Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Land- en tuinbouw
     
Land- en tuinbouw
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

 
 
 
  
  
   
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Land- en tuinbouw

Inkomen land- en tuinbouw flink gedaald na topjaar 2017
12/18/2018

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf voor de land- en tuinbouwbedrijven in 2018 wordt geraamd op 42.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dat is een daling van bijna 30.000 euro ten opzichte van 2017, dat historisch gezien een topjaar was; het inkomen komt ook lager uit dan het meerjaarsgemiddelde (2013-2017) van 51.000 euro. De daling doet zich voor in alle bedrijfstypen, alleen de boomkwekerijsector kan in 2018 rekenen op een inkomensstijging, dankzij een voortgezet herstel van de vraag naar en de prijs van boomkwekerijproducten. Binnen de land- en tuinbouw zijn er ieder jaar grote inkomensverschillen, zowel tussen als binnen de verschillende bedrijfstypen. Door de droge en warme zomer van 2018 zullen de inkomensverschillen tussen individuele ondernemers groter zijn dan normaal.

Varkenshouders worden geconfronteerd met fors lagere prijzen van biggen en vleesvarkens door een vraaguitval naar biggen en een groter aanbod van varkensvlees in de EU. Hierdoor belanden de inkomens op zeugenbedrijven in het rood. Melkveehouders zien hun inkomen dit jaar meer dan halveren door met name hogere kosten van veevoer als gevolg van de droogte en daarnaast lagere zuivelopbrengsten. Voor het oogstjaar 2018 wordt voor de akkerbouwers een inkomen geraamd gelijk aan vorig jaar. Als gevolg van de droogte en verschillen in de (on)mogelijkheden van beregenen zijn er grote regionale verschillen in gewasopbrengsten en inkomens tussen de bedrijven. In de glastuinbouw dalen zowel in de glasgroente- als de sierteelt de inkomens door een sterkere toename van de kosten, met name energie, dan de opbrengsten. Belangrijke uitzondering zijn de telers van komkommers, die door een herstel van de komkommerprijzen hun inkomen zien stijgen.


Veehouderij in mineur
Na een historisch goed 2017 daalt het gemiddelde inkomen van melkveehouders met 34.000 euro tot 30.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). De inkomensdaling wordt in overgrote mate veroorzaakt door hogere kosten van veevoer als gevolg van de droogte. Daarnaast daalden de zuivelopbrengsten met 1,5% door een 5,5% lagere melkprijs en een 3% hogere melkproductie per koe. Melkveebedrijven op de zandgronden zien hun inkomen sterker dalen door de droogte dan bedrijven in het veenweidegebied en op de kleigronden. De biologische melkprijs is in 2018 met 2% gedaald door een groter aanbod van melk. Door hogere voerprijzen als gevolg van de droogte en lagere zuivelopbrengsten daalt het inkomen van biologische melkveebedrijven met 25.000 euro tot gemiddeld 20.000 euro per onbetaalde aje.

Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven wordt fors lager geraamd ten opzichte van vorig jaar, op gemiddeld 40.000 euro per onbetaalde (aje). Deze daling wordt veroorzaakt door een lagere melkprijs en hogere strooisel- en voerkosten vanwege de droogte. Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverenbedrijven (blankvleeskalveren op contract) daalt naar verwachting in 2018 met 2.000 euro naar 41.000 euro per onbetaalde aje. De kosten nemen hierbij iets sterker toe dan de opbrengsten.

De varkenshouderij bevindt zich momenteel in het dal van de varkenscyclus na twee goede jaren. In 2018 daalt het inkomen in de varkenshouderij fors met 167.000 euro tot 29.000 euro negatief per onbetaalde aje (het laagste niveau sinds 2007) door flink lagere prijzen van biggen en vleesvarkens, hogere voerprijzen en gestegen mestafzetkosten. Binnen de sector zijn er ook dit jaar verschillen tussen zeugen- en vleesvarkensbedrijven. Door lagere prijzen voor biggen (-30%) daalt het inkomen op zeugenbedrijven zeer fors naar gemiddeld 86.000 euro negatief per onbetaalde aje. Vleesvarkenshouders betalen fors minder voor hun biggen, maar hebben last van lagere vleesvarkensprijzen (-12%) door het grotere aanbod in de EU, in combinatie met een moeizamere export naar China. Recent is een kanteling van de marktprijzen ingezet. Uiteindelijk daalt het inkomen voor vleesvarkenshouders met ongeveer 45.000 euro en komt uit op 26.000 euro per onbetaalde aje.

De inkomens van leghennen dalen gemiddeld met 37.000 euro naar 93.000 euro per onbetaalde aje. Dit is vooral het gevolg van lagere eierprijzen in het tweede halfjaar door herstel van de productie. Deze was ingezakt door de fipronilaffaire in 2017. Die zorgde ook voor grote inkomensverschillen. Dit jaar zijn ook de kosten gestegen door hogere voerprijzen en een gemiddeld groter aantal leghennen per bedrijf. Vleeskuikenhouders zien hun inkomen in 2018 stabiliseren op 112.000 euro per onbetaalde aje door gelijkmatige toename van opbrengsten en kosten. De opbrengsten nemen toe door 4% hogere vleeskuikenprijzen. De kosten per bedrijf stijgen door duurder voer, hogere energieprijzen en mestafzetkosten.




Grote regionale spreiding inkomens akkerbouw
Voor akkerbouwbedrijven wordt voor het oogstjaar 2018 een gemiddeld inkomen per onbetaalde aje geraamd van bijna 40.000 euro, gelijk aan vorig jaar. Door de droge zomer is de productie per ha van de meeste gewassen sterk gedaald, granen uitgezonderd. Deze lage productie zorgt op de vrije markt voor hoge prijzen van onder andere uien (+110%) en consumptieaardappelen (+50%). De prijs van suikerbieten (-20%) blijft achter ten opzichte van vorig jaar door toename van de wereldvoorraad suiker. De regionale verschillen en de verschillen tussen bedrijven zijn dit jaar groot. In het Zuidwestelijk kleigebied kon er veelal niet beregend worden, als gevolg van zilt oppervlakte- en grondwater, en zal er naar verwachting nauwelijks een positief inkomen worden gerealiseerd. In het Noordelijk en Centraal kleigebied zal het gemiddelde inkomen naar verwachting verbeteren ten opzichte van vorig jaar naar gemiddeld 80.000 euro per onbetaalde aje. Niet alleen als gevolg van de verschillen in de fysieke productie, maar ook door verschillen in het gebruik van contracten met vaste prijzen zullen de financiële opbrengsten tussen bedrijven sterk uiteenlopen. Als gevolg van de droogte en de daarmee gepaard gaande lage productie van zetmeelaardappelen en suikerbieten per ha in combinatie met een lage suikerprijs daalt het inkomen op de zetmeelaardappelbedrijven fors, namelijk naar 20.000 euro per onbetaalde aje. Dit is een derde van het inkomen dat in 2017 werd gerealiseerd.

Dalende inkomens tuinbouw
Op glastuinbouwbedrijven daalt het gemiddelde inkomen per onbetaalde aje zowel in de sierteelt als in de glasgroente door een sterkere stijging van de kosten dan van de opbrengsten. Desondanks blijft het inkomensniveau met gemiddeld circa 160.000 euro per onbetaalde aje op een voor de land- en tuinbouw hoog niveau. De opbrengsten op een gemiddeld glastuinbouwbedrijf stijgen door hogere productprijzen van sierteeltproducten en komkommers, hogere opbrengsten uit verkoop van energie en schaalvergroting. De kosten voor alle belangrijke productiefactoren nemen toe los van de groei in bedrijfsomvang, waarbij de grootste toename te zien is bij de energiekosten door fors hogere prijzen van aardgas en elektriciteit.
Op de boomkwekerijbedrijven is als enige sector een inkomenstoename dankzij een ingezet herstel van de vraag naar boomkwekerijproducten vanuit consument en overheid. Op de vollegrondsgroentebedrijven wordt daarentegen een lichte inkomensdaling verwacht als gevolg van lagere kg-opbrengsten door de droogte, die onvoldoende goedgemaakt worden door hogere prijzen. In de fruitteelt zijn juist de kg-opbrengsten hoog, maar de verwachte afzetprijzen laag als gevolg van een groot Europees aanbod. Daarom wordt in die sector een forse inkomensdaling verwacht, na een overigens historisch uitstekend 2017. In de bloembollenteelt dalen de inkomens als gevolg van lagere kg-opbrengsten en lagere opbrengstprijzen bij lelie; bij tulp is de prijsvorming juist goed.




Inkomen en rentabiliteit per bedrijfstype, 2001-2018
Opvallend voor 2018 is het lage inkomensniveau op de zeugenbedrijven, het laagste niveau van deze eeuw (zie onderstaande figuur). De slechtere resultaten in nagenoeg alle sectoren in de land- en tuinbouw zorgen ervoor dat de gemiddelde rentabiliteit voor de totale land- en tuinbouw daalt naar 96 euro opbrengsten per 100 euro kosten. In 2017 werd voor het eerst een gemiddelde rentabiliteit voor land- en tuinbouw totaal van boven de 100% gerealiseerd. In dat jaar ontving de agrarische ondernemer daarmee een meer dan marktconforme beloning voor de inzet van eigen arbeid en eigen vermogen. In 2018 zal daar over het geheel gesproken dus geen sprake van zijn. Bij de ontwikkeling van het inkomen speelt behalve de ontwikkeling van opbrengstprijzen ook de dynamiek in de sector een rol. Het berekende gemiddelde bedrijf verandert voortdurend, onder andere door stoppende bedrijven en de expansiedrift van bedrijven die verder willen groeien. De stoppers zijn over het algemeen bedrijven met wat lagere inkomens, hetzij doordat ze kleiner zijn en daardoor een lager inkomen behaalden, hetzij doordat de resultaten tegenvielen en ze daardoor min of meer gedwongen werden overgenomen.


Grote verschillen tussen bedrijven
Voor elk jaar geldt dat er grote inkomensverschillen zijn tussen bedrijven, zowel tussen als binnen bedrijfstypen. De hoogte van het inkomen van een bedrijf hangt onder andere samen met de financiële positie, de marktstrategie, de bedrijfsomvang, de bedrijfsopzet, het productenpakket en de prijsvorming van die producten. Uiteraard spelen bij al die punten ook vakmanschap en managementkwaliteiten van de ondernemers een rol. Dit jaar spelen de warme en droge zomer en de verschillende mogelijkheden om daarop te anticiperen een grote rol. Bij de schommeling van het inkomen over jaren speelt vooral de prijsvorming van de producten een grote rol en bij de open teelten de kg-opbrengsten.

Onderstaande figuur geeft zowel het gemiddelde inkomen per onbetaalde aje weer (de lijn) als de spreiding ervan (het vlak). Per jaar geldt dat 60% van de agrarische ondernemers een inkomen haalt dat in het groene vlak ligt, in 2018 dus tussen -10.000 en +70.000 euro. 20% Van de bedrijven scoort lager dan de ondergrens van het groene vlak (-10.500 euro) en een even grote groep scoort hoger dan de bovengrens van het vlak (70.000 euro per onbetaalde aje). Gezien de verschillen in resultaten tussen de bedrijfstypen liggen in 2018 de glastuinbouw- en pluimveebedrijven vooral aan de bovenkant van de inkomensverdeling en de varkens- en akkerbouwbedrijven in het Zuidwestelijk kleigebied en de Veenkoloniën aan de onderkant van de inkomensverdeling.



Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page