Actuele voedselprijzen - Pluimveevlees
|
Af-boerderijprijzen dalen; consumentenprijzen en producentenprijzen lijken te stabiliseren
|
29-6-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) van pluimveevlees (scharrelkip) kwam in april 2026 uit op 133 punten. De afzetprijs van slachterijen (PPI) op de binnenlandse markt kwam in april 2026 uit op 145 punten en de af-boerderijprijs kwam in april 2026 uit op 154 punten.
|
Prijsontwikkeling In april 2026 kwam de consumentenprijsindex van pluimveevlees uit op 133 punten (2020 = 100). Dat is vergelijkbaar met de index van februari 2026, en een stijging van bijna 7% ten opzichte van april 2025. Tot aan begin 2022 lag de CPI rond de 100 punten, wat betekent dat de consument nu 33% meer betaalt voor pluimveevlees dan vier jaar geleden.
De afzetprijzen van slachterijen op de binnenlandse markt zijn tamelijk stabiel. De producentenprijsindex (PPI) staat in april 2026 op 145 punten en is daarmee nagenoeg onveranderd ten opzichte van februari 2026 (145 punten) en ten opzichte van april vorig jaar.
De af-boerderijprijs van snelgroeiende vleeskuikens daalde in april 2026 met ruim 2% ten opzichte van februari 2026 naar 154 punten en vertoont een daling van bijna 9% ten opzichte van april 2025. Ondanks de daling blijft de prijs relatief hoog. De hoge prijzen worden veroorzaakt door de grote vraag naar pluimveevlees en het afnemende aanbod in Nederland. Kip blijft een aantrekkelijk alternatief voor rund- en varkensvlees. Meerdere ontwikkelingen in de afgelopen jaren, zoals de vogelgriep, hebben geleid tot een krap aanbod van kip, dat de stijgende vraag nauwelijks kan bijhouden. Anderzijds neemt de productie van pluimveevlees in Europa en wereldwijd weer toe. In de sector werd al een grotere invoer van kip uit Oost-Europa en Zuid-Amerika gesignaleerd, aldus de kwartaalrapportage van Rabobank, waardoor de markt enigszins tot rust komt. De eerste tekenen van stabilisatie zijn gesignaleerd. Mogelijk zet deze stabilisatie door.
De consumentenprijs (scharrelkip) en de af-boerderijprijs (reguliere kip) zijn niet direct met elkaar te vergelijken. In de Nederlandse supermarkten is vrijwel uitsluitend scharrelkip met het Beter Leven-keurmerk verkrijgbaar, terwijl de af-boerderijprijzen grotendeels betrekking hebben op reguliere, snelgroeiende vleeskuikens. Die vleeskuikens worden gehouden voor de verwerkende voedselindustrie, foodservicemarkt en export, vooral naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Keten
De pluimveevleesketen is sterk geïntegreerd, waarbij de slachterijen regelen dat de productie van de verschillende schakels op elkaar worden afgestemd. Slachterijen en verwerkers leveren aan de retailers en vleeskuikenbedrijven leveren kuikens aan de slachterijen. Vermeerderaars (producenten van broedeieren), kuikenbroederijen en mengvoerleveranciers zijn belangrijke toeleveranciers voor vleeskuikenbedrijven.
-Vleeskuikenbedrijven Er zijn ongeveer 600 bedrijven die vleeskuikens houden. Zes- tot achtmaal per jaar leveren zij vleeskuikens met een gewicht van ongeveer 2,5 kg aan de slachterij. Binnen de groep vleeskuikenhouders houdt een deel langzamer groeiende vleeskuikens (ongeveer 47% van de productie), waarvan het vlees als scharrelkip (Beter Leven keurmerk 1 ster) in de Nederlandse supermarkten verkocht wordt.
-Industrie
Er zijn ongeveer tien middelgrote en grote pluimveeslachterijen in Nederland. De verdere verwerking wordt vaak gedaan op een andere locatie dan de slachterij, door een bedrijf dat de geslachte kuikens verwerkt tot consumentenproducten (kipfilets, drumsticks, dijen, vleugels). De grootste spelers binnen Nederland slachten en verwerken zelf. Qua volume hebben deze bedrijven ruim meer dan de helft van de markt in handen. De slachterijen en verwerkers leveren het pluimveevlees verpakt ‘op schaal’ aan de retailers.
-Afzet
Meer dan de helft van de Nederlandse pluimveevleesproductie wordt geëxporteerd, vooral naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Ook wordt pluimveevlees geïmporteerd, met name voor gebruik in de foodservicesector en de verwerkende industrie. De hoofdmoot (90 tot 95%) van de binnenlandse afzet van pluimveevleesproducten wordt verkocht in supermarkten, met verse kipfilet als belangrijkste product.
Prijsvorming De consumentenprijs van kip kent weinig seizoensinvloeden. Meestal daalt de prijs in januari licht om tegen de zomer weer licht te stijgen. Vleesverwerkers maken met de inkopers van de supermarkten afspraken over de kwaliteit en prijs van de producten. Er worden één- tot tweejaarscontracten afgesloten na tendering. Soms worden afspraken gemaakt op basis van de inkoopprijs bij de pluimveehouders. Een belangrijk deel wordt geëxporteerd. De prijzen op de buitenlandse markten hebben invloed op de prijs in Nederland, bij de vleesverwerkers, maar ook af boerderij. Prijzen af boerderij worden bepaald door de slachterijen en zijn afhankelijk van het moment van leveren. Bijna alle vleeskuikenhouders hebben een jaarcontract voor het leveren van de vleeskuikens aan een slachterij. In het contract staan afspraken over de leveringen en de kwaliteit van de kuikens, maar niet over de prijs.
Prijsindices Een aanzienlijk deel van de Nederlandse vleeskuikenhouders (met circa 53% van de productie) houdt snelgroeiende kuikens. Het vlees van deze kuikens wordt afgezet in de foodservice (vooral quickservice-restaurants) of geëxporteerd. De prijs af boerderij (API) is gebaseerd op de marktprijs van de snelgroeiende kuikens. De consumentenprijs is echter gebaseerd op de prijzen in de Nederlandse supermarkten en heeft dus betrekking op de langzamer groeiende vleeskuikens (‘scharrelkuikens’). In een normale situatie is er een wisselwerking tussen de prijs af boerderij van de snelgroeiende en langzaam groeiende vleeskuikens.
|
| Referenties |
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers
De af boerderij prijzen zijn gebaseerd op prijzen van reguliere vleeskuikens. Deze index sluit dus niet goed meer aan op de PPI en de CPI.
|
Actuele voedselprijzen - Eieren
|
Eierprijzen blijven stijgen, zowel af boerderij en bij de binnenlandse eierhandel als voor de consument
|
29-6-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) steeg in april 2026 naar 153 punten. De prijzen bij de eierhandel (PPI) kwamen in april 2026 uit op een index van 193 punten. De eierprijzen bij de pluimveebedrijven (API) kwamen in april 2026 uit op 283 punten (2020 = 100).
|
Prijsontwikkeling De consumentenprijsindex van eieren kwam in april uit op 153 punten (2020 = 100). Dat is ruim 4% hoger dan in februari en bijna 19% hoger dan in april 2025. De consumentenprijs heeft vrijwel volledig betrekking op eieren met een Beter Leven-keurmerk. De consumentenprijzen van eieren zijn inmiddels ruim 50% hoger dan in 2020.
De index voor de afzetprijzen van de binnenlandse eierhandel (PPI) steeg tussen februari 2026 en april 2026 met ruim 3% naar 193 punten. Ten opzichte van april 2025 steeg de prijs bijna 9%.
De prijsindex af boerderij bereikte in november 2025 een recordniveau van 283 punten. In de maanden daarna daalden de af-boerderijprijzen enigszins, maar in april 2026 komt de prijsindex wederom uit op 283 punten. Dit is een stijging van ruim 2% ten opzichte van februari 2026 en een stijging van bijna 10% ten opzichte van april 2025.
De hoge eierprijzen in alle drie de ketenschakels worden veroorzaakt door een structureel wereldwijd aanbodtekort, in combinatie met een aanhoudend grote consumentenvraag. Het krappe aanbod wordt deels veroorzaakt door de moeizame vergunningverlening en extensivering (minder kippen per stal). Daarnaast spelen de vele vogelgriepuitbraken in Europa en de VS en uitbraken van Newcastle Disease (NCD) een rol. NCD is, net als vogelgriep (HPAI), een dierziekte waarvoor een wettelijke verplichting geldt om deze te bestrijden. Sinds begin 2026 kampt Europa met een scherpe toename van het aantal NCD-besmettingen. Vooral in Polen en Duitsland zijn tientallen commerciële bedrijven getroffen.
De af-boerderijprijs betreft reguliere scharreleieren die vooral naar de verwerkende industrie, foodservicesector en exportmarkten gaan. Deze prijsindex is niet direct vergelijkbaar met de prijzen van tafeleieren met een Beter Leven-keurmerk die in de Nederlandse supermarkten worden verkocht.
Keten De tafeleieren in het schap bij de supermarkten zijn direct door de pakstations afgeleverd of door grossiers via de pakstations. Leghennenhouders leveren eieren aan de pakstations, doen aan huisverkoop (automaten) of leveren direct aan de eiproductenindustrie. In de eierketen zijn broederijen en opfokkers van jonge hennen belangrijke voorschakels. Mengvoerfabrikanten zijn belangrijke toeleveranciers.
-Leghennenbedrijven
In Nederland houden ongeveer 800 bedrijven leghennen, in verschillende houderijsystemen. Het merendeel van de hennen wordt gehouden als scharrelkip. Daarnaast worden ook hennen gehouden in de biologische houderij, in systemen met vrije uitloop of in kooihuisvesting (‘koloniekooien’).
-Handel
De geproduceerde eieren worden op de boerderij verpakt of geleverd aan pakstations. Deze sorteren en verpakken de eieren in consumentenverpakkingen.
-Afzet
De Nederlandse pakstations leveren tafeleieren aan supermarkten in Nederland (circa 30% van de productie) en Duitsland (ook circa 30% van de productie). Een deel van de eieren (30 tot 35%) gaat naar de eiproductenindustrie in of buiten Nederland, waar ze worden verwerkt tot vloeibaar of gedroogd eiproduct. Dit eiproduct wordt vervolgens weer gekocht door de levensmiddelenindustrie, waarbij fabrikanten van sauzen en pasta en bakkerijen belangrijke afnemers zijn. Bijna 90% van de tafeleieren wordt afgezet via de supermarkten. Er is geen noemenswaardige import van eieren voor de afzet via supermarkten. Nederland is dus zelfvoorzienend als het gaat om tafeleieren.
Prijsvorming De leghennenhouders maken veelal per legronde afspraken met een pakstation. Naast kwaliteitsaspecten kan er ook een afspraak gemaakt worden over de prijs voor de eieren. Veel leghennenhouders werken met een vrije marktprijs, waarbij voor elke geleverde partij eieren de dan geldende marktprijs betaald wordt. Er is een duidelijk seizoenspatroon in de marktprijzen. In de zomer zijn de eierprijzen voor de leghennenhouders in de regel lager dan in de rest van het jaar. Leghennenhouders die eieren met het Beter Leven keurmerk aan Nederlandse supermarkten leveren hebben vaak een minimaal gegarandeerde opbrengstprijs. Een klein deel van de leghennenhouders maakt voor elke ronde leghennen prijsafspraken met de eierhandel. Vooral bedrijven met vrije uitloop en biologische hennen werken met vaste prijsafspraken.
Prijsindices De diverse prijsindices sluiten niet naadloos op elkaar aan. De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op de prijzen voor tafeleieren in de supermarkt. Dat zijn bijna uitsluitend eieren met een keurmerk, met name het Beter Leven keurmerk. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de binnenlandse opbrengstprijzen van pakstations én die van de eiproductenindustrie. De af-boerderijprijs (API) is gebaseerd op reguliere scharreleieren, die naar de foodservicesector (onder andere horeca, catering) gaan of geëxporteerd worden.
|
| Referenties |
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers
|