Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Varkenshouderij
     
Varkenshouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
  
   
   
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Varkenshouderij

Inkomens varkensbedrijven sterk gedaald door lagere prijzen
12/17/2020


In 2020 is het gemiddelde inkomen uit bedrijf bijna 3 ton euro gedaald door lagere prijzen van biggen (gemiddelde prijs in 2020 12% lager dan in 2019) en vleesvarkens (-8% in 2020 ten opzichte van 2019). Het grootste deel van de daling werd veroorzaakt door de aanzienlijk lagere aanwas want de dieren op de eindbalans zijn veel minder waard dan op de beginbalans. De voerkosten per bedrijf zijn gestegen door een toename van de bedrijfsomvang. Het geraamde inkomen uit bedrijf in 2020 komt door de ongunstige prijsontwikkelingen uit op 12.000 euro negatief per onbetaalde aje. Dat is fors lager dan in voorgaand jaar en ligt ook onder het langjarig gemiddelde van 2001-2019. Het laatste jaar met een negatief inkomen was 2015.

In 2020 is het gemiddelde inkomen uit bedrijf bijna 3 ton euro gedaald door lagere prijzen van biggen (gemiddelde prijs in 2020 12% lager dan in 2019) en vleesvarkens (-8% in 2020 ten opzichte van 2019). Het grootste deel van de daling werd veroorzaakt door de aanzienlijk lagere aanwas want de dieren op de eindbalans zijn veel minder waard dan op de beginbalans. De voerkosten per bedrijf zijn gestegen door een toename van de bedrijfsomvang. Het geraamde inkomen uit bedrijf in 2020 komt door de ongunstige prijsontwikkelingen uit op 12.000 euro negatief per onbetaalde aje. Dat is fors lager dan in voorgaand jaar en ligt ook onder het langjarig gemiddelde van 2001-2019. Het laatste jaar met een negatief inkomen was 2015.



Voor de varkenshouderij is 2020 een jaar van extremen geweest. Het eerste kwartaal verliep bijzonder goed, maar de uitbraak van het coronavirus veranderde het marktbeeld drastisch. Het gemiddelde inkomen uit bedrijf zal in 2020 met bijna 300.000 euro dalen naar 12.000 euro negatief per onbetaalde aje. Dat is veroorzaakt door fors lagere opbrengsten en stijgende kosten door meer dieren per bedrijf. Het overgrote deel van de lagere opbrengsten is veroorzaakt door negatieve aanwas omdat de prijzen van biggen en vleesvarkens op de eindbalans veel lager zijn dan op de beginbalans. De verkoopopbrengsten zijn gedaald door lagere opbrengstprijzen van vleesvarkens en biggen.

Hogere kosten door grotere bedrijfsomvang
De totale bedrijfskosten zijn toegenomen in 2020 als gevolg van de grotere bedrijfsomvang. Het gemiddelde prijspeil is licht gedaald, vooral van energie en mestafzet. De voerprijzen zijn op jaarbasis iets gezakt, ondanks de stijging in de afgelopen maanden. De prijs van mestafzet zijn ook gedaald, maar de kosten nemen wel toe door een grotere productie van meer dieren per bedrijf. De totale mestkosten stijgen met 4.000 euro tot 69.000 euro per gemiddeld varkensbedrijf. Alles bij elkaar stijgen in 2020 de totale betaalde kosten met ruim 80.000 euro per bedrijf.

Forse daling van inkomens
Het inkomen valt sterk terug in 2020 na het voorgaande topjaar 2019 en komt daardoor onder het meerjarig gemiddelde van 2001-2019. Varkensbedrijven behaalden in 2014 en 2015 ook negatieve inkomens, maar daarop volgden een aantal jaren (2016, 2017 en 2019) met veel hogere inkomens. In die gunstige jaren is de liquiditeitspositie en solvabiliteit sterk verbeterd. In het verleden waren er ook magere jaren waarin werd ingeteerd op het eigen vermogen en bedrijven hun productie moesten staken door slechte bedrijfsresultaten of gebrek aan opvolgers. Die grote schommelingen van de inkomens hangen samen met zowel de verhouding in vraag en aanbod (de varkenscyclus), als andere factoren zoals grenssluitingen door ziekte-uitbraken, voerprijsschommelingen en mestafzetkosten. De varkenscyclus met pieken en dalen is nog steeds van toepassing, maar die cyclus wordt soms flink verstoord door uitbraken van ziekten en grenssluitingen zoals dit jaar ook duidelijk blijkt. In 2020 heeft de wereldwijde coronapandemie grote gevolgen voor de varkensmarkt en daarmee op de prijzen en inkomens van varkensbedrijven. In Duitsland heeft de vaststelling van Afrikaanse varkenspest (AVP) bij wilde zwijnen tot gevolg dat de export naar China is stilgelegd waardoor het varkensvlees op de EU-markt afgezet moet worden. De combinatie van AVP en corona heeft ertoe geleid dat de EU-varkensprijzen in het tweede halfjaar zwaar onder druk staan. De uitbraak van AVP in China in 2018 heeft tot nu toe grote invloed op de Chinese productie en wereldwijde prijzen van varkensvlees.

Ondanks de opgebouwde buffers in voorgaand jaar kunnen sommige bedrijven eind dit jaar in financiële problemen komen doordat de liquiditeitspositie krap of zelfs negatief wordt door de forse inkomensdaling in het tweede halfjaar. Varkenshouders konden in de afgelopen jaren eventuele betalingsachterstanden van voorgaande jaren inlopen, leningen versneld aflossen, buffers opbouwen voor slechtere tijden, nieuwe investeringen doen voor verbetering van het milieu en welzijn, of voor uitbreiding.


Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. De biggenprijs wordt beïnvloed door de verwachte opbrengstwaarde voor de slachtvarkens, zodat prijsschommelingen van slachtvarkens deels worden afgewenteld op de biggenprijs. Daardoor fluctueert het inkomen van zeugenhouders over de jaren sterker dan dat van vleesvarkenshouders. Dit verklaart ook waarom de bandbreedte (P20-P80) van de inkomens in 2020 kleiner is dan in 2019, omdat in 2019 vooral de zeugenhouders extreem hoge inkomens scoorden, terwijl dat in 2020 niet zo is.

In 2020 realiseren alle groepen varkensbedrijven een forse daling van het inkomen. Alleen de zeugenbedrijven behalen een positief inkomen van 46.000 euro per onbetaalde aje, maar dit daalde ook flink door lagere biggenprijzen (-12%). Die prijsdaling begon in april en zette door tot tegen het eind van het jaar. Die biggen op de eindbalans worden pas in 2021 verkocht, maar worden wel gewaardeerd tegen de actuele lage prijzen in december. Door de extreem lage waarde van de biggen op de eindbalans werd het berekende inkomen nog verder gedrukt.

De opbrengsten van vleesvarkensbedrijven dalen ook sterk. De prijzen van vleesvarkens daalden procentueel wel minder dan van de aangekochte biggen. Het inkomen is vooral gedaald doordat de waarde van de vleesvarkens op de eindbalans bijna is gehalveerd vergeleken met december vorig jaar. Het inkomen daalt met 270.000 euro naar 46.000 euro negatief per onbetaalde aje in 2020.

De inkomensdaling op de gesloten varkensbedrijven is het grootst, een daling van 403.000 euro vergeleken met voorgaand jaar. De groep bedrijven wordt geconfronteerd met een negatief inkomen van gemiddeld 33.000 euro per onbetaalde aje. Naast de prijsdaling van verkochte vleesvarkens, heeft deze groep bedrijven ook te kampen van de sterke waardedaling van de biggen en vleesvarkens op de eindbalans door lagere prijzen in december dan voorgaand jaar. Vooral door die verschillen in balanswaarden komen de inkomens in de rode cijfers.


Binnen de totale groep varkensbedrijven zijn grote inkomensverschillen te zien. De biggenprijs speelt in de varkenssector een belangrijke rol bij de verdeling van winst en verlies tussen de verschillende subtypen. In 2015 realiseren de vleesvarkensbedrijven nog een positief inkomen van 26.000 euro per onbetaalde aje doordat de kosten voor biggen bijna even sterk dalen als de opbrengsten van vleesvarkens. Vergeleken met voorgaand jaar worden de opbrengsten in 2015 ook niet gedrukt  door een negatieve aanwas. De 20% prijsdaling van biggen is echter ook de oorzaak van de forse inkomensdaling op zeugenbedrijven. Die inkomens dalen met 90.000 euro naar 74.000 euro negatief per onbetaalde aje in 2015. Ook de inkomens op gesloten varkensbedrijven dalen, waardoor die varkenshouders geconfronteerd worden met een negatief inkomen van gemiddeld 42.000 euro per onbetaalde aje. Hun inkomen ligt daarmee tussen die van de zeugenbedrijven en vleesvarkensbedrijven omdat ze wel het nadeel hebben van de 10% lagere vleesvarkensprijzen, maar niet het voordeel van de 20% gedaalde biggenprijzen.

 

Erratum: Begin mei 2016 bleek een foutieve waardering van de veestapel op varkensbedrijven per 31 december 2014 te zijn meegegeven. De resultaten van de groepen varkensbedrijven voor 2014 en de raming 2015 zijn daarom per 26 mei aangepast. Voor de varkensbedrijven betekent dat een gemiddelde negatieve aanpassing van ongeveer 10.000 euro per onbetaalde aje voor 2014 en een gemiddelde positieve aanpassing van ongeveer 10.000 euro per onbetaalde aje voor 2015.


Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page