Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Macro-economie
     
Macro-economie
Kies een indicator
Landbouw in de EU - Land- en tuinbouw

Inkomen per arbeidskracht stijgt in EU-27 met gemiddeld 9,2%
22-12-2025

Het reƫle factorinkomen per arbeidskracht, oftewel de arbeidsproductiviteit, is in de Nederlandse landbouw in 2025 met -2,3% gedaald. In nog 8 andere EU-landen waren er ook lagere niveaus. De sterkste dalingen werden geregistreerd in Kroatiƫ (-14,9%) en Portugal (-10,7%). De arbeidsproductiviteit in de landbouw is in 2025 in 19 EU-landen gestegen. Van de grotere EU-landen vertoonden Duitsland (+4,2%), Spanje (+7,2%), Italiƫ (+7,8%), Frankrijk (+8,5%) en Polen (+33,4%) allemaal een forse toename van de arbeidsproductiviteit. Gemiddeld genomen nam het factorinkomen in de 27 lidstaten van de EU in 2024 met 9,2% toe.


Het factorinkomen (netto toegevoegde waarde + subsidies - belastingen) per arbeidskracht, gecorrigeerd voor inflatie, wordt door Eurostat gehanteerd om de inkomensontwikkeling in de EU-lidstaten met elkaar te vergelijken. Deze zogenoemde indicator A steeg in 19 van de 27 lidstaten in 2025. Dit jaar nam de indicator in alle grote lidstaten (Duitsland, Frankrijk, ItaliĆ«, Spanje en Polen) toe. De totale waarde in euro’s van het factorinkomen van de 5 grote landen bedroeg in 2024 nog zo’n 67,5% van het totale factorinkomen van EU-27. Deze vijf grote landen zijn in 2025 samen goed voor zo’n 69% van het totale factorinkomen in de EU-27 en daarmee heel bepalend voor de ontwikkeling van het factorinkomen van EU-27. Door de toename van het factorinkomen in Spanje en ItaliĆ« is het aandeel van deze twee landen in het totale factorinkomen van EU-27 gelijk gebleven op 35%, terwijl het gezamenlijke aandeel van Frankrijk, Duitsland en Polen steeg tot 34%. Dit is vooral veroorzaakt door de sterke stijging van het factorinkomen in Polen (+38,2%). De sterkste stijging van de indicator A vond plaats in Luxemburg (+40,1%), gevolgd door Polen (+33,4%), Estland (+30,9%) en RoemeniĆ« (+28,7%). Naast Nederland, daalde het reĆ«le factorinkomen per arbeidskracht ook in BelgiĆ« (-3,8%) en in de overige zes lidstaten daalde de indicator, variĆ«rend van -4,7% in Cyprus tot -14,9% in KroatiĆ«.

Plantaardige producten
In de gehele EU en in 20 lidstaten van de EU namen de gemiddelde opbrengstprijzen voor plantaardige producten af. Met name voor granen werden in 17 lidstaten lagere prijzen gerealiseerd. Voor groenten waren er in de vijf belangrijkste groenteproducerende lidstaten lagere prijzen, met uitzondering van Spanje (+8%) en Polen (+23%). Voor fruit waren er in Spanje, met een aandeel van meer dan 30% in de EU, ruim 20% hogere gemiddelde prijzen. Dit werd vooral veroorzaakt door fors hogere prijzen voor olijven (+29,5%) als gevolg van lage oogsten van tafelolijven in heel Europa en citrusfruit (+24%). In Portugal, Italiƫ en Griekenland waren de prijzen voor olijven juist sterk afgenomen, met respectievelijk -4,8%, -8% en -20,7%. Voor olijfolie werden in 2025 in alle zuidelijke lidstaten fors lagere prijzen gerealiseerd. In Spanje daalde de prijs, onder invloed van een zich bijna verdubbelde oogst, zelfs met 50%. Een ander belangrijk product in de zuidelijke lidstaten is wijn. Hiervan nam de productie in 2025 in Italiƫ en Frankrijk met respectievelijk 2,5% en 9,3% toe, maar waren er wel nagenoeg gelijkblijvende prijzen in Italiƫ en lagere prijzen in Frankrijk (-4,2%). De prijs voor wijn in Spanje steeg met +4,2%.

Dierlijke producten
Voor de totale dierlijke productie is de prijsontwikkeling in de EU een stuk eenduidiger. In 26 lidstaten zijn de gemiddelde opbrengstprijzen voor dierlijke producten gestegen. Voor rundvlees vertoonden bijna alle lidstaten voor het tweede opeenvolgende jaar een prijsstijging, terwijl de gemiddelde prijsontwikkeling voor varkensvlees, met uitzondering van Spanje, in de meeste lidstaten juist een sterke daling vertoonde. De productiewaarde van pluimvee nam, zowel door een hoger volume als door een hogere prijs, in vrijwel alle lidstaten sterk toe. Ook voor eieren worden in de meeste lidstaten hogere volumes en fors hogere prijzen geraamd. De melkprijsontwikkeling vertoonde ook een eenduidig beeld in de EU. Van de belangrijke melkproducerende landen namen de prijzen in Nederland, Duitsland en ItaliĆ« met zo’n 10% toe, terwijl er in Polen een lichte daling van -2% was. Ook het geproduceerde melkvolume komt in 2025 in de meeste lidstaten hoger uit. Gemiddeld voor de hele EU-27 zijn de totale input volumes licht gestegen (+1,3%) terwijl de gemiddelde prijs nagenoeg onveranderd bleef. Van de grotere landen is de prijsdaling van de kosten in Duitsland opvallend. Zaaizaad en pootgoed, energie, kunstmest, gewasbescherming en veevoer werden allemaal goedkoper in Duitsland. Energie werd in vrijwel alle lidstaten, met uitzondering van BelgiĆ«, Denemarken, Luxemburg en Nederland, goedkoper. Ook veevoer werd gemiddeld genomen goedkoper, terwijl kunstmest, onderhoud gebouwen en machines en overige kosten in de meeste lidstaten juist duurder werden.

Ontwikkeling in omringende landen
De meeste landen om ons heen (BelgiĆ«, Denemarken, Duitsland en Frankrijk) laten dit jaar een afwijkende ontwikkeling van het reĆ«le factorinkomen per arbeidskracht zien vergeleken met Nederland, met uitzondering van BelgiĆ«. BelgiĆ« kwam ook op een daling uit (-3,8%), terwijl in Duitsland, Frankrijk en Denemarken het reĆ«le factorinkomen per arbeidskracht met respectievelijk +4,2%,+8,5% en +15,7% steeg. In alle omringende landen waren er, net als in Nederland, gemiddeld hogere volumes en lagere gemiddelde prijzen voor plantaardige producten. Met name de prijzen voor graan en aardappelen kwamen fors lager uit. In Frankrijk en Duitsland speelden ook de lagere prijzen voor wijn nog een belangrijke rol. Voor de dierlijke producten werden, net als in Nederland, in alle omringende landen nagenoeg gelijkblijvende volumes en gemiddelde fors hogere prijzen geraamd. Met name voor melk worden fors hogere prijzen geraamd terwijl de prijsontwikkeling bij varkens in alle omringende landen sterk negatief is. De gemiddelde prijsontwikkeling van de kosten nam in Nederland met zo’n +2,5% toe bij een nagenoeg gelijkblijvend volume. In Frankrijk daalde het volume van de kosten licht, terwijl de gemiddelde prijs nagenoeg gelijk bleef. Energie en kunstmest werden in Duitsland en Frankrijk goedkoper en in BelgiĆ« en Nederland juist duurder. In alle omringende landen werd aangekocht veevoer, een belangrijke kostenpost, net als in Nederland goedkoper. De sterke toename van het reĆ«le factorinkomen per arbeidskracht wordt in Denemarken veroorzaakt doorat de waarde van de opbrengsten (+5,5%) sterker stijgt dan die van de kosten (+1%). In Denemarken neemt de melkprijs sterker toe dan in Nederland. De varkensprijs blijft in Denemarken nagenoeg gelijk, terwijl die in Nederland juist fors lager wordt geraamd. In Duitsland en Frankrijk stijgt de opbrengstwaarde terwijl de kosten dalen. In BelgiĆ« doet zich de dezelfde ontwikkeling voor als in Nederland. Het volume van de output stijgt terwijl het volume van de input daalt. Bij prijzen is het omgekeerde het geval, daar dalen de gemiddelde outputprijzen terwijl de gemiddelde inputprijzen stijgen.

Ontwikkeling in grotere EU-lidstaten
In alle grotere EU-lidstaten werd het factorinkomen per arbeidskracht hoger geraamd, met name in Polen, waar een zeer sterke toename werd genoteerd. De opbrengsten stijgen daar met15% onder invloed van een bijna 10% hogere gemiddelde prijs en een 4,5% hoger volume. De kosten daarentegen stijgen met slechts 2%. Opvallend is dat de gemiddelde prijs van de kosten met bijna 5% daalt. Alleen in Duitsland is er een vergelijkbare daling (-4%). Doordat de totale opbrengsten veel sterker stijgen dan de kosten, stijgt het factorinkomen in Polen fors. Vooral de prijzen van groenten (+23,2%) en fruit (+27,7%) namen sterk toe. Ook in Spanje en Italiƫ, zij het in mindere mate, is er een sterkere toename van de opbrengsten dan van de kosten. In Spanje valt de sterke toename van de productiviteit op. Het volume van de output stijgt veel sterker dan het volume van de kosten. In Italiƫ en Frankrijk is het juist de ontwikkeling van de gemiddelde outputprijzen die sterker zijn gestegen dan de gemiddelde inputprijzen wat bijdraagt aan de positieve ontwikkeling van het factorinkomen.

Ontwikkeling in Zuid-Europa
Het beeld in de Zuid-Europese landen (Frankrijk, Italiƫ, Spanje, Portugal en Griekenland) is verdeeld. Frankrijk, Spanje en Italiƫ ramen een sterke stijging van het reƫle factorinkomen per arbeidskracht, met respectievelijk +8,5%, +7,2% en +7,8%. In Griekenland (-8,8%) en Portugal (-10,7%) daalde het reƫle factorinkomen per arbeidskracht. Voor de Zuid-Europese landen zijn de volume- en prijsontwikkeling van wijn, olijfolie en fruit van groot belang. Na de sterke toename van de prijs voor olijfolie in 2024, daalt de prijs in Spanje (-49,7%) en Griekenland (-43,5%) in 2025 zeer sterk. De productie van olijfolie steeg in Spanje nog wel heel sterk met bijna 82%, maar dit was niet voldoende om de prijsdaling te compenseren. Voor wijn worden in Italiƫ (+2,5%) en Frankrijk (+9,3%) nog hogere producties geraamd, terwijl in Portugal en Spanje de productie met respectievelijk -20% en -7% daalde. Ook de prijzen voor wijn komen in vrijwel alle wijnproducerende landen, met uitzondering van Spanje (+4,2%), lager uit. Voor fruit werden in alle Zuid-Europese landen hogere prijzen geraamd, variƫrend van +0,5% in Frankrijk tot +21,4% in Spanje.

Ontwikkeling in Nederland
Nederland kent, met de in productiewaarde gemeten grote omvang van de glastuinbouwsector (groenten, planten en bloemen), een uitzonderingspositie in Europa. Veel glastuinders hebben de teeltplannen aangepast met meer (led)belichting en zijn weer meer teruggegaan naar de oude teeltprogramma’s, met belichte teelt in de wintermaanden, van voor de extreem hoge energieprijzen. Hierdoor is het productievolume van de totale glastuinbouw licht gestegen (+2,3%) ten opzichte van vorig jaar. De productiewaarde van groenten is onder invloed van een fors hogere productie (+9,7%) en lagere prijzen (-5,9%) gestegen. Bij bloemen en planten droegen de prijzen (+3,6%) juist sterk bij aan de toename van de productiewaarde.

Ontwikkeling in kosten van productiemiddelen
De kosten van het intermediair verbruik van productiemiddelen steeg in 20 van de 27 EU-lidstaten. De prijzen voor energie zijn in de meeste lidstaten gedaald, terwijl kunstmest in de meeste lidstaten juist weer duurder werd. Voor gewasbeschermingsmiddelen en veevoer is het beeld in de verschillende lidstaten wisselend. De helft van de lidstaten laat een prijsstijging zien, terwijl in de andere lidstaten de prijzen dalen. Gemiddeld voor de hele EU-27 bleef de prijsmutatie van het totale intermediaire verbruik nagenoeg onveranderd. Prijzen voor onderhoud aan gebouwen en machines stegen wel in alle lidstaten.


In de EU-27 is het volume van de totale agrarische productie in 2025 met zo’n 2,5% toegenomen. De plantaardige productie nam met zo’n 5% toe en de dierlijke productie bleef nagenoeg gelijk.

Plantaardige productie in de EU-27
De toename van de productie in de akkerbouw- en tuinbouwsector deed zich in de EU-27 in 2025 voor bij alle belangrijke productgroepen, met uitzondering van voedergewassen (-5,6%). De toename van de EU-productie was het sterkst bij olijfolie (+36,9%), aardappelen (+13,6%), granen (+13,1%) en oliezaden (+11,4%). In 2025 wordt voor plantaardige producten, naast een 5% hogere gemiddelde productie, wel een lagere gemiddelde prijs geraamd (-1,5%). Deze afname van de gemiddelde prijzen in de totale EU-27 wordt vooral veroorzaakt door de sterk gedaalde prijzen voor olijfolie (-36,8%), aardappelen (-20,7%), granen (-3,6%) en wijn (-2%). Voor vrijwel alle andere gewassen, maar met name voor fruit (+12,6%), waren er gemiddeld hogere prijzen in 2025.

Dierlijke productie in de EU-27
De dierlijke productie in de EU-27 steeg, net als vorig jaar, ook dit jaar weer licht (+0,2%). Deze toename doet zich voor bij de meeste belangrijke producten, met uitzondering van rundvee (-4,1%). Ook nam, net als vorig jaar, de productie van paarden, schapen en geiten en overige dieren in 2025 weer af. De gemiddelde prijs voor dierlijke producten steeg dit jaar sterk met gemiddeld bijna +8,5%. Alleen bij varkens (-6,2%) waren er dit jaar gemiddeld lagere prijzen. Dit is het gevolg van dalende export mogelijkheden voor varkensvlees door varkenspestuitbraken in diverse lidstaten (onder andere Spanje) en de antidumpingheffingen tot 62,4% van China op Europees varkensvlees. Hierdoor zakten de prijzen snel weg. Voor rundvee (+25,6%), eieren (+22,5%), pluimvee (+8,7%) en melk (+6,6%) worden voor 2025 wel fors hogere prijzen geraamd. De zeer hoge prijzen voor kalveren en slachtkoeien worden veroorzaakt door een afname van het aantal melkkoeien in de EU.

Aangekochte goederen en diensten in de EU-27
De hoeveelheid aangekochte goederen en diensten nam in 2025 met 1,3% iets minder sterker toe dan het agrarische productievolume (+2,4%). De gemiddelde prijs van aangekochte goederen en diensten bleef nagenoeg gelijk, terwijl de gemiddelde prijs van de totale agrarische output met +2,8% steeg. De prijzen voor energie en aangekocht veevoer en zaaizaad en pootgoed daalden licht, met respectievelijk -1%, -1,4% en -0,7%. De kosten voor onderhoud gebouwen en machines liepen daarentegen, net als vorig jaar opnieuw in prijs op. Dit jaar was dat met respectievelijk +8,2% en +6,8%. Doordat het volume van de output sterker toenam dan het volume van de kosten, is de productiviteit gestegen. De ruilvoet verbeterde ook doordat de gemiddelde kostprijs nagenoeg gelijk bleef en de gemiddelde opbrengstprijs met +2,8% steeg.

Bruto toegevoegde waarde in de EU-27
De bruto toegevoegde waarde van de landbouw in de totale EU-27 is door de hierboven beschreven ontwikkelingen met ruim 10% toegenomen. De hogere afschrijvingen en belastingen en de licht gestegen subsidies zorgden voor een toename van het gemiddelde factorinkomen in de EU-27 met 11,2%. Door de inflatiecorrectie en een gedaald arbeidsvolume (-1%) stijgt het reƫle factorinkomen per arbeidskracht in de EU-27 per saldo met +9,2%.







Kies een sector

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
7107262/5-15122015-BP-EN.pdf/ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f
ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f


 



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven