Actuele voedselprijzen - Varkensvlees
|
Voorzichtig herstel van af-boerderij- en producentenprijzen; consumentenprijs blijft op hoog niveau
|
29-6-2026
|
In april 2026 kwam de consumentenprijsindex (CPI) voor varkensvlees uit op 130 punten. De producentenprijsindex (PPI) steeg met 11% naar 113 punten in april 2026. Ook de af-boerderijprijs (API) nam met ruim 13% toe naar 103 punten.
|
Prijsontwikkeling In april 2026 stond de consumentenprijsindex voor varkensvlees op 130 punten, circa 2% lager dan in februari 2026, maar nog altijd ongeveer 3% hoger dan in april 2025. Daarmee blijft het prijsniveau voor consumenten historisch hoog, ondanks de recente daling van de PPI en af-boerderijprijzen. De relatief kleine reactie van consumentenprijzen op de sterke schommelingen in eerdere delen van de keten laat zien dat prijsveranderingen slechts geleidelijk worden doorgegeven aan de consument. Ook uit historische gegevens blijkt dat de consumentenprijsindex veel minder sterk fluctueert dan de producentenprijsindex en de af-boerderijprijzen. Sinds 2022 hebben hogere kosten voor voer, energie, arbeid, verduurzaming en dierenwelzijn geleid tot een structureel hoger prijsniveau in de gehele keten.
De producentenprijsindex (PPI) kwam in april 2026 uit op 113 punten, een stijging van 11% ten opzichte van februari 2026. Daarmee lijkt een deel van de sterke prijsdaling in de tweede helft van 2025 en eerste maanden van 2026 te zijn gecorrigeerd. Desondanks ligt de producentenprijs nog altijd ongeveer 20% onder het niveau van april 2025, toen de PPI op 141 punten stond.
De af-boerderijprijzen lieten in dezelfde periode een vergelijkbaar maar sterker herstel zien. Na een daling naar circa 90 punten in januari/februari 2026 is de prijsindex af boerderij in april 2026 gestegen naar 103 punten. Ondanks het recente herstel ligt de af-boerderijprijs nog altijd bijna 23% onder het niveau van april 2025, wat aangeeft dat de opbrengsten voor varkenshouders nog steeds aanzienlijk lager zijn dan een jaar geleden. De meest recente marktontwikkelingen laten zien dat de af-boerderijprijzen niet verder herstellen, ondanks het feit dat dat zo lijkt op basis van de prijsontwikkeling tussen februari en april 2026. In juni 2026 tonen de marktcijfers een fors dalende trend.
Deze prijsontwikkelingen sluiten aan bij het gebruikelijke seizoenspatroon op de varkensmarkt, waarbij in het voorjaar traditioneel een prijsstijging zichtbaar is. Dit is gevolg van enerzijds een aantrekkende vraag naar biggen en vleesvarkens in het voorjaar in aanloop naar de zomerperiode en anderzijds een kleinere beschikbaarheid door lagere geboortecijfers, met als oorzaak najaarsterugkomers (diarree-, luchtweg- en stress-gerelateerde problemen die door kou, vocht en temperatuurschommelingen elk najaar opnieuw de kop opsteken). Tegelijkertijd wordt de Europese markt nog altijd gekenmerkt door ruime voorraden en een relatief zwakke exportvraag als gevolg van Chinese importheffingen, waardoor de ruimte voor verdere prijsstijgingen vooralsnog beperkt blijft.
Voor de komende maanden is het nog onzeker hoe de markt voor varkensvlees zich verder ontwikkelt. De markt wordt enerzijds beïnvloed door seizoensfactoren, zoals een traditioneel sterkere vraag in de aanloop naar de zomer, maar anderzijds blijven er grote onzekerheden in de vorm van de internationale handel, Europese productievolumes, economische ontwikkelingen in belangrijke afzetmarkten en geopolitieke spanningen. Het prijsverloop zal vooral afhangen van de balans tussen aanbod en vraag op de Europese varkensmarkt.
Verschillen tussen regulier, Beter Leven en biologisch
Duurzame marktconcepten, zoals Beter Leven en biologisch gecertificeerd varkensvlees, kennen een stabielere prijsvorming dan de markt voor regulier varkensvlees, zo blijkt uit de prijsontwikkelingen die worden besproken in de Agro-Nutri Monitor 2025 en eerdere publicaties van de monitor (Agro-Nutri Monitor 2025: monitor prijsvorming voedingsmiddelen | ACM). Vooral biologisch varkensvlees behoudt een duidelijke meerwaarde op producenten-, handels- en consumentenniveau. Dit suggereert dat conceptmarkten minder gevoelig zijn voor kortetermijnschommelingen op de internationale varkensmarkt. Langlopende afzetrelaties, ketenafspraken en de bereidheid van consumenten om een meerprijs te betalen voor dierenwelzijn en duurzaamheid lijken hierbij een belangrijke rol te spelen.
Keten
Het varkensvlees wordt in de supermarkt of bij de slager gekocht. Supermarkten en slagers kopen varkensvlees van de vleesindustrie. Die bestaat uit slachterijen en vleesverwerkers. Slachterijen kopen vleesvarkens van veehouders rechtstreeks of via veehandelaren. Veehouders produceren vleesvarkens in gespecialiseerde bedrijven of gesloten bedrijven. Gespecialiseerde bedrijven kopen biggen en mesten die op tot slachtrijpe varkens, terwijl gesloten bedrijven zowel de fokzeugen houden als de biggen zelf opfokken tot vleesvarkens. Zeugenbedrijven zijn belangrijke toeleveranciers van biggen voor de gespecialiseerde bedrijven. De gesloten bedrijven produceren de eigen biggen.
-Varkenshouderijen
De in totaal circa 2.500 bedrijven met vleesvarkens produceren ruim 15 miljoen vleesvarkens. Hiervan worden bijna 1 miljoen dieren geëxporteerd vooral binnen de EU. Daarnaast worden er bijna 6 miljoen biggen over de grens verkocht. Dit betekent dat Nederland niet alleen volwassen vleesvarkens exporteert, maar ook veel jonge biggen die in andere landen verder worden opgefokt tot vleesvarkens.
-Industrie De verwerking van varkensvlees is voor een belangrijk deel gekoppeld aan de slachterijen. Er zijn vier grote slachterijen, naast een beperkt aantal zelfslachtende slagers. In 2024 werden in Nederland 14,5 miljoen varkens binnenlands geslacht. De vleesindustrie slacht en verwerkt de dieren tot vers vlees en vleeswaren, die voor een groot deel worden geëxporteerd. Voor de productie wordt ook varkensvlees geïmporteerd omdat bijvoorbeeld sommige verwerkers specifieke soorten of kwaliteiten vlees nodig hebben die niet in voldoende mate of tegen de juiste prijs in Nederland beschikbaar zijn. De zelfvoorzieningsgraad van de Nederlandse varkensvleesketen ligt op circa 300%.
-Afzet
Circa 60% van het varkensvlees en 80% van de vleeswaren wordt in de supermarkt verkocht. Daarnaast wordt ongeveer 35% van het varkensvlees via de buitenhuishoudelijke markt (horeca, ziekenhuizen enzovoort) afgezet. De overige 5% van het varkensvlees wordt afgezet via speciaalzaken, markten, cateringbedrijven en directe verkoop aan consumenten, zoals via boerderijverkoop of lokale slagers buiten de reguliere supermarkt- en horecakanalen. Consumenten kopen meer varkensvlees in januari, gestimuleerd door reclameacties, tijdens het barbecueseizoen en in december vanwege de feestdagen. Supermarkten kopen varkensvlees hoofdzakelijk van de Nederlandse vleesindustrie.
Prijsvorming
De prijsontwikkeling van het pakket varkensvlees dat de consument in de supermarkt koopt, laat over de afgelopen jaren een lichte stijging zien. De gemiddelde prijs is in het najaar, vooral in november, iets hoger. De retail heeft een eigen prijsbeleid dat beperkt beïnvloed wordt door de inkoopprijs. Het prijsniveau bij concurrenten, promotieacties en de rol van vlees in het totale productassortiment van supermarkten spelen ook een rol. Prijsbewegingen van de industrie (producentenprijs) en boeren (af boerderij) vertonen daarom nauwelijks samenhang met de consumentenprijs. Voor de handel tussen de slachterijen en supermarkten worden jaarcontracten gebruikt. Daarbinnen vindt per vier weken overleg plaats over reclameacties. Afhankelijk van onder andere het weer vinden dagelijks correcties plaats op de bestelde volumes. Slachterijen geven de prijsbewegingen op hun afzetmarkt door aan de varkenshouders. De markten voor varkens en varkensvlees in Noordwest-Europa zijn nauw met elkaar verweven. De prijsvorming is vrij. Door de seizoenseffecten in de afzet op detailhandelsniveau schommelen ook de wekelijkse slachterij- en handelsnoteringen of opbrengsten van vleesvarkens. De EU heeft een zelfvoorzieningsgraad in varkensvlees van circa 125%, wat betekent dat de Europese varkensprijzen mede beïnvloed worden door prijsontwikkelingen en de vraag op wereldmarkten buiten Europa.
Prijsindices De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op varkensvlees bij supermarkten en slagers. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de opbrengstprijzen van producenten van vers of gekoeld varkensvlees bij afzet naar het binnenland. De af-boerderijprijs is gebaseerd op de wekelijkse noteringen voor slachtvarkens. De indices zijn begin 2024 herzien, waarbij het jaar 2020 op 100% is gezet.
|
| Referenties |
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers
|