Opslagcapaciteit dierlijke mest op melkveebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Gemiddelde opslagcapaciteit dierlijke mest in 2023 bijna 10 maanden

Op melkveebedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) nam de gemiddelde opslagcapaciteit voor mest af in de periode 2019-2023. De jaren voorafgaand aan 2019 laten een structureel stijgende opslagcapaciteit voor dierlijke mest zien. Vanaf 2019 daalt de gemiddelde opslagcapaciteit op melkveebedrijven geleidelijk. Met uitzondering van enkele jaren in het begin van de periode 2006-2023, was de gemiddelde opslagcapaciteit ten minste 9 maanden.

Gemiddeld

Grafiek wordt geladen...
Vanaf 2019 daalt de gemiddelde opslagcapaciteit op melkveebedrijven geleidelijk. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Spreiding

Grafiek wordt geladen...
Op 75% van de melkveebedrijven in 2023 is de opslagcapaciteit van dierlijke mest minimaal 8,7 maanden. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Regio

Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde opslagcapaciteit op melkveebedrijven in 2023 is het laagst in de Zandregio en het hoogst in de Veenregio. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

In 2023 was de mestopslagcapaciteit in de Veen- en Kleiregio gemiddeld boven de 10 maanden. Op melkveebedrijven in de Zand- en Lössregio was de gemiddelde opslagcapaciteit minder dan 10 maanden. De gemiddelde opslagcapaciteit voor dierlijke mest in 2023 was iets lager dan die van het voorgaande jaar. Dit kan het gevolg zijn van de groei van de veestapel op melkveebedrijven in 2023. De spreiding in opslagcapaciteit tussen melkveebedrijven is groot, maar omvat in 2023 minimaal 8,7 maanden van de jaarlijkse mestproductie van de veestapel (25-procentwaarde).

Zandregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de opslagcapaciteit op melkveebedrijven in de Zandregio is het hoogst in 2018. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de opslagcapaciteit op melkveebedrijven in de Kleiregio is het hoogst in 2019. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de opslagcapaciteit op melkveebedrijven in de Veenregio is het hoogst in 2023. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de opslagcapaciteit op melkveebedrijven in de Lössregio is het hoogst in 2018. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Veehouders dienen over voldoende opslagcapaciteit te beschikken voor de mestproductie van de dieren in de periode van 1 augustus tot 1 maart. Bedrijven met een ruime opslagcapaciteit hebben meer mogelijkheden om de mest onder optimale omstandigheden uit te rijden dan bedrijven met een krappe opslagcapaciteit. Dit kan leiden tot een hogere benutting en/of minder kans op uitspoeling van nutriënten uit dierlijke mest. Door schaalvergroting en intensivering hebben de laatste jaren meer melkveebedrijven een mestoverschot dat afgevoerd wordt met de bestemming om elders in de land- en tuinbouw als meststof ingezet te worden.


Over de indicator

Deze indicator beschrijft de hoeveelheid opslag van dierlijke mest, uitgedrukt in het aantal maanden dat de gemiddelde mestproductie per maand kan worden opgeslagen.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.