Waterkwaliteit op melkveebedrijven

Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks

Gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater op melkveebedrijven daalt in 2024

De gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater op melkveebedrijven steeg in de periode 2017-2021 als gevolg van droogte. Na 2021 is het effect van de droogte afgenomen en daalde de nitraatconcentratie weer in alle regio’s. Door de vele neerslag in 2023 en 2024 daalde de nitraatconcentratie verder. Met name in de Zandregio is er sprake van een forse daling in 2024.

Waterkwaliteit

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde nitraatconcentratie op melkveebedrijven is sinds de start van de metingen gedaald en ligt in 2024 in alle regio’s onder de norm van 50 mg nitraat per liter.

Droogte beïnvloedt nitraatconcentratie

Sinds de start van het Basismeetnet in 1992 is de gemiddelde nitraatconcentratie op melkveebedrijven in de Zandregio sterk gedaald. Vanaf 2017 steeg de gemiddelde nitraatconcentratie door invloed van droogte. Door droogte wordt er minder nitraat in de bodem afgebroken, waardoor de nitraatconcentratie in het grondwater stijgt. In 2022 lijkt het effect van de droogte te zijn afgenomen en daalt de gemiddelde nitraatconcentratie sterk. In 2024 daalt de gemiddelde nitraatconcentratie onder invloed van zeer natte omstandigheden verder tot ongeveer 22 mg/l.

In de Kleiregio is de gemiddelde nitraatconcentratie op melkveebedrijven sinds de start van de metingen geleidelijk gedaald. In 2019 steeg de gemiddelde concentratie sterk als gevolg van droogte. De concentratie bleef echter niet lang stijgen, zoals in de Zandregio, maar daalde vanaf 2020. In 2024 daalt de gemiddelde nitraatconcentratie verder tot ongeveer 11 mg/l.

In de Lössregio is de gemiddelde nitraatconcentratie op melkveebedrijven vergelijkbaar met de concentratie in de Zandregio. Van 2010 tot en met 2017 voldeed de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater in de Lössregio aan de EU-norm van 50 mg/l. In 2018 en 2019 steeg de nitraatconcentratie door invloed van droogte tot boven deze norm. Vanaf 2021 is de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water op melkveebedrijven in deze regio weer lager dan de EU-norm van 50 mg/l. In de Lössregio worden de metingen later uitgevoerd dan in de andere regio’s. Daarom zijn de resultaten van 2024 voor deze regio nog niet beschikbaar. In 2023 lag de gemiddelde nitraatconcentratie op 44 mg/l.

De gemiddelde nitraatconcentratie op melkveebedrijven in de Veenregio is lager dan in de andere grondsoortregio’s. De natte omstandigheden en het hoge organische stofgehalte in veenbodems bevorderen de omzetting van nitraat naar andere stikstofvormen. In 2024 is de gemiddelde nitraatconcentratie ongeveer 5.1 mg/l.

De stikstofconcentratie (N-totaal) in het uitspoelingswater op melkveebedrijven laat in alle regio’s een vergelijkbaar patroon zien als dat voor nitraat. In de Veenregio is de stikstofconcentratie over het algemeen hoger dan in de Kleiregio.

Over de indicator

De nitraatconcentratie in het bovenste grondwater, uitgedrukt als milligram nitraat per liter grondwater. Er wordt onderscheid gemaakt naar de grondsoortregio’s: Klei, Veen, Zand en Löss. Gemeten nitraatconcentraties in de bovenste meter grondwater, bodemvocht of drainwater worden meestal ongecorrigeerd weergegeven. Om een beeld te krijgen van de invloed van weersvariaties (neerslagoverschot) en samenstelling van de groep bemonsterde bedrijven op de nitraatconcentratie, is een methode ontwikkeld om hiervoor te corrigeren. Deze procedure bestaat tot nu toe voor de gemiddelden voor de Klei- en Zandregio (niet gespecificeerd voor bedrijfstype).

Bron en getoonde groep bedrijven

Het RIVM verzamelt gegevens over de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater op de steekproefbedrijven in het LMM. De getoonde data op deze pagina komen uit het basismeetnet van het LMM. In het basismeetnet wordt op ongeveer 250 landbouwbedrijven (melkveebedrijven, akkerbouwbedrijven, staldierbedrijven en (overige) dierbedrijven) jaarlijks de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit gemeten. Het Basismeetnet is representatief voor meer dan 85% van het Nederlandse landbouwareaal. Daarmee doet het RIVM uitspraken over de waterkwaliteit voor het grootste gedeelte van de Nederlandse landbouw.