Beregening op melkveebedrijven
Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks
Op melkveebedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht, is het aandeel van de bedrijven dat beregent in 2024 slechts 2%. De watergift per beregende ha in 2024 is echter groter dan in 2023. In perioden van droogte (jaren 2018-2020 en 2022) hebben melkveebedrijven de gewassen veelal intensiever beregend.
Aandeel
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2024 heeft 2% van de melkveebedrijven waarop het LMM is gericht beregening toegepast. Dit percentage is sinds de start van de dataverzameling nog niet zo laag geweest. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Watergift
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde watergift op het beregende areaal, uitgedrukt in mm, bedroeg in 2024 59 mm. In de vijf voorafgaande jaren was de watergift soms hoger en soms lager dan in 2024. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Regio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Alleen in de Veen- en Zandregio is beregend in 2024. In de Klei- en Lössregio is – gebaseerd op het Bedrijveninformatienet - niet beregend door melkveehouders in 2024. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Door middel van beregening wordt getracht om de droogteschade aan de opbrengst en de kwaliteit van voedergewassen te beperken. Ten opzichte van het voorgaande jaar is het aandeel melkveebedrijven dat beregende in 2024 sterk gedaald. Weersomstandigheden zoals het zeer natte voorjaar waren voor melkveebedrijven reden om de beregeningsapparatuur niet in te zetten. In de Zandregio bevindt zich doorgaans het hoogste aandeel van bedrijven dat beregende vanwege de grotere mate van droogtegevoeligheid van deze grondsoort.
Het jaar 2024 was een nat jaar
De mate waarin er op de melkveebedrijven beregend wordt, verschilt van jaar tot jaar en tussen grondsoortregio’s. In de eerste 7 jaren van de periode 2010-2022 varieerde het percentage melkveebedrijven met beregening van 5 tot 15%. In de periode 2018-2020 was dit aanzienlijk gestegen, waarbij er in 2020 een uitschieter was met een beregeningspercentage van 33%. Dat niveau werd in 2023 niet gehaald, maar 2023 was het jaar met het op één na hoogste aandeel bedrijven met beregening van de periode 2010-2023. Om de schade door droogte nog enigszins te beperken, is er veel geïnvesteerd in (extra) beregeningsapparatuur. Vanwege de droogte is er in de jaren 2018-2020 ook frequenter en op meer gewassen beregend. In 2018 steeg de beregeningsintensiteit (totale watergift in millimeters op de beregende oppervlakte) naar bijna 87 mm, wat ruim het dubbele is van de 40 mm die er gemiddeld in de periode 2010-2017 nog werd gegeven. In 2024 was er nauwelijks behoefte aan beregening. Alleen in de Zandregio en Veenregio is er in beperkte mate sprake van beregening. De beregeningsintensiteit was echter in 2024 met 59 mm, hoger dan in 2023 wat aangeeft dat op percelen waar wel werd beregend, de gift relatief hoog was.Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Zowel in 2020, 2022 als in 2023 paste een derde deel van de melkveebedrijven in de Zandregio beregening toe. In 2024 was dit aandeel met slechts 4% het laagst in de periode 2010-2024. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In het jaar 2020 was het aandeel van de melkveebedrijven in de Kleiregio met beregening 31%. In 2024 was dit percentage – gebaseerd op het Bedrijveninformatienet - 0%. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Veenregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In de Veenregio was het aandeel melkveebedrijven met beregening in 2024 slechts 1%. In de jaren 2018 en 2020 was dit aandeel het grootst (24 en 18%). Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In de Lössregio werd in 2023 en 2024 - gebaseerd op het Bedrijveninformatienet - niet beregend op melkveebedrijven. Het aandeel bedrijven met beregening was in 2019 8% en in 2022 4%. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Verschillen tussen regio’s aanwezig
In de Zandregio vond op de melkveebedrijven met droogtegevoelige gronden al langere tijd irrigatie plaats van met name grasland. Meer en langere periodes van droogte noopten ook andere melkveehouders tot investeringen in beregeningscapaciteit en het beregenen van mais ten behoeve van de kolfzetting. Deze ontwikkelingen hebben in de periode van 2018-2020 zowel in de Zandregio als de Klei- en Veenregio tot een toename geleid van zowel het aandeel bedrijven met beregening als van de beregeningsintensiteit. Zo paste in 2020 38% van de bedrijven in de Zandregio en ongeveer 31% van de bedrijven in de Kleiregio beregening toe, terwijl 18% van de melkveebedrijven in de Veenregio beregening toepaste. In 2021 bleek men door minder droogte fors minder te beregenen. Zo paste in de Zandregio nog maar 13% van het aantal bedrijven in die regio beregening toe en 2 tot 4% in de Klei- en Veenregio. Landelijk is aantal bedrijven dat beregent gedaald van 32% in 2020 naar 8% in 2021. In de Lössregio is irrigatie bij bedrijven binnen de steekproef weinig tot niet toegepast. Een mogelijke oorzaak is dat het veel kostbaarder is om beregening te organiseren dan in de andere regio’s (mede door gebruik van leidingwater i.p.v. oppervlakte- of grondwater). In 2024 was de behoefte aan beregening in alle grondsoortregio’s minimaal.Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De watergift op beregend areaal van melkveebedrijven in de Zandregio was, ondanks dat het aandeel van de bedrijven met beregening laag was, hoog in 2024. In 2024 bedroeg de watergift gemiddeld 60 mm tegen 53 mm in 2023. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De watergift op beregend areaal van melkveebedrijven in de Kleiregio was hoog in de jaren 2014, 2018-2020 en in 2022. In 2024 was er geen melkveebedrijf met beregening in de dataset. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Veenregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De watergift op beregend areaal van melkveebedrijven in de Veenregio was hoog in de jaren 2020 en 2022. In 2024 bedroeg de watergift gemiddeld 50 mm, dit is hoger dan in het jaar 2023. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In de Lössregio werd enkel in 2019 en 2022 beregend op melkveebedrijven. In 2022 was de watergift per beregende ha gemiddeld 30 mm. In 2023 en 2024 werd er niet beregend. Het jaar 2024 betreft voorlopige gegevens.
Beregening en benutting van nutriënten
De belangrijkste reden voor beregening is om droogteschade aan het gewas te voorkomen. Door aanvulling van de voorraad bodemvocht worden de gewasgroei en -ontwikkeling minder beperkt en financiële risico’s ten aanzien van een lagere omzet afgedekt. Door opbrengstderving te voorkomen, kan ook worden voorkomen dat de in de bodem aanwezige nutriënten onbenut blijven.In weerjaren zonder extremen, zoals 2021, zijn het vooral de bedrijven op droogtegevoelige zandgrond die hun nieuw ingezaaide grasland en weidepercelen irrigeren. In de afgelopen jaren zijn er regelmatig droge perioden geweest en moesten ook de mais- en andere graspercelen intensief worden beregend om misoogsten te voorkomen. Beregening kan op diverse manieren: met een waterkanon, sproeiboom of door middel van druppelslangen. Het gebruikte water is in de Zandregio meestal grondwater, in de Klei- en Veenregio is het veelal oppervlaktewater. In de Lössregio worden de gewassen, bij gebrek aan grond- en oppervlaktewater, soms met leidingwater van de drinkwatermaatschappij geïrrigeerd.
Over de indicator
Aandeel beregening: deze indicator geeft per jaar weer welk percentage van de bedrijven ten minste eenmaal een gewas beregend heeft.Beregeningsintensiteit: deze indicator beschrijft de watergift (in millimeters) die gemiddeld via beregening op de beregende percelen gegeven is.
Bron en getoonde groep bedrijven
De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.

