Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Glastuinbouw
     
Glastuinbouw
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
 
  
  
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Glastuinbouw

Dalende lijn ingezet voor glastuinbouw
12/19/2022

Dit jaar stonden inkomens van glastuinders onder grote druk van toegenomen kosten, lager consumentenvertrouwen, hoge inflatie en wisselende opbrengsten. Door een relatief warm jaar bij zeer zonnige omstandigheden kon door sterke aanpassingen in de bedrijfsstrategie een sterkere daling van het inkomen worden voorkomen.

Bestaande afspraken met afnemers en nog lopende vaste energiecontracten dempten de terugval. Naar mate het jaar verstreek, nam dit belang af. Daarnaast werd gekozen voor kostenbesparingen. Indien de financiële situatie dit toeliet, investeerden telers in energiebesparende maatregelen. Soms ging dit hand in hand met extensivering omdat vooral de energiekosten met prijzen op de vrije markt sterk stegen. Sommige bedrijven die hiervan voor het grootste deel afhankelijk waren moesten (delen van) de teelt (tijdelijk) staken. De aangepaste teeltmethoden die telers noodgedwongen moesten doorvoeren hadden soms gevolgen voor de kwaliteit van producten. Het algemene beeld is dat het productievolume daalde. Prijzen in de sierteelt namen wat af na enkele goede jaren. Die in de glasgroente stegen, enigszins tegen de verwachting in. In de winterperiode waren ze hoog door beperkte aanbod. In de zomer bij hoger aanbod bleven de prijzen op niveau. Bedrijven hebben dit jaar al beslissingen genomen voor de teelt in 2023, gezien de verwachte blijvend hoge prijzen van inputs. Dit zorgt vooral bij de glasgroenten voor een ander aanvoerpatroon door het jaar heen. Belichting, dat al verminderd aanwezig was in de winterperiode van ’21-’22, zal naar verwachting in de winterperiode ’22-’23 minder worden ingezet. Een toename van producten in het tweede en derde kwartaal ligt in het verschiet met hoge risico’s op laag rendement. In de sierteelt hebben ondernemers minder mogelijkheden hun teelt aan te passen of zonder groeilicht te produceren. In deze sectoren is de teruggang dan ook het grootst. Ook de mogelijkheid voor teruglevering van energie zijn daar beperkter dan bij de glasgroenten, waardoor ze minder hebben kunnen inspelen op de goede prijs die ze voor de verkoop ontvingen. Enkele bedrijven moesten in 2022 noodgedwongen stoppen.

Het inkomen uit bedrijf in 2022 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op ongeveer 175.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dit is globaal 100.000 euro lager dan in 2021 en ligt ook ongeveer 25.000 euro onder dan het gemiddeld inkomen in de periode 2015-2020. Het inkomen daalde omdat de kosten sterker stegen (24%) dan de opbrengsten (13%).

De verschillen in het inkomen tussen bedrijven zijn in de figuur gevisualiseerd door het groene vlak. Dit groene vlak vertegenwoordigt 60% van de bedrijven. Aan de onderkant van dit groene vlak bevindt zich 20% van de bedrijven die een lager inkomen hebben gegenereerd dan -22.000 euro. Illustratief voor de verschillen in inkomen is dat 20% van de bedrijven in 2022 een inkomen had dat hoger is dan 367.000 euro. Het inkomen van deze bedrijven ligt boven het groene vlak. De pot- en perkplantenbedrijven lieten de sterkste daling zien; van bijna 265.000 euro viel het inkomen terug naar -6.000 euro. De snijbloemenbedrijven behielden een inkomen van rond de 85.000 euro. Een daling van ruim 200.000 euro. Glasgroentebedrijven wisten door meevallende productopbrengsten en verkoop van energie hun inkomen nog te verbeteren tot 415.000 euro per oaje.

Het gemiddelde glastuinbouwbedrijf groeide ruim 3% in omvang. De daarmee samenhangende hogere kosten en opbrengsten laten het gemiddelde bedrijf groeien tussen 2021 en 2022. Daarnaast ontwikkelen de verschillende kosten- en opbrengstenposten zich door middel van prijs- en volumeveranderingen. Ook de steekproef van bedrijven, waarop de cijfers zijn gebaseerd, is elk jaar anders, en worden de wegingsfactoren die bedrijven meekrijgen elk jaar aangepast. Met deze aanpassingen in het achterhoofd zijn de veranderingen van het gemiddelde bedrijf berekend. Het gemiddelde inkomen is samengesteld uit veel verschillende bedrijven met verschillende grootte, bedrijfsinrichting en kosten- en opbrengstenstructuur. Het bedrijfsresultaat en het gemiddeld inkomen zijn het resultaat van geschatte kosten als opbrengsten ontwikkelingen op een zeer beweeglijke markt. Door met name de energiecrisis en marktsituatie in 2022 en de operationele en strategische managementbeslissingen die men op basis van de eigen bedrijfssituatie naar aanleiding hiervan neemt, ook in de laatste twee maanden van het jaar, moet de uitkomsten van deze raming als zeer voorlopige cijfers worden beschouwd.

Voor 2022 is geraamd dat de opbrengsten uit groente in 2022 4% hoger zullen zijn, die uit bloemen laten een daling zien van ongeveer 7% en ook van planten is een daling van 2,5% ingerekend. De opbrengsten stonden bij groenten onder invloed van lagere volumes bij gestegen prijzen. Bij bloemen en planten daalden zowel de aanvoer als de gemiddelde prijzen. Zoals gezegd zijn deze ontwikkelingen mede veroorzaakt door het juist zo goed verlopen 2021. De wat lagere opbrengsten uit de verkoop van producten werd deels goedgemaakt door de hogere inkomsten uit de verkoop van energie, met name door de hogere verkoopprijzen die werden gerealiseerd. Per saldo stegen de opbrengsten met 13%.

De kosten lagen voor het glastuinbouwbedrijf een stuk hoger dan vorig jaar. Vooral de toename van de energiekosten namen sterk toe. Andere stijgingen viel hierbij in het niet. Arbeid en financieringslasten stegen relatief nog het minst en soms nog minder dan de bedrijfsgroottegroei. Per saldo stegen de totale kosten met 24%.

De hierboven geschetste ontwikkelingen werken bij de onderliggende typen verschillend door. De glasgroentebedrijven konden meer dan de snijbloemen en pot- en perkplantenbedrijven profiteren van de hogere prijzen die men voor de teruglevering van energie ontvingen. Ook het goede weer in 2022 hielp mee de productie op peil te krijgen, ondanks de maatregelen die zijn genomen om te besparen op energie, soms zelfs te extensiveren en de teelt in sneltreinvaart aan de nieuwe teeltstrategie te laten aanpassen. Ook de productprijzen bleven voor het grootste deel goed, waardoor lagere volumes gecompenseerd konden worden met hogere opbrengsten. De snijbloemenbedrijven laten een daling van het inkomen per onbetaalde aje zien. Mede door lagere prijzen en dito aanvoer daalde het inkomen sterk, hoewel de sierteelt vorig jaar een zeer goed jaar kende. Pot- en perkplantenbedrijven kenden ook een minder jaar. Vooral perkplanten deden het minder goed.
 


Referenties


Inkomen uit bedrijf - Glasgroententeelt

Glasgroentebedrijven passen bedrijfsstrategie aan
12/19/2022

Het resultaat van glasgroentebedrijven werd in 2022 sterk beïnvloed door goede vraag naar hun producten, bij een goede prijsvorming van de producten, uitzonderlijk warm en licht weer, en de energieprijsstijgingen.


Ondanks goede afzetafspraken met afnemers in de wintermaanden van teeltseizoen ’21-’22 en een deel vaste energiecontracten met prijzen van voor de stijgingen sinds medio 2021, hebben bedrijven na de winter van 2021 ook in 2022 ingrijpende keuzes moeten maken voor de teelt van het komende winterseizoen ‘22/’23. Vooral bedrijven met belichting en winterproductie pasten hun teeltplan aan naar productie met het zwaartepunt in het tweede en derde kwartaal, een periode waar er lagere productprijzen dan in de winterperiode worden ontvangen. Voor de winterperiode ’22-’23 worden nog grotere verschuivingen van het teelt- en afzetmoment verwacht.

De impact van de energieprijsstijgingen neemt naarmate de gasprijzen hoog blijven en contacten aflopen toe. Het zeer behoudende inkopen van gas, door telers, voor vrijemarktprijzen dempt de stijgende kosten van energie. De gevolgen hiervan worden echter steeds zichtbaarder. Bedrijven maken ingrijpende keuzes met energiebesparing, investeringen in alternatieven en selectiever energiegebruik (extensivering). Veel bedrijven met warmtekrachtkoppeling (wkk) hebben dankzij de optie van elektriciteitsverkoop de kostenstijging voor verwarming nog kunnen compenseren doordat de prijzen voor elektriciteit harder stegen dan de prijzen voor aardgas. Voor wat betreft de opbrengsten zijn er signalen dat de handel zich meer richt op buitenlands aanbod in de winterperiode en zijn de vooruitzichten van de effecten van inflatie op de consumentenbestedingen niet gunstig. Het afzetmodel van Nederland staat, met name voor tomaat onder druk. Dit afzetmodel is gestoeld op een jaarrond levering met goede kwaliteit, op het afgesproken aflevermoment, met de juiste specificaties. Met alle gevolgen voor opbrengsten, kosten, inkomen en werkgelegenheid.

In 2022 is het geraamde inkomen uit bedrijf voor glasgroentebedrijven per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje)* nog gestegen met ongeveer 150.000 euro voor het gemiddelde bedrijf. De spreiding tussen bedrijven die boven dit gemiddelde inkomen uit komen en bedrijven lager dan het gemiddelde, is opnieuw groot.

Samen met hun telersvereniging, toeleveranciers, energiebedrijf en (eind)afnemers hebben bedrijven in 2022 de negatieve impact van de hogere kosten, weten te beperken. Helaas is het gerealiseerde gemiddelde inkomen van 416.000 euro per onbetaalde aje niet voor alle ondernemers weggelegd. Telers met bedrijven die minder modern geoutilleerd zijn, en daarmee flexibel kunnen zijn in hun warmtevoorziening, en met aflopende gascontracten zitten en geen alternatieve duurzame energievoorziening kunnen inzetten, zitten nu en de komende tijd in zwaar weer. Bedrijven die niet in concentratiegebieden zitten om (samen) de nodige verduurzaming vorm te geven, zullen hun toekomst wellicht moeten heroverwegen, zeker gezien de financierbaarheid van dergelijke bedrijven die dan op het spel staat. (Rabobank, 2022). 

Naast de gestegen kosten in 2022 waren ook de opbrengsten uit product, zoals altijd, erg belangrijk. Sommige (eind)afnemers zijn bereid geweest om hogere productiekosten deels te vergoeden door hogere inkoopprijzen af te spreken bij telers (verenigingen). De vraag is hoelang dit doorgang vindt. Door verschuiving van de productie naar de zomermaanden en het later opstarten van de teelt, was een te verwachten scenario dat de prijzen in de zomer onderuit zouden gaan, zeker gezien de goede producties. Dit is echter voor het grootste deel van de gewassen dit jaar niet in sterke mate gebeurd. De vraag is of bij een verdere verschuiving van het aflevermoment in 2023, dit weer het geval zal zijn.

Forse toename in kosten en opbrengsten
De opbrengsten per gemiddeld glasgroentebedrijf zijn sterk gestegen. Vooral de opbrengsten uit de elektriciteitsverkoop zijn toegenomen en dempen hiermee de toegenomen kosten. Verkoopprijzen van producten waren veelal hoger en daardoor stegen de opbrengsten van producten. Het verkoopvolume bleef achter ten opzichte van vorig jaar. De opbrengsten uit de verkoop van producten stegen wel veel minder dan die van de verkoop en handel in elektriciteit en warmte. Ook de kosten stegen sterk, maar iets minder sterk dan de opbrengsten. De opbrengsten stegen 32% ten opzichte van 2021 terwijl kosten konden worden beperkt tot een toename van 27%.

Alle kostenposten stegen in 2022 ten opzichte van 2021. Vooral de energieprijzen namen toe. In het najaar van 2021 begonnen de energieprijzen al te stijgen en de eerste maanden van het jaar lagen de energieprijzen al hoger dan vorig jaar. Na de inval van Rusland in Oekraïne steeg de prijs verder tot een piek in augustus en september van dit jaar. Het is per bedrijf verschillend hoe deze energieprijzen doorwerken in de kosten op korte termijn. Bedrijven hebben namelijk verschillende bedrijfsinrichtingen en strategieën voor hun energie aan- en verkoop en zijn steeds meer flexibel om de energiebehoefte in te vullen. Bovendien hoeft een hogere inkoopprijs geen probleem te zijn. Het gaat uiteindelijk om het saldo van energiekosten en opbrengsten ofwel de netto-energiekosten die behaald worden.

Spreiding enorm
Op 20% van de glasgroentebedrijven is het gemiddelde inkomen uit bedrijf per oaje naar verwachting niet boven de 18.000 euro uitgekomen in 2022. Aan de bovenkant van de range loopt het inkomen bij de 20% best presterende bedrijven op tot boven de 772.000 euro per oaje. Duidelijk is dat niet elk afzonderlijk bedrijf zich in het gemiddelde bedrijf zal herkennen. Wel is te zien dat het groene vlak zowel naar beneden maar vooral naar boven is uitgebreid. Ook de gemiddelde lijn ligt verhoudingsgewijs boven in het groene vlak. Dit geeft aan dat relatief minder bedrijven meer verdienen dan het gemiddeld.

Samenstelling gemiddeld bedrijf
De samenstelling van het gemiddelde bedrijf is door verschillende wegingsfactoren en samenstelling van de steekproef elk jaar anders. Daarnaast speelt de verandering van de bedrijfsomvang ook een rol in de absolute waarden en veranderingen in opbrengsten en kosten. Zo steeg het gemiddelde glasgroentebedrijf dit jaar met een kleine 6% in omvang. De kosten per m2 hebben soms een andere ontwikkeling dan die van het gemiddeld bedrijf. Afhankelijk van het geteelde gewas, afzetkanaal en eigen bedrijfsomstandigheden, zullen individuele ondernemers zich in dit gemiddelde bedrijf al dan niet in kunnen herkennen.
*Het kengetal wordt uitgedrukt in euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje), waarmee het gekoppeld wordt aan de hoeveelheid ingezette arbeid en het dus beter over bedrijven heen vergelijkbaar is. Het aantal aje dat niet-betaalde arbeid levert, zijn veelal ondernemers en leden van de huishoudens. 1 aje is minimaal 2000 gewerkte uren. Eén persoon kan maximaal 1 aje zijn, dus ook als een persoon 2.500 uren heeft gewerkt.

*Het kengetal wordt uitgedrukt in euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje), waarmee het gekoppeld wordt aan de hoeveelheid ingezette arbeid en het dus beter over bedrijven heen vergelijkbaar is. Het aantal aje dat niet-betaalde arbeid levert, zijn veelal ondernemers en leden van de huishoudens. 1 aje is minimaal 2000 gewerkte uren. 1 persoon kan maximaal 1 aje zijn, dus ook als een persoon 2.500 uren heeft gewerkt.


Referenties


Inkomen uit bedrijf - Snijbloementeelt

Inkomen uit bedrijf fors gedaald
12/19/2022

Het gemiddeld inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidskracht is in 2022 fors gedaald ten opzichte van 2021 van 300.000 euro naar circa 85.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Lagere prijzen en volumes zorgden voor minder productopbrengsten. De hoge inflatie baart zorgen voor de sierteeltsector. Rendementen in belichte teelten (roos, chrysant, gerbera) en relatief energie-intensieve geteelde bloemen (lisianthus) staan onder grote druk. Verkoop van elektriciteit geproduceerd met eigen wkk compenseerde enigszins het verlies in productopbrengsten. Echter, de kostenstijgingen zijn zeer fors.

De daling van het inkomen per onbetaalde aje is het gevolg van flink gestegen kosten (+23%) bij een kleine stijging van de opbrengsten (+2%). Het geraamde inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid komt in 2022 uit rond de 85.000 euro. Dit is een forse daling na een bijzonder goed vorig jaar. Sinds 2013 is dit geraamde inkomen niet meer zo laag geweest. Rondom het gemiddelde inkomen zijn er ook dit jaar grote verschillen tussen bedrijven (groene vlak). Voor 20% van de bedrijven wordt een inkomen per onbetaalde aje geraamd van minder dan ongeveer min 33.000 euro, terwijl voor een even zo grote groep bedrijven een inkomen wordt geraamd van boven de 197.000 euro. Het is 10 jaar geleden dat het groene vlak aan de onderzijde een negatief inkomen laat zien.


Referenties


Inkomen uit bedrijf - Pot- en perkplantenteelt

Inkomen gekelderd door hogere kosten
12/19/2022

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (onbetaalde aje) is voor 2022 geraamd op min 6.000 euro, een daling van circa 270.000 euro ten opzichte van 2021 (-102%).


Was 2021 een heel goed jaar voor de pot- en perkplantenbedrijven qua inkomen, 2022 laat een compleet ander plaatje zien. In die zin lijkt 2022 een overgangsjaar te zijn naar een nieuwe situatie voor de glastuinbouwbedrijven door vooral de impact van de stijging van de energiekosten. Afhankelijk van de bestaande bedrijfsuitrusting, energiecontract en aflevermomenten aan klanten, bespaarde de ondernemer maximaal energie en optimaliseerde de ondernemer zijn energievoorzieningen. In bepaalde gevallen koos de ondernemer voor extensiveren waarbij negatieve gevolgen voor productieopbrengst en kwaliteit het gevolg waren. Voor het winterseizoen 2022/2023 anticiperen bedrijven met de huidige hoge energieprijzen door minder intensief te telen om de kosten te beperken. Naar de toekomst kijkend is de verwachting dat de gasprijs lange tijd relatief hoog blijft. Rekening houdend dat steeds meer vaste energiecontracten, afgesloten van voor halverwege 2021, zullen gaan aflopen, zullen de energiekosten blijven stijgen. Daarbovenop baart de hoge inflatie de sierteeltsector zorgen omdat inflatie tot een lagere consumentenvraag en lagere opbrengsten uit gewas kan leiden.
De kosten stegen sterk met ongeveer 20% per bedrijf. De totale opbrengsten stegen met slechts een kleine 3%. Die stijging is vooral gerealiseerd door een hogere opbrengst uit de verkoop van elektriciteit (+200%). Daarentegen daalden de opbrengsten uit gewas met circa 7%, vooral door lagere opbrengstprijzen en een lager aantal verkochte (perk)planten.
Per saldo is het resultaat van 2022 fors minder dan het uitzonderlijk goede jaar 2021. Het gemiddelde inkomen per onbetaalde arbeidskracht ligt rond de min 6.000 euro. Maar de spreiding van het inkomen is groot. In de figuur geeft het groene vlak de inkomens per onbetaalde aje van 60% van de bedrijven. Deze bandbreedte loopt van -123.000 euro tot 73.000 euro. Een groep van 20% van de bedrijven realiseert een inkomen onder deze bandbreedte. Een even zo grote groep van 20% behaalt een inkomen boven deze bandbreedte.


Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page