Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectoren > Akkerbouw
     
Akkerbouw
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
   
   
   
Kies een indicator
Deze informatie voor andere sectoren
  • Aardappel
  • Van tarwe naar brood
  • Van rundvee naar rundvlees
  • Van varkens naar varkensvlees
  • Van vleeskuiken naar pluimveevlees
  • Eieren
  • Van melk naar melk en zuivel
  • Producten per schakel
  • Groenten
  • Fruit

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Actuele voedselprijzen - Aardappel

Aardappelprijzen tonen op alle drie ketenniveaus (teler, producent en consument) een voorzichtig herstel
29-6-2026

De consumentenprijsindex (CPI), de producentenprijsindex (PPI) en de prijsindex af boerderij (API) voor aardappelen laten allemaal herstel zien. De prijsindex af boerderij (API) kwam in april 2026 uit op 78 punten. De consumentenprijsindex (CPI) van aardappelen kwam uit op 119 punten, terwijl de prijsindex van de verwerkende industrie (PPI) uitkwam op 157 punten.




Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van aardappelen kwam in april 2026 uit op 119 punten (2020 = 100). Dat is circa 1% boven het niveau van februari 2026, maar nog wel lager dan het niveau in april 2025 (126 punten). Dit duidt op een voorzichtig herstel in de markt, die door het overaanbod van aardappelen als gevolg van de grote oogst ernstig was verstoord. In het algemeen geldt dat de CPI de trend in af-boerderijprijzen volgt, zij het met een kleine vertraging en een sterk gedempt effect, doordat de meeste aardappelen op contract worden verkocht.
Normaliter is er na de oogst in juli/augustus een dalende prijstrend zichtbaar doordat er nieuw aanbod op de markt komt, en herstelt de prijs zich een aantal maanden later. Deze dalende prijstrend was het afgelopen seizoen een stuk sterker, en het herstel doet later zijn intrede dan in andere jaren, waarin vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd zijn.

De prijsindex af boerderij bleef op hetzelfde niveau in april 2026 en kwam net als in februari uit op 78 punten (2020 = 100). Ook hieruit blijkt dat de markt zicht voorzichtig herstelt, maar het prijsniveau ligt nog steeds circa 53% lager dan in april 2025. De lage prijzen die sinds augustus 2025 gelden waren het gevolg van een zeer goede aardappeloogst, waardoor er overaanbod ontstond en prijzen extreem laag of zelfs negatief waren. De hoge oogstopbrengsten waren een gevolg van een recorduitbreiding van het aardappelareaal (voornamelijk in Frankrijk en Duitsland) en van de gunstige weersomstandigheden. De afzetmogelijkheden waren echter beperkt door een tegenvallende internationale vraag als gevolg van concurrentie uit China en India, die hun eigen fritesproductie en -export sterk hebben opgevoerd. Dit leidde tot zeer lage aardappelprijzen op de vrije markt, waardoor veel aardappelen als veevoer afgezet werden of in biogasinstallaties belandden. Dit alles leidt tot lagere contractprijzen voor 2026. Daarnaast hebben veel fritesfabrikanten het gecontracteerde areaal teruggebracht van circa 40 ton naar 25 ton per hectare (bron: Boerderij). Het totale aardappelareaal in Nederland, België en Duitsland zal iets krimpen, maar de exacte vermindering is nog niet bekend. Aardappeltelers hopen op hogere vrije-marktprijzen voor het komende seizoen om de lage prijzen van afgelopen seizoen en de lagere contractprijzen voor het komende seizoen te compenseren.

De producentenprijsindex nam in april 2026 met circa 1% toe ten opzichte van februari 2026 en steeg naar 157 punten. Ondanks dit lichte herstel ligt het prijsniveau 3% onder het niveau van april 2025. In januari 2026 daalde de prijs nog naar 151 punten als gevolg van de dalende trend in de af-boerderijprijzen door het overaanbod van aardappelen. Desalniettemin ligt het huidige prijsniveau nog steeds beduidend hoger dan in de jaren vóór 2023, en dat lijkt ook niet zo snel te veranderen. De productiekosten, zoals de kosten met betrekking tot pootgoed en machineonderhoud, zijn sinds de coronacrisis toegenomen, en zullen naar verwachting niet snel afnemen, zeker niet gezien de huidige stijging in brandstofkosten als gevolg van de instabiliteit in de wereldeconomie.

De aardappelverwerkende industrie verwerkte in de afgelopen twaalf maanden (mei 2025 tot mei 2026) circa 3,6 miljoen ton aardappelen, volgens de verwerkingscijfers die gepubliceerd zijn door de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar is dat een vermindering van meer dan drie ton. De maanden januari tot en met mei 2026 tonen een aanzienlijke daling ten opzichte diezelfde maanden in 2025. Met name in april is het verschil groot: in april 2026 werd er slechts 293.400 ton verwerkt, ten opzichte van 367.300 ton in april 2025. Dit is het laagste niveau voor april sinds het coronajaar 2020, en dat is tekenend voor de crisis in de aardappelsector in het afgelopen jaar.

Keten
-Akkerbouwbedrijven
Het aantal bedrijven dat consumptieaardappelen teelt, varieert tussen de 6.500 en 7.000 (CBS). Mede vanwege de noodzakelijke vruchtwisseling verbouwen de aardappeltelers ook andere gewassen. Zij produceren jaarlijks gemiddeld 3,7 miljoen ton consumptieaardappelen. Consumptieaardappelen worden gepoot in het voorjaar en geoogst vanaf juni tot november. Aardappelen worden direct na de oogst afgeleverd of op de boerderij in bewaarplaatsen bewaard en op afroep geleverd. Aardappelen kunnen afhankelijk van ras en kwaliteit tot aan juni-juli bewaard worden, maar bewaren leidt tot gewichtsverlies en soms ook kwaliteitsverlies.

-Industrie en handel
Het aantal bedrijven dat verse aardappelen voor de tafelaardappel markt bewerkt (sorteert, wast, verpakt) neemt af en ligt op circa 60 (NAO, 2021). De 5 à 8 grotere verpakkingsbedrijven hebben een belangrijk deel van de binnenlandse handel in handen. Daarnaast zijn er ook telers die zelf wassen, verpakken en soms ook transporteren.

Binnen de verwerkende industrie van consumptieaardappelen (niet-tafelaardappelen) zijn er vier grotere bedrijven die 95% van het volume verwerken. Ze opereren mondiaal en hebben meerdere productielocaties in binnen- en buitenland. De aardappelverwerkende industrie verwerkt 65% van de Nederlandse consumptieaardappelen. Dat is twee derde van het totaal van de ca. 4 miljoen ton aardappelen die de industrie verwerkt. Een derde deel wordt geïmporteerd.

-Afzet
Van de niet-tafelaardappelen uit het segment consumptieaardappelen wordt ongeveer 85% van de aardappelproducten (voornamelijk friet) diepgevroren geëxporteerd, circa 70% binnen Europa en 30% buiten de EU (Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie, VAVI). De voortdurende groei van de export naar onder andere Azië maakt dat verwerkende bedrijven hun capaciteit uitbreiden.

Het grootste deel van de Nederlandse aardappelconsumptie bestaat uit verwerkte aardappelproducten, veelal diepvriesproducten. Een klein deel van de aardappelconsumptie is de consumptie van de ‘tafelaardappel’, die zonder verwerking (met uitzondering van bewerking in de vorm van sorteren, wassen en verpakken) wordt verkocht. Het aandeel van de consumptie van de tafelaardappel wordt de laatste jaren steeds kleiner doordat consumenten steeds minder vaak en kleinere hoeveelheden verse aardappelen kopen. Naar schatting ligt het niveau nu op ca. 275.000 ton per jaar. Ca. 80% van deze consumptie wordt gekocht in de supermarkt. De verkoop van verpakte koelverse aardappelproducten in supermarkten ligt op 60.000 ton per jaar, wat overeenkomt met 95% van de totale verkopen van dit producttype.

Een klein deel van de binnenlandse behoefte aan tafelaardappelen bestaat uit import die vooral plaatsvindt in het vroege voorjaar als de binnenlandse voorraden opraken of kwalitatief minder worden. Deze geïmporteerde vroege tafelaardappelen komen uit zuidelijke lidstaten zoals Spanje, Portugal, Italië en Malta.

Prijsvorming
Tafelaardappelen worden voor het grootste deel verhandeld op de vrije markt of spotmarkt. De consumentenprijs van tafelaardappelen volgt de prijsontwikkeling in de aardappelmarkt af boerderij. In de CPI zijn de uitslagen zijn kleiner. Dit komt doordat de aardappel maar een deel van de consumentenprijs vormt.

Verwerkte aardappelen worden veelal geleverd op contractbasis. Om een belangrijk deel van hun grondstofvoorziening zeker te stellen, bieden verwerkers en handelaren voorafgaand aan het teeltseizoen contracten aan. Ongeveer 75-80% van de aardappelen die de verwerkende industrie verwerkt, wordt vooraf gecontracteerd. De prijzen in deze contracten liggen dus vast en kunnen alleen wat stijgen door toenemende bewaarvergoedingen gedurende het afleverseizoen. Doordat verwerkers aardappelen op contract inkopen, kunnen ze relatief stabiele verkoopprijzen hanteren. Producentenprijzen zijn daardoor aanzienlijk minder volatiel dan de vrije af-boerderijprijzen.

Op de vrije markt worden naast tafelaardappelen ook de ‘overtonnen’ aardappelen (de aardappelen die boven de gecontracteerde volumes door de teler meegeleverd moeten worden) verhandeld. Op deze vrije markt worden de prijzen bepaald door vraag en aanbod in de belangrijkste aardappellanden in Noordwest-Europa: Nederland, Frankrijk, Duitsland en België. De spotmarktprijs kan heel volatiel zijn doordat een relatief klein deel van het geoogste volume via deze markt wordt verhandeld en daardoor oogstprognoses en slechte weersomstandigheden een vrij groot effect hebben op de prijsvorming op de vrije markt



Referenties

• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers




Actuele voedselprijzen - Brood

Af-boerderijprijzen voor tarwe stijgen licht, producentenprijzen dalen en prijzen van brood en bakkerijproducten in de winkel blijven redelijk stabiel
29-6-2026

De consumentenprijsindex (CPI) van brood en bakkerijproducten bleef in april 2026 relatief stabiel en kwam uit op 132 punten. De prijsindex van de verwerkende industrie (PPI) daalde naar 125 punten. De prijsindex af boerderij (API) steeg weer enigszins, naar ruim 101 punten.



Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van brood en bakkerijproducten kwam in april 2026 uit op 132 punten (2020 = 100). Dat is nagenoeg gelijk aan het niveau van februari 2026 en 1% hoger dan in april 2025. Het hogere prijsniveau dat in 2023 is ingezet, wordt vooralsnog gehandhaafd. De consumenten- en producentenprijzen zijn op korte termijn weinig gevoelig voor veranderende telersprijzen. Deze stabiliteit is te verklaren uit het feit dat de industrie de grondstofvoorziening en de bijbehorende prijsrisico’s afdekt met contracten. De prijs van brood en bakkerijproducten was dan ook lang vrij stabiel en lag lang rond de 100 punten, tot eind 2021. Sinds begin 2022 is dit veranderd en zijn de prijzen gaan stijgen als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Door de oplopende grondstof- en energieprijzen en hogere personeelskosten zijn de productiekosten in de bakkerijen de afgelopen jaren gestegen. De afgelopen maanden lijkt de consumentenprijsindex te stabiliseren op dit hogere prijsniveau.

De producentenprijsindex laat in april 2026 een daling van 4% zien naar 125 punten, ten opzichte van 130 punten in februari 2026. Ten opzichte van april 2025 ligt de PPI ruim 6% lager. De reden voor deze daling is dat het wereldwijde aanbod van tarwe ruim is als gevolg van hoge productie, grote voorraden en gunstige oogstprognoses, wat leidt tot lagere inkoopprijzen.

Sinds de recordhoogte van 207 punten in juli 2022 (als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne) is de tarweprijs weer gedaald. De prijsindex af boerderij kwam in april 2026 uit op 101 punten (2020 = 100). Dit niveau ligt circa 1% boven het prijsniveau van februari 2026 en ruim 10% lager dan april 2025. Tussen maart 2024 en maart 2025 lag het prijsniveau hoger door tegenvallende graanoogsten in Europa als gevolg van een nat voor- en najaar in het seizoen 2024-2025. Voor het tarweoogstseizoen 2025-2026 vreesde (West-)Europa aanhoudende droogte, maar die blijkt mee te vallen. De International Grains Council (ICG) heeft een prognose afgegeven van 143 miljoen ton voor de Europese Unie. Als die hoeveelheid gehaald wordt, zou het de grootste oogst sinds 2021 zijn. Ter vergelijking: vorig jaar bedroeg de EU-oogst 119 miljoen ton tarwe. De totale aanbodprognose in de EU is 160 miljoen ton (inclusief 6,6 miljoen ton import), waarvan ruim 49 miljoen ton wordt gebruikt voor voedsel, bijna 10 miljoen ton voor de industrie en circa 49 miljoen ton voor diervoeder. Er wordt naar verwachting ruim 30 miljoen ton geëxporteerd. De eindvoorraad wordt geraamd op ruim 15 miljoen ton, aldus de Grains Market Report van de ICG. De dalende prijzen zijn het gevolg van de grote tarweoogsten.

Wereldwijd ligt de productieraming voor het seizoen 2025-2026 op 845 miljoen ton. De totale aanbodprognose wordt geraamd op 1,1 miljard ton en de eindvoorraden op 288 miljoen ton tarwe, aldus hetzelfde Grains Market Report van de ICG. Het is voor het eerst in vijf jaar tijd dat de prognose voor de eindvoorraad hoger is dan die van het jaar daarvoor. De hoge aanbodprognose en grotere eindvoorraden komen voornamelijk door hogere productiecijfers voor de Europese Unie, Argentinië en Rusland. De prognose is dat de wereldwijde tarweconsumptie stijgt van 810 naar 820 miljoen ton, met name als gevolg van een groter tarwegebruik voor diervoeder in de Europese Unie, Rusland en Oekraïne.

Op basis van bovenstaande cijfers, die wijzen op grotere wereldvoorraden, is de verwachting dat de prijsdruk op de tarwe/graanmarkt zal aanhouden. De geopolitieke spanningen kunnen echter een groot effect hebben op de wereldhandel in graan, en het tij kan ook weer keren als er crises ontstaan die direct invloed hebben op de tarwevoorraden en handel.

Keten
De keten van brood omvat 6 ketenschakels tot aan consumptie. De eerste stap in de keten is de teelt van graan of tarwe. Vervolgens wordt de tarwe tot meel gemalen in maalderijen die de baktarwe kopen via de wereldmarkt, rechtstreeks van boeren of collecteurs of via termijnmarkten. De maalderij brengt haar meel naar industriële of ambachtelijke bakkerijen die het daarna laten verpakken en distribueren naar de retail of foodservice partijen zoals supermarkten, speciaalzaken en cateringorganisaties.

-Akkerbouwbedrijven
Het merendeel van de ruim 1 miljoen ton tarwe die jaarlijks door ca. 5600 Nederlandse akkerbouwers (CBS, 2023) wordt geproduceerd, is zachte tarwe. Deze is minder geschikt als baktarwe en wordt grotendeels benut als veevoer. Slechts ongeveer 100.000 ton van het in Nederland geproduceerde graan - vooral tarwe - wordt verwerkt door de Nederlandse maalindustrie.

-Industrie
De brood- en deegwarenindustrie bestaat uit brood- en banketbakkerijen, de banket- en koekindustrie en de deegwarenindustrie. Er zijn inmiddels ruim 4300 brood- en banketbakkerijen in Nederland, ook wel warme bakkers genoemd (CBS, 2023). Dit is een behoorlijke stijging ten opzichte van het jaar 2007 (start van de CBS-reeks) toen het er nog ca. 2500 waren. Industriële bakkerijen produceren het brood voor de supermarkten. Het volume dat zij produceren is groot, maar hun aantal is klein en de markt is geconcentreerd. Twee Nederlandse industriële bakkerijen produceren 40 tot 60% van het brood en banket. Meel wordt vaak rechtstreeks gekocht bij maalderijen. Tot 2018 was Meneba de grootste maalderij in Nederland met een marktaandeel van 65%. In 2018 is Meneba overgenomen door het Belgische Dossche Mills, een van de grootste maalderijen van Europa. Daarnaast kent Nederland twee middelgrote maalderijen en een aantal kleinere. De maalderijen importeren gezamenlijk rond de 80% van de tarwe, voornamelijk uit Frankrijk en Duitsland. De top vijf leveranciers van bakkerijgrondstoffen (in willekeurige volgorde) zijn Zeelandia, Beko, Koopmans Meel, Meneba/Dossche Mills en Bakeplus.

-Afzet
Hoewel warme bakkers in populariteit groeien, wordt het merendeel van het brood, ruim 80%, nog altijd verkocht in de supermarkten.

Prijsvorming
Ten opzichte van de prijzen af boerderij zijn de consumentenprijzen en producentenprijzen stabiel. Industriële bakkerijen hebben vaak langlopende relaties met supermarkten, door de complexiteit van het productieproces en de specificaties van hun afnemers. Soms worden meerjarige contracten opgesteld. Prijzen worden daarin niet vastgelegd. De grondstoffen bestaan behalve uit meel, uit ingrediënten als oliën en vetten, suiker, eieren, en enzymen of halffabricaten (mixen) en broodverbetermiddelen. Ook prijsontwikkelingen in deze ketens beïnvloeden de producentenprijs. De beurs van Rouen is een belangrijk ijkpunt voor de prijs waarvoor industriële bakkerijen tarwe inkopen. Zij stellen contracten op met maalderijen om hoeveelheden af te dekken. De graanprijs af boerderij fluctueert van jaar tot jaar en is sterk afhankelijk van de vraag- en aanbodontwikkelingen op de mondiale markt. Het weer heeft grote invloed. De graanprijs bestaat uit een basisprijs en toeslagen voor kwaliteit.




Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Naar boven