland (FD, 2024). Ondanks dat de Nederlandse en internationale bedrijven een aanmerkelijk deel van hun omzet aan R&D besteden (zie hieronder), worden ze wel geconfronteerd met toenemende complexiteit in de markt- en regelgeving. Bedrijven ervaren meer druk door internationale handelsbelemmeringen en regelgeving rond de grensoverschrijdende verplaatsing van zaden, terwijl mondiale Access and Benefit-Sharing (ABS)-systemen de toegang tot genetisch materiaal kunnen bemoeilijken (Ebert et al., 2023)16. Daarnaast wordt klimaatverandering door een groot deel van de sector genoemd als een van de meest urgente uitdagingen voor de komende jaren (ISF, 2024).

Plantum (2025b) schat dat de sector momenteel ruim 14.000 banen in Nederland biedt, waarvan een groot deel kennisintensief. Dat is een duidelijke groei in vergelijking met eerdere jaren: in 2010 werd het aantal werknemers nog geschat op tussen de 8.000 en 10.000 (Bakker et al., 2010), en in 2019 ongeveer 12.000 voltijdsbanen (Jukema et al., 2020).

10.4 Kennis en Innovatie

Nederlandse bedrijven in de sector voor uitgangsmaterialen investeren sterk in onderzoek en ontwikkeling, en werken daarbij ook intensief samen met verschillende kennisinstellingen. Gemiddeld wordt ongeveer 15% van de omzet besteed aan R&D, wat voor groenteveredelaars zelfs kan oplopen tot 30% (CBS, 2023; Louwaars et al., 2009). De veredeling en ontwikkeling van zaden wordt wereldwijd ondersteund vanuit lokale test- en ontwikkellocaties, terwijl de coördinatie en kennisontwikkeling nog in Nederland zijn geworteld.

De totale onderzoeks- en ontwikkelingskosten binnen de keten Tuinbouw en Uitgangsmaterialen (T&U) zijn in recente jaren aanzienlijk gestegen (CBS, 2023). De uitgaven aan R&D stegen met 19%, van 825 miljoen euro in 2017 tot 980 miljoen euro in 2020. Deze stijging is daarmee groter dan de gemiddelde toename van 14% over dezelfde periode voor de andere sectoren in Nederland (CBS, 2023). Meer dan de helft van investeringen in de T&U keten is afkomstig van bedrijven die zich bezighouden met het veredelen en vermeerderen van zaden en jonge planten.
In deze R&D-activiteiten ontwikkelt de sector snellere en nauwkeurigere veredelingsmethoden, waaronder Nieuwe Genomische technieken (NGT), genotypische screening en DNA-markers. NGT is een verzamelnaam voor laboratoriummethoden die heel gericht het DNA van planten kunnen aanpassen, zoals CRISPR-Cas. In de EU wordt gewerkt aan een verordening waardoor NGT-gewassen met eigenschappen die ook via conventionele veredeling kunnen ontstaan niet meer onder de regelgeving voor Genetisch Gemodificeerde Organismen vallen (FD, 2025). Voor complexere, nieuw geïntroduceerde eigenschappen blijft de strengere wetgeving voor genetisch gemodificeerde planten gelden. Met genotypische screening kunnen veredelaars genetisch materiaal analyseren, gewenste eigenschappen zoals ziekteresistentie sneller identificeren en deze dan doelgericht combineren in nieuwe rassen. DNA-markers fungeren daarbij als een genetische routekaart die zichtbaar maakt welke planten al over gewenste genen beschikken, zodat deze planten verder kunnen worden meegenomen in het veredelingsproces.

De opkomst van kunstmatige intelligentie biedt ook nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld voor geautomatiseerde beeldanalyse (die tijdrovende visuele monitoring vervangt) en voor het ondersteunen van keuzes in veredelingsroutes, wat op termijn kan bijdragen aan een sneller en efficiënter veredelingsproces (Nieuwe Oogst, 2024). Daarnaast wordt gewerkt aan de verfijning van technieken zoals zaadcoating – een dun laagje rondom het zaad – dat helpt om zaadkieming te verbeteren en jonge planten kan beschermen tegen bodemgebonden ziektes of schimmels.

10.5 Keuringsdiensten, regulering en intellectueel eigendom

De keuringsdienst Naktuinbouw speelt een belangrijke rol in het ondersteunen en handhaven van de kwaliteit van het uitgangsmateriaal van groenten, bloemen en bomen, en daarmee in de internationale (export)positie die Nederland op dit gebied bekleedt. Ieder bedrijf dat in Nederland en de EU teeltmateriaal wil verhandelen, moet voldoen aan EU-voorschriften op het gebied van fytosanitaire eisen en kwaliteit. Naktuinbouw zorgt voor de controle op de uitvoer en het naleven van deze wetgeving. Er zijn daarnaast keuringsdiensten voor bloembollen (BKD) en voor landbouwgewassen zoals aardappelen, granen en grassen (NAK).

De Raad voor Plantenrassen verleent nationaal kwekersrecht, de intellectuele eigendomsbescherming die specifiek geldt voor nieuwe plantenrassen. Het kwekersrecht biedt de ontwikkelaar gedurende een vaste periode het exclusieve commerciële gebruik, terwijl het dankzij de kwekersvrijstelling toegestaan blijft dat andere veredelaars met dat ras, zonder toestemming nodig te hebben van de eigenaar ervan, verder kruisen en nieuwe rassen ontwikkelen.17
Onderzoekers wijzen erop dat er een balans nodig is tussen bescherming van investeringen enerzijds en het behoud van toegang tot genetisch materiaal voor verdere veredeling anderzijds (Lukasiewicz et al., 2024). Voor verlening van het kwekersrecht toetst de Raad of rassen onderscheidbaar, homogeen en bestendig zijn (de zogenaamde DUS-criteria). Daarnaast kan de Raad rassen toelaten tot het handelsverkeer, instandhouders aanwijzen en de officiële rasnaam vaststellen.

Op Europees niveau wordt de bescherming van plantenrassen geharmoniseerd door het Community Plant Variety Office (CPVO), dat EU-breed kwekersrecht verleent. Het CPVO investeert in de modernisering van beoordelingsmethoden, onder meer via digitalisering van referentiedatabases en toepassing van biomoleculaire technieken, met als doel een snellere en meer eenduidige beoordeling en registratie van nieuwe rassen (CPVO, 2022).

10.6 Handel in uitgangsmateriaal

De internationale handelspositie van Nederland in uitgangsmateriaal blijft zich sterk ontwikkelen. In 2024 bedroeg de totale exportwaarde van plantaardig uitgangsmateriaal ruim 5 miljard euro, een nominale groei van 31% ten opzichte van 2020 (3,8 miljard euro) en ruim een verdrievoudiging ten opzichte van 2000, toen de exportwaarde nog 1,3 miljard euro bedroeg. Deze ontwikkeling onderstreept zowel de commerciële betekenis als de technologische en logistieke positie van Nederland binnen mondiale ketens voor uitgangsmateriaal.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Voor de periode 2020-2024 bestaat de export voornamelijk uit drie productgroepen: groentezaden (45%), bloembollen en aanverwante knol- en bolgewassen (34%) en pootaardappelen (12%). De categorie bloembollen omvat bollen, knollen, knolwortels, kronen en wortelstokken, zowel in rust als in groei of bloei. Tot akkerbouwzaden worden onder meer zaaigoed voor voedergewassen, kruidachtige planten en raaigrassen gerekend.

10.7 Handel in groentezaden

De export van groentezaden laat een voortdurende groei in waarde zien. In 2000 bedroeg de exportwaarde 337 miljoen euro; in 2010 was dit 760 miljoen euro, in 2020 1,8 miljard euro en in 2024 2,25 miljard euro. De importwaarde van groentezaden ligt gedurende deze gehele periode op ongeveer een derde van de exportwaarde en bedroeg in 2024 592 miljoen euro.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Nederland exporteert groentezaden vooral naar landen buiten de Europese Unie. In 2024 werd 58% van de export buiten de EU afgezet. Dit aandeel beweegt sinds 2020 rond de 60%. In de periode 2000-2005 werd nog een groter deel binnen de EU verhandeld (56-63%), maar dit aandeel is sindsdien gedaald en vervolgens gestabiliseerd rond de 40%. Sinds 2000 is het aandeel van de Nederlandse export van groentezaden met bestemming Noord-Amerika (met name de Verenigde Staten, Mexico en Canada) sterk toegenomen, van 5% in 2000 naar 19% in 2024.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

De belangrijkste exportbestemmingen naar waarde gemeten zijn landen met omvangrijke en gespecialiseerde groente- en glastuinbouwsectoren. Spanje geldt naast Nederland als grote producent van vruchtgroenten zoals tomaat, paprika en komkommer. In de VS is de productie sterk geconcentreerd in Californië. Mexico is wereldwijd de grootste exporteur van tomaten en levert vooral aan de VS. Zoals hierboven genoemd, is de Nederlandse export van groentezaden naar Mexico is de laatste jaren sterk gestegen, mede dankzij handelsliberalisering tussen de EU en Mexico, al is in 2024 een lichte daling zichtbaar. Duitsland vormt een relatief beperkte afzetmarkt, met 6 tot 7% van de totale export van groentezaad. Hoewel Nederland bijna 160 landen bedient, gaat ruim de helft van alle export van groentezaad naar de tien grootste bestemmingen.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

De import van groentezaden komt van oudsher vooral uit Frankrijk en de VS. De herkomst is echter aan het verbreden, met een toenemend aandeel uit Peru, Chili en Nieuw-Zeeland. In 2000 was nog 43% van de import afkomstig uit landen die nu tot de EU-27 behoren; in 2024 was dit gedaald tot 39%. Tegelijkertijd komt een steeds groter deel uit lage- en lagere-middeninkomenslanden: hun aandeel in de Nederlandse import van groentezaad steeg in dezelfde periode van 1% tot 7%. Deze verschuiving weerspiegelt niet alleen het globaliserende karakter van veredelings- en vermeerderingsketens maar ook strategische keuzes van bedrijven om risico’s, gekoppeld aan bijvoorbeeld klimaatverandering, te spreiden. Dit heeft geleid tot meer productie- en vermeerderingslocaties buiten Europa. De import van groentezaden komt uit ongeveer 140 verschillende landen. Dit betreft vrijwel altijd zaad in bulk van in Nederland ontwikkelde rassen, dat na import wordt bewerkt (schonen, sorteren, pilleren, coaten, etc) en verpakt voor de eindgebruiker.

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Voetnoten:
16 Access and Benefit-Sharing (ABS) verwijst naar de afspraken over het gebruik van genetische bronnen en de verdeling van voordelen tussen aanbieders en gebruikers. Sinds dit systeem is ingevoerd, is vrije toegang tot planten, dieren en micro-organismen niet langer vanzelfsprekend: gebruikers moeten vaak aan voorwaarden voldoen om materiaal te verkrijgen en de voordelen van het gebruik ervan delen.


17 De EU kent twee beschermingsvormen voor intellectueel eigendom in de plantenveredeling die elkaar raken, maar verschillend functioneren: het kwekersrecht en het octrooirecht. Het octrooirecht beschermt nieuwe technische vindingen of methoden en vereist een licentie wanneer een andere veredelaar deze innovaties wil gebruiken in zijn eigen veredelingsprogramma. Dit in tegenstelling tot het kwekersrecht, waar het een veredelaar vrij staat om innovaties van anderen te gebruiken om nog betere rassen op de markt te brengen. Tegen deze achtergrond erkent het International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture (ITPGRFA) de Farmers’ Rights en vraagt het landen deze in nationale wetgeving te borgen, waaronder het recht om oogstzaden te bewaren, gebruiken, uitwisselen en verkopen. Zie: https://faolex.fao.org/treaty/docs/tre000005E.pdf

Referenties:
Bakker, T., Dijkxhoorn, Y. en Galen, M. van (2010). Uitgangsmaterialen: motor voor export en innovatie. Wageningen: LEI Wageningen UR. LEI-publicatie 11-091.

CBS (2023). Tuinbouwcijfers 2022: De economische prestaties van de keten Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. Heerlen/Den Haag/Wageningen: Centraal Bureau voor de Statistiek & Wageningen Economic Research.

CPVO (2022). Impact of the community plant variety rights system on the EU economy and the environment. Beschikbaar via: https://cpvo.europa.eu/sites/default/files/documents/cpvr_study_full_report_0.pdf

Ebert, A.W., Engels, J.M.M., Schafleitner, R., Hintum, T. van en Mwila, G. (2023). Critical Review of the Increasing Complexity of Access and Benefit-Sharing Policies of Genetic Resources for Genebank Curators and Plant Breeders - A Public and Private Sector Perspective. Plants, 12(16), 2992. https://doi.org/10.3390/plants12162992

ECB (2025). European Central Bank Statistics: Euro Dollar Exchange Rate Historical Chart. Beschikbaar via: https://www.ecb.europa.eu/stats/policy_and_exchange_rates/euro_reference_exchange_rates/html/eurofxref-graph-usd.en.html

FD (2024). Zaadveredelaar Rijk Zwaan: ‘Glastuinbouw staat soms in een te negatief daglicht’. Financieel Dagblad, 29 oktober 2024. Beschikbaar via: https://fd.nl/bedrijfsleven/1535453/zaadveredelaar-rijk-zwaan-glastuinbouw-staat-soms-in-een-te-negatief-daglicht

FD (2025). Europees akkoord over versoepelde regels voor genetisch bewerkte gewassen. Financieel Dagblad, 4 december 2025. Beschikbaar via: https://fd.nl/politiek/1579461/europees-akkoord-over-versoepelde-regels-voor-genetisch-bewerkte-gewassen

ISF (2024). Seed Sector Survey 2024: Breakthroughs, threats, and opportunities on the horizon for the global seed sector. Nyon: International Seed Foundation. https://worldseed.org/wp-content/uploads/2024/09/ISF-seed-sector-survey-results-analysis.pdf

Jukema, G., Ramaekers, P. en Berkhout, P. (2020). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband. Wageningen/Heerlen/Den Haag: Wageningen Economic Research & Centraal Bureau voor de Statistiek. Rapport 2020-001.

Louwaars, N., Dons, H., Raven, H., Eaton, D. en Nelis, A. (2009). Veredelde zaken: de toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelingen in het octrooirecht en het kwekersrecht. Wageningen: Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN). https://edepot.wur.nl/136538

Lukasiewicz, J.M., Wiel, C.C. van de, Lotz, L.A. en Smulders, M.J. (2024). Intellectual property rights and plants made by new genomic techniques: Access to technology and gene-edited traits in plant breeding. Outlook on Agriculture, 53(3), 205-215. https://doi.org/10.1177/00307270241277219

LVVN (2024). Dutch seeds: Innovation with a global reach. Den Haag: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Beschikbaar via: https://www.agroberichtenbuitenland.nl/documenten/2024/06/05/dutch-seeds-innovation-with-a-global-reach

Nieuwe Oogst (2024). Technologie voor versnellen van veredeling. 30 mei 2024. Beschikbaar via: https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2024/05/30/technologie-voor-versnellen-van-veredeling

Plantum (2025a). Beschikbaar via: https://www.plantum.nl/

Plantum (2025b). Samen bijdragen aan het oplossen van mondiale vraagstukken. Beschikbaar via: https://www.plantum.nl/wp-content/uploads/2025/01/2025_FS-Maatschappelijk_NL.pdf

UN Comtrade (2025). United Nations Comtrade Database. Beschikbaar via: https://comtradeplus.un.org

Wereldbank (2025). World Bank Country and Lending Groups. Washington: World Bank. Beschikbaar via: https://datahelpdesk.worldbank.org/knowledgebase/articles/906519-world-bank-country-and-lending-groups