Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectoren > Akkerbouw
     
Akkerbouw
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
   
   
   
Kies een indicator
Deze informatie voor andere sectoren
  • Aardappel
  • Van tarwe naar brood
  • Van rundvee naar rundvlees
  • Van varkens naar varkensvlees
  • Van vleeskuiken naar pluimveevlees
  • Eieren
  • Van melk naar melk en zuivel
  • Producten per schakel
  • Groenten
  • Fruit

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Actuele voedselprijzen - Aardappel

Sterk dalende af-boerderijprijzen worden zichtbaar in de producentenprijzen, en consumentenprijzen dalen verder
28-4-2026

De consumentenprijsindex (CPI), de producentenprijsindex (PPI) en de prijsindex af boerderij (API) voor aardappelen laten allemaal een verdere daling zien. De prijsindex af boerderij (API) staat nu op 78 punten. De consumentenprijsindex (CPI) van aardappelen kwam in februari 2026 uit op 106 punten, en de prijsindex van de verwerkende industrie (PPI) daalde naar 151 punten.




Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van aardappelen kwam in februari 2026 uit op 106 punten (2020 = 100). Dat is 5% lager dan in december 2025 en ruim 13% lager dan in februari 2025. Hieruit blijkt dat de sterk dalende af-boerderijprijzen worden doorberekend in de consumentenprijs. In het algemeen geldt dat de CPI de trend in af-boerderijprijzen volgt, zij het met een kleine vertraging en een sterk gedempt effect doordat de meeste aardappelen op contract worden verkocht. Dit jaar is het effect van het overaanbod aan aardappelen op de markt duidelijk zichtbaar in de consumentenprijs. De CPI komt voor het eerst sinds eind 2022 onder de 110 punten uit, maar ligt nog altijd hoger dan het niveau ten tijde van de coronacrisis (eind 2020 en begin 2021), toen de prijsindex onder de 90 punten uitkwam. Normaliter is er na de oogst in juli-augustus een dalende prijstrend zichtbaar doordat er nieuw aanbod op de markt komt, en herstelt de prijs zich een aantal maanden later. Dit jaar is dat niet het geval door het uitzonderlijk grote overaanbod als gevolg van de hoge oogstopbrengsten dit jaar.

De prijsindex af boerderij daalde in februari 2026 verder naar 78 punten (2020 = 100), een daling van 9% ten opzichte van twee maanden eerder en een daling van maar liefst 66% ten opzichte van dezelfde maand een jaar geleden. Dit is het laagste niveau sinds de periode tussen midden 2020 en midden 2021, toen de prijzen ook onder aanzienlijke druk stonden als gevolg van de coronapandemie. Destijds was de prijs van aardappelen laag als gevolg van een forse afname van de vraag door de sluiting van horeca, catering, bedrijfskantines en evenementen enerzijds en een groot aanbod door een recordoogst in Nederland, België en Frankrijk anderzijds. In 2025 was er opnieuw een zeer goede aardappeloogst, in tegenstelling tot de twee jaren daarvoor. De hoge oogstopbrengsten zijn een gevolg van een recorduitbreiding van het aardappelareaal, voornamelijk in Frankrijk en Duitsland. Door de zonnige nazomer zijn de aardappelen goed gegroeid en vlot geoogst. De afzetmogelijkheden zijn echter beperkt door een tegenvallende internationale vraag als gevolg van concurrentie uit China en India, die hun eigen fritesproductie en -export sterk hebben opgevoerd. Dit leidde tot zeer lage aardappelprijzen op de vrije markt, waardoor veel aardappelen als veevoer gebruikt worden of in biogasinstallaties belanden. Ook leidt dit alles tot lagere contractprijzen voor 2026. De voorraad aardappelen is groot, dus de vraag naar nieuwe aardappelen is beperkt, en de markt zal voorlopig nog even uit balans blijven, is de verwachting van de Verenigde Telers Akkerbouw (VTA).

De producentenprijsindex daalde in februari 2026 met 6% naar 152 punten ten opzichte van december 2025 en februari 2025, toen het prijsniveau op 161 punten uitkwam. Deze daling is opmerkelijk, omdat de PPI in de afgelopen maanden redelijk stabiel is gebleven, ondanks de sterk dalende af-boerderijprijzen. Dat de dalende trend in de API nu wel zichtbaar wordt in de PPI is het gevolg van de sterke mate waarin af-boerderijprijzen nu al geruime tijd blijven dalen als gevolg van het grote overaanbod van aardappelen. Een deel van de vrijemarktaardappelen komt bij de verwerkers terecht tegen zeer lage inkoopprijzen. Daarnaast verdwijnen bewaartoeslagen en bijbetalingen, lopen oude contracten af en worden nieuwe contracten afgesloten tegen lagere marktverwachtingen. De lage telersprijzen worden niet direct doorberekend in een lagere producentenprijs omdat veel telers hun aardappelen op contract leveren aan de verwerkende industrie en de contractprijzen doorgaans vóór de start van het nieuwe seizoen worden afgesproken. Bovendien spelen de kosten van de verwerking een grotere rol in de PPI dan de inkoopkosten van aardappelen. De productiekosten, zoals die voor pootgoed en machineonderhoud, zijn sinds de coronacrisis toegenomen, en zullen naar verwachting niet snel afnemen, zeker niet gezien de huidige stijging in brandstofkosten als gevolg van de instabiliteit in de wereldeconomie. Het huidige prijsniveau ligt dan ook nog steeds beduidend hoger dan in de jaren vóór 2023.

De aardappelverwerkende industrie verwerkte in de afgelopen twaalf maanden (maart 2025 tot maart 2026) bijna 3,7 miljoen ton aardappelen, volgens de verwerkingscijfers die gepubliceerd zijn door de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar is dat meer dan een ton lager. De maand maart 2026 toont een forse daling ten opzichte van maart 2025: slechts 302.000 ton, ten opzichte van 346.000 ton in maart 2025. Dit is het laagste niveau voor maart sinds het coronajaar 2020, en dat is tekenend voor de huidige crisis in de aardappelsector.


Keten
-Akkerbouwbedrijven
Het aantal bedrijven dat consumptieaardappelen teelt, varieert tussen de 6.500 en 7.000 (CBS). Mede vanwege de noodzakelijke vruchtwisseling verbouwen de aardappeltelers ook andere gewassen. Zij produceren jaarlijks gemiddeld 3,7 miljoen ton consumptieaardappelen. Consumptieaardappelen worden gepoot in het voorjaar en geoogst vanaf juni tot november. Aardappelen worden direct na de oogst afgeleverd of op de boerderij in bewaarplaatsen bewaard en op afroep geleverd. Aardappelen kunnen afhankelijk van ras en kwaliteit tot aan juni-juli bewaard worden, maar bewaren leidt tot gewichtsverlies en soms ook kwaliteitsverlies.

-Industrie en handel
Het aantal bedrijven dat verse aardappelen voor de tafelaardappel markt bewerkt (sorteert, wast, verpakt) neemt af en ligt op circa 60 (NAO, 2021). De 5 à 8 grotere verpakkingsbedrijven hebben een belangrijk deel van de binnenlandse handel in handen. Daarnaast zijn er ook telers die zelf wassen, verpakken en soms ook transporteren.

Binnen de verwerkende industrie van consumptieaardappelen (niet-tafelaardappelen) zijn er vier grotere bedrijven die 95% van het volume verwerken. Ze opereren mondiaal en hebben meerdere productielocaties in binnen- en buitenland. De aardappelverwerkende industrie verwerkt 65% van de Nederlandse consumptieaardappelen. Dat is twee derde van het totaal van de ca. 4 miljoen ton aardappelen die de industrie verwerkt. Een derde deel wordt geïmporteerd.

-Afzet
Van de niet-tafelaardappelen uit het segment consumptieaardappelen wordt ongeveer 85% van de aardappelproducten (voornamelijk friet) diepgevroren geëxporteerd, circa 70% binnen Europa en 30% buiten de EU (Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie, VAVI). De voortdurende groei van de export naar onder andere Azië maakt dat verwerkende bedrijven hun capaciteit uitbreiden.

Het grootste deel van de Nederlandse aardappelconsumptie bestaat uit verwerkte aardappelproducten, veelal diepvriesproducten. Een klein deel van de aardappelconsumptie is de consumptie van de ‘tafelaardappel’, die zonder verwerking (met uitzondering van bewerking in de vorm van sorteren, wassen en verpakken) wordt verkocht. Het aandeel van de consumptie van de tafelaardappel wordt de laatste jaren steeds kleiner doordat consumenten steeds minder vaak en kleinere hoeveelheden verse aardappelen kopen. Naar schatting ligt het niveau nu op ca. 275.000 ton per jaar. Ca. 80% van deze consumptie wordt gekocht in de supermarkt. De verkoop van verpakte koelverse aardappelproducten in supermarkten ligt op 60.000 ton per jaar, wat overeenkomt met 95% van de totale verkopen van dit producttype.

Een klein deel van de binnenlandse behoefte aan tafelaardappelen bestaat uit import die vooral plaatsvindt in het vroege voorjaar als de binnenlandse voorraden opraken of kwalitatief minder worden. Deze geïmporteerde vroege tafelaardappelen komen uit zuidelijke lidstaten zoals Spanje, Portugal, Italië en Malta.

Prijsvorming
Tafelaardappelen worden voor het grootste deel verhandeld op de vrije markt of spotmarkt. De consumentenprijs van tafelaardappelen volgt de prijsontwikkeling in de aardappelmarkt af boerderij. In de CPI zijn de uitslagen zijn kleiner. Dit komt doordat de aardappel maar een deel van de consumentenprijs vormt.

Verwerkte aardappelen worden veelal geleverd op contractbasis. Om een belangrijk deel van hun grondstofvoorziening zeker te stellen, bieden verwerkers en handelaren voorafgaand aan het teeltseizoen contracten aan. Ongeveer 75-80% van de aardappelen die de verwerkende industrie verwerkt, wordt vooraf gecontracteerd. De prijzen in deze contracten liggen dus vast en kunnen alleen wat stijgen door toenemende bewaarvergoedingen gedurende het afleverseizoen. Doordat verwerkers aardappelen op contract inkopen, kunnen ze relatief stabiele verkoopprijzen hanteren. Producentenprijzen zijn daardoor aanzienlijk minder volatiel dan de vrije af-boerderijprijzen.

Op de vrije markt worden naast tafelaardappelen ook de ‘overtonnen’ aardappelen (de aardappelen die boven de gecontracteerde volumes door de teler meegeleverd moeten worden) verhandeld. Op deze vrije markt worden de prijzen bepaald door vraag en aanbod in de belangrijkste aardappellanden in Noordwest-Europa: Nederland, Frankrijk, Duitsland en België. De spotmarktprijs kan heel volatiel zijn doordat een relatief klein deel van het geoogste volume via deze markt wordt verhandeld en daardoor oogstprognoses en slechte weersomstandigheden een vrij groot effect hebben op de prijsvorming op de vrije markt



Referenties

• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers




Actuele voedselprijzen - Brood

Aanhoudende prijsdruk voor tarwe; prijzen van brood en bakkerijproducten in de winkel blijven redelijk stabiel
15-5-2026

De consumentenprijsindex (CPI) van brood en bakkerijproducten kwam in februari 2026 uit op 131 punten. De prijsindex van de verwerkende industrie (PPI) is redelijk stabiel en kwam in februari 2026 uit op 128 punten. De prijsindex af boerderij (API) steeg weer enigszins, naar ruim 99 punten.



Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van brood en bakkerijproducten kwam in februari 2026 uit op 131 punten (2020 = 100). Dat is bijna een procentpunt lager dan in december 2025 en nagenoeg gelijk aan het niveau van dezelfde maand een jaar eerder. De prijs voor brood en bakkerijproducten in de winkel is in de periode december 2025 – februari 2026 weliswaar licht gedaald, maar in de afgelopen maanden was de prijsindex redelijk stabiel. Het hogere prijsniveau dat in 2023 is ingezet blijft vooralsnog gehandhaafd. De producentenprijsindex is gedaald naar 128 punten in februari 2026, een vermindering van 3,5% ten opzichte van december 2025. Dezelfde procentuele daling is te zien als we het prijsniveau van februari 2026 vergelijken met dat van februari 2025.

De consumenten- en producentenprijzen zijn op korte termijn weinig gevoelig voor veranderende telersprijzen. Deze stabiliteit is te verklaren uit het feit dat de industrie de grondstofvoorziening en de bijbehorende prijsrisico’s afdekt met contracten. De prijs van brood en bakkerijproducten was dan ook vrij stabiel en lag lang rond de 100 punten, tot eind 2021. Sinds begin 2022 is dit veranderd en zijn de prijzen gaan stijgen als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Door de oplopende grondstof- en energieprijzen en hogere personeelskosten zijn de productiekosten in de bakkerijen de afgelopen jaren gestegen. De afgelopen maanden lijken de consumentenprijsindex en producentenprijsindex te stabiliseren op dit hogere prijsniveau. De producentenprijs laat nog een kleine opwaartse trend zien sinds begin 2024, en in juli-augustus 2025 bereikte de PPI zelfs een recordhoogte van ruim 136 punten. De afgelopen maanden is dit prijsniveau weer licht gedaald tot 128 punten.

Sinds de recordhoogte van 207 punten in juli 2022 als gevolg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is de tarweprijs weer gedaald. De prijsindex af boerderij kwam in februari uit op 99 punten (2020 = 100), een forse daling van ruim 17% ten opzichte van februari 2025. Wel is het een lichte stijging ten opzichte van december 2025, toen de telersprijzen uitkwamen op 97 punten. Tussen maart 2024 en maart 2025 lag het prijsniveau hoger door tegenvallende graanoogsten in Europa als gevolg van een nat voor- en najaar in het seizoen 2024-2025. Voor het tarweoogstseizoen 2025-2026 vreesde (West-)Europa aanhoudende droogte, maar die blijkt mee te vallen. De International Grains Council (ICG) gaf in maart 2026 een prognose af van 143 miljoen ton voor de Europese Unie, wat de grootste oogst sinds 2021 zou zijn. Ter vergelijking: vorig jaar bedroeg de oogst 119 miljoen ton tarwe. De totale aanbodprognose in de EU is 160 miljoen ton (inclusief 6,6 miljoen import), waarvan ruim 49 miljoen ton wordt gebruikt voor voedsel, bijna 10 miljoen ton voor de industrie en circa 49 miljoen ton voor diervoeder. Er wordt naar verwachting ruim 31 miljoen ton geëxporteerd. De eindvoorraad wordt geraamd op 15 miljoen ton, aldus de Grains Market Report van de ICG. De dalende prijzen zijn het gevolg van de grote tarweoogsten.

Wereldwijd ligt de productieraming voor het seizoen 2025-2026 op 845 miljoen ton. De totale aanbodprognose wordt geraamd op 1.108 miljoen ton en eindvoorraden op 283 miljoen ton tarwe, aldus hetzelfde Grains Market Report van de ICG. Het is voor het eerst in vijf jaar tijd dat de prognose voor de eindvoorraad hoger is dan het jaar daarvoor. De hoge aanbodprognose en grotere eindvoorraden komen voornamelijk door hogere productiecijfers voor Argentinië en Rusland. De prognose is dat de wereldwijde tarweconsumptie stijgt naar 825 miljoen ton, met name als gevolg van een hogere consumptie in India en groter tarwegebruik voor diervoeder in de Europese Unie, Rusland en Oekraïne.
Op basis van bovenstaande cijfers met hogere wereldvoorraden is de verwachting dat de prijsdruk op de tarwe/graanmarkt zal aanhouden. De geopolitieke spanningen kunnen echter een groot effect hebben op de wereldhandel in graan, en het tij kan ook weer keren als er crises ontstaan die direct invloed hebben op de tarwevoorraden en handel.

Keten
De keten van brood omvat 6 ketenschakels tot aan consumptie. De eerste stap in de keten is de teelt van graan of tarwe. Vervolgens wordt de tarwe tot meel gemalen in maalderijen die de baktarwe kopen via de wereldmarkt, rechtstreeks van boeren of collecteurs of via termijnmarkten. De maalderij brengt haar meel naar industriële of ambachtelijke bakkerijen die het daarna laten verpakken en distribueren naar de retail of foodservice partijen zoals supermarkten, speciaalzaken en cateringorganisaties.

-Akkerbouwbedrijven
Het merendeel van de ruim 1 miljoen ton tarwe die jaarlijks door ca. 5600 Nederlandse akkerbouwers (CBS, 2023) wordt geproduceerd, is zachte tarwe. Deze is minder geschikt als baktarwe en wordt grotendeels benut als veevoer. Slechts ongeveer 100.000 ton van het in Nederland geproduceerde graan - vooral tarwe - wordt verwerkt door de Nederlandse maalindustrie.

-Industrie
De brood- en deegwarenindustrie bestaat uit brood- en banketbakkerijen, de banket- en koekindustrie en de deegwarenindustrie. Er zijn inmiddels ruim 4300 brood- en banketbakkerijen in Nederland, ook wel warme bakkers genoemd (CBS, 2023). Dit is een behoorlijke stijging ten opzichte van het jaar 2007 (start van de CBS-reeks) toen het er nog ca. 2500 waren. Industriële bakkerijen produceren het brood voor de supermarkten. Het volume dat zij produceren is groot, maar hun aantal is klein en de markt is geconcentreerd. Twee Nederlandse industriële bakkerijen produceren 40 tot 60% van het brood en banket. Meel wordt vaak rechtstreeks gekocht bij maalderijen. Tot 2018 was Meneba de grootste maalderij in Nederland met een marktaandeel van 65%. In 2018 is Meneba overgenomen door het Belgische Dossche Mills, een van de grootste maalderijen van Europa. Daarnaast kent Nederland twee middelgrote maalderijen en een aantal kleinere. De maalderijen importeren gezamenlijk rond de 80% van de tarwe, voornamelijk uit Frankrijk en Duitsland. De top vijf leveranciers van bakkerijgrondstoffen (in willekeurige volgorde) zijn Zeelandia, Beko, Koopmans Meel, Meneba/Dossche Mills en Bakeplus.

-Afzet
Hoewel warme bakkers in populariteit groeien, wordt het merendeel van het brood, ruim 80%, nog altijd verkocht in de supermarkten.

Prijsvorming
Ten opzichte van de prijzen af boerderij zijn de consumentenprijzen en producentenprijzen stabiel. Industriële bakkerijen hebben vaak langlopende relaties met supermarkten, door de complexiteit van het productieproces en de specificaties van hun afnemers. Soms worden meerjarige contracten opgesteld. Prijzen worden daarin niet vastgelegd. De grondstoffen bestaan behalve uit meel, uit ingrediënten als oliën en vetten, suiker, eieren, en enzymen of halffabricaten (mixen) en broodverbetermiddelen. Ook prijsontwikkelingen in deze ketens beïnvloeden de producentenprijs. De beurs van Rouen is een belangrijk ijkpunt voor de prijs waarvoor industriële bakkerijen tarwe inkopen. Zij stellen contracten op met maalderijen om hoeveelheden af te dekken. De graanprijs af boerderij fluctueert van jaar tot jaar en is sterk afhankelijk van de vraag- en aanbodontwikkelingen op de mondiale markt. Het weer heeft grote invloed. De graanprijs bestaat uit een basisprijs en toeslagen voor kwaliteit.




Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Naar boven