Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Sectors > Overige veehouderij
     
Overige veehouderij
Select a theme
Algemeen

Economie

Maatschappij

Milieu

  
  
   
Select an indicator
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Deze informatie voor andere sectoren
  • Akkerbouw
  • Bloembollenteelt
  • Boomkwekerij
  • Fruitteelt
  • Geitenhouderij
  • Glasgroententeelt
  • Glastuinbouw
  • Land- en tuinbouw
  • Leghennenhouderij
  • Melkveehouderij
  • Vollegrondsgroenteteelt
  • Opengrondstuinbouw
  • Pot- en perkplantenteelt
  • Snijbloementeelt
  • Varkenshouderij
  • Vleeskalverhouderij
  • Vleeskuikenshouderij
  • Zetmeelbedrijven

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >

Inkomen uit bedrijf - Vleeskalverhouderij

Inkomensdaling op bedrijven met blankvleeskalveren op contract
12/17/2020

Het inkomen uit bedrijf op de vleeskalverenbedrijven (blankvleeskalveren op contract) daalt naar verwachting in 2020 met 5.000 (circa 10%) naar 41.000 euro per onbetaalde arbeidskracht (arbeidsjaareenheid, afgekort aje) door een circa 4 weken langere leegstand en de hieraan gekoppelde lagere vergoeding (-10.000 euro). De kosten dalen licht omdat door de langere leegstand minder mest hoeft te worden afgezet (kostenbesparing circa 2.500 euro), en ook de energie- en rentekosten iets lager zijn. De ontvangen contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf neemt in 2020 5% af door de langere leegstand en door de iets lagere contractprijzen voor kalverhouders die nieuwe contracten moesten afsluiten. Een groot deel van de buitenlandse vraag viel in eerste instantie weg, wat ook terug is te zien in de sterke daling van het aantal slachtingen in april 2020 van bijna 30%. Tot en met augustus daalt het aantal slachtingen uiteindelijk met 6%. De import van nuchtere kalveren was aan het begin van de coronaperiode in sommige weken de helft lager dan in 2019. Uiteindelijk is de import van kalveren tot en met begin november 12% lager uitgevallen.


Contractvergoeding
De ontwikkeling van de contractvergoedingen is sterk bepalend voor de opbrengsten per kalverplaats, omdat vooral blankvleeskalveren meestal op contract worden gehouden. Dit betekent dat er in integratieverband intensief wordt samengewerkt met de kalverhouder. De kalverhouder ontvangt voor zijn geleverde arbeid en stallen een vergoeding. De integratie levert de kalveren en, het voer. Kalverhouder en kalverspecialist werken samen aan het steeds verder optimaliseren van de technische resultaten. De gemiddelde contractvergoeding per dierplaats daalt in 2020 naar verwachting met 12 euro naar 228 euro (oftewel circa -5%, exclusief btw en exclusief bedrijfstoeslag), door de 4 weken langere leegstand dan in 2019. Er zijn wel grote verschillen tussen bedrijven, afhankelijk van de voorwaarden. Dit betreft zowel het niveau als de ontwikkeling tussen de jaren. Op sommige bedrijven is de vergoeding tientallen euro’s hoger of lager dan het gemiddelde. Een deel van de kalverhouders heeft door onderhandelen een relatief gunstige leegstandsvergoeding gekregen.

Resultaat
De gepresenteerde bedrijfsresultaten en inkomens van de gespecialiseerde vleeskalverbedrijven gelden alleen voor bedrijven met blankvleeskalveren op contract. Het inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidskracht (arbeidsjaareenheid, afgekort aje) op de vleeskalverenbedrijven neemt met 5.000 euro af tot 41.000 euro per onbetaalde aje in 2020. De inkomensverschillen tussen bedrijven zijn groot, onder andere door verschillen in contractvergoeding per dierplaats, betaalde kosten, bedrijfsgrootte en arbeidsefficiëntie. 20% van de bedrijven behaalt naar verwachting een inkomen van meer dan 63.000 euro. Terwijl een even grote groep een inkomen behalen van minder dan 8.000 euro.


Referenties
BINternet: Verlies- en winstrekening van vleeskalverenbedrijven
Harold van der Meulen, Bert Smit en Jakob Jager (2017). Effecten nieuw GLB op inkomens, kosten en administratieve lasten : gevolgen van aanpassing directe betalingen en invoering vergroeningseisen. Wageningen Economic Research. Rapport 2017-080.


Inkomen uit bedrijf - Geitenhouderij

Inkomen stijgt op melkgeitenbedrijven door hogere melkprijs
12/17/2020

Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2020 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 134.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje), zo’n 29.000 euro hoger dan in 2019. Dit ligt 30.000 euro boven het gemiddelde van de voorgaande 5 jaren (2015-2019). Dit is het resultaat van een 6% hogere melkprijs die ruimschoots voldoende is om de hogere voerkosten en toename van diverse vaste en algemene kosten te compenseren.

Prijzen
De prijs van geitenmelk (waarvan circa 10% biologische melk) was in de periode 2014-2016 met 72,5 euro per 100 kg hoog, vooral door de gunstige afzetmogelijkheden. Vanaf 2016 zette de daling van de melkprijs in. In eerste instantie nog beperkt maar in 2017 en 2018 daalde de prijs per 100 kg met circa 4 euro per jaar naar 65 euro. Na een stijging in 2019 met 4 euro is de verwachting dat deze in 2020 verder stijgt met 4 euro naar een niveau van bijna 73 euro per 100 kg (+6%). De gangbare prijs stijgt iets meer en die van de biologische melk iets minder. De vraag naar geitenmelk is goed, maar de schaarste van de afgelopen jaren is verminderd door de toenemende productie in Nederland en omringende landen door de hoge melkprijzen. De biologische geitenhouders, verenigd in de Organic Goat Milk Coöperatie, hebben na een ledenstop eind november 2020 besloten dat er weer nieuwe leden mogen worden toegelaten. In 2020 is het totaal aantal geiten (gangbaar + biologische) met 1,5% gestegen. Verreweg het grootste deel van de geitenmelk in Nederland wordt verwerkt tot kaas. In het buitenland, met name in Duitsland, is er een toenemende interesse in Nederlandse geitenkaas. In Nederland daalt de zuivel en kaas consumptie al vele jaren. De geitenkaas was hierop tot voor kort een uitzondering op. In 2018 begon ook hiervan de consumptie licht te dalen. Dit zet zich in 2019 en begin 2020 voort terwijl de consumptie van de niet geitenkaas stijgt in voorjaar 2020. De Europese Commissie heeft aan Hollandse Geitenkaas in 2015 een Geografische Beschermde Aanduiding (BGA) toegekend. Naast geitenkaas, waar Duitsland veel belangstelling voor heeft, worden ook andere producten gemaakt. Verse producten zoals melk en kwark, vinden voornamelijk een binnenlandse bestemming; veel hoogwaardig melkpoeder gaat als kindervoeding naar Azië.

De prijs van de geitenbrok stijgt de laatste jaren flink. In 2020 wordt een prijsstijging van ruim 3% verwacht. De prijsontwikkeling staat onder invloed van de wereldwijde markt van vraag en aanbod. De voerkosten nemen gemiddeld toe door prijsstijgingen van met name de geitenbrok, De voerkosten maken 42% uit van de totale kosten, dus een prijsverandering kan flink aantikken in het resultaat. Het aandeel krachtvoerkosten binnen het aangekochte voer was in 2019 74%. Ruwvoer (waaronder een groot deel stro) heeft een aandeel van 13% in de totale voerkosten. 

Diversiteit
De diversiteit binnen de sector is groot. Er zijn bedrijven zonder grond die alle ruwvoer moeten aankopen. Ook zijn er geitenbedrijven die hun geiten voor langere tijd doormelken zonder ze te laten aflammeren (duurmelkers). Bij de bedrijven zonder grond kunnen de voerkosten oplopen tot 400 euro of meer per geit. Bij bedrijven met grond zijn de bijkomende voerkosten vaak lager dan 250 euro per geit. Daarentegen zijn er soms bedrijven die al het ruwvoer moeten aankopen maar toch gemiddelde voerkosten hebben. Ook zijn er bedrijven die veel grond hebben maar toch veel voerkosten hebben. Biologische bedrijven hebben met duurder voer te maken. De voerkosten zijn gemiddeld 50% hoger dan bij hun gangbare collega’s.

Er zijn relatief veel verwerkers van geitenmelk, zowel coöperatieve als particuliere, zodat er verschillen zijn in de te ontvangen voorschotmelkprijs. Die verschillen liepen tussen 2013 en 2018 op van 2% naar bijna 6%. Hierbij zijn de melkprijzen omgerekend naar standaard vet en eiwitgehalten bij levering van 8 ton melk. Ook zijn er binnen de sector relatief veel biologische bedrijven (circa 20%). Deze biologische bedrijven hebben bijna de helft minder geiten dan hun gangbare collega’s en halen een deel van hun inkomen uit verbredingsactiviteiten. Omdat de biologische melkproductie per geit lager is, is in melk omgerekend het aandeel biologisch circa 10%. De steekproefpopulatie omvat een evenredig deel biologische bedrijven. 

Duurzaamheid 
De melkgeitensector beschikt over 2 instrumenten om een veilige en zo duurzaam mogelijke productie van geitenzuivel te verzekeren (Ketenkwaliteitszorgsysteem KwaliGeit) dan wel te stimuleren (Uitvoeringsagenda Duurzame Geiten Zuivel Keten). Dit heeft onder andere geresulteerd in lagere sterfte onder de bokjes. Ook probeert men duurmelken te stimuleren omdat dit positieve effecten heeft op de diergezondheid omdat er minder geboorte risico’s zijn bij het aflammeren en er minder lammeren antibiotica nodig hebben. Het streven is om minder dan 30% van de geiten jaarlijks te laten lammeren. De sector gaat het komend jaar ook het antibiotica gebruik volledig registreren.

Resultaat
De hogere kosten voor voer, diverse vaste en algemene kosten worden ruimschoots gecompenseerd door de hogere melkprijs (+6%). Hierdoor stijgt het inkomen uit bedrijf naar gemiddeld 134.000 euro per onbetaalde aje in 2020. De gemiddelde bedrijfsomvang neemt steeds verder toe. In 2020 wordt verwacht dat het gemiddelde gespecialiseerde melkgeitenbedrijf in het Bedrijveninformatienet 1.050 melkgeiten telt. Dit is een stijging in zeven jaar tijd van 33%.

Door schaalvergroting en de hogere melkprijs wordt er een stijging van de opbrengsten geraamd van 91.000 euro per bedrijf welke voor 86% wordt veroorzaakt door de hogere melkprijs. Daarnaast neemt de omzet en aanwas toe met 13.000 euro. De betaalde kosten en afschrijvingen lopen met gemiddeld 38.000 euro per bedrijf fors op. Dit wordt voor meer dan de helft veroorzaakt door hogere voerkosten. De kosten voor strooisel nemen daarentegen licht af. Deze hebben nog een relatief groot aandeel van 8% in de directe kosten. Door de schaalvergroting nemen ook de kosten van materiële activa toe waaronder gebouwen, werktuigen en installaties. Zij zijn verantwoordelijk voor 18% van de stijging van de kosten. 






Referenties



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief


Top of page