|
Kies een indicator
|
Deze informatie voor andere sectoren
|
Aardappel
Van tarwe naar brood
Van rundvee naar rundvlees
Van varkens naar varkensvlees
Van vleeskuiken naar pluimveevlees
Eieren
Van melk naar melk en zuivel
Producten per schakel
Groenten
Fruit
|
|
Alles over
|
-
No data for this filter criteria
|
|
No data for this filter criteria
|
|
No data for this filter criteria
|
|
No data for this filter criteria
|
|
|
Actuele voedselprijzen - Eieren
|
Eierprijzen bij pluimveehouders en eierhandel verder gedaald, consumentenprijzen stabiliseren op hoger prijsniveau
|
23-10-2026
|
De eierprijzen bij de pluimveebedrijven (API) kwamen in augustus 2026 uit op 177 punten. Bij de eierhandel (PPI) kwamen de prijzen uit op 151 punten, en de consumentenprijzen (CPI) bleven stabiel op 152 punten (2020 = 100).
|
Prijsontwikkeling De consumentenprijs betreft de prijs van eieren met een Beter Leven-keurmerk. Die is in de maanden juni-augustus ongeveer gelijk gebleven en ligt nog altijd ruim 50% boven het prijsniveau van 2020. De index voor de afzetprijzen van de binnenlandse eierhandel (PPI) is in de maanden juni-augustus met 13% gedaald, naar 151 punten. Ook in vergelijking met augustus 2025 is de prijsdaling ongeveer 13%. De PPI-buitenland vertoont ook een neerwaartse prijstrend en is in de afgelopen maanden met 20% gedaald, naar 176 punten. De af-boerderijprijzen van voornamelijk reguliere eieren kwamen in augustus uit op 177 punten (2020 = 100), 23 procent lager dan in juni, toen het prijsniveau nog op 229 stond. De prijzen zijn sterk gedaald ten opzichte van het prijsniveau van de maanden januari tot en met mei 2026, toen het prijsniveau nog ruim boven de 280 punten uitkwam. Daarmee zijn de prijzen ongeveer terug op het niveau van het jaar 2024.
De eierprijzen voor de pluimveehouders blijven echter nog steeds relatief hoog, omdat het aanbod op de eiermarkt krap blijft. In de eerste maanden van 2026 waren er in de EU opnieuw veel uitbraken van vogelgriep, zeker vergeleken met de relatief rustige jaren 2023 en 2024 (EU Animal Disease Information System, augustus 2026). De productie van eieren neemt wel toe, met name in Oost-Europa waaronder Oekraïne. Zeker in Polen zijn de problemen met vogelgriep echter nog niet verdwenen. Ook heeft Polen te maken met uitbraken van Newcastle Disease (NCD).
De EU-eierimporten uit Oekraïne en Turkije liggen in 2026 aanzienlijk hoger dan in 2025 (European Commission). De relatief goedkope eieren, die in deze landen nog vooral in kooisystemen worden geproduceerd, worden gebruikt in de verwerkende industrie, als ingrediënt voor onder meer mayonaise en bakkerijproducten. Deze geïmporteerde eieren vormen vooral concurrentie voor Nederlandse pluimveehouders die eieren produceren voor de industrie.
Ook het Verenigd Koninkrijk importeert volop eieren uit Oekraïne en Turkije. De Britse eiproductenindustrie waarschuwde dit voorjaar voor de steeds grotere afhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk van eierimporten uit Oekraïne en Polen (een toename van 60% in vergelijking met 2021 volgens de British Egg Industry Council, maart 2026). Ook wordt er gewaarschuwd voor het feit dat Turkije minder garanties geeft met betrekking tot het milieu en de voedselveiligheid, waarbij de beheersing van salmonella expliciet genoemd wordt (British Free Range Egg Producers, augustus 2026). Deze importen uit derde landen spelen ook in Nederland, net als in het Verenigd Koninkrijk. Niet voor niets gaf de Nederlandse Unie van Pluimvee Producenten (UPP) eerder al aan te willen werken aan een sterkere promotie van eieren uit West-Europa, die voldoen aan hoge kwaliteitseisen, om te voorkomen dat de markt wordt bediend met producten van buiten Europa, die niet aan dezelfde strikte eisen voldoen. Circa 240 pluimveehouders zijn aangesloten bij de UPP, die ongeveer de helft van de Nederlandse eieren verhandelt (Nieuwe Oogst, augustus 2026).
De af-boerderijprijs betreft reguliere scharreleieren die vooral naar de verwerkende industrie, foodservicesector en exportmarkten gaan. Deze prijsindex is niet direct vergelijkbaar met de prijzen van tafeleieren met een Beter Leven-keurmerk die in de Nederlandse supermarkten worden verkocht.
Keten De tafeleieren in het schap bij de supermarkten zijn direct door de pakstations afgeleverd of door grossiers via de pakstations. Leghennenhouders leveren eieren aan de pakstations, doen aan huisverkoop (automaten) of leveren direct aan de eiproductenindustrie. In de eierketen zijn broederijen en opfokkers van jonge hennen belangrijke voorschakels. Mengvoerfabrikanten zijn belangrijke toeleveranciers.
-Leghennenbedrijven
In Nederland houden ongeveer 800 bedrijven leghennen, in verschillende houderijsystemen. Het merendeel van de hennen wordt gehouden als scharrelkip. Daarnaast worden ook hennen gehouden in de biologische houderij, in systemen met vrije uitloop of in kooihuisvesting (‘koloniekooien’).
-Handel
De geproduceerde eieren worden op de boerderij verpakt of geleverd aan pakstations. Deze sorteren en verpakken de eieren in consumentenverpakkingen.
-Afzet
De Nederlandse pakstations leveren tafeleieren aan supermarkten in Nederland (circa 30% van de productie) en Duitsland (ook circa 30% van de productie). Een deel van de eieren (30 tot 35%) gaat naar de eiproductenindustrie in of buiten Nederland, waar ze worden verwerkt tot vloeibaar of gedroogd eiproduct. Dit eiproduct wordt vervolgens weer gekocht door de levensmiddelenindustrie, waarbij fabrikanten van sauzen en pasta en bakkerijen belangrijke afnemers zijn. Bijna 90% van de tafeleieren wordt afgezet via de supermarkten. Er is geen noemenswaardige import van eieren voor de afzet via supermarkten. Nederland is dus zelfvoorzienend als het gaat om tafeleieren.
Prijsvorming De leghennenhouders maken veelal per legronde afspraken met een pakstation. Naast kwaliteitsaspecten kan er ook een afspraak gemaakt worden over de prijs voor de eieren. Veel leghennenhouders werken met een vrije marktprijs, waarbij voor elke geleverde partij eieren de dan geldende marktprijs betaald wordt. Er is een duidelijk seizoenspatroon in de marktprijzen. In de zomer zijn de eierprijzen voor de leghennenhouders in de regel lager dan in de rest van het jaar. Leghennenhouders die eieren met het Beter Leven keurmerk aan Nederlandse supermarkten leveren hebben vaak een minimaal gegarandeerde opbrengstprijs. Een klein deel van de leghennenhouders maakt voor elke ronde leghennen prijsafspraken met de eierhandel. Vooral bedrijven met vrije uitloop en biologische hennen werken met vaste prijsafspraken.
Prijsindices De diverse prijsindices sluiten niet naadloos op elkaar aan. De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op de prijzen voor tafeleieren in de supermarkt. Dat zijn bijna uitsluitend eieren met een keurmerk, met name het Beter Leven keurmerk. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de binnenlandse opbrengstprijzen van pakstations én die van de eiproductenindustrie. De af-boerderijprijs (API) is gebaseerd op reguliere scharreleieren, die naar de foodservicesector (onder andere horeca, catering) gaan of geëxporteerd worden.
|
| Referenties |
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers
|
Actuele voedselprijzen - Pluimveevlees
|
Prijzen van kip blijven nagenoeg gelijk
|
23-10-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) van pluimveevlees (scharrelkip) kwam in augustus 2026 opnieuw uit op 130 punten. De afzetprijs van slachterijen (PPI) op de binnenlandse markt steeg licht van 145 naar 146 punten en de af-boerderijprijs ging ook 1 punt omhoog, naar 148 punten (2020 = 100).
|
Prijsontwikkeling In augustus 2026 kwam de consumentenprijsindex van pluimveevlees uit op 130 punten (2020 = 100), hetzelfde prijsniveau als in juni, en 2,5% hoger dan in augustus 2025. De consument betaalt dus 30% meer voor pluimveevlees dan in 2020. De afzetprijzen van slachterijen op de binnenlandse markt zijn nagenoeg gelijk gebleven. De producentenprijsindex (PPI) staat in augustus 2026 op 146 punten en is daarmee nauwelijks hoger dan het indexcijfer van juni 2026. Ook ten opzichte van augustus 2025 is de stijging van het prijsniveau beperkt: tot 1%. De PPI-buitenland is iets gestegen, van 148 naar 149 punten. De af-boerderijprijs van snelgroeiende vleeskuikens lag in augustus 2026 op 148 punten, bijna 1% hoger dan in juni. Ten opzichte van augustus 2025 is het prijsniveau duidelijk gedaald (-14%).
De productie van pluimveevlees in Europa neemt toe: de productie was in de maanden januari tot en met mei 2026 ruim 4% hoger dan in dezelfde periode in 2025 (Eurostat, augustus 2026). Ook de EU-importen van pluimveevlees liggen in 2026 hoger dan vorig jaar. Er wordt vooral veel geïmporteerd uit Brazilië, maar ook uit Oekraïne en Thailand. Brazilië exporteerde in januari tot en met april 2026 aanzienlijk meer kip naar de EU (Eurostat), maar de importen werden in september tijdelijk opgeschort, omdat het land nog niet kon voldoen aan de vereiste strikte garanties voor verantwoord antibioticagebruik. Inmiddels is de verwachting dat de invoer weer kan worden hervat en dat pluimveevlees uit Brazilië een grotere rol kan gaan spelen.
Kip blijft een gewild product. Een recent rapport van Wageningen Social & Economic Research (Dagevos et al., 2026) constateert dat Nederlanders in 2025 weliswaar minder vlees zijn gaan eten (gemiddeld ongeveer 34 kilo per persoon), maar dat er meer kip werd geconsumeerd. De verschuiving van rood naar wit vlees is duidelijk zichtbaar. De grotere consumptie van kip compenseert maar gedeeltelijk de forse afname bij rundvlees en vooral varkensvlees. Het rapport van Dagevos et al. laat volgens Nrc ook zien dat het niet eenvoudig is om deze consumptiecijfers nauwkeurig vast te stellen.
De consumentenprijs (scharrelkip) en de af-boerderijprijs (reguliere kip) zijn niet direct met elkaar te vergelijken. In de Nederlandse supermarkten is vrijwel uitsluitend scharrelkip met het Beter Leven-keurmerk verkrijgbaar, terwijl de af-boerderijprijzen grotendeels betrekking hebben op reguliere, snelgroeiende vleeskuikens. Die vleeskuikens worden gehouden voor de verwerkende voedselindustrie, foodservicemarkt en export, vooral naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Keten
De pluimveevleesketen is sterk geïntegreerd, waarbij de slachterijen regelen dat de productie van de verschillende schakels op elkaar worden afgestemd. Slachterijen en verwerkers leveren aan de retailers en vleeskuikenbedrijven leveren kuikens aan de slachterijen. Vermeerderaars (producenten van broedeieren), kuikenbroederijen en mengvoerleveranciers zijn belangrijke toeleveranciers voor vleeskuikenbedrijven.
-Vleeskuikenbedrijven Er zijn ongeveer 600 bedrijven die vleeskuikens houden. Zes- tot achtmaal per jaar leveren zij vleeskuikens met een gewicht van ongeveer 2,5 kg aan de slachterij. Binnen de groep vleeskuikenhouders houdt een deel langzamer groeiende vleeskuikens (ongeveer 47% van de productie), waarvan het vlees als scharrelkip (Beter Leven keurmerk 1 ster) in de Nederlandse supermarkten verkocht wordt.
-Industrie
Er zijn ongeveer tien middelgrote en grote pluimveeslachterijen in Nederland. De verdere verwerking wordt vaak gedaan op een andere locatie dan de slachterij, door een bedrijf dat de geslachte kuikens verwerkt tot consumentenproducten (kipfilets, drumsticks, dijen, vleugels). De grootste spelers binnen Nederland slachten en verwerken zelf. Qua volume hebben deze bedrijven ruim meer dan de helft van de markt in handen. De slachterijen en verwerkers leveren het pluimveevlees verpakt ‘op schaal’ aan de retailers.
-Afzet
Meer dan de helft van de Nederlandse pluimveevleesproductie wordt geëxporteerd, vooral naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Ook wordt pluimveevlees geïmporteerd, met name voor gebruik in de foodservicesector en de verwerkende industrie. De hoofdmoot (90 tot 95%) van de binnenlandse afzet van pluimveevleesproducten wordt verkocht in supermarkten, met verse kipfilet als belangrijkste product.
Prijsvorming De consumentenprijs van kip kent weinig seizoensinvloeden. Meestal daalt de prijs in januari licht om tegen de zomer weer licht te stijgen. Vleesverwerkers maken met de inkopers van de supermarkten afspraken over de kwaliteit en prijs van de producten. Er worden één- tot tweejaarscontracten afgesloten na tendering. Soms worden afspraken gemaakt op basis van de inkoopprijs bij de pluimveehouders. Een belangrijk deel wordt geëxporteerd. De prijzen op de buitenlandse markten hebben invloed op de prijs in Nederland, bij de vleesverwerkers, maar ook af boerderij. Prijzen af boerderij worden bepaald door de slachterijen en zijn afhankelijk van het moment van leveren. Bijna alle vleeskuikenhouders hebben een jaarcontract voor het leveren van de vleeskuikens aan een slachterij. In het contract staan afspraken over de leveringen en de kwaliteit van de kuikens, maar niet over de prijs.
Prijsindices Een aanzienlijk deel van de Nederlandse vleeskuikenhouders (met circa 53% van de productie) houdt snelgroeiende kuikens. Het vlees van deze kuikens wordt afgezet in de foodservice (vooral quickservice-restaurants) of geëxporteerd. De prijs af boerderij (API) is gebaseerd op de marktprijs van de snelgroeiende kuikens. De consumentenprijs is echter gebaseerd op de prijzen in de Nederlandse supermarkten en heeft dus betrekking op de langzamer groeiende vleeskuikens (‘scharrelkuikens’). In een normale situatie is er een wisselwerking tussen de prijs af boerderij van de snelgroeiende en langzaam groeiende vleeskuikens.
|
| Referenties |
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers
De af boerderij prijzen zijn gebaseerd op prijzen van reguliere vleeskuikens. Deze index sluit dus niet goed meer aan op de PPI en de CPI.
|
Meer informatie |
 | Toelichting indicator |
 | Thema omschrijving |
 | Beleidsinformatie |
 | Archief |
|
Naar boven
 | Loading… |
|
|