Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Varkenshouderij
     
Varkenshouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
   
   
   
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Varkenshouderij

Inkomens varkensbedrijven sterk gestegen door hogere prijzen
12/16/2019


In 2019 is het gemiddelde inkomen uit bedrijf ruim 3 ton euro gestegen dankzij fors hogere prijzen van biggen (+37%) en vleesvarkens (+22%). Ook de aanwas nam toe doordat de dieren op de eindbalans veel meer waard zijn dan op de beginbalans. De voerkosten per bedrijf zijn iets gestegen door hogere prijzen en een toename van de bedrijfsomvang. Het geraamde inkomen uit bedrijf in 2019 komt door de gunstige prijsontwikkelingen uit op 257.000 euro per onbetaalde aje; een historisch hoog niveau. Het inkomen wordt bijna twee zo keer hoog geraamd als de voorlaatste piek in 2017.



Voor de varkenshouderij is het verslagjaar 2019 uitstekend verlopen, vooral vanaf het tweede kwartaal. Het gemiddelde inkomen uit bedrijf zal in 2019 van 9.000 euro stijgen naar 257.000 euro per onbetaalde aje. Dat is te danken aan veel hogere opbrengsten bij licht stijgende kosten, mede door meer dieren per bedrijf. Een kwart van de hogere opbrengsten is veroorzaakt door hogere aanwas omdat de prijzen van biggen en vleesvarkens op de eindbalans veel hoger zijn dan op de beginbalans. Daarbij is gerekend met een biggenprijs van 60 euro en vleesvarkensprijs van 1,77 euro per kg in december. Dit waren geraamde prijzen in de eerste helft van november; daarna zijn de prijzen fors doorgeschoten tot niveaus van circa 2 euro/kg en ruim 70 euro per big inclusief toeslagen. De verkoopopbrengsten zijn vooral sterk gestegen dankzij hogere opbrengstprijzen van vleesvarkens en biggen. Die prijsstijging was het gevolg van toegenomen vraag naar varkensvlees vanuit onder andere China. De Chinese productie van varkensvlees is sterk gekrompen door de uitbraken van Afrikaanse varkenspest, waardoor de import van varkensvlees fors is gestegen. Ook de EU-export naar andere Aziatische landen is toegenomen vanwege ruimingen door Afrikaanse varkenspest.

Hogere kosten vooral door grotere bedrijfsomvang
De totale bedrijfskosten zijn ook toegenomen in 2019, vooral als gevolg van de grotere bedrijfsomvang. Het gemiddelde prijspeil is gestegen, vooral van energie en gebouwen. De voerprijzen zijn iets hoger en vooral de kosten van mestafzet en vreemd vermogen zijn gedaald. De kosten van mestafzet dalen iets door lagere prijzen. Daar staat een iets groter afzetvolume tegenover door meer dieren per bedrijf. In het voorjaar waren de prijzen van mestafzet nog hoog, maar zijn daarna gedaald. De totale mestkosten dalen met 1.000 euro tot 60.000 euro per gemiddeld varkensbedrijf. Alles bij elkaar stijgen in 2019 de totale betaalde kosten 50.000 euro per bedrijf.

Historisch hoge inkomens
Het inkomen herstelt in 2019 sterk van het voorgaande slechte jaar 2018 en komt daardoor ruim boven het meerjarig gemiddelde van 2001-2018. Varkensbedrijven behaalden in 2016 en 2017 ook gunstige inkomens, maar die worden duidelijk overtroffen in het lopende verslagjaar 2019. In de afgelopen twee decennia waren 2005-2006, 2012-2013 en vooral 2016-2017 ook jaren met gunstige inkomens. Dat geeft aan dat de bekende varkenscyclus met pieken en dalen door schommelingen in vraag en aanbod nog steeds van toepassing is. In het verleden waren er zeker ook magere jaren waarin werd ingeteerd op het eigen vermogen en bedrijven hun productie moesten staken door slechte bedrijfsresultaten of gebrek aan opvolgers. Die grote schommelingen van de inkomens hangen samen met zowel de verhouding in vraag en aanbod (de varkenscyclus), als andere factoren zoals grenssluitingen door ziekte-uitbraken, voerprijsschommelingen en mestafzetkosten. In de afgelopen decennia was er echter niet eerder sprake van zo’n grote daling van de wereldwijde productie van varkensvlees als dit jaar in China door Afrikaanse varkenspest. Ondanks de opgebouwde buffers in voorgaande jaren is in 2018 een deel van de bedrijven (vooral zeugenbedrijven) in financiële problemen gekomen doordat de liquiditeitspositie krap was of zelfs negatief. Varkenshouders kunnen de huidige gunstige periode gebruiken om eventuele betalingsachterstanden van voorgaande jaren in te lopen, leningen versneld af te lossen, buffers op te bouwen voor slechtere tijden, nieuwe investeringen te doen voor verbetering van het milieu en welzijn, of voor uitbreiding. Daartegenover staat dat bedrijven in de concentratiegebieden zich kunnen aanmelden voor de Saneringsregeling, waarbij, als ze geselecteerd worden voor deelname, in de loop van 2020 het varkensbedrijf wordt afgebouwd. De productierechten van deze bedrijven worden door de overheid doorgehaald, waardoor in Nederland de productie van varkensvlees zal dalen. De bedrijven die vallen onder de oude ‘Stoppersregeling’ moeten uiterlijk 1 januari 2020 ook hun bedrijf hebben beëindigd. De rechten van deze bedrijven blijven echter in roulatie. 


Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. De biggenprijs wordt beïnvloed door de verwachte opbrengstwaarde voor de slachtvarkens, zodat prijsschommelingen van slachtvarkens deels worden afgewenteld op de biggenprijs. Dit resulteert erin dat het inkomen van zeugenhouders over de jaren sterker fluctueert dan dat van vleesvarkenshouders.

In 2019 realiseren alle groepen varkensbedrijven een forse toename van het inkomen. Bij de vleesvarkensbedrijven bedraagt de toename van het inkomen bijna 2 ton euro per onbetaalde aje. De kosten voor biggen zijn weliswaar ook gestegen, maar dat wordt ruim gecompenseerd door hogere geraamde opbrengsten van de vleesvarkens. Vleesvarkenshouders wentelen via de biggenprijs een belangrijk deel van hun rentabiliteitsschommelingen af op de biggenleveranciers. Een belangrijk deel van de inkomenstoename is te danken aan de hogere aanwas doordat de waarde van biggen en vleesvarkens op de eindbalans 2019 veel hoger is dan op de beginbalans. In 2018 was de aanwas negatief. De 37% prijsstijging van biggen zorgt ervoor dat een grote inkomensstijging wordt genoteerd bij de zeugenbedrijven. Die inkomens stijgen van 13.000 euro negatief naar 245.000 euro per onbetaalde aje in 2019. Ook de inkomens op gesloten varkensbedrijven gaan flink omhoog, waardoor die varkenshouders een inkomen behalen van gemiddeld 325.000 euro per onbetaalde aje. Hun inkomen ligt daarmee ruim boven het niveau van de zeugenbedrijven, vooral door de grotere bedrijfsomvang. Circa een kwart van die inkomenstoename is echter te danken aan de aanwas van dieren op de eindbalans. Die dieren worden pas in 2020 verkocht, maar worden wel gewaardeerd tegen de actuele hoge prijzen.

Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. In 2015 realiseren de vleesvarkensbedrijven nog een positief inkomen van 26.000 euro per onbetaalde aje doordat de kosten voor biggen bijna even sterk dalen als de opbrengsten van vleesvarkens. Vergeleken met voorgaand jaar worden de opbrengsten in 2015 ook niet gedrukt  door een negatieve aanwas. De 20% prijsdaling van biggen is echter ook de oorzaak van de forse inkomensdaling op zeugenbedrijven. Die inkomens dalen met 90.000 euro naar 74.000 euro negatief per onbetaalde aje in 2015. Ook de inkomens op gesloten varkensbedrijven dalen, waardoor die varkenshouders geconfronteerd worden met een negatief inkomen van gemiddeld 42.000 euro per onbetaalde aje. Hun inkomen ligt daarmee tussen die van de zeugenbedrijven en vleesvarkensbedrijven omdat ze wel het nadeel hebben van de 10% lagere vleesvarkensprijzen, maar niet het voordeel van de 20% gedaalde biggenprijzen.

 

Erratum: Begin mei 2016 bleek een foutieve waardering van de veestapel op varkensbedrijven per 31 december 2014 te zijn meegegeven. De resultaten van de groepen varkensbedrijven voor 2014 en de raming 2015 zijn daarom per 26 mei aangepast. Voor de varkensbedrijven betekent dat een gemiddelde negatieve aanpassing van ongeveer 10.000 euro per onbetaalde aje voor 2014 en een gemiddelde positieve aanpassing van ongeveer 10.000 euro per onbetaalde aje voor 2015.


Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page