Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

     
Visserij in cijfers
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
  
  
   
   
   
Aanvoer en besomming - Oestervisserij

2018: aanvoer Japanse oesters neemt toe, aanvoer platte oesters neemt af
9/24/2021
De totale aanvoer van Japanse oesters en platte oesters door de Nederlandse oestervisserij kwam in 2018 uit op 26,5 mln. stuks, een vergelijkbare aanvoer als in 2017. De aanvoer bestond voor 84% uit Japanse oesters en voor 16% uit platte oesters. De aanvoer van Japanse oesters was in 2018 ten opzichte van 2017 gestegen en de aanvoer van platte oesters gedaald.

De Nederlandse oestersector richt zich naast de Japanse oester (ook wel ‘creuse’ genoemd) op de inheemse platte oester. Deze twee oestersoorten worden semi-natuurlijk gekweekt. Dit wil zeggen dat ronddrijvende jonge wilde oesters (‘oesterbroed’) gevangen worden op door de overheid aangewezen gebieden in de Oosterschelde en de Grevelingen. Vervolgens groeien de jonge oesters daar onder natuurlijke omstandigheden op. Ze worden regelmatig opgevist, waarbij ze gecheckt en geselecteerd worden en ook verplaatst naar andere gebieden. De aangewezen gebieden zijn enerzijds van de overheid gehuurde afgebakende percelen en anderzijds zogenaamde ‘vrije gronden’. Deze laatste categorie gebieden wordt niet gehuurd van de overheid en bevat ook geen afgebakende percelen. Het gebruik van die gebieden vereist echter wel een vergunning.

De afgelopen twintig jaar varieerde de jaarlijkse totale aanvoer van platte oesters en creuses tussen de 18 en 36 mln. stuks. De jaarlijkse aanvoer van Japanse oesters sinds 2013 (met enige schommelingen) verminderd, terwijl die van platte oesters geleidelijk is toegenomen.

Aanvoer


Japanse oester (Zeeuwse creuse)
De Japanse oester is een oestersoort die oorspronkelijk niet in Nederland voorkomt. In 1964 is deze soort geïntroduceerd in de Oosterschelde en inmiddels is het de belangrijkste commerciële oestersoort voor de Zeeuwse oestersector. Sinds 2010 is de aanvoer gedaald van 34 mln. stuks naar rond de 20-25 mln. stuks in 2017-2018 (CBS, 2020). De afname is te verklaren door een verhoogde sterfte door de gecombineerde impact van het herpesvirus en predatie door de Japanse oesterboorder (een kleine roofslak).

Om predatie door de Japanse oesterboorder te voorkomen wordt er sinds 2018 geëxperimenteerd met zogenaamde ‘off-bottomkweek’ op twee proeflocaties. Hierbij worden oesters gekweekt op stellages op palen die boven de bodem staan en waar oesterboorders niet gemakkelijk bij kunnen komen. In maart 2020 is er in totaal circa 50 ha voor off-bottomkweek beschikbaar gekomen voor alle kwekers (ter vergelijking: er wordt daarnaast voor circa 1.365 ha aan percelen verhuurd). Kwekers krijgen naar rato van eigendom van percelen ruimte toegewezen binnen die 50 ha.

Platte oester
De platte oester is een oestersoort die van oudsher voorkomt in alle Zeeuwse wateren en, in vroeger tijden, ook in de Noordzee (tot een eeuw geleden was zo’n 20% van de Noordzee bedekt met oesterbanken). Terwijl deze soort voorheen veelvuldig voorkwam in de Zeeuwse wateren, zijn de aantallen flink gedaald sinds de Bonamia parasiet via oestertransporten vanuit Californië in de jaren zeventig daar zijn intrede deed. Dit heeft tot gevolg gehad dat het verspreidingsgebied nog kleiner is geworden en dat de platte oester daardoor tegenwoordig vrijwel uitsluitend voorkomt in de Grevelingen.

Tussen 2001 en 2012 werden jaarlijks tussen de 0,4 en 1,8 mln. platte oesters aangevoerd. Sinds 2012 nam de aanvoer toe. De reden hiervoor was dat er binnen de populatie langzamerhand een toegenomen weerstand werd opgebouwd tegen Bonamia. Tegelijkertijd was er (in de Grevelingen) een afnemende hoeveelheid Japanse oesters, zodat er minder concurrentie om voedsel was (Smaal – Wageningen Marine Research, 2017, pers. med).

De aanvoer is in 2018 ten opzichte van 2017 met bijna een derde gedaald. In 2018 was de aanvoer 4,1 mln. stuks, waar dat in 2017 nog 6,3 mln. was (CBS, 2020). Dit kwam door een vermindering van de marktvraag en door een hoger aanbod van kweekoesters in Frankrijk (Cornelisse - NOV, 2020, pers. med.).

Aanvoerwaarde



De aanvoerwaarde wordt berekend door de prijs die kwekers ontvangen per Japanse of platte oester te vermenigvuldigen met het aantal aangevoerde (geproduceerde) oesters. Hiervoor kunnen twee verschillende berekeningswijzen gehanteerd worden: 1) aan de hand van de zogenaamde forfaitaire waarde en 2) aan de hand van de verkoopprijzen zoals die door het CBS berekend zijn op basis van enquêtes onder oesterkwekers.

Aanvoerwaarde op basis van de forfaitaire waarde
De forfaitaire waarde is de door het (sinds 2014 niet meer bestaande) Productschap Vis geschatte gemiddelde waarde per stuk: 10 eurocent per Japanse oester en 32 eurocent per platte oester. De forfaitaire waarde vermenigvuldigd met het aanvoervolume (stuks) geeft de aanvoerwaarde. Deze aanvoerwaarde bedroeg voor Japanse Oesters in 2018 circa € 2,2 mln. en voor platte oesters circa € 1,3 mln.

Een kanttekening hierbij is dat de forfaitaire waardes inmiddels sterk uiteenlopen met de werkelijke verkoopwaardes (zie hieronder) en daarmee geen realistisch beeld meer geven van de totale aanvoerwaarde. De forfaitaire waarde wordt momenteel nog steeds gebruikt om de hoogte van de pachtprijs van oesterpercelen te berekenen.

Aanvoerwaarde op basis van de verkoopwaarde
De verkoopwaarde wordt jaarlijks door het CBS geschat op basis van een enquête onder oesterkwekers. Met deze enquête, die sinds 2013 wordt uitgevoerd, kunnen ze onder andere een inschatting maken van het aantal geproduceerde (aangevoerde) oesters en de gemiddelde verkoopwaarde per stuk. De gemiddelde verkoopwaarde van Japanse oesters lag in 2018 op 46 eurocent per stuk en die van platte oesters op 82 eurocent per stuk. De gemiddelde verkoopwaarde vermenigvuldigd met het aanvoervolume (stuks) geeft de aanvoerwaarde. Deze aanvoerwaarde bedroeg voor Japanse Oesters in 2018 circa € 10,3 mln. en voor platte oesters circa € 3,4 mln.

Een kanttekening hierbij is dat in de enquête mogelijk niet alleen de prijzen worden verzameld van kwekers maar ook van kwekers/handelaren die oesters importeren en verkopen en andere verkoopprijzen hanteren. Hierdoor zou er een discrepantie kunnen zitten tussen de gemiddelde verkoopwaarde zoals uit de enquête naar voren komt en de verkoopwaarde voor uitsluitend kwekers. Het is niet bekend in hoeverre hiervan sprake is. Een andere kanttekening is dat oesters op allerlei manieren en hoeveelheden verkocht worden (bijvoorbeeld in kleine aantallen, in grote aantallen, in bulk of in mandje). Verschillen in de manier van verkoop kunnen leiden tot grote verschillen in de gemiddelde verkoopprijs per stuk.







Kies een indicator
Deze informatie voor

Contactpersoon
Arie Mol
070 3358226
 


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


naar boven