Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Pluimveehouderij
     
Pluimveehouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
  
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Leghennenhouderij

Gemiddelde inkomen daalt in 2018
12/18/2018

In 2018 is het gemiddelde inkomen voor leghennenhouders met bijna 30% gedaald. Dat is vooral het gevolg van de lagere eierprijzen in het tweede halfjaar. In het eerste kwartaal waren de eierprijzen nog erg hoog door het tekort aan eieren als gevolg van de fipronilaffaire in 2017.


Voor 2018 zijn de inkomens van leghennenbedrijven fors lager geraamd vooral door hogere kosten en iets lagere opbrengsten. Het inkomen uit bedrijf zal in 2018 met 37.000 euro dalen naar 93.000 euro per onbetaalde aje. Dat is nog wel tweemaal zo hoog als het langjarig gemiddelde van 2008-2017.
De eierprijzen waren vanaf augustus 2017 tot en met maart dit jaar fors hoger dan normaal door het ontstane eiertekort als gevolg van de fipronilaffaire. De eierprijzen bereikten daardoor eind vorig jaar recordniveaus. Een deel van de Nederlandse leghennenbedrijven is echter in het derde kwartaal van 2017 hard geraakt door blokkades en vervroegde afvoer van leghennen of ruien van leghennen. Veel stallen zijn lang geblokkeerd geweest waardoor de productie in het tweede halfjaar van 2017 flink lager was dan gewoonlijk. Niet getroffen bedrijven profiteerden van de hoge eierprijzen, tenzij ze gebonden waren aan vaste eierprijzen op contractbasis.

Sinds maart dit jaar zijn de eierprijzen flink gedaald door het herstel van de eierproductie na de fipronilaffaire en de seizoensmatige daling in de zomer. Normaal zijn de eierprijzen in de zomermaanden 10 tot 15% lager dan het jaargemiddelde door de zwakke vraag in de vakantieperiode. In september en oktober herstelden de eierprijzen zich enigszins. De eierverwerkende industrie wil meer eieren om te voldoen aan de toenemende vraag van hun afnemers.
Vergeleken met vorig jaar zijn de eierprijzen vooral in de tweede helft van het jaar fors lager.
Ook bedrijven met vaste eierprijzen behalen dit jaar een lager inkomen, vooral door de hogere voerkosten. Daar staat tegenover dat bedrijven met contracten, om eieren te leveren tegen een vaste prijs, in slechtere marktomstandigheden ook niet direct worden geraakt door een forse achteruitgang van de inkomens. De inkomensschommelingen zijn dus kleiner dankzij de vaste eierprijzen en ook de pakstations hebben baat bij een stabiele aanvoer van eieren tegen vastgestelde prijzen.

Inkomensverschillen kleiner dan vorig jaar
Tussen leghennenbedrijven zijn ieder jaar grote verschillen in inkomen per onbetaalde aje. In de afgelopen jaren was het verschil tussen de beste 20% (P20) en de slechtste 20% bedrijven (P80) ruim 150.000 euro per bedrijf. In 2017 waren de inkomensverschillen veel groter (bijna 3 ton euro verschil tussen P20 en P80) doordat bedrijven die door de fipronilaffaire zijn getroffen zeer grote economische schade hebben geleden. Voor 2018 worden kleinere inkomensverschillen verwacht omdat het inkomen van door fipronilaffaire getroffen bedrijven dit jaar zal normaliseren. Volgens raming is de range 20% bedrijven die een lager inkomen behalen dan 21.000 euro negatief tot +235.000 euro per onbetaalde aje voor de hoogste 20% bedrijven die vooral hebben geprofiteerd van hoge eierprijzen in het eerste kwartaal van 2018.
Er zijn in 2018 opnieuw grote verschillen in ontwikkeling tussen bedrijven met vrije marktprijzen en contractprijzen. De prijzen van kooieieren dalen in 2018 fors, maar ook de scharreleieren werden lager geprijsd vanaf het tweede kwartaal. Bedrijven die vorig jaar geen last hadden van de fipronilaffaire en eieren voor de vrije markt produceerden, hebben destijds geprofiteerd van de hoge eierprijzen in 2017. Maar in dit lopende verslagjaar incasseren de bedrijven met vrije marktprijzen een flinke inkomensdaling.
Die prijsschommelingen gelden minder voor bedrijven met contractprijzen die voor langere tijd (één of meer koppels) dezelfde eierprijzen ontvangen. Vooral bij biologische bedrijven en bedrijven met vrije uitloopeieren wordt met contracten gewerkt. Pas na nieuwe afspraken met pakstations hebben ze een inkomensverbetering kunnen realiseren. Echter in de loop van het jaar zijn de contractprijzen van nieuwe contracten lager vastgesteld onder andere door het grote aanbod van vrije uitloopeieren.



Referenties


Inkomen uit bedrijf - Vleeskuikenshouderij

Inkomen vleeskuikenbedrijven stabiel op hoog niveau
12/18/2018

In 2018 zal het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf nagenoeg gelijk blijven door hogere kosten en opbrengsten die elkaar in evenwicht houden.

In 2018 zal het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf nagenoeg gelijk blijven door hogere kosten en opbrengsten die elkaar in evenwicht houden.


De betaalde kosten per bedrijf nemen toe door duurder voer en hogere energieprijzen. Daarnaast zijn de mestafzetkosten hoger. De opbrengsten nemen toe door 4% hogere vleeskuikenprijzen. Het gemiddelde inkomen uit bedrijf wordt geraamd op 112.000 euro per onbetaalde aje. Hiermee komt het inkomen voor het vierde jaar op rij boven de 100.000 euro.

Naar schatting is bijna de helft van de Nederlandse bedrijven overgestapt op concepten met langzaam groeiende kuikens die meer ruimte nodig hebben. Het saldo per vierkante meter per jaar van langzaam groeiende kuikens moet concurreren met die van reguliere kuikens. De voerprijzen zijn 6% hoger dan voorgaand jaar door hogere prijzen van mengvoer en bijgevoerde tarwe. Tarwe is sterker in prijs gestegen dan mengvoer door de droogte in de zomermaanden.

De meeste bedrijfskosten zijn gestegen, behalve de financieringskosten. De afzetprijs van pluimveemest is in 2018 is aanzienlijk hoger geraamd dan vorig jaar. Pluimveemest heeft weinig last van concurrentie op de mestmarkt omdat de helft van productie naar andere landen gaat, vooral Duitsland en Frankrijk. De afzet naar Duitsland verloopt dit jaar moeizamer doordat de mestregels strenger zijn en het natte weer in het voorjaar. Ook de droogte in de zomermaanden belemmerde de afzet. Daardoor zijn de afzetprijzen voor pluimveemest hoger geworden. Daarnaast wordt circa 40% van de pluimveemest verwerkt door de BMC in Moerdijk.

Doordat de kosten en de opbrengsten ongeveer even hard stijgen, blijft het inkomen uit bedrijf in 2018 nagenoeg op het niveau van vorig jaar; 112.000 euro per onbetaalde aje. Dat is circa 70% meer dan het langjarig gemiddelde 2008-2017. In de periode 2011-2013 hebben vooral de hoge voerprijzen een drukkend effect gehad op de inkomens. Daarna is het inkomen duidelijk op een hoger niveau gekomen. Voerprijzen hebben veel invloed op de inkomens in de vleeskuikenhouderij want circa 60% van de betaalde kosten bestaat uit voerkosten.




Inkomensverschillen nemen toe 

Tussen vleeskuikenbedrijven zijn er grote verschillen in inkomen per onbetaalde aje. De inkomensrange tussen de 20% hoogste en 20% laagste bedrijven (zie groene vlak in de figuur) blijkt groter te zijn in jaren met relatief hoge inkomens.

 

In 2018 was het gemiddelde inkomen relatief hoog (112.000 euro per onbetaalde aje) waarbij 20% van de bedrijven een inkomen heeft van minder dan 30.000 euro per onbetaalde aje. Terwijl 20% van de bedrijven een inkomen realiseerde van meer dan 162.000 euro per onbetaalde aje. Dat inkomensverschil is vergelijkbaar met 2017, maar groter dan vijf tot tien jaar geleden. De schaalvergroting en de diversificatie van de productie zoals conceptkuikens, heeft in de afgelopen jaren bijgedragen aan het vergroten van de inkomensverschillen.

Tussen vleeskuikenbedrijven zijn er grote verschillen in inkomen per onbetaalde aje. De inkomensrange tussen de 20% hoogste en 20% laagste bedrijven (zie groene vlak in de figuur) blijkt groter te zijn in jaren met relatief hoge inkomens.

In 2018 was het gemiddelde inkomen relatief hoog (112.000 euro per onbetaalde aje) waarbij 20% van de bedrijven een inkomen heeft van minder dan 30.000 euro per onbetaalde aje. Terwijl 20% van de bedrijven een inkomen realiseerde van meer dan 162.000 euro per onbetaalde aje. Dat inkomensverschil is vergelijkbaar met 2017, maar groter dan vijf tot tien jaar geleden. De schaalvergroting en de diversificatie van de productie zoals conceptkuikens, heeft in de afgelopen jaren bijgedragen aan het vergroten van de inkomensverschillen.




Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page