Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Schaalgrootte
     
Schaalgrootte
Kies een indicator
Landbouwstructuur en bedrijfsomvang - Land- en tuinbouw

In 2024 wordt bijna twee derde van verdiencapaciteit gerealiseerd op zeer grote bedrijven
8-12-2025

In 2024 was de totale verdiencapaciteit van de land- en tuinbouw ruim 7,2 mld. euro. Hiervan wordt ruim 60% gerealiseerd op de zeer grote bedrijven. De glas- en opengrondstuinbouw hebben het grootste aandeel zeer grote bedrijven. Het totale aantal bedrijven nam sinds 2010 met ruim 22.000 af tot iets minder dan 50.000 bedrijven.


In 2024 kan, op basis van de Standaardverdiencapaciteit (SVC), ruim 11% van de land- en tuinbouwbedrijven gerekend worden tot de zeer grote bedrijven. Dit is ruim een verdubbeling ten opzichte van 2010, toen het aandeel 5% was. In zowel 2010 als in 2024 zijn de zeer kleine bedrijven in de meerderheid, al neemt het aandeel af. De gemiddelde SVC per bedrijf is meer dan verdubbeld sinds 2010. Deze toename is het resultaat van zowel het stoppen van kleinere bedrijven als de groei in omvang van de land- en tuinbouwbedrijven en de hogere waarde van gewassen en dieren.
Met het kengetal Standaardverdiencapaciteit (SVC) kan de omvang van land- en tuinbouwbedrijven uit verschillende sectoren met elkaar worden vergeleken op basis van toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde van een bedrijf wordt berekend met normen voor de gewassen die op het bedrijf worden geteeld en de dieren die worden gehouden. Bedrijven worden ingedeeld in vijf SVC-klassen:
  • Zeer kleine bedrijven < 25.000 euro SVC
  • Kleine bedrijven 25.000-60.000 euro SVC
  • Middelgrote bedrijven 60.000-100.000 euro SVC
  • Grote bedrijven 100.000-250.000 euro SVC
  • Zeer grote bedrijven >= 250.000 euro SVC
In 2024 was de totale verdiencapaciteit van de land- en tuinbouw ruim 7,2 mld. euro. Hiervan wordt ruim 60% gerealiseerd op de zeer grote bedrijven. De toename van 2,2 mld. euro SVC sinds 2010 is voornamelijk gerealiseerd door deze groep bedrijven, zowel door groei van de bedrijven uit deze grootteklasse als door een toename van het aantal bedrijven dat in deze klasse valt.

Bedrijfstypen
In 2024 bestaat de groep zeer grote bedrijven voor bijna de helft uit glas- en opengrondstuinbouwbedrijven. In de akkerbouw en andere graasdierhouderij zijn bedrijven in meerderheid zeer klein. De melkveehouderij is qua aantal bedrijven het grootst; binnen deze sector zijn de meeste bedrijven middelgroot of groot. Sinds 2010 is de groep zeer kleine bedrijven in de overige graasdierhouderij met bijna 10.000 bedrijven afgenomen. Dit is ook de sector met de grootste krimp in aantal bedrijven, mede veroorzaakt door de vernieuwing in de uitvraag van de Landbouwtelling in 2016. De groep zeer grote bedrijven nam in dezelfde periode met ruim 2.100 bedrijven toe, vooral doordat meer melkveebedrijven tot deze groep zijn gaan behoren.



In 2024 werd bijna een derde van de totale verdiencapaciteit gerealiseerd door de zeer grote glastuinbouwbedrijven. De melkveehouderij is de sector met de een na hoogste verdiencapaciteit, vooral gerealiseerd door de groep grote bedrijven. In de opengrondstuinbouw werd net de 1 mld. euro verdiencapaciteit niet gehaald. Van de opengrondstuinbouwbedrijven hebben de boomkwekerijbedrijven het grootste aandeel in de SVC (45%). In 2010 was de verdiencapaciteit van de glastuinbouw en de melkveehouderij bijna even groot (ongeveer 1,2 mld. euro). In 2010 werd 38% van de verdiencapaciteit gerealiseerd door de zeer grote bedrijven, in 2024 is dat fors toegenomen naar 62%.



Meeste land- en tuinbouwbedrijven in Noord-Brabant
In 2024 zijn in Noord-Brabant de meeste land- en tuinbouwbedrijven gevestigd (circa 8.750); het merendeel hiervan zijn zeer kleine bedrijven (met name akkerbouw- en andere graasdierbedrijven). Ook heeft Noord-Brabant het grootste aantal grote en zeer grote bedrijven (vooral varkens-, melkvee- en opengrondstuinbouwbedrijven). Het aandeel grote en zeer grote bedrijven per provincie is het grootst in Flevoland (50%) en Zuid-Holland (45%). In Flevoland betreft het vooral glastuinbouw- en gecombineerde bedrijven, terwijl het in Zuid-Holland voornamelijk glastuinbouwbedrijven betreft. Het grootste deel van de verdiencapaciteit werd in 2024 gerealiseerd in Zuid-Holland (1,6 mld. euro), gevolgd door Noord-Brabant (1,3 mld. euro). In 2010 lag de verdiencapaciteit van de provincies Noord-Brabant (890 mln. euro) en Zuid-Holland (970 mln. euro) dichter bij elkaar dan in 2024.



Op grote bedrijven relatief minder vaak een ondernemer van 65+
In 2024 zijn de meeste land- en tuinbouwbedrijven zeer kleine bedrijven. Binnen deze groep is van ruim 40% van de bedrijven de oudste ondernemer ouder dan 65 jaar. Bij de zeer grote bedrijven geldt dit voor 11% van de bedrijven. De oudste ondernemer is vaker jonger dan 65 jaar bij de grotere omvangsklassen. Bij de zeer grote bedrijven wordt 15% geleid door een oudste ondernemer die jonger is dan 40 jaar. Het aandeel bedrijven met een oudste ondernemer van 65+ was in 2024 (26%) hoger dan in 2010 (19%).


Van de totale verdiencapaciteit wordt driekwart gerealiseerd op bedrijven waarvan de oudste ondernemer tussen de 40 en 65 jaar is. Bedrijven met een oudste ondernemer ouder dan 65 behalen 12% van de totale verdiencapaciteit.


Kies een sector

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Voor meer informatie over de SVC, zie dit agrimatie artikel.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven