Opslagcapaciteit dierlijke mest op overige dierbedrijven
Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks
Op overige dierbedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) nam de gemiddelde opslagcapaciteit voor mest in de periode 2006-2022 toe van gemiddeld 8 maanden in 2006 tot gemiddeld 13,5 maanden in 2022. Voor de overige dierbedrijven in de Kleiregio was de opslagcapaciteit voor mest gemiddeld circa 13,2 maanden en in de Zandregio circa 13,4 maanden.
Gemiddeld
Grafiek wordt geladen...
Vanaf 2016 is de gemiddelde opslagcapaciteit op overige dierbedrijven vrij constant.
Spreiding
Grafiek wordt geladen...
Op 75% van de overige dierbedrijven in 2022 is de opslagcapaciteit van dierlijke mest minimaal 9 maanden .
In 2022 was de mestopslagcapaciteit in de Zandregio gemiddeld 13,4 maanden. In de Kleiregio was dit 13,2 maanden. De gemiddelde opslagcapaciteit voor dierlijke mest in 2022 was iets hoger dan die van het voorgaande jaar. De spreiding in opslagcapaciteit tussen staldierbedrijven is groot, maar omvat in 2022 minimaal 9 van de jaarlijkse mestproductie van de veestapel (25-procentwaarde).
Zandregio
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de opslagcapaciteit op overige dierbedrijven in de Zandregio is het hoogst in 2018.
Kleiregio
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de opslagcapaciteit op overige dierbedrijven in de Kleiregio is het hoogst in 2016.
Veehouders dienen over het algemeen over voldoende opslagcapaciteit te beschikken voor de mestproductie van de dieren in de periode van 1 augustus tot 1 maart. Als de mest wordt afgevoerd, is een kortere opslagperiode mogelijk. Bedrijven met een ruime opslagcapaciteit hebben meer mogelijkheden om de mest onder optimale omstandigheden uit te rijden dan bedrijven met een krappe opslagcapaciteit. Dit kan leiden tot een hogere benutting en minder uitspoeling van nutriënten uit dierlijke mest.
Over de indicator
Deze indicator beschrijft de hoeveelheid opslag van dierlijke mest, uitgedrukt in het aantal maanden dat de gemiddelde mestproductie per maand kan worden opgeslagen. Het LMM volgt ook overige dierbedrijven in de Lössregio maar hierover wordt niet apart gerapporteerd vanwege de geringe aantallen overige dierbedrijven per jaar in de Lössregio. De waarnemingen van de overige dierbedrijven in de Lössregio zijn wel meegenomen in het landelijkgemiddelde.Bron en getoonde groep bedrijven
De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.