Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Land- en tuinbouw
     
Land- en tuinbouw
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
 
 
  
  
   
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Land- en tuinbouw

Inkomen land- en tuinbouw licht gestegen bij grote verschillen tussen bedrijfstypen
12/16/2019

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf voor de land- en tuinbouw is voor 2019 geraamd op 57.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dat is een stijging van 6.000 euro ten opzichte van 2018. Het inkomen is ook hoger dan het meerjarig gemiddelde van 52.000 euro over de periode 2014-2018. De stijging komt voornamelijk voor rekening van de varkenshouderij en de (glas)tuinbouw. Akkerbouwers kampen met lagere prijzen waardoor hun inkomens teruglopen. Ook melkveehouders zien hun inkomen dalen door hogere kosten en lagere opbrengsten. Binnen de land- en tuinbouw zijn er ieder jaar grote inkomensverschillen per bedrijf, zowel tussen als binnen bedrijfstypen.

Varkenshouders profiteren, na een teleurstellend 2018, van fors hogere prijzen van biggen en vleesvarkens. De inkomens op varkensbedrijven komen hierdoor uit op een historisch hoog niveau. Melkveehouders zien hun inkomen dit jaar licht dalen door met name hogere kosten van veevoer, gebouwen en machines. Voor akkerbouwers wordt voor het oogstjaar 2019 een inkomen geraamd van de helft van vorig jaar. Dit is het gevolg van een lager prijsniveau van de meeste gewassen en licht gestegen kosten. Hierbij zij aangetekend dat 2018 als gevolg van de droogte een bovengemiddeld goed inkomensjaar was met grote regionale verschillen. In de glastuinbouw stijgen zowel op de glasgroente- als de snijbloemenbedrijven de inkomens door een herstel van de tomaten- en paprikaprijzen, hogere prijzen van snijbloemen en gedaalde energiekosten. Telers van pot- en perkplanten zien hun inkomen dalen door lagere opbrengsten bij hogere kosten.


Inkomen melkveehouderij onder meerjarig gemiddelde
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf van melkveehouders in 2019 is geraamd op 31.000 euro per onbetaalde aje. Dit is 6.500 euro minder dan in 2018 en ook beneden het meerjarig gemiddelde van 37.000 euro over de periode 2014-2018. De totale opbrengsten bleven nagenoeg onveranderd. De zuivelopbrengsten namen nog wel licht toe door een hogere melkproductie per koe waarmee de melkprijsdaling van 1% werd opgevangen. Maar de verkoopopbrengsten van kalveren daalden. De inkomensdaling is vooral veroorzaakt door hogere kosten van voer, gebouwen en machines. De biologische melkprijs is in 2019 met 2% gedaald door een groter aanbod van melk. Door hogere voerprijzen, lagere veeprijzen en lagere zuivelopbrengsten daalt het inkomen van biologische melkveebedrijven met 8.500 euro tot gemiddeld 28.000 euro per onbetaalde aje.

Varkenshouderij boekt topresultaten
Voor de varkenshouderij is 2019 economisch uitstekend verlopen, vooral vanaf het tweede kwartaal. Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2019 is geraamd op 257.000 euro per onbetaalde aje. Dat komt door veel hogere opbrengsten door gestegen prijzen voor biggen (+37%) en vleesvarkens (+22%). Circa een kwart van de opbrengstijging van gemiddeld ongeveer 360.000 euro is overigens te danken aan de aanwas van dieren op de eindbalans. Die dieren worden pas in 2020 verkocht, maar zijn gewaardeerd tegen de actuele hoge prijzen. De prijsstijgingen zijn het gevolg van een tekort aan varkensvlees doordat er wereldwijd, maar vooral in Oost-Azië, sinds vorig jaar op grote schaal Afrikaanse varkenspest is uitgebroken. In 2019 realiseren alle groepen varkensbedrijven een forse toename van het inkomen. Bij de vleesvarkensbedrijven zijn de kosten voor biggen weliswaar flink gestegen, maar dat wordt ruim gecompenseerd door hogere opbrengsten van de vleesvarkens. De prijsstijging van biggen zorgt ook voor een grote inkomensstijging bij de zeugenbedrijven. Die inkomens stijgen van 13.000 euro negatief naar 245.000 euro per onbetaalde aje in 2019. Ook de inkomens op gesloten varkensbedrijven gaan flink omhoog, waardoor die varkenshouders een inkomen behalen van gemiddeld 325.000 euro per onbetaalde aje. Dit inkomen ligt ruim boven het inkomensniveau van de zeugenbedrijven, vooral door de grotere bedrijfsomvang.

Lagere prijzen drukken inkomen pluimveehouderij
De inkomens van leghennenbedrijven dalen gemiddeld met ruim 40% naar 45.000 euro per onbetaalde aje. De daling is vooral het gevolg van lagere eierprijzen in het eerste kwartaal van 2019 door een groter aanbod. De kosten zijn ook gedaald door vooral minder leghennen per bedrijf bij gelijkblijvende voerprijzen. Vleeskuikenhouders zien hun inkomen in 2019 halveren tot 60.000 euro per onbetaalde aje; het laagste niveau sinds 2013. De opbrengsten dalen sterk door 4% lagere vleeskuikenprijzen. De kosten per bedrijf dalen door lagere prijzen van voer en minder dieren per bedrijf. Maar dit is onvoldoende om de lagere opbrengsten te compenseren.

Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven wordt hoger geraamd ten opzichte van vorig jaar, op gemiddeld 102.000 euro per onbetaalde (aje). Dit is nog wel 9.000 euro onder het meerjarig gemiddelde van 2014-2018. De inkomensstijging is het resultaat van een hogere melkprijs die ruimschoots voldoende is om hogere voerkosten te compenseren. Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverenbedrijven (blankvleeskalveren op contract) daalt naar verwachting in 2019 met 6.000 euro naar 40.000 euro per onbetaalde aje. De kosten nemen hier sterker toe dan de opbrengsten.





Lagere inkomens akkerbouw
Voor akkerbouwbedrijven is voor het oogstjaar 2019 een gemiddeld inkomen per onbetaalde aje geraamd van 37.000 euro, de helft van het inkomen van vorig jaar. De droge zomer van 2018 leverde hoge prijzen op van vrije (niet onder contract) consumptieaardappelen, uien en pootaardappelen. Hierdoor kwam het inkomen per onbetaalde aje gemiddeld uiteindelijk hoger uit dan in voorgaande jaren. Voor het oogstjaar 2019 ligt de productie voor de meeste akkerbouwgewassen op een hoger niveau dan vorig jaar en komt dit uit rond het meerjaarsgemiddelde. Op de markten staan de prijzen onder druk: uien (-63%), consumptieaardappelen (-38%) en tarwe (-17%). De prijs van suikerbieten (+5%) stijgt door een herstel van de wereldmarktprijs als gevolg van een lagere suikerproductie dan vorig seizoen. Voor zetmeelaardappelbedrijven wordt voor het oogstjaar 2019 een daling van het inkomen geraamd door daling van de opbrengsten ten opzichte van het meerjarig gemiddelde en licht gestegen kosten. De productie van zetmeelaardappelen per hectare nam in 2019 toe, maar het zetmeelgehalte van de aardappelen bleef wel achter op 2018. Voor de zetmeelaardappelen is een bijna 10% lagere prijs geraamd, nadat Avebe in 2018/2019 een record prestatieprijs heeft gerealiseerd. Hierdoor zakt het inkomen naar 13.000 euro per onbetaalde aje.

Stijgende inkomens tuinbouw 
Op glastuinbouwbedrijven stijgt in 2019 het gemiddelde inkomen licht tot ongeveer 200.000 euro per onbetaalde aje; een voor de land- en tuinbouw hoog niveau. Binnen de drie onderscheiden subtypen is de inkomensontwikkeling verschillend met een grote spreiding tot gevolg. Het gemiddeld inkomen op glasgroente- en snijbloemenbedrijven wordt hoger geraamd door hogere opbrengsten uit de verkoop van tomaten, paprika’s en snijbloemen en door schaalvergroting op respectievelijk circa 290.000 euro en 170.000 euro per onbetaalde aje. De kosten nemen in mindere mate ook toe door groei in bedrijfsomvang, waarbij de energiekosten afnemen door lagere prijzen voor de inkoop van gas. Het gemiddelde inkomen bij pot- en perkplantenbedrijven daalt door lagere opbrengsten van met name perkplanten en gestegen kosten tot circa 130.000 euro per onbetaalde aje.

Binnen de opengrondstuinbouw wordt voor 2019 voor alle vier de bedrijfstypen een inkomensverbetering geraamd. Op de bloembollenbedrijven stijgen de inkomens door hogere kg-opbrengsten bij gelijkblijvende opbrengstprijzen van tulp en lelie naar gemiddeld circa 140.000 euro per onbetaalde aje. Door de goede balans tussen vraag en aanbod wordt een evenaring van de topinkomens in 2015 en 2016 voorzien. In de boomkwekerij wordt een inkomensverbetering verwacht met 7.000 euro tot circa 87.000 euro per onbetaalde aje door verdere toename van de opbrengsten door marktgerichte productie met betere prijsvorming tot gevolg en verdere schaalvergroting. Voor de fruittelers wordt door een positievere prijsverwachting voor appels en peren als gevolg van de lagere Europese productie een inkomensstijging geraamd met bijna 10.000 euro tot gemiddeld 36.000 euro per onbetaalde aje. Op de vollegrondsgroentebedrijven ten slotte wordt een inkomen geraamd van circa 78.000 euro per onbetaalde aje, nagenoeg gelijk aan vorig jaar. 





Inkomen en rentabiliteit per bedrijfstype, 2001-2019 
Opvallend voor 2019 is het hoge inkomensniveau op alle typen varkensbedrijven, het hoogste niveau van deze eeuw (zie onderstaande figuur).
De resultaten voor de land- en tuinbouw in zijn totaliteit zijn licht verbeterd. De gemiddelde rentabiliteit voor de totale land- en tuinbouw stijgt met een punt stijgt naar 99 euro opbrengsten per 100 euro kosten. In 2017 werd voor het eerst een gemiddelde rentabiliteit voor land- en tuinbouw totaal van boven de 100% gerealiseerd. In dat jaar ontving de agrarische ondernemer daarmee (naast de dekking van de betaalde kosten en afschrijvingen) een meer dan marktconforme beloning voor de inzet van eigen arbeid en eigen vermogen. Bij de ontwikkeling van het inkomen speelt behalve de ontwikkeling van opbrengstprijzen ook de dynamiek in de sector een rol. Het berekende gemiddelde bedrijf verandert voortdurend, onder andere door stoppende bedrijven en de expansiedrift van bedrijven die verder willen groeien. De stoppers zijn over het algemeen bedrijven met wat lagere inkomens, hetzij doordat ze kleiner zijn en daardoor een lager inkomen behalen, hetzij doordat de resultaten tegenvallen en ze zich daardoor min of meer gedwongen door anderen laten overnemen, vaak doordat bij de generatiewisseling van bedrijfsovername wordt afgezien.



Grote verschillen tussen bedrijven
De hoogte van het inkomen van een bedrijf hangt onder andere samen met de financiële positie, de marktstrategie, de bedrijfsomvang, de bedrijfsopzet, het productenpakket en de prijsvorming van die producten. Uiteraard spelen bij al die punten ook vakmanschap en managementkwaliteiten van de ondernemers een rol. Dit jaar hebben de warme en droge zomer en de verschillende mogelijkheden om daarop te anticiperen een grote invloed gehad. Bij de schommeling van het inkomen over jaren speelt vooral de prijsvorming van de producten een grote rol en bij de open teelten de kg-opbrengsten.

Bij een gemiddeld geraamd inkomen van 57.000 euro per onbetaalde aje haalt 20% van de bedrijven een inkomen onder 7.000 euro negatief. Aan de andere kant is er ook een groep van 20% van de bedrijven waarvoor voor 2019 een inkomen hoger dan 83.000 euro is geraamd (zie onderstaande figuur). Gezien de verschillen in resultaten tussen de bedrijfstypen liggen in 2019 de varkensbedrijven, glastuinbouw en bloembollenbedrijven vooral aan de bovenkant van de inkomensverdeling en de akkerbouwbedrijven in de Veenkoloniën, melkveebedrijven en bedrijven met leghennen aan de onderkant van de inkomensverdeling.




Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page