Waterkwaliteit op staldier- en overige dierbedrijven

Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks

Gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater op dierbedrijven daalt in 2024 fors in de Zandregio

Sinds de start van het Basismeetnet is de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater op dierbedrijven geleidelijk gedaald. Door invloed van de droge jaren 2019-2021 is de gemiddelde nitraatconcentratie gestegen in de Zand- en de Kleiregio. Vanaf 2021 daalde de concentratie weer in deze regio’s. Door de vele neerslag in 2023 en 2024 daalde de nitraatconcentratie verder. Met name in de Zandregio is er sprake van een forse daling in 2024.
In het LMM worden staldierbedrijven en overige dierbedrijven bemonsterd. Staldierbedrijven zijn gespecialiseerd in het houden van staldieren zoals varkens en pluimvee. Overige dierbedrijven zijn bedrijven die onder andere vleesrunderen, geiten of schapen houden. Samen worden deze bedrijfstypes 'dierbedrijven' genoemd.

Waterkwaliteit

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde uitspoeling van nitraat op dierbedrijven in de Zandregio is hoger dan op dierbedrijven in de Kleiregio. In beide regio’s is de gemiddelde uitspoeling van nitraat afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar.


Sinds de start van de metingen is de gemiddelde nitraatconcentratie op dierbedrijven in de Zandregio gedaald. Door invloed van droogte steeg de nitraatconcentratie in de periode 2019- 2021. Door droogte wordt er minder nitraat in de bodem afgebroken, waardoor de nitraatconcentratie in het grondwater stijgt. Daarnaast speelt mee dat in droge jaren de uitgespoelde nitraat minder wordt verdund, omdat er minder water naar beneden zakt. Vanaf 2020 lijkt het effect van deze droogte te zijn afgenomen en daalt de gemiddelde nitraatconcentratie. Door de vele neerslag in 2023 en 2024 daalt de gemiddelde nitraatconcentratie op dierbedrijven van 74 mg/l in 2023 naar 42 mg/l in 2024. Daarmee ligt de gemiddelde nitraatconcentratie onder de EU-norm van 50 mg/l.

In de Lössregio namen in de afgelopen jaren onvoldoende deelnemers met dit bedrijfstype deel aan het LMM om meetresultaten te kunnen tonen. Per regio en per bedrijfstype geldt dat er minimaal 10 deelnemers nodig zijn om een betrouwbaar gemiddelde te kunnen tonen.

In de Kleiregio ligt de gemiddelde nitraatconcentratie onder de EU-norm van 50 mg/l. Na een periode van stijging door droogte is de nitraatconcentratie in deze regio vanaf 2021 weer gedaald. In 2024 is de gemiddelde nitraatconcentratie in deze regio verder gedaald tot ongeveer 17 mg/l.

Dierbedrijven komen in de Veenregio weinig voor. Daarom bemonstert het RIVM dit bedrijfstype niet in deze regio.

De stikstofconcentratie (N-totaal) in het uitspoelend water op dierbedrijven laat in de Zand- en Kleiregio een vergelijkbaar patroon zien als dat voor nitraat.

Over de indicator

De nitraatconcentratie wordt gemeten in in het bovenste grondwater en uitgedrukt als milligram nitraat per liter grondwater. Er wordt onderscheid gemaakt naar de grondsoortregio’s: Klei, Veen, Zand en Löss. Gemeten nitraatconcentraties in de bovenste meter grondwater, het bodemvocht of het drainwater worden meestal ongecorrigeerd weergegeven. Om een beeld te krijgen van de invloed van weersvariaties (neerslagoverschot) en samenstelling van de groep bemonsterde bedrijven op de nitraatconcentratie is een methode ontwikkeld om hiervoor te corrigeren. Deze procedure bestaat tot nu toe voor de gemiddelden voor de Klei- en Zandregio (niet gespecificeerd voor bedrijfstype).

Bron en getoonde groep bedrijven

Het RIVM verzamelt gegevens over de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater op de steekproefbedrijven in het LMM. De getoonde data op deze pagina komen uit het basismeetnet van het LMM. In het basismeetnet wordt op ongeveer 250 landbouwbedrijven (melkveebedrijven, akkerbouwbedrijven, staldierbedrijven en (overige) dierbedrijven) jaarlijks de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit gemeten. Het Basismeetnet is representatief voor meer dan 85% van het Nederlandse landbouwareaal. Daarmee doet het RIVM uitspraken over de waterkwaliteit voor het grootste gedeelte van de Nederlandse landbouw.