Barometer: resultaten per maand - Vleesvarkenshouderij
|
Saldo vleesvarkensbedrijven herstelde in de nazomer maar zakte in oktober opnieuw weg
|
22-12-2025
|
Het maandsaldo van vleesvarkensbedrijven liet in 2025 opnieuw een wisselend beeld zien. Na een zwakke start van het jaar herstelden de resultaten in het voorjaar en liep het saldo in de zomermaanden verder op. In augustus 2025 kwam het resultaat uit op 42.400 euro per bedrijf, duidelijk hoger dan een jaar eerder. In oktober 2025 zette echter opnieuw een daling in, tot een saldo van bijna 25.000 euro. De cijfers zijn gebaseerd op een standaardbedrijf met gemiddeld 4.800 vleesvarkens.
|
Opbrengsten dalen na sterke juni-maand De opbrengsten bereikten in juni het hoogste niveau van het jaar, bijna 272.000 euro. Daarna daalden de opbrengsten maand na maand tot circa 206.000 euro in oktober. Dit is het laagste niveau van 2025 tot nu toe en structureel onder het gemiddelde van 2024 (252.600 euro). De daling in het najaar werd vooral veroorzaakt door teruglopende prijzen, een stabielere afzetmarkt en een iets hoger slachtgewicht dat de marktprijs niet volledig compenseerde.
Kostenontwikkeling: daling kosten beperkt saldodaling De aankoopkosten in de vleesvarkenshouderij daalden in 2025 aanzienlijk sneller dan de opbrengsten. Vooral de aankoopkosten van biggen namen fors af. In april was dit nog ruim 115.000 euro tot circa 64.000 euro in oktober. Daarmee lagen de aankoopkosten in het najaar ruim 20% onder het niveau van oktober 2024.
Ook de lagere voerkosten boden steun aan de vleesvarkenshouders. Vanaf januari (107.000 euro) daalden de voerkosten gestaag tot 96.500 euro in oktober. Dit lag zowel onder het niveau van oktober 2024 (103.000 euro) als het jaargemiddelde van 2024 (103.500 euro). De overige toegerekende kosten — zoals arbeid, huisvesting en afschrijvingen — bleven stabiel op ongeveer 20.500 euro per maand, iets lager dan het gemiddelde van 2024.
Saldo schommelde sterk
Het saldo liet in 2025 een grillig verloop zien. Na een dieptepunt in maart van ongeveer –1.100 euro, verbeterde de situatie in april en mei weer. In juni werd het hoogste saldo van het jaar bereikt, 45.400 euro, dankzij een combinatie van hogere opbrengsten en lagere kosten. Ook in de zomer bleef het resultaat sterk: 33.500 euro in juli en 42.400 euro in augustus. In september bleef het saldo met circa 35.300 euro nog goed op peil. In oktober trad echter opnieuw een daling op, waardoor het saldo daalde naar ongeveer 25.000 euro. Hoewel dit saldo nog positief is, lag het duidelijk lager dan in voorgaande maanden.
Voortschrijdend jaarsaldo bleef stevig Ondanks de terugval bleef het voortschrijdend jaarsaldo over de periode november 2024 tot en met oktober 2025 op een stevig niveau. Het bedroeg circa 273.000 euro per bedrijf. Dit was boven het langjarig gemiddelde van 251.000 euro per jaar (2015-2024). Vooral in de zomermaanden van 2025 werd een belangrijke inhaalslag gerealiseerd. De combinatie van aanzienlijk lagere kosten en redelijk stabiele opbrengsten zorgde ervoor dat het jaarsaldo ondanks de recente daling bovengemiddeld bleef.
Het jaar 2025 liet opnieuw zien dat volatiliteit de vleesvarkenssector bleef domineren. Na een zwakke winter en een moeizame start volgde een sterk herstel in het voorjaar en de zomer, waarbij kostenverlagingen cruciaal waren. De daling van de opbrengsten in het najaar zette echter meteen druk op het saldo, waardoor de marges richting de winter opnieuw krapper werden, ondanks het tot nu toe sterke jaarsaldo.
|
Barometer: resultaten per maand - Zeugenhouderij
|
Saldo zeugenhouderij daalde hard
|
22-12-2025
|
Het maandsaldo van het standaardzeugenbedrijf (870 zeugen) kwam in de loop van 2025 sterk onder druk te staan. Waar in april nog een uitzonderlijk hoog maandsaldo van ruim 100.000 euro werd gerealiseerd, zakte dit terug naar een saldo van 45.400 euro in augustus. De dalling zette door tot bijna 16.000 euro in oktober. Vooral de maanden september en oktober lieten zien hoe snel én hoe sterk de marge kan zakken.
|
Opbrengsten zakten weg na record opbrengsten dalen na voorjaarsrecord De opbrengsten bereikten in april 2025 met 202.900 euro het hoogste punt, in de zomermaanden namen de opbrengsten maand na maand af. In oktober resteerde nog 112.400 euro. Daarmee lagen de opbrengsten 45% lager dan in april 2025, en beduidend lager dan het jaargemiddelde van 2024 (180.000 euro).
De biggenprijzen bereikten hun hoogtepunt in het voorjaar, maar daalden in juli en augustus scherp. Deze dip zette zich door richting het najaar. De daling werkt direct door in de opbrengsten, omdat biggenverkoop veruit de grootste inkomstenpost vormt.
Kosten gemengd beeld De aankoopkosten van biggen bleven in 2025 zeer constant: tussen 13.000 en 14.000 euro per maand. Daarmee lagen ze iets hoger dan in dezelfde maanden van 2024, maar nog steeds op een bescheiden niveau.
De voerkosten lieten een duidelijk dalende trend zien: van ruim 63.000 euro in januari naar 58.400 euro in oktober. Daarmee lagen ze zowel lager dan het gemiddelde van 2024 als lager dan in augustus 2024. Dit bood enige verlichting bij de lagere opbrengsten. Deze daling van de voerkosten dempte de effecten van lagere opbrengsten, maar kon de margedruk niet volledig wegnemen.
De overige toegerekende kosten, zoals arbeid en huisvesting, bleven stabiel rond 25.000 euro per maand. In oktober 2025 lagen ze iets lager dan oktober 2024 en net onder het jaargemiddelde van 2024.
Voortschreidend saldo nog steeds op hoog niveau ondanks zomerdaling Het voortschrijdend jaarsaldo over twaalf maanden – van november 2024 tot en met oktober 2025 – liet nog altijd een opmerkelijk gunstig beeld zien, met circa 730.000 euro per bedrijf. Dat bedrag lag ruim 260.000 euro boven het langjarig gemiddelde van 470.000 euro per jaar. Het hoge niveau was vooral te danken aan de uitzonderlijk sterke markt in het voorjaar van 2025, maar bood duidelijk geen garantie voor de rest van het jaar. De aanhoudende neerwaartse trend richting de herfst van 2025 liet zien dat het resultaat snel wegsmelt bij dalende opbrengsten.
De markt sloeg na een zeer sterke start van 2025 in rap tempo om. De biggenprijzen veerden minder goed op dan gehoopt, terwijl de opbrengsten vijf maanden op rij terugliepen. De kosten bleven weliswaar stabiel tot licht dalend – vooral door lagere voerkosten – maar dit was onvoldoende om de krimpende inkomsten te compenseren. Sinds april daalde het saldo daardoor met ruim 80%. Het najaar van 2025 gaf daarmee een duidelijk signaal af: de marges staan opnieuw onder druk en de sector stevent af op een uitdagende winterperiode.
|