Inkomen uit bedrijf - Leghennenhouderij
|
Fors hoger inkomen op leghennenbedrijven
|
15-12-2025
|
In 2025 is het gemiddelde inkomen voor leghennenhouders circa 70% gestegen naar 575.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). De opbrengsten uit de verkoop van eieren zijn met 21% toegenomen en de voerkosten zijn vrijwel gelijk gebleven.
|
Voor 2025 zijn de inkomens van leghennenbedrijven fors hoger geraamd, met name door de hogere opbrengsten van de eieren. De totale betaalde kosten en afschrijvingen zijn slechts licht gestegen (+2%). Het gemiddelde inkomen uit bedrijf zal in 2025 hierdoor met 235.000 euro toenemen naar 575.000 euro per onbetaalde aje: een historisch hoog niveau. In de jaren 2020 tot en met 2024 was het gemiddelde inkomen 167.000 euro per onbetaalde aje.
Inkomensverschillen opnieuw groot
De inkomensverschillen tussen leghennenbedrijven zijn ook in 2025 groot. In de afgelopen twee jaren was het verschil tussen de 20%-waarneming (P20) en de 80%-waarneming (P80) ongeveer 400.000 euro per bedrijf per onbetaalde aje (groene vlak in de figuur). Volgens de raming behaalt in 2025 20% van de bedrijven een lager inkomen dan circa 240.000 euro en 20% van de bedrijven een hoger inkomen dan 840.000 euro per onbetaalde aje. De inkomensrange tussen de 20% hoogste en 20% laagste bedrijven is daarmee in 2025 verder opgelopen, naar 600.000 euro.
|
Inkomen uit bedrijf - Vleeskuikenshouderij
|
Inkomen vleeskuikenbedrijven ruim 40% gestegen
|
15-12-2025
|
In 2025 wordt het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf geraamd op circa 460.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dit is een toename van 130.000 euro ten opzichte van het voorgaande jaar, doordat de totale opbrengsten op bedrijfsniveau met 8% zijn toegenomen, terwijl de betaalde kosten en afschrijvingen 1% gedaald zijn. Het geraamde inkomen in 2025 ligt zo’n 240.000 euro boven het meerjarig gemiddelde van 2020 tot en met 2024.
|
Een deel van de Nederlandse bedrijven is in de loop der jaren overgestapt op scharrelkuikens (Beter Leven keurmerk 1 ster) waarvoor extra eisen gelden, zoals meer leefruimte per dier. Hierbij gaat het om ongeveer de helft van de productie (uitgedrukt in aantal vleeskuikens) in 2025. De opbrengstprijzen van vleeskuikens zijn in 2025 met naar schatting 10% gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar.
De prijzen van voer en energie zijn in 2025 gedaald. De mengvoerprijzen in de vleeskuikensector zijn dit jaar ongeveer 2% gedaald. Ook de tarweprijzen zijn gedaald. Voerprijzen hebben veel invloed op de inkomens in de vleeskuikenhouderij, want ruim 60% van de betaalde kosten en afschrijvingen bestaat uit voerkosten. De mestafzetkosten zijn ook in 2025 nagenoeg weer nihil, net als in vorige jaren. Veel pluimveemest gaat naar het buitenland, vooral naar Duitsland en Frankrijk. Op veel vleeskuikenbedrijven brengt de verkoop van de mest zelfs geld op.
Inkomensverschillen nemen toe Tussen vleeskuikenbedrijven zijn grote verschillen in inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). De inkomensrange tussen de 20% hoogste en 20% laagste bedrijven (groene vlak in de figuur) blijkt groter te zijn in jaren met relatief hoge inkomens, zoals de laatste jaren het geval is.
In 2025 wordt voor 20% van de bedrijven een inkomen van minder dan 260.000 euro per onbetaalde aje geraamd. Voor de beste 20% van de bedrijven wordt een inkomen geraamd van meer dan 640.000 euro per onbetaalde aje. Door de diversificatie van de productie zoals scharrelkuikens met het Beter Leven keurmerk 1 ster, zijn de inkomensverschillen de afgelopen jaren steeds groter geworden. Het verschil tussen de bedrijven met de hoogste (P80%) en laagste inkomens (P20%) is daardoor in 2025 ongeveer 380.000 euro per onbetaalde aje.
|