| Actuele voedselprijzen - Aardappel |
Aardappelprijzen tonen op alle drie ketenniveaus (teler, producent en consument) een voorzichtig herstel
|
29-6-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI), de producentenprijsindex (PPI) en de prijsindex af boerderij (API) voor aardappelen laten allemaal herstel zien. De prijsindex af boerderij (API) kwam in april 2026 uit op 78 punten. De consumentenprijsindex (CPI) van aardappelen kwam uit op 119 punten, terwijl de prijsindex van de verwerkende industrie (PPI) uitkwam op 157 punten.
|
Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van aardappelen kwam in april 2026 uit op 119 punten (2020 = 100). Dat is circa 1% boven het niveau van februari 2026, maar nog wel lager dan het niveau in april 2025 (126 punten). Dit duidt op een voorzichtig herstel in de markt, die door het overaanbod van aardappelen als gevolg van de grote oogst ernstig was verstoord. In het algemeen geldt dat de CPI de trend in af-boerderijprijzen volgt, zij het met een kleine vertraging en een sterk gedempt effect, doordat de meeste aardappelen op contract worden verkocht.
Normaliter is er na de oogst in juli/augustus een dalende prijstrend zichtbaar doordat er nieuw aanbod op de markt komt, en herstelt de prijs zich een aantal maanden later. Deze dalende prijstrend was het afgelopen seizoen een stuk sterker, en het herstel doet later zijn intrede dan in andere jaren, waarin vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd zijn.
De prijsindex af boerderij bleef op hetzelfde niveau in april 2026 en kwam net als in februari uit op 78 punten (2020 = 100). Ook hieruit blijkt dat de markt zicht voorzichtig herstelt, maar het prijsniveau ligt nog steeds circa 53% lager dan in april 2025. De lage prijzen die sinds augustus 2025 gelden waren het gevolg van een zeer goede aardappeloogst, waardoor er overaanbod ontstond en prijzen extreem laag of zelfs negatief waren. De hoge oogstopbrengsten waren een gevolg van een recorduitbreiding van het aardappelareaal (voornamelijk in Frankrijk en Duitsland) en van de gunstige weersomstandigheden. De afzetmogelijkheden waren echter beperkt door een tegenvallende internationale vraag als gevolg van concurrentie uit China en India, die hun eigen fritesproductie en -export sterk hebben opgevoerd. Dit leidde tot zeer lage aardappelprijzen op de vrije markt, waardoor veel aardappelen als veevoer afgezet werden of in biogasinstallaties belandden. Dit alles leidt tot lagere contractprijzen voor 2026. Daarnaast hebben veel fritesfabrikanten het gecontracteerde areaal teruggebracht van circa 40 ton naar 25 ton per hectare (bron: Boerderij). Het totale aardappelareaal in Nederland, België en Duitsland zal iets krimpen, maar de exacte vermindering is nog niet bekend. Aardappeltelers hopen op hogere vrije-marktprijzen voor het komende seizoen om de lage prijzen van afgelopen seizoen en de lagere contractprijzen voor het komende seizoen te compenseren.
De producentenprijsindex nam in april 2026 met circa 1% toe ten opzichte van februari 2026 en steeg naar 157 punten. Ondanks dit lichte herstel ligt het prijsniveau 3% onder het niveau van april 2025. In januari 2026 daalde de prijs nog naar 151 punten als gevolg van de dalende trend in de af-boerderijprijzen door het overaanbod van aardappelen. Desalniettemin ligt het huidige prijsniveau nog steeds beduidend hoger dan in de jaren vóór 2023, en dat lijkt ook niet zo snel te veranderen. De productiekosten, zoals de kosten met betrekking tot pootgoed en machineonderhoud, zijn sinds de coronacrisis toegenomen, en zullen naar verwachting niet snel afnemen, zeker niet gezien de huidige stijging in brandstofkosten als gevolg van de instabiliteit in de wereldeconomie.
De aardappelverwerkende industrie verwerkte in de afgelopen twaalf maanden (mei 2025 tot mei 2026) circa 3,6 miljoen ton aardappelen, volgens de verwerkingscijfers die gepubliceerd zijn door de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar is dat een vermindering van meer dan drie ton. De maanden januari tot en met mei 2026 tonen een aanzienlijke daling ten opzichte diezelfde maanden in 2025. Met name in april is het verschil groot: in april 2026 werd er slechts 293.400 ton verwerkt, ten opzichte van 367.300 ton in april 2025. Dit is het laagste niveau voor april sinds het coronajaar 2020, en dat is tekenend voor de crisis in de aardappelsector in het afgelopen jaar.
Keten -Akkerbouwbedrijven Het aantal bedrijven dat consumptieaardappelen teelt, varieert tussen de 6.500 en 7.000 (CBS). Mede vanwege de noodzakelijke vruchtwisseling verbouwen de aardappeltelers ook andere gewassen. Zij produceren jaarlijks gemiddeld 3,7 miljoen ton consumptieaardappelen. Consumptieaardappelen worden gepoot in het voorjaar en geoogst vanaf juni tot november. Aardappelen worden direct na de oogst afgeleverd of op de boerderij in bewaarplaatsen bewaard en op afroep geleverd. Aardappelen kunnen afhankelijk van ras en kwaliteit tot aan juni-juli bewaard worden, maar bewaren leidt tot gewichtsverlies en soms ook kwaliteitsverlies.
-Industrie en handel
Het aantal bedrijven dat verse aardappelen voor de tafelaardappel markt bewerkt (sorteert, wast, verpakt) neemt af en ligt op circa 60 (NAO, 2021). De 5 à 8 grotere verpakkingsbedrijven hebben een belangrijk deel van de binnenlandse handel in handen. Daarnaast zijn er ook telers die zelf wassen, verpakken en soms ook transporteren.
Binnen de verwerkende industrie van consumptieaardappelen (niet-tafelaardappelen) zijn er vier grotere bedrijven die 95% van het volume verwerken. Ze opereren mondiaal en hebben meerdere productielocaties in binnen- en buitenland. De aardappelverwerkende industrie verwerkt 65% van de Nederlandse consumptieaardappelen. Dat is twee derde van het totaal van de ca. 4 miljoen ton aardappelen die de industrie verwerkt. Een derde deel wordt geïmporteerd.
-Afzet
Van de niet-tafelaardappelen uit het segment consumptieaardappelen wordt ongeveer 85% van de aardappelproducten (voornamelijk friet) diepgevroren geëxporteerd, circa 70% binnen Europa en 30% buiten de EU (Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie, VAVI). De voortdurende groei van de export naar onder andere Azië maakt dat verwerkende bedrijven hun capaciteit uitbreiden.
Het grootste deel van de Nederlandse aardappelconsumptie bestaat uit verwerkte aardappelproducten, veelal diepvriesproducten. Een klein deel van de aardappelconsumptie is de consumptie van de ‘tafelaardappel’, die zonder verwerking (met uitzondering van bewerking in de vorm van sorteren, wassen en verpakken) wordt verkocht. Het aandeel van de consumptie van de tafelaardappel wordt de laatste jaren steeds kleiner doordat consumenten steeds minder vaak en kleinere hoeveelheden verse aardappelen kopen. Naar schatting ligt het niveau nu op ca. 275.000 ton per jaar. Ca. 80% van deze consumptie wordt gekocht in de supermarkt. De verkoop van verpakte koelverse aardappelproducten in supermarkten ligt op 60.000 ton per jaar, wat overeenkomt met 95% van de totale verkopen van dit producttype.
Een klein deel van de binnenlandse behoefte aan tafelaardappelen bestaat uit import die vooral plaatsvindt in het vroege voorjaar als de binnenlandse voorraden opraken of kwalitatief minder worden. Deze geïmporteerde vroege tafelaardappelen komen uit zuidelijke lidstaten zoals Spanje, Portugal, Italië en Malta.
Prijsvorming
Tafelaardappelen worden voor het grootste deel verhandeld op de vrije markt of spotmarkt. De consumentenprijs van tafelaardappelen volgt de prijsontwikkeling in de aardappelmarkt af boerderij. In de CPI zijn de uitslagen zijn kleiner. Dit komt doordat de aardappel maar een deel van de consumentenprijs vormt.
Verwerkte aardappelen worden veelal geleverd op contractbasis. Om een belangrijk deel van hun grondstofvoorziening zeker te stellen, bieden verwerkers en handelaren voorafgaand aan het teeltseizoen contracten aan. Ongeveer 75-80% van de aardappelen die de verwerkende industrie verwerkt, wordt vooraf gecontracteerd. De prijzen in deze contracten liggen dus vast en kunnen alleen wat stijgen door toenemende bewaarvergoedingen gedurende het afleverseizoen. Doordat verwerkers aardappelen op contract inkopen, kunnen ze relatief stabiele verkoopprijzen hanteren. Producentenprijzen zijn daardoor aanzienlijk minder volatiel dan de vrije af-boerderijprijzen.
Op de vrije markt worden naast tafelaardappelen ook de ‘overtonnen’ aardappelen (de aardappelen die boven de gecontracteerde volumes door de teler meegeleverd moeten worden) verhandeld. Op deze vrije markt worden de prijzen bepaald door vraag en aanbod in de belangrijkste aardappellanden in Noordwest-Europa: Nederland, Frankrijk, Duitsland en België. De spotmarktprijs kan heel volatiel zijn doordat een relatief klein deel van het geoogste volume via deze markt wordt verhandeld en daardoor oogstprognoses en slechte weersomstandigheden een vrij groot effect hebben op de prijsvorming op de vrije markt
|