Waterkwaliteit op derogatiebedrijven
Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks
Sinds de start van het Derogatiemeetnet in 2006 is de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater op derogatiebedrijven geleidelijk gedaald. Als gevolg van droogte steeg de gemiddelde nitraatconcentratie in de periode 2017-2021. Na 2021 is het effect van de droogte afgenomen en daalt de nitraatconcentratie weer in alle regio’s. Door de zeer natte omstandigheden in 2023 en 2024 zijn de gemiddelde nitraatconcentraties in alle regio’s verder gedaald.
Waterkwaliteit
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Door de zeer natte omstandigheden in 2023 en 2024 zijn de gemiddelde nitraatconcentraties in alle regio’s verder gedaald.
De derogatie in Nederland wordt sinds 2023 stapsgewijs afgebouwd. Dit staat in de derogatiebeschikking die de Europese Commissie in september 2022 verleende aan Nederland. Vanaf 2026 heeft Nederland geen derogatie meer. Dit artikel gaat over de meetresultaten tot 2024 (in de Lössregio tot 2023). De resultaten van meetjaar 2024 geven het effect weer van de landbouwpraktijk van 2023. In dat jaar was er geen derogatie meer voor percelen in Natura 2000-gebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Derogatiebedrijven op zand- en lössgronden in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg, mochten in 2023 maximaal 220 kg N/ha graasdiermest gebruiken (hierna: Zand Midden/Zuid). Op zandgronden in de overige provincies (hierna: Zand Noord), en op klei- en veengronden, mochten bedrijven maximaal 240 kg N/ha graasdiermest gebruiken.
In Zand Midden/Zuid werden over het algemeen relatief hoge nitraatconcentraties gemeten. Nadat de gemiddelde nitraatconcentratie vanaf 2021 daalde na een periode van stijging als gevolg van droogte, kwam deze in 2023 net boven de EU-norm van 50 mg/l uit. Onder invloed van een zeer natte periode daalde de gemiddelde nitraatconcentratie in 2024 naar 23 mg/l. In Zand Noord is de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater lager dan in Zand Midden/Zuid, en ligt al sinds de start van het Derogatiemeetnet onder de EU-norm. Ook in deze regio daalde de gemiddelde concentratie in 2024 verder naar 17 mg/l.
Sinds de start van de metingen in de Lössregio daalde de gemiddelde nitraatconcentratie geleidelijk tot onder de EU-norm. Door invloed van droogte steeg de concentratie fors in 2018. Vanaf 2019 daalt de gemiddelde nitraatconcentratie weer. In de Lössregio worden de metingen later uitgevoerd dan in de andere regio’s. Daarom zijn de resultaten van 2024 voor deze regio nog niet beschikbaar. In 2023 lag de gemiddelde nitraatconcentratie op 46 mg/l.
In de Kleiregio ligt de gemiddelde nitraatconcentratie sinds de start van het Derogatiemeetnet onder de norm van 50 mg/l. Ook hier steeg de gemiddelde nitraatconcentratie in 2019 door invloed van droogte. Vanaf 2020 daalt de nitraatconcentratie weer. In 2024 was de gemiddelde nitraatconcentratie ongeveer 10 mg/l.
In de Veenregio worden over het algemeen relatief lage nitraatconcentraties gemeten in het uitspoelingswater. De nattere omstandigheden en het hoge organische stofgehalte in veenbodems bevorderen de omzetting van nitraat naar andere stikstofvormen. In deze regio is daarom sprake van relatief weinig variatie in de gemiddelde nitraatconcentratie. De gemiddelde nitraatconcentratie op derogatiebedrijven in deze regio was 5,3 mg/l in 2024.
De stikstofconcentratie (N-totaal) in het uitspoelingswater daalde in 2024 in Zand Midden/Zuid, Zand Noord en de Kleiregio. In de Veenregio veranderde de stikstofconcentratie niet.

