Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Overige veehouderij
     
Overige veehouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
  
   
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Vleeskalverhouderij

Inkomen gedaald op bedrijven met blankvleeskalveren op contract
3/30/2022

Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverenbedrijven (blankvleeskalveren op contract) daalt naar verwachting in 2021 met ruim 8.000 euro naar 34.000 euro per onbetaalde arbeidskracht (arbeidsjaareenheid, afgekort aje). De gemiddelde kosten per bedrijf stijgen met ruim 18.000 euro omdat naast de energiekosten ook de vaste kosten van stallen en machines toenemen. Ook wordt er meer (overschot)mest afgezet dan in 2020, toen er meer leegstand was vanwege afzetproblemen van het vlees na de uitbraak van corona. De ontvangen contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf in 2021 blijft gelijk. De opbrengsten op een bedrijf met blankvleeskalveren op contract zijn met 2% gestegen, doordat er ook 2% meer kalveren werden gehouden.  


Contractvergoeding
De ontwikkeling van de contractvergoedingen is sterk bepalend voor de opbrengsten per kalverplaats, omdat vooral blankvleeskalveren meestal op contract worden gehouden. Dit betekent dat er in integratieverband intensief wordt samengewerkt met de kalverhouder. De kalverhouder ontvangt voor zijn geleverde arbeid en stallen een vergoeding. De integratie levert de kalveren en het voer. Kalverhouder en kalverspecialist werken samen aan het steeds verder optimaliseren van de technische resultaten. De gemiddelde contractvergoeding per dierplaats blijft in 2021 onveranderd 246 euro (exclusief btw en exclusief bedrijfstoeslag vanuit het GLB) ondanks de geringere leegstand. Er zijn wel grote verschillen tussen bedrijven, afhankelijk van de voorwaarden. Dit betreft zowel het niveau als de ontwikkeling tussen de jaren. Op sommige bedrijven is de vergoeding tientallen euro’s hoger of lager dan het gemiddelde. Een deel van de kalverhouders heeft door onderhandelen een relatief gunstige leegstandsvergoeding gekregen.

Resultaat
De gepresenteerde bedrijfsresultaten en inkomens van de gespecialiseerde vleeskalverbedrijven gelden alleen voor bedrijven met blankvleeskalveren op contract. Het inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidskracht (arbeidsjaareenheid, afgekort aje) op de vleeskalverenbedrijven daalt met ruim 8.000 euro naar een niveau van gemiddeld 34.000 euro per onbetaalde aje in 2021. De inkomensverschillen tussen bedrijven zijn groot, onder andere door verschillen in contractvergoeding per dierplaats, betaalde kosten, bedrijfsgrootte en arbeidsefficiëntie. 20% van de bedrijven behaalt naar verwachting een inkomen van meer dan 61.000 euro (per onbetaalde aje), terwijl een even grote groep een inkomen behaalt van minder dan 1.500 euro.


Referenties
Erratum tekst contractvergoeding 4 april 2022:
De gemiddelde contractvergoeding per dierplaats stijgt in 2021 naar verwachting met 6 euro naar 252 euro (oftewel circa 2,5%, exclusief btw en exclusief bedrijfstoeslag vanuit het GLB), door de kortere leegstand dan in 2020.
Dit moet zijn: De gemiddelde contractvergoeding per dierplaats blijft in 2021 onveranderd 246 euro (exclusief btw en exclusief bedrijfstoeslag vanuit het GLB) ondanks de geringere leegstand.

BINternet: Verlies- en winstrekening van vleeskalverenbedrijven
Harold van der Meulen, Bert Smit en Jakob Jager (2017). Effecten nieuw GLB op inkomens, kosten en administratieve lasten : gevolgen van aanpassing directe betalingen en invoering vergroeningseisen. Wageningen Economic Research. Rapport 2017-080.


Inkomen uit bedrijf - Geitenhouderij

Inkomen 2021 daalt op melkgeitenbedrijven door hogere (voer)kosten en krimp bedrijfsomvang
3/30/2022

Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2021 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 99.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dit is 35.000 euro lager dan in 2020 en vrijwel op het gemiddelde van de voorgaande 5 jaren (2016-2020). De halve procent hogere melkprijs is niet voldoende om de hogere kosten van voer, energie en gebouwen en machines te compenseren. Daarnaast daalt de gemiddelde bedrijfsomvang met 2% waardoor de melkopbrengsten dalen

Prijzen
De prijs van geitenmelk (waarvan circa 10% biologische melk) was in de periode 2014-2016 met 72,5 euro per 100 kg hoog, vooral door de gunstige afzetmogelijkheden. Vanaf 2016 zette de daling van de melkprijs in. In eerste instantie nog beperkt maar in 2017 en 2018 daalde de prijs per 100 kg met circa 4 euro per jaar naar 65 euro. Na een stijging in 2019 en 2020 met respectievelijk 4 euro en ruim 5 euro, stijgt deze in 2021 met 0,4 eurocent tot bijna 75 euro per 100 kg. De gangbare prijs stijgt iets meer en die van de biologische melk blijft naar verwachting stabiel. De vraag naar geitenmelk is goed, maar de schaarste van de afgelopen jaren is verminderd door de toenemende productie in Nederland en omringende landen door de hoge melkprijzen. De biologische geitenhouders, verenigd in de Organic Goat Milk Coöperatie, hebben na een ledenstop eind november 2020 besloten dat er weer nieuwe leden mogen worden toegelaten. In 2021 is het totaal aantal geiten (gangbaar + biologisch) wederom gestegen: plus 1,5%. Het aantal bedrijven met melkgeiten steeg in 2021 met bijna 4%. Verreweg het grootste deel van de geitenmelk in Nederland wordt verwerkt tot kaas. In het buitenland, met name in Duitsland, is er een toenemende interesse in Nederlandse geitenkaas. In Nederland daalt de zuivel- en kaasconsumptie al vele jaren. De geitenkaas was hier tot voor kort een uitzondering op. In 2018 begon ook hiervan de consumptie licht te dalen. Deze daling zet zich in 2019 en begin 2020 voort terwijl de consumptie van de niet-geitenkaas stijgt in voorjaar 2020. De Europese Commissie heeft aan Hollandse Geitenkaas in 2015 een Geografische Beschermde Aanduiding (BGA) toegekend. Naast geitenkaas, waar Duitsland veel belangstelling voor heeft, worden ook andere producten gemaakt. Verse producten zoals melk en kwark vinden voornamelijk een binnenlandse bestemming; veel hoogwaardig melkpoeder gaat als kindervoeding naar Azië. Uitgedrukt als percentage van de bestedingen aan voedsel en niet-alcoholische dranken is het aandeel van alle zuivel (inclusief eieren, oliën en vetten) gestegen van 14,3% in 2010 naar 14,8% in 2019.
De prijs van de geitenbrok stijgt de laatste jaren flink. In 2021 wordt een prijsstijging van ruim 13% geraamd. De prijsontwikkeling staat onder invloed van de wereldwijde markt van vraag en aanbod. De voerkosten nemen gemiddeld toe door prijsstijgingen van met name de geitenbrok. De voerkosten maken 43% uit van de totale kosten, dus een prijsverandering kan flink aantikken in het resultaat. Het aandeel krachtvoerkosten binnen het aangekochte voer was in 2020 72%. Ruwvoer (waaronder een groot deel stro) heeft een aandeel van 15% in de totale voerkosten.
 
Diversiteit
De diversiteit binnen de sector is groot. Er zijn bedrijven zonder grond die alle ruwvoer moeten aankopen. Ook zijn er geitenbedrijven die hun geiten voor langere tijd doormelken zonder ze te laten aflammeren (duurmelkers). Bij de bedrijven zonder grond kunnen de voerkosten oplopen tot 400 euro of meer per geit. Bij bedrijven met grond zijn de bijkomende voerkosten vaak lager dan 250 euro per geit. Daarentegen zijn er soms bedrijven die al het ruwvoer moeten aankopen maar toch gemiddelde voerkosten hebben. Ook zijn er bedrijven die veel grond hebben maar toch veel voerkosten hebben. Biologische bedrijven hebben met duurder voer te maken. De voerkosten zijn gemiddeld 50% hoger dan bij hun gangbare collega’s.

Er zijn relatief veel verwerkers van geitenmelk, zowel coöperatieve als particuliere, zodat er verschillen zijn in de te ontvangen voorschotmelkprijs. Die verschillen liepen tussen 2013 en 2018 op van 2% naar bijna 6%. Hierbij zijn de melkprijzen omgerekend naar standaard vet- en eiwitgehalten bij levering van 8 ton melk. Ook zijn er binnen de sector relatief veel biologische bedrijven (circa 20%). Deze biologische bedrijven hebben bijna de helft minder geiten dan hun gangbare collega’s en halen een deel van hun inkomen uit verbredingsactiviteiten. Omdat de biologische melkproductie per geit lager is, is in melk omgerekend het aandeel biologisch circa 10%. De steekproefpopulatie omvat een evenredig deel biologische bedrijven.

Duurzaamheid 
De melkgeitensector beschikt over 2 instrumenten om een veilige en zo duurzaam mogelijke productie van geitenzuivel te verzekeren (Ketenkwaliteitszorgsysteem KwaliGeit) dan wel te stimuleren (Uitvoeringsagenda Duurzame Geiten Zuivel Keten).
Daarnaast is de sector in 2021 begonnen met de uitvoering van het implementatieplan “Versnellen verduurzaming van de melkgeitenhouderij”. Hierin zijn voor 8 duurzaamheidsthema’s onderzoeksprogramma’s opgesteld die de sector kan ondersteunen om in de komende jaren deze duurzaamheidsthema’s een praktische vertaling te maken naar de dagelijkse praktijk.
Deze extra aandacht heeft onder andere geresulteerd in lagere sterfte onder de bokjes. Ook probeert men duurmelken te stimuleren omdat dit positieve effecten heeft op de diergezondheid omdat er minder geboorte risico’s zijn bij het aflammeren en als bijkomstig voordeel er minder lammeren antibiotica nodig hebben. De sector gaat het komend jaar ook het antibioticagebruik volledig registreren.

Resultaat
Door hogere kosten voor voer, energie en diverse vaste kosten en de krimp van de bedrijfsomvang daalt het inkomen uit bedrijf met gemiddeld 35.000 euro per onbetaalde aje in 2021 naar een niveau van 99.000 euro. De gemiddelde bedrijfsomvang nam voor het eerst af. In 2021 wordt verwacht dat het gemiddelde gespecialiseerde melkgeitenbedrijf in het Bedrijveninformatienet 1.040 melkgeiten telt. Dit is een daling van 2% in vergelijking met het voorgaande jaar. Tussen 2012 en 2020 was er gemiddeld een stijging van het aantal melkgeiten van bijna 7,5% per jaar.

Door de krimp van de bedrijfsomvang in melkgeiten en de iets lagere melkgift wordt er een daling van de opbrengsten geraamd van 22.000 euro per bedrijf die voor 86% wordt veroorzaakt door de lagere melkopbrengsten. De betaalde kosten en afschrijvingen lopen met gemiddeld 38.000 euro per bedrijf fors op. Dit wordt voor driekwart veroorzaakt door hogere voerkosten. Ook de kosten voor strooisel nemen met 4.500 euro toe naar een niveau van 45.000 euro. Deze hebben nog een relatief groot aandeel van bijna 10% in de directe kosten. Door de gestegen prijzen van materiële activa, waaronder gebouwen, werktuigen en installaties, nemen de kosten hiervan met 2% toe. De mestafzetkosten en rentekosten daalden samen met 3.000 euro.






Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page