Waterkwaliteit op derogatiebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Daling nitraatconcentratie zet door als gevolg van een aantal nattere jaren

Sinds de start van het Derogatiemeetnet is de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater op derogatiebedrijven geleidelijk gedaald. Vanaf 2017 steeg de gemiddelde concentratie in alle regio’s door droogte. In 2022 daalde de gemiddelde nitraatconcentratie in alle regio’s ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2023 vlakt deze daling af.

Waterkwaliteit

Grafiek wordt geladen...
In 2022 daalde de gemiddelde nitraatconcentratie in alle regio’s ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2023 vlakt deze daling af.

In september 2022 besloot de Europese Commissie de derogatie voor Nederland vanaf 2023 stapsgewijs af te bouwen. Vanaf 2026 heeft Nederland geen derogatie meer. Dit artikel gaat over de meetresultaten tot 2023 (in de Lössregio tot 2022). De resultaten van meetjaar 2023 geven het effect weer van de landbouwpraktijk van 2022. De afbouw van de derogatie speelt in dit artikel dus nog geen rol.

Derogatiebedrijven op zand- en lössgronden in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg, mochten in 2022 maximaal 230 kg N/ha graasdiermest gebruiken (hierna: Zand-230). Op zandgrond in de overige provincies (hierna: Zand-250), en op klei- en veengronden, mochten bedrijven maximaal 250 kg N/ha graasdiermest gebruiken. Bedrijven moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet hun landbouwgrond voor ten minste 80% uit grasland bestaan.

In de Zandregio-230 regio worden relatief hoge nitraatconcentraties gemeten. Nadat door invloed van droogte de gemiddelde nitraatconcentratie in de periode tussen 2017 en 2021 fors was gestegen, daalde deze na 2021 weer tot op het niveau van de EU-norm van 50 mg nitraat per liter (NO3/l) in deze regio. In de Zand-250 regio zijn de concentraties gemiddeld lager dan in Zand-230. Ook hier steeg de gemiddelde nitraatconcentratie tussen 2017 en 2021 door invloed van droogte. Door droogte wordt er minder nitraat in de bodem afgebroken, waardoor de nitraatconcentratie in het grondwater stijgt. Nadat de gemiddelde concentratie weer daalde in 2022, steeg deze in 2023 tot ongeveer 26 mg NO3/l.

Sinds de start van de metingen in de Lössregio daalde de gemiddelde nitraatconcentratie tot 2017 geleidelijk tot onder de EU-norm. Door invloed van droogte steeg de concentratie fors in 2018. Sinds 2018 daalt de gemiddelde nitraatconcentratie geleidelijk. In 2022 lag deze met 43 mg NO3/l onder de EU-norm van 50 mg NO3/l. Aangezien de Lössregio relatief laat in het jaar wordt bemonsterd in vergelijking met de andere regio’s zijn de resultaten voor 2023 van deze regio nog niet beschikbaar.

In de Kleiregio ligt de gemiddelde nitraatconcentratie sinds de start van het Derogatiemeetnet onder de EU-norm van 50 mg NO3/l. Ook hier steeg de gemiddelde nitraatconcentratie door invloed van droogte in 2019. Na 2019 zakt de nitraatconcentratie weer. In 2023 was de gemiddelde nitraatconcentratie op de derogatiebedrijven in de Kleiregio ongeveer 17 mg NO3/l.

In de Veenregio worden over het algemeen relatief lage nitraatconcentraties gemeten in het uitspoelingswater. De nattere omstandigheden en het hoge organische stofgehalte in veenbodems bevorderen de omzetting van nitraat naar andere stikstofvormen. In deze regio is daarom sprake van relatief weinig variatie in de gemiddelde nitraatconcentratie. De gemiddelde nitraatconcentratie op derogatiebedrijven in deze regio was 9,5 mg NO3/l in 2023.

De stikstofconcentratie (N-totaal) in het uitspoelend water daalde in Zand-250 en de Veenregio gedurende de meetperiode. In Zand-230, de Löss- en de Kleiregio veranderde de stikstofconcentratie niet.

Over de indicator

De nitraatconcentratie in het bovenste grondwater, uitgedrukt als milligram nitraat per liter grondwater. Er wordt onderscheid gemaakt naar de grondsoortregio’s: Klei, Veen, Zand en Löss. Gemeten nitraatconcentraties in de bovenste meter grondwater, bodemvocht of drainwater worden meestal ongecorrigeerd weergegeven. Om een beeld te krijgen van de invloed van weersvariaties (neerslagoverschot) en samenstelling van de groep bemonsterde bedrijven op de nitraatconcentratie, is een methode ontwikkeld om hiervoor te corrigeren. Deze procedure bestaat tot nu toe voor de gemiddelden voor de Klei- en Zandregio (niet gespecificeerd voor bedrijfstype).

Bron en getoonde groep bedrijven

Het RIVM verzamelt gegevens over de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater op de steekproefbedrijven in het LMM. De getoonde data op deze pagina komen uit het basismeetnet van het LMM. In het basismeetnet wordt op ongeveer 250 landbouwbedrijven (melkveebedrijven, akkerbouwbedrijven, staldierbedrijven en (overige) dierbedrijven) jaarlijks de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit gemeten. Het Basismeetnet is representatief voor meer dan 85% van het Nederlandse landbouwareaal. Daarmee doet het RIVM uitspraken over de waterkwaliteit voor het grootste gedeelte van de Nederlandse landbouw.