Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectoren > Glastuinbouw
     
Glastuinbouw
Kies een thema
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
 
  
   
   
Kies een indicator
Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Glastuinbouw

Afname van inkomen voor glastuinders; gemiddeld inkomen nog altijd ruim voldoende
15-12-2025

Het inkomen uit bedrijf in 2025 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op 280.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje). Dit is 57.000 euro lager dan in 2024 en circa 12.000 euro boven het gemiddelde inkomen voor de periode 2020-2024.

De toename van de opbrengsten met ruim 8% was onvoldoende om de stijging van de betaalde kosten en afschrijvingen met 13% te compenseren. Het gemiddelde glastuinbouwbedrijf nam met ruim 6% in omvang toe, gemeten naar beteelbare oppervlakte.
Het gemiddeld glastuinbouwbedrijf is samengesteld uit snijbloemen-, pot- en perkplantenbedrijven, en glasgroentebedrijven. De spreiding binnen deze groep bedrijven is en blijft daardoor ook groot. Hoewel de bovenkant van het groene vlak wat steiler omlaaggaat dan de onderkant tussen 2024 en 2025, is het groene vlak nog altijd groot (zie figuur). De spreiding tussen 60% van de bedrijven, die zich in het groene vlak bevinden, is hiermee iets kleiner geworden. Een groep van 20% van de bedrijven doet het niet zo goed. Het inkomen is daar 13.000 euro of minder. Eenzelfde groep presteert, met een inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid hoger dan bijna 450.000 euro, veel beter dan het gemiddelde.

Het gemiddelde inkomen is samengesteld uit veel verschillende bedrijven met verschillende grootte, bedrijfsinrichting en kosten- en opbrengstenstructuur. Het bedrijfsresultaat en het gemiddeld inkomen zijn het resultaat van geschatte kosten als opbrengsten, ontwikkelingen en veranderingen van het gemiddelde bedrijf.



De verschillende bedrijfstypen laten allemaal een lichte daling in het inkomen per oaje zien en door de jaren heen is er – met hier en daar een dipje – een stijging waarneembaar. Glasgroentebedrijven laten sinds 2022 een dalende lijn zien. In de raming van dit jaar moet men daar ten opzichte van andere typen genoegen nemen met en inkomen van ruim 211.000 per oaje, wat nog altijd een prima inkomen is.

 

Hieronder zijn de verschillende kostenposten en opbrengstenposten van een gemiddeld bedrijf weergegeven. In beide figuren stijgen opbrengsten en kosten gedurende deze eeuw. Na 2010, toen een bovengrens van bedrijven werd losgelaten, steeg het inkomen van het gemiddelde bedrijf. De laatste 4 jaar lijkt dit zich, door sterk stijgende kosten maar ook opbrengsten, te versnellen.


Referenties


Inkomen uit bedrijf - Glasgroententeelt

Glasgroentesector 2025, lager inkomen met grote verschillen
15-12-2025

In 2025 is het geraamde bedrijfsinkomen voor glasgroentebedrijven per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje)1 gedaald met ongeveer 75.000 euro tot circa 211.000 euro voor het gemiddelde bedrijf.



De variatie tussen bedrijven die boven en onder dit gemiddelde inkomen uitkomen blijft groot. Het geraamde inkomen is lager dan het gemiddelde inkomen voor de periode 2020-2024 van ongeveer gemiddeld 300.000 euro.

In 2025 keerde de bedrijfsvoering verder terug naar normaal, na enkele jaren van ingrijpende veranderingen en uitdagingen door de energiecrisis. In de winter van 24/25 had het areaal belichte groenteteelt (met name tomaten) het niveau bereikt van vóór de energiecrisis, waarbij de verwachting is dat de komende winter 25/26 dit areaal nog verder uitgebreid zal worden.

Door een voorjaar met veel zonuren zijn de producties voor alle gewassen gestegen. De verwachting is dat de economisch opbrengsten per gemiddeld glasgroentebedrijf met bijna 10% zijn gestegen ten opzichte van 2024, maar dat de betaalde kosten en afschrijvingen met 15,5% zijn gestegen.

Gemiddelde stijging van de opbrengst uit gewassen: grote verschillen 
De opbrengsten uit gewassen voor een gemiddeld glasgroentebedrijf stegen met bijna 9%. Deze opbrengsten ontwikkelden zich divers: door het goede weer zijn de volumes bij alle gewassen gestegen. Echter, de prijzen kenden grote verschillen: een grote negatieve prijsontwikkeling was er bij de opbrengsten van paprika. Voor komkommers waren de prijzen grillig en gemiddeld gezien iets onder die van 2024. Voor tomaten waren de prijzen iets hoger dan in 2025.

Netto-energiekosten flink gestegen 
Naast opbrengsten uit gewassen hebben bedrijven ook andere inkomsten, zoals opbrengsten uit de verkoop en handel in energie. De verkoop van energie (vooral elektriciteit opgewekt met een wkk2) hangt met veel verschillende factoren samen. Wanneer de verkoopprijs voor elektriciteit de kosten voor de productie overstijgen, kan het op bepaalde momenten gunstig zijn om te verkopen3. In deze raming is ervan uitgegaan dat de inkomsten door verkoop en handel in energie in 2025 zijn gestegen.

Echter, de kosten voor energie zijn ook flink gestegen, onder meer door hogere energieprijzen in het begin van 2025. Als de opbrengsten en de kosten tegen elkaar afgezet worden, dan zijn de netto-energiekosten flink gestegen.

Spreiding blijft groot 
De spreiding in het inkomen is zoals elk jaar groot. Dat heeft te maken met bedrijfsgrootte, bedrijfsuitrusting (onder andere wkk), moderniteit, gascontract, toegang tot duurzame energiebronnen, bedrijfsstrategie, etc. De gemiddelde lijn zit ongeveer in het midden van het groene vlak, wat aangeeft dat er proportioneel evenveel bedrijven zijn die meer of minder verdienen dan het gemiddelde. Boven en onder het groene vlak bevindt zich elk nog 20% van de bedrijven. Het is al meer dan 10 jaar niet meer voorgekomen dat de ondergrens van het groene vlak onder nul is gekomen. Dus 20% van de bedrijven heeft nu een negatief inkomen. Bij ongeveer 20% van de glasgroentebedrijven wordt verwacht dat in 2025 het gemiddelde inkomen per oaje onder de grens van ongeveer -68.000 euro zit. Aan de bovenkant van het spectrum bereikt het inkomen van de best presterende 20% van de bedrijven ongeveer 550.000 euro of meer per oaje. Gezien deze grote spreiding, zullen individuele bedrijven zich niet altijd herkennen in het gemiddelde inkomen van het bedrijf. Naar verwachting zal de grote spreiding ook in de nabije toekomst blijven bestaan.

Groei in bedrijfsomvang
De verandering van de bedrijfsomvang speelt ook een rol in de absolute waarden en veranderingen in opbrengsten en kosten. Zo steeg het gemiddelde glasgroentebedrijf dit jaar met ruim 7% in omvang. De kosten per m2 hebben soms een andere ontwikkeling dan die van het gemiddeld bedrijf. Deze zijn te vinden in het artikel ‘Resultaten per m2 glas’.


Referenties
1Het kengetal wordt uitgedrukt in euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje), waarmee het gekoppeld wordt aan de hoeveelheid ingezette arbeid en het dus beter over bedrijven heen vergelijkbaar is. Het aantal aje dat niet-betaalde arbeid levert, zijn veelal ondernemers en leden van de huishoudens. Eén aje is minimaal 2.000 gewerkte uren. Eén persoon kan maximaal 1 aje zijn, dus ook als een persoon 2.500 uren heeft gewerkt.

2Warmtekrachtkoppeling (wkk) staat voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht (elektriciteit). De energie is afkomstig van een verbrandingsmotor of gasturbine en wordt meestal aangewend om een generator aan te drijven die op zijn beurt elektriciteit opwekt. De warmte die daarbij vrijkomt gaat niet verloren maar wordt in de glastuinbouw nuttig gebruikt voor de verwarming van kassen.

3De spark spread is een maatstaf die de winstgevendheid meet van elektriciteitsopwekking in een gasgestookte ketel. Het vergelijkt de marktprijs van de geproduceerde elektriciteit met de kosten van het aardgas dat nodig is om deze elektriciteit op te wekken. 



Inkomen uit bedrijf - Pot- en perkplantenteelt

Inkomensdaling voor pot- en perkplantenkwekers
15-12-2025

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje) is voor 2025 circa 75.000 euro lager geraamd dan een jaar geleden, namelijk op 263.000 euro per ojae.



Het inkomen fluctueert de laatste jaren sterk. Vooral de daling in 2022 (stijging van energiekosten) valt op in de figuur. Het voor 2025 geraamde inkomen bevindt zich nog wel circa 25.000 euro boven het gemiddelde inkomen van de afgelopen 5 jaar (2020-2024).

Of pot- en perkplantenbedrijven zich in dit gemiddelde herkennen, is de vraag. Vandaar dat de spreidingsfiguur ook een groot groen vlak laat zien. Hierbinnen bevindt zich 60% van de bedrijven. De randen van dit groene vlak laten zien dat aan de bovenkant van het groene vlak zich nog altijd 20% van de bedrijven bevinden die een inkomen weten te halen van 400.000 euro of meer. Onder aan het groene vlak moet ook worden geconstateerd dat 20% van de bedrijven nagenoeg niks overhoudt; minder dan 1.000 euro. Vooral de groene lijn bovenin daalt sterker dan de lijn aan de onderkant. Dit betekent dat de spreiding tussen de bedrijven wat minder is geworden. Toch blijft relatief een beperkt aantal bedrijven het gemiddelde bepalen, want de lijn met het gemiddelde inkomen ligt nog altijd niet in het midden van het groene vlak.

Hieronder zijn de kosten en opbrengsten in figuren weergegeven. De betaalde kosten en afschrijvingen stegen gemiddeld 10%, terwijl de opbrengsten voor een gemiddeld pot- en perkplantenbedrijf met 6% toenamen. Klik op kosten of opbrengsten voor een toelichting op deze posten.


Referenties


Inkomen uit bedrijf - Snijbloementeelt

Inkomen uit bedrijf beperkt afgenomen
15-12-2025

Het gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidskracht wordt voor 2025 geraamd op ruim 370.000 euro. Dit is een beperkte afname van circa 15.000 euro. Het nu geraamde inkomen ligt bijna 110.000 euro boven het gemiddelde van 2020-2024.

Na een sterke toename van het inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje) in 2024, wordt nu dus een kleine daling verwacht. De spreiding in het inkomen is zoals elk jaar echter groot, maar lijkt in 2025 iets kleiner te zijn geworden (zie figuur). Boven en onder dit groene vlak bevinden zich elk nog 20% van de bedrijven. Voor 20% van de bedrijven wordt een inkomen per onbetaalde aje geraamd van minder dan ongeveer 42.000 euro, terwijl voor een even zo grote groep bedrijven een inkomen wordt geraamd van boven de 492.000 euro.

Het inkomen neemt voor een gemiddeld snijbloemenbedrijf naar verwachting wat af door een sterkere toename van de betaalde kosten en afschrijvingen (circa 11%) ten opzichte van de opbrengsten (circa 8%). Hoewel er geen groei van het gemiddelde bedrijf is ingerekend, veranderde het gemiddelde bedrijf wel van samenstelling en is mede daardoor ook veranderd qua kosten en opbrengsten, naast uiteraard ontwikkelingen in prijzen en volumes van kosten en opbrengsten.

Een uitgebreidere toelichting op opbrengsten en kosten vindt u via de aangegeven links. In het kort zijn de opbrengsten toegenomen door gestegen opbrengsten uit de verkoop van bloemen. Een gemiddeld bedrijf heeft opbrengsten uit verschillende bloemsoorten. Zo namen de opbrengsten uit chrysanten toe, terwijl die van rozen afnamen. Ook de opbrengsten uit de verkoop van energie namen nog iets toe. Daarnaast werden de inkomsten uit de verkoop van bloembollen (ingedeeld bij overige opbrengsten) sterk hoger, de opbrengsten uit snijtulpen (eventueel via de broei) worden meegenomen bij overige bloemen.



In 2025 stegen de kosten echter harder dan de opbrengsten. Vooral de zaai- en pootgoedkosten, die samen met andere kosten tot de toegerekende kosten behoren, namen toe. Dit is deels veroorzaakt door toenemende kosten van uitgangmateriaal voor de bollenteelt, dat dit jaar sterker vertegenwoordigd is in de steekproef, naast de autonome stijging van inkoopkosten voor uitgangsmateriaal. De kosten voor betaalde arbeid, werk door derden en energie namen in gelijke mate toe (10%), materiële activa zaten daar wat onder (circa 9%).


Referenties
Galen, M. van, Ravensbergen, P., Smit, P., Grootscholten, R., Jukema, G., & Bregman, C. (2023). Onderzoek naar de gevolgen van hoge energieprijzen in de glastuinbouw in de periode medio 2021 tot en met het eerste kwartaal van 2023. (Rapport / Wageningen Economic Research; No. 2023-104). Wageningen Economic Research. https://doi.org/10.18174/637135 



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Naar boven