| Korte keten - Provincies |
Agrarische afzet via korte ketens per provincie
|
29-4-2026
|
Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en de provincies hebben behoefte aan inzichten in de ontwikkelingen en stand van zaken met betrekking tot korteketenactiviteiten in de agrarische sectoren. Korteketenactiviteiten zijn voor agrarisch ondernemers een manier om het verdienmodel te verbeteren. Daarnaast kunnen activiteiten in de korte keten in de provincies de verbinding tussen primaire bedrijven en hun omgeving verbeteren en bijdragen aan de leefbaarheid en ontwikkeling van het platteland.
|
In alle provincies is er tussen 2020 en 2023 een groei in aantal land- en tuinbouwbedrijven dat (een deel van) hun producten afzet via een korte keten. Wel zijn er duidelijke verschillen tussen provincies in aantallen bedrijven, bedrijfskenmerken en omvang van de opbrengsten gerealiseerd via afzet in een korte keten. In de factsheets is er ook aandacht voor het huidige provinciale beleid ten aanzien van korte ketens.

In opdracht van het ministerie van LVVN heeft Wageningen Social & Economic Research (WSER) in kaart gebracht hoeveel primaire agrarische bedrijven hun producten afzetten via korte ketens en wat de belangrijke kenmerken van deze bedrijven zijn. Zie het eerder uitgebrachte rapport Agrarische productie ten behoeve van de korte keten; Een landelijk meting 2023. Wageningen, Wageningen Economic Research, Rapport 2024-095. Naast het landelijke rapport is er voor elke provincie een afzonderlijke factsheet opgesteld met de ontwikkeling tussen 2020 en 2023.
Hieronder zijn de provinciale factsheets te downloaden:
- Drenthe
- Flevoland
- Friesland
- Gelderland
- Groningen
- Limburg
- Noord-Brabant - Noord-Holland
- Overijssel
- Utrecht
- Zeeland
- Zuid-Holland
|