| Nederland versus andere EU landen - Melkveehouderij |
Nederlandse melkveehouderij in Europees perspectief
|
20-1-2022
|
De melkveebedrijven in Nederland scoren qua resultaat in de EU beter dan tien jaar geleden. In 2017-2019 is Nederland in vergelijking met zeven andere landen op de ranglijst gestegen van plaats zes naar plaats drie wat betreft het inkomen uit bedrijf. Dit in vergelijking met de periode tien jaar daarvoor (2007-2009). Binnen de groep vergelijkbare melkveebedrijven wat betreft omvang (100-500K SO), waar in Nederland de meeste bedrijven vertegenwoordigd zijn, scoren de meeste landen beter qua inkomen per bedrijf en staat Nederland op plaats zeven van de acht landen. Wordt gekeken naar inkomen per 100 kg melk dan is het beeld met plaats zes niet veel anders. Hiermee bevindt Nederland zich in de staart van het peloton.
|
Kenmerken van melkveebedrijven in acht EU landen (2017-2019) |
| Structuurkenmerken | | | | | | | | | | Aantal bedrijven (x. 1.000) | 4,2 | 3 | 51,3 | 39,6 | 16,2 | 30,6 | 16,4 | 11,9 | | Melkproductie bedrijf (ton kg melk) | 636 | 1.862 | 560 | 450 | 482 | 332 | 902 | 1.094 | | Opbrengsten | | | | | | | | | | opbrengsten (ex EU toeslagen) in keuro | 276 | 1.047 | 283 | 226 | 219 | 218 | 434 | 496 | | Opbrengsten /100 kg melk in euro | 43 | 56 | 51 | 50 | 45 | 66 | 48 | 45 | | Melkprijs /100 kg (euro) | 35 | 39 | 36 | 37 | 34 | 48 | 40 | 34 | | Opbrengsten nevenactiviteiten in keuro | 8 | 20 | 13 | 7 | 0 | 11 | 19 | 10 | | Opbrengsten subsidies (incl EU betalingen) in keuro | 24 | 80 | 36 | 36 | 21 | 18 | 24 | 33 | | Kosten | | | | | | | | | | Betaalde kosten in keuro | 219 | 1.006 | 263 | 216 | 164 | 142 | 376 | 447 | | Betaalde kosten /ton kg melk in euro | 345 | 541 | 470 | 480 | 340 | 428 | 416 | 408 | | Voerkosten in keuro | 68 | 395 | 65 | 46 | 61 | 74 | 114 | 179 | | waarvan eigen voer in keuro | 5 | 166 | 11 | 5 | 18 | 24 | 16 | 49 | | Voerkosten/ton kg melk in euro | 107 | 212 | 116 | 102 | 127 | 221 | 126 | 163 | | Kunstmest in keuro | 8 | 15 | 7 | 8 | 15 | 4 | 7 | 16 | | Betaalde rente in keuro | 7 | 81 | 6 | 5 | 4 | 0 | 28 | 10 | | Energiekosten in keuro | 12 | 28 | 20 | 13 | 7 | 11 | 16 | 20 | | Energiekosten /ton kg melk in euro | 19 | 15 | 36 | 29 | 15 | 34 | 18 | 19 | | Onderhoudskosten in keuro | 15 | 72 | 26 | 21 | 12 | 5 | 27 | 28 | | Onderhoudskosten /ton kg melk in euro | 23 | 39 | 47 | 47 | 25 | 15 | 30 | 26 | | Inkomen uit bedrijf in keuro | 80 | 120 | 56 | 45 | 76 | 94 | 83 | 82 |
Ontwikkeling inkomen en melkproductie alle melkveebedrijven per land
Van de landen in figuur 1 zijn de melkveebedrijven in Nederland gemiddeld het grootst (in melkproductie gemeten) na Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. In Italië is de melkproductie per bedrijf laag in beide periodes. In België steeg de melkproductie per bedrijf (relatief) het meest, het inkomen tussen de periodes 2007-2009 en 2017-2019 is er gemiddeld toegenomen. In Denemarken is het reeds hoge inkomen in absolute zin het meest toegenomen dankzij een forse stijging van de al hoge melkproductie per bedrijf. Ook zijn daar de inkomsten uit nevenactiviteiten (zie referentie voor een toelichting) relatief hoog, dit is ook in Nederland het geval. De subsidies incl. EU toeslagen liggen in Denemarken op een hoog niveau en zijn in 10 jaar tijd met 15.000 euro in absolute zin het meest toegenomen. In Nederland is het inkomen relatief het meest gestegen, maar omdat het fors lager was dan in Denemarken blijft het in absolute zin achter. In Frankrijk is de schaalvergroting gering geweest en mede hierdoor stijgt het lage inkomen over dezelfde periode weinig. De (grote) melkveebedrijven in het Verenigd Koninkrijk laten relatief een lage stijging zien in omvang, maar in absolute zin is dit veel. Dit heeft maar een gering effect op het inkomen.
In de ranglijst van de acht onderscheiden landen staat Nederland in 2017-2019 op plaats drie wat betreft het inkomen en is hiermee drie plaatsen gestegen ten opzichte van 2007-2009. Wat betreft melkproductie blijft Nederland op plaats drie staan en moet het Denemarken en het Verenigd Koninkrijk voor laten gaan.

De tabel laat ook de gevoeligheid voor hogere energie-, grondstof- kunstmest- en voerprijzen en betaalde rente zien. Denemarken en Nederland hebben absoluut gezien hoge voerkosten, maar per kg melk valt dit voor Nederland nog mee. In Italië zijn de voerkosten per eenheid melk groter en vergelijkbaar met Denemarken. Ook voor de energie en onderhoudskosten zijn deze per eenheid melk niet hoog. Kunstmest kosten zijn hoog in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken. Wat betreft de betaalde kosten per ton kg melk zijn die in Denemarken het hoogst (voerkosten en betaalde rente) en in België en Ierland het laagst. Een hogere inflatie kan leiden tot hogere rente en dit heeft de meeste gevolgen voor Denemarken en Nederland. Indien de kosten van voer, energie, kunstmest, onderhoud en rente met 10% zouden stijgen heeft dit voor Denemarken een negatief inkomens effect van 59.000 euro; hiermee zou het inkomen halveren. Voor Nederland is dit 19.000 euro (een kwart minder inkomen) en komt hiermee na het Verenigd Koninkrijk (-25.000 euro en -30%) op de derde plaats.
Inkomen per 100 kg melk op vergelijkbare bedrijven
Het beeld is voor melkveebedrijven in dezelfde landen iets anders indien een vergelijking plaatsvindt voor wat betreft omvang vergelijkbare bedrijven (100-500K Standaard Omzet (SO)). Nederland heeft, zowel in de begin- als in de eindperiode, een vrij laag inkomen per 100 kg melk (figuur 2). Denemarken is het enige land met een lager inkomen dan Nederland in de beginperiode. Het Verenigd Koninkrijk is het enige land met een lager inkomen dan Nederland in de eindperiode. In Italië wordt per 100 kg melk een inkomen behaald dat ruim 3 keer zo hoog is als in Nederland door de fors hogere melkprijs bij vrijwel gelijke kosten per eenheid melk. Ierland en België volgen op afstand, maar met een inkomen per 100 kg melk dat in 2017-2019 respectievelijk 90 en 50% hoger ligt dan in Nederland door de lagere kosten per eenheid melk ondanks de lagere melkprijs. Opgemerkt moet worden dat in Nederland veruit een groot deel (70%) van de melkveebedrijven in deze grootteklasse zit. In Italië en Denemarken is dit aandeel circa één-derde.
Concluderend kan worden gesteld dat Nederland in de grootteklassen 100-500K SO op plaats zes van de acht landen staat als wordt gekeken naar het inkomen uit bedrijf en op plek zeven bij het inkomen per 100 kg melk. Hiermee bevindt Nederland zich in de staart van het peloton.
|