Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectoren > Pluimveehouderij
     
Pluimveehouderij
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
  
   
Kies een indicator
Deze informatie voor andere sectoren
  • Aardappel
  • Van tarwe naar brood
  • Van rundvee naar rundvlees
  • Van varkens naar varkensvlees
  • Van vleeskuiken naar pluimveevlees
  • Eieren
  • Van melk naar melk en zuivel
  • Producten per schakel
  • Groenten
  • Fruit

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Actuele voedselprijzen - Pluimveevlees

Af-boerderijprijzen en consumentenprijzen gedaald, producentenprijzen relatief stabiel
27-8-2026

De consumentenprijsindex (CPI) van pluimveevlees (scharrelkip) kwam in juni 2026 uit op 130 punten. De afzetprijs van slachterijen (PPI) op de binnenlandse markt kwam uit op 145 punten en de af-boerderijprijs op 147 punten (2020 = 100).


 

Prijsontwikkeling
In juni 2026 kwam de consumentenprijsindex van pluimveevlees uit op 130 punten (2020 = 100). Dat is ruim 2% lager dan in april, en bijna 4% hoger dan in juni 2025. De consument betaalt nu bijna 30% meer voor pluimveevlees dan in de jaren 2020-2022.

De afzetprijzen van slachterijen op de binnenlandse markt zijn nagenoeg gelijk gebleven. De producentenprijsindex (PPI) staat in juni 2026 op 145 punten en is daarmee vrijwel identiek aan het indexcijfer van april 2026 en van juni 2025. De PPI-buitenland is iets gestegen, naar 148 punten.

De af-boerderijprijs van snelgroeiende vleeskuikens daalde in juni 2026 met afgerond 5% ten opzichte van april 2026, naar 147 punten. Ten opzichte van juni 2025 was dat een daling van ruim 15%.

De productie van pluimveevlees in Europa neemt weer toe. Rabo Research verwacht een aanzienlijke stijging van de Europese vleeskuikenproductie in 2026, onder meer in Polen, Italië en Spanje (Rabo Research, juli 2026). Polen kampte in het voorjaar van 2026 echter weer met veel uitbraken van vogelgriep op pluimveebedrijven, zowel door besmettingen via wilde vogels als door verdere verspreiding tussen bedrijven.

De USDA meldde in maart jl. een verwachte toename van de productie in de EU in 2026 van 1 à 2 procent ten opzichte van 2025 (USDA, maart 2026). Naast een aanhoudend sterke vraag wordt meer export verwacht, en minder uitbraken van vogelgriep. Andere relevante factoren zijn de aanscherping van de EU-invoereisen voor pluimveevlees uit Oekraïne en een mogelijk verbod op invoer uit Brazilië. Brazilië exporteert aanzienlijk meer kip naar de EU, maar een importverbod per september dreigt, omdat het land nog niet kan voldoen aan de vereiste strikte garanties voor verantwoord veterinair antibioticagebruik. Mocht het inderdaad tot een importverbod komen, dan zou dat in Europa kunnen leiden tot prijsstijgingen voor pluimveevlees. Zo niet, dan zal de invoer uit Brazilië verder toenemen, mede als gevolg van de afspraken die gemaakt zijn binnen het Mercosur-verband.

De consumentenprijs (scharrelkip) en de af-boerderijprijs (reguliere kip) zijn niet direct met elkaar te vergelijken. In de Nederlandse supermarkten is vrijwel uitsluitend scharrelkip met het Beter Leven-keurmerk verkrijgbaar, terwijl de af-boerderijprijzen grotendeels betrekking hebben op reguliere, snelgroeiende vleeskuikens. Die vleeskuikens worden gehouden voor de verwerkende voedselindustrie, foodservicemarkt en export, vooral naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Keten
De pluimveevleesketen is sterk geïntegreerd, waarbij de slachterijen regelen dat de productie van de verschillende schakels op elkaar worden afgestemd. Slachterijen en verwerkers leveren aan de retailers en vleeskuikenbedrijven leveren kuikens aan de slachterijen. Vermeerderaars (producenten van broedeieren), kuikenbroederijen en mengvoerleveranciers zijn belangrijke toeleveranciers voor vleeskuikenbedrijven.

-Vleeskuikenbedrijven
Er zijn ongeveer 600 bedrijven die vleeskuikens houden. Zes- tot achtmaal per jaar leveren zij vleeskuikens met een gewicht van ongeveer 2,5 kg aan de slachterij. Binnen de groep vleeskuikenhouders houdt een deel langzamer groeiende vleeskuikens (ongeveer 47% van de productie), waarvan het vlees als scharrelkip (Beter Leven keurmerk 1 ster) in de Nederlandse supermarkten verkocht wordt.

-Industrie
Er zijn ongeveer tien middelgrote en grote pluimveeslachterijen in Nederland. De verdere verwerking wordt vaak gedaan op een andere locatie dan de slachterij, door een bedrijf dat de geslachte kuikens verwerkt tot consumentenproducten (kipfilets, drumsticks, dijen, vleugels). De grootste spelers binnen Nederland slachten en verwerken zelf. Qua volume hebben deze bedrijven ruim meer dan de helft van de markt in handen. De slachterijen en verwerkers leveren het pluimveevlees verpakt ‘op schaal’ aan de retailers.

-Afzet
Meer dan de helft van de Nederlandse pluimveevleesproductie wordt geëxporteerd, vooral naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Ook wordt pluimveevlees geïmporteerd, met name voor gebruik in de foodservicesector en de verwerkende industrie. De hoofdmoot (90 tot 95%) van de binnenlandse afzet van pluimveevleesproducten wordt verkocht in supermarkten, met verse kipfilet als belangrijkste product.

Prijsvorming
De consumentenprijs van kip kent weinig seizoensinvloeden. Meestal daalt de prijs in januari licht om tegen de zomer weer licht te stijgen. Vleesverwerkers maken met de inkopers van de supermarkten afspraken over de kwaliteit en prijs van de producten. Er worden één- tot tweejaarscontracten afgesloten na tendering. Soms worden afspraken gemaakt op basis van de inkoopprijs bij de pluimveehouders. Een belangrijk deel wordt geëxporteerd. De prijzen op de buitenlandse markten hebben invloed op de prijs in Nederland, bij de vleesverwerkers, maar ook af boerderij. Prijzen af boerderij worden bepaald door de slachterijen en zijn afhankelijk van het moment van leveren. Bijna alle vleeskuikenhouders hebben een jaarcontract voor het leveren van de vleeskuikens aan een slachterij. In het contract staan afspraken over de leveringen en de kwaliteit van de kuikens, maar niet over de prijs.

Prijsindices
Een aanzienlijk deel van de Nederlandse vleeskuikenhouders (met circa 53% van de productie) houdt snelgroeiende kuikens. Het vlees van deze kuikens wordt afgezet in de foodservice (vooral quickservice-restaurants) of geëxporteerd. De prijs af boerderij (API) is gebaseerd op de marktprijs van de snelgroeiende kuikens. De consumentenprijs is echter gebaseerd op de prijzen in de Nederlandse supermarkten en heeft dus betrekking op de langzamer groeiende vleeskuikens (‘scharrelkuikens’). In een normale situatie is er een wisselwerking tussen de prijs af boerderij van de snelgroeiende en langzaam groeiende vleeskuikens.


Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers

De af boerderij prijzen zijn gebaseerd op prijzen van reguliere vleeskuikens. Deze index sluit dus niet goed meer aan op de PPI en de CPI.




Actuele voedselprijzen - Eieren

Eierprijzen gedaald, vooral bij pluimveehouders en eierhandel
27-8-2026

De eierprijzen bij de pluimveebedrijven (API) kwamen in juni 2026 uit op 229 punten. Bij de eierhandel (PPI) kwamen de prijzen uit op 175 punten, en de consumentenprijzen (CPI) kwamen uit op 152 punten (2020 = 100).




Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van eieren kwam in juni uit op 152 punten (2020 = 100), ongeveer een half procent lager dan in april, maar nog altijd 14% hoger dan in juni 2025. De consumentenprijs heeft vrijwel volledig betrekking op eieren met een Beter Leven-keurmerk. De eierprijzen voor de consument zijn dus circa 52% hoger dan in 2020.

De index voor de afzetprijzen van de binnenlandse eierhandel (PPI) is in de maanden april-juni met ruim 9% gedaald naar 175 punten. In vergelijking met juni 2025 daalde de prijs ruim anderhalf procent. Ook de PPI-buitenland is in de afgelopen maanden gedaald, naar 175 punten.
De eierprijzen voor de pluimveehouders lagen in november 2025 al op een recordniveau van 283 punten, en dat was ook het prijsniveau in april 2026. In de maanden april-juni zijn de af-boerderijprijzen echter aanzienlijk gedaald, van 283 naar 229 punten (-19%). De prijzen lagen daarmee ruim 4% lager dan in juni vorig jaar.

Ook in 2026 zijn de eierprijzen – net als in 2025 – relatief hoog, door een combinatie van veel vraag en een krap aanbod. Inmiddels neemt de productie van eieren toe, met name in Oost-Europa en in Oekraïne. Dit leidt tot een groter aanbod van met name reguliere kooi- en scharreleieren, zonder Beter Leven-keurmerk of certificering voor de Duitse retailsector (KAT, kwaliteitsregeling voor de traceerbaarheid van eieren). De import van eieren uit Oekraïne is in de afgelopen jaren sterk toegenomen en ligt in het eerste kwartaal van 2026 weer hoger dan in dezelfde periode vorig jaar (+19%). Deze relatief goedkope eieren worden vooral gebruikt in de verwerkende industrie, als ingrediënt voor onder meer mayonaise en bakkerijproducten. Vooral Nederlandse pluimveehouders die eieren produceren voor de industrie zullen last hebben van deze importen.

De al jaren hoge eierprijzen hebben ertoe geleid dat er steeds minder eieren op contract worden verkocht. De Unie van Pluimvee Producenten (UPP) meldde dat nu nog maar een derde van de eieren tegen een vaste prijs wordt verkocht (Pluimveehouderij, juni 2026). De afname van vaste prijscontracten wijst op een verschuiving naar meer marktwerking, met als gevolg minder prijszekerheid en grotere gevoeligheid voor prijsfluctuaties in de gehele eierketen.

De af-boerderijprijs betreft reguliere scharreleieren die vooral naar de verwerkende industrie, foodservicesector en exportmarkten gaan. Deze prijsindex is niet direct vergelijkbaar met de prijzen van tafeleieren met een Beter Leven-keurmerk die in de Nederlandse supermarkten worden verkocht.

Keten
De tafeleieren in het schap bij de supermarkten zijn direct door de pakstations afgeleverd of door grossiers via de pakstations. Leghennenhouders leveren eieren aan de pakstations, doen aan huisverkoop (automaten) of leveren direct aan de eiproductenindustrie. In de eierketen zijn broederijen en opfokkers van jonge hennen belangrijke voorschakels. Mengvoerfabrikanten zijn belangrijke toeleveranciers.

-Leghennenbedrijven
In Nederland houden ongeveer 800 bedrijven leghennen, in verschillende houderijsystemen. Het merendeel van de hennen wordt gehouden als scharrelkip. Daarnaast worden ook hennen gehouden in de biologische houderij, in systemen met vrije uitloop of in kooihuisvesting (‘koloniekooien’).

-Handel
De geproduceerde eieren worden op de boerderij verpakt of geleverd aan pakstations. Deze sorteren en verpakken de eieren in consumentenverpakkingen.

-Afzet
De Nederlandse pakstations leveren tafeleieren aan supermarkten in Nederland (circa 30% van de productie) en Duitsland (ook circa 30% van de productie). Een deel van de eieren (30 tot 35%) gaat naar de eiproductenindustrie in of buiten Nederland, waar ze worden verwerkt tot vloeibaar of gedroogd eiproduct. Dit eiproduct wordt vervolgens weer gekocht door de levensmiddelenindustrie, waarbij fabrikanten van sauzen en pasta en bakkerijen belangrijke afnemers zijn. Bijna 90% van de tafeleieren wordt afgezet via de supermarkten. Er is geen noemenswaardige import van eieren voor de afzet via supermarkten. Nederland is dus zelfvoorzienend als het gaat om tafeleieren.

Prijsvorming
De leghennenhouders maken veelal per legronde afspraken met een pakstation. Naast kwaliteitsaspecten kan er ook een afspraak gemaakt worden over de prijs voor de eieren. Veel leghennenhouders werken met een vrije marktprijs, waarbij voor elke geleverde partij eieren de dan geldende marktprijs betaald wordt. Er is een duidelijk seizoenspatroon in de marktprijzen. In de zomer zijn de eierprijzen voor de leghennenhouders in de regel lager dan in de rest van het jaar. Leghennenhouders die eieren met het Beter Leven keurmerk aan Nederlandse supermarkten leveren hebben vaak een minimaal gegarandeerde opbrengstprijs. Een klein deel van de leghennenhouders maakt voor elke ronde leghennen prijsafspraken met de eierhandel. Vooral bedrijven met vrije uitloop en biologische hennen werken met vaste prijsafspraken.

Prijsindices
De diverse prijsindices sluiten niet naadloos op elkaar aan. De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op de prijzen voor tafeleieren in de supermarkt. Dat zijn bijna uitsluitend eieren met een keurmerk, met name het Beter Leven keurmerk. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de binnenlandse opbrengstprijzen van pakstations én die van de eiproductenindustrie. De af-boerderijprijs (API) is gebaseerd op reguliere scharreleieren, die naar de foodservicesector (onder andere horeca, catering) gaan of geëxporteerd worden.



Referenties

• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers




Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Naar boven