Inkomen uit bedrijf - Varkenshouderij
|
Inkomens varkensbedrijven gedaald door lagere opbrengsten
|
18-12-2024 |
In 2024 is het inkomen op varkensbedrijven gedaald ten opzichte van 2023, met een afname van bijna 48%. Het gemiddelde inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje) is gedaald van circa 406.000 euro in 2023 naar ongeveer 211.000 euro in 2024. Deze daling is het gevolg van lagere opbrengsten uit de verkoop van dieren en een negatieve aanwas (waardedaling op de eindbalans ten opzichte van de beginbalans). Dit wordt onvoldoende gecompenseerd door 13% lagere voerkosten. Daarnaast zijn de kosten voor mestafzet gestegen, wat het resultaat verder naar beneden haalt. Ondanks de daling in 2024, blijft het inkomen per oaje nog steeds boven het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar (2019-2023) van 167.000 euro.
|
De daling in het inkomen is vooral te wijten aan de lagere opbrengsten uit de verkoop van biggen en vleesvarkens. In 2024 zijn de biggenprijzen gemiddeld 12% gedaald ten opzichte van 2023, terwijl de vleesvarkensprijzen met 9% zijn afgenomen. Hoewel de prijzen in 2024 nog steeds boven het niveau van 2022 liggen, is de daling in 2024 een correctie na het uitzonderlijk hoge prijsniveau van 2023. Daarnaast zijn de dieren op de eindbalans gemiddeld 13-20% minder waard dan op de beginbalans, wat de daling in het inkomen verder vergroot.
De kosten voor voer zijn in 2024 met 13% gedaald ten opzichte van het jaar ervoor: dat komt overeen met een bedrag van circa 131.000 euro. Ook de kosten voor energie zijn in 2024 gedaald, met circa 4.000. Andere kosten zijn echter gestegen. Mestafvoerkosten stegen met 45%, ofwel 32.000 euro tot boven de 100.000 euro. Dit heeft de positieve effecten van lagere voerkosten en energiekosten gedeeltelijk tenietgedaan. De negatieve bijdrage van de aanwas, die in 2023 nog positief bijdroeg, heeft in 2024 een negatief effect op het inkomen, wat een belangrijke factor is in de daling van het totaalinkomen.
Verschillen tussen zeugen- en vleesvarkenshouderij De zeugenhouderij heeft te maken met een grotere daling in inkomen, voornamelijk door de lagere biggenprijzen en de gestegen kosten voor mestafvoer. Vleesvarkenshouderij heeft in 2024 in mindere mate te lijden gehad van de daling in opbrengstprijzen, maar profiteerde van zowel lagere voerkosten als goedkopere biggen. De daling in inkomen is daardoor beperkt. De inkomens van de zeugenbedrijven daalden in 2024 met ongeveer 58% ten opzichte van 2023, van een gemiddelde van 545.000 naar 230.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dit is het gevolg van ruim 20% lagere opbrengsten. Aan de andere kant zagen vleesvarkensbedrijven een minder scherpe daling, met een afname van 48.000 euro per oaje (circa 20%), naar een gemiddeld inkomen van 184.000 euro. Gesloten varkensbedrijven zagen hun inkomen per oaje dalen met ongeveer 54% tot 232.000 euro. In vergelijking met 2023, dat een zeer goed jaar was met een forse stijging van het inkomen door hogere opbrengsten en dalende kosten, is 2024 een jaar van correctie. De daling in het inkomen van de sector wordt voornamelijk gedreven door de lagere opbrengsten uit de verkoop van dieren en de gestegen uitgaven, zoals mestafvoer en kosten voor vreemd vermogen, terwijl de daling in voerprijzen dit onvoldoende compenseert.
|