10.1 Inleiding
Nederland is wereldwijd een belangrijke speler in de ontwikkeling, productie en export van plantaardig uitgangsmateriaal. Met uitgangsmateriaal worden alle plantvormen bedoeld die geen eindproduct vormen, zoals zaden, knollen, stekken en jonge planten. Dit materiaal is de basis voor de akkerbouw- en de tuinbouwproductie.
De uitgangsmaterialensector omvat zowel de vermeerdering en de productie van plantmateriaal, als de veredeling. Veredeling richt zich op het ontwikkelen van nieuwe rassen met hogere opbrengsten, betere geschiktheid voor bepaalde teeltomstandigheden en resistenties tegen ziekten en droogte. De sector is bovengemiddeld kennisintensief, gemiddeld wordt circa 15% van de omzet besteed aan onderzoek en ontwikkeling (R&D), oplopend tot ongeveer 30% bij groenteveredelaars (CBS, 2023; Louwaars et al., 2009).
De export van plantaardig uitgangsmateriaal groeide de afgelopen jaren sterk: sinds 2020 nam de exportwaarde met 31% toe tot bijna 5 miljard euro in 2024. De uitgangsmaterialen voor groentegewassen zijn met een aandeel van 45% de grootste exportcategorie, het overgrote deel wordt afgezet buiten de Europese Unie (EU). De importwaarde van groentezaden ligt aanzienlijk lager dan de exportwaarde. Traditionele leveranciers als Frankrijk en de VS blijven belangrijk, maar het aandeel van niet-EU-landen groeit: nieuwe handelsstromen komen onder meer uit Peru, Chili en Nieuw-Zeeland, en een steeds groter deel van de import is afkomstig uit landen met lage- en lagere-middeninkomens. Dit betreft voornamelijk de teelt van zaden die in Nederland zijn ontwikkeld. In landen met gunstige klimaatomstandigheden en lage ziektedruk, veelal op het zuidelijk halfrond, worden deze vermeerderd en na import in Nederland verwerkt en opgeschoond tot een eindproduct, waarbij veel waarde wordt toegevoegd.
Dit hoofdstuk richt zich hoofdzakelijk op uitgangsmateriaal voor groentegewassen. In paragraaf 10.2 wordt eerst de betekenis van hoogwaardig en resistent uitgangsmateriaal voor opbrengstzekerheid, voedselvoorziening en weerbare teeltsystemen toegelicht. Paragraaf 10.3 behandelt de organisatie van de sector, variërend van regionale concentraties tot de groeiende, kennisintensieve werkgelegenheid. Daarna volgen kennis en innovatie in paragraaf 10.4, en de rol van keuringsdiensten, regulering en intellectueel eigendom in paragraaf 10.5. Het hoofdstuk sluit af met de internationale handel in uitgangsmateriaal in paragraaf 10.6 en een nadere uitwerking van de handel in groentezaden in paragraaf 10.7
