Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectoren > Melkveehouderij
     
Melkveehouderij
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
   
Kies een indicator
Deze informatie voor andere sectoren
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Vleesvarkenshouderij
  • Zeugenhouderij

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Barometer: resultaten per maand - Melkveehouderij

Saldo melkveehouderij lager door dalende melkprijs
23-3-2026

Het saldo van het gestandaardiseerde melkveebedrijf kwam in januari 2026 uit op 21.700 euro. Het saldo lag daarmee 38% lager dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar en 7% onder het langjarig gemiddelde (2016-2025) van deze maand.

De toegerekende kosten bleven sinds januari 2025 vrijwel gelijk. De Nederlandse zuivelnoteringen daalden ten opzichte van het begin van 2025, met een daling van 20% voor magere-melkpoeder tot ruim 40% voor boter. Het gestandaardiseerde bedrijf is een bedrijf van 117 melkkoeien met een gemiddelde melkproductie van 9.080 liter per koe.

Verdere daling melkprijs en saldo
In het eerste kwartaal van 2025 daalde de melkprijs met ruim 3 euro per 100 kg, waarna hij in de vier maanden daarna weer steeg. Vanaf augustus zette echter opnieuw een daling in, met in november een recorddaling van ruim 6,5 euro. Ook in december en januari daalde de melkprijs verder. Door deze reeks dalingen lag de melkprijs in januari 2026 bijna 30% lager dan een jaar eerder. Dit leidde tot een duidelijke daling van het saldo. De toegerekende kosten veranderden nauwelijks, maar lagen wel 17% boven het langjarig gemiddelde. De combinatie van de lagere melkprijs en de bovengemiddelde (voer)kosten resulteerde in een saldo dat in januari 2026 7% onder het tienjaarsgemiddelde van deze maand lag. De prijzen van kalveren waren in januari bijna viermaal zo hoog als het langjarig gemiddelde, terwijl de prijzen van slachtkoeien bijna het dubbele bedroegen. Ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder lagen de kalverprijzen in januari bijna 70% hoger, en die van slachtkoeien ongeveer 25% hoger.



De krachtvoerprijs daalde in 2025 voor het derde achtereenvolgende jaar, maar minder sterk dan in de voorgaande jaren. In januari 2026 lag de krachtvoerprijs ruim 4% onder het niveau van dezelfde maand in 2025, maar wel 10% boven het tienjaarsgemiddelde.

Voortschrijdend saldo
Het voortschrijdend jaarsaldo daalde vanaf april 2023, doordat de melkprijs vanaf die maand onder het niveau van dezelfde maand een jaar eerder kwam. Het voortschrijdend saldo daalde van 44% boven het langjarig gemiddelde in maart 2023 tot 7% onder het langjarig gemiddelde in maart 2024. Daarna lag de melkprijs weer boven het niveau van een jaar eerder, waardoor het voortschrijdend jaarsaldo uiteindelijk in oktober 2025 uitkwam op 54% boven het langjarig gemiddelde. Hoewel de melkprijs in oktober al lager was dan een jaar eerder, hielden de relatief hoge veeprijzen het saldo nog op een hoog niveau. In de drie maanden daarna nam de melkprijs sterk af en daalde het voortschrijdend saldo tot 42% boven het langjarig gemiddelde.



Door de dalende melkprijs nam ook het cumulatieve saldo af in de periode februari 2025 tot en met januari 2026. In januari lag dit saldo 7% onder het langjarig gemiddelde. Het cumulatieve saldo lag medio 2025 nog ongeveer 60% boven dit gemiddelde.

Zuivelnoteringen en melkaanvoer
In de eerste twee maanden van 2025 daalden de zuivelnoteringen, waarna een opleving volgde tot begin juni. Daarna daalden de noteringen opnieuw. De boterprijs daalde in 2025 met ruim 40%, terwijl de prijs van magere-melkpoeder met 20% daalde. In de eerste zes weken van 2026 daalde de boterprijs niet verder en stegen de melkpoederprijzen met ongeveer 15%. Omdat ongeveer de helft van de Nederlandse melk tot kaas wordt verwerkt, is de prijsontwikkeling van kaas belangrijk. De EU-kaasprijs daalde in 2025 met 20%, een daling vergelijkbaar met die van magere-melkpoeder.

In de eerste helft van 2025 was de melkproductie lager dan in dezelfde periode van 2024, maar daarna nam de productie toe. In oktober lag de melkaanvoer bijna 8% hoger. In de drie maanden daarna steeg de melkaanvoer met ruim 7%. Deze stijging hangt waarschijnlijk samen met het zeer geringe aantal waarnemingen van blauwtong in 2025, terwijl veel melkveebedrijven daar in 2024 wel mee te maken hadden. Door de problemen met blauwtong in 2024 werden de koeien later drachtig en viel de melkpiek in 2025 ook later. Daarnaast was het ruwvoer van goede kwaliteit en zal de hoge melkprijs (tot en met november) een hoge melkproductie per koe tot gevolg hebben gehad.

Internationale ontwikkelingen
De Europese melkproductie was tot en met november 2025 1,6% hoger dan het jaar daarvoor (gecorrigeerd voor de schrikkeldag in 2024) en liet hiermee een vergelijkbaar beeld zien als in Nederland (+1,8%). Binnen Europa nam niet alleen in Nederland de melkproductie toe, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Polen, Denemarken, Frankrijk en Italië. In de belangrijke zuivelproducerende landen buiten Europa was het beeld met betrekking tot melkproductie gemengd. In Argentinië nam de melkproductie toe met 10%, in Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten met 2%. In Australië nam de productie af met 2,5%.

Global Dairy Trade
De Global Dairy Trade-index steeg sinds het dieptepunt in augustus 2023 tot half mei 2025 met 58%. Daarna daalde de index tot aan begin december met een kwart. Daarna steeg de index met 15%. De stijgende melkprijsindex was nog niet terug te zien in de melkprijs die de melkveehouders ontvingen.




Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Naar boven