| Actuele voedselprijzen - Aardappel |
Aardappelprijzen voor de boer tonen een sterk herstel; de producenten- en consumentenprijzen dalen nog licht
|
27-8-2026
|
De prijsindex af boerderij (API) voor aardappelen laat een duidelijk herstel zien en komt uit op 127 punten in juni 2026. De producentenprijsindex (PPI) en de consumentenprijsindex (CPI) dalen nog licht naar respectievelijk 155 punten en 119 punten in juni 2026 (2020 = 100).
|
Prijsontwikkeling
De consumentenprijsindex van aardappelen kwam in juni 2026 uit op 119 punten. Dat is nagenoeg gelijk aan het prijsniveau van april 2026, maar nog altijd circa 6% lager dan het niveau van juni 2025 (126 punten). Dit duidt op een voorzichtig herstel in de markt, die door het overaanbod van aardappelen als gevolg van de grote oogst van 2025 ernstig was verstoord. In het algemeen geldt dat de CPI de trend in af-boerderijprijzen volgt, zij het met een kleine vertraging en een sterk gedempt effect, doordat de meeste aardappelen op contract worden verkocht. Normaliter is er na de oogst in juli/augustus een dalende prijstrend zichtbaar doordat er nieuw aanbod op de markt komt, waarna de prijs zich een aantal maanden later herstelt. Dit jaar lijkt deze prijstrend anders te worden, doordat de extreem droogte in de afgelopen zomermaanden, zal de prijs opdrijven, en de effecten daarvan zullen naar verwachting met enige vertraging ook doorwerken in de consumentenprijs.
De prijsindex af boerderij toont een sterke stijging: van 78 punten in april 2026 naar 127 punten in juni 2026. Dit is nog steeds bijna 18% onder het niveau van juni 2025, maar toont aan dat de situatie van extreem lage prijzen als gevolg van het overaanbod door de recordoogst van 2025 van 4,4 miljoen ton (de grootste oogst sinds 2000) is gekeerd. Naar aanleiding van de genoemde recordoogst besloten veel akkerbouwers om over te stappen op andere gewassen, wat resulteerde in een daling van het aardappelareaal voor consumptieaardappelen: van 82.700 hectare in 2025 naar 70.200 hectare in 2026 (Centraal Bureau voor de Statistiek). Het kleinere areaal en de aanhoudende en extreme droogte van de afgelopen maanden zorgen voor stijgende aardappelprijzen. Dit geldt niet alleen voor de nieuwe oogst, die naar verwachting veel kleiner zal uitpakken. Ook voor aardappelen van de oude oogst wordt meer geld betaald, doordat de groei en oogst van nieuwe aardappelen achterblijven. Daarom is dit effect al duidelijk zichtbaar in de af-boerderijprijzen van juni.
De producentenprijsindex daalde in juni 2026 met ruim 1% naar 155 punten, ten opzichte van 157 punten in april 2026. Het prijsniveau was ruim 5% lager dan in juni 2025, toen de prijsindex op 164 punten uitkwam. Het prijsniveau is hiermee gelijk aan het niveau van januari/februari 2026. De stijgende af-boerderijprijzen zullen naar verwachting ook zichtbaar worden in de producentenprijzen, zij het met een vertraagd en gedempt effect. De productiekosten, zoals de kosten met betrekking tot pootgoed en machineonderhoud, zijn sinds de coronacrisis toegenomen, en zullen naar verwachting niet snel afnemen, zeker niet gezien de huidige stijging in brandstofkosten als gevolg van de instabiliteit in de wereldeconomie. Hierdoor zal het producentenprijsniveau aanzienlijk hoger blijven dan in de jaren vóór 2023.
De aardappelverwerkende industrie verwerkte in de afgelopen twaalf maanden (juni 2025 tot juni 2026) circa 3,6 miljoen ton aardappelen, volgens de verwerkingscijfers die gepubliceerd zijn door de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar is dat een vermindering van meer dan drie ton. De maanden januari tot en met mei 2026 tonen een aanzienlijke daling ten opzichte van diezelfde maanden in 2025. Met name in april is het verschil groot: in april 2026 werd er slechts 293.400 ton aardappelen verwerkt, ten opzichte van 367.300 ton in april 2025. Dit is het laagste niveau voor april sinds het coronajaar 2020, en dat is tekenend voor de crisis in de aardappelsector in het afgelopen jaar. In juni 2026 lijkt het verwerkingsniveau weer enigszins te herstellen: 313.600 ton, ten opzichte van 306.900 ton een jaar eerder.
Keten -Akkerbouwbedrijven Het aantal bedrijven dat consumptieaardappelen teelt, varieert tussen de 6.500 en 7.000 (CBS). Mede vanwege de noodzakelijke vruchtwisseling verbouwen de aardappeltelers ook andere gewassen. Zij produceren jaarlijks gemiddeld 3,7 miljoen ton consumptieaardappelen. Consumptieaardappelen worden gepoot in het voorjaar en geoogst vanaf juni tot november. Aardappelen worden direct na de oogst afgeleverd of op de boerderij in bewaarplaatsen bewaard en op afroep geleverd. Aardappelen kunnen afhankelijk van ras en kwaliteit tot aan juni-juli bewaard worden, maar bewaren leidt tot gewichtsverlies en soms ook kwaliteitsverlies.
-Industrie en handel
Het aantal bedrijven dat verse aardappelen voor de tafelaardappel markt bewerkt (sorteert, wast, verpakt) neemt af en ligt op circa 60 (NAO, 2021). De 5 à 8 grotere verpakkingsbedrijven hebben een belangrijk deel van de binnenlandse handel in handen. Daarnaast zijn er ook telers die zelf wassen, verpakken en soms ook transporteren.
Binnen de verwerkende industrie van consumptieaardappelen (niet-tafelaardappelen) zijn er vier grotere bedrijven die 95% van het volume verwerken. Ze opereren mondiaal en hebben meerdere productielocaties in binnen- en buitenland. De aardappelverwerkende industrie verwerkt 65% van de Nederlandse consumptieaardappelen. Dat is twee derde van het totaal van de ca. 4 miljoen ton aardappelen die de industrie verwerkt. Een derde deel wordt geïmporteerd.
-Afzet
Van de niet-tafelaardappelen uit het segment consumptieaardappelen wordt ongeveer 85% van de aardappelproducten (voornamelijk friet) diepgevroren geëxporteerd, circa 70% binnen Europa en 30% buiten de EU (Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie, VAVI). De voortdurende groei van de export naar onder andere Azië maakt dat verwerkende bedrijven hun capaciteit uitbreiden.
Het grootste deel van de Nederlandse aardappelconsumptie bestaat uit verwerkte aardappelproducten, veelal diepvriesproducten. Een klein deel van de aardappelconsumptie is de consumptie van de ‘tafelaardappel’, die zonder verwerking (met uitzondering van bewerking in de vorm van sorteren, wassen en verpakken) wordt verkocht. Het aandeel van de consumptie van de tafelaardappel wordt de laatste jaren steeds kleiner doordat consumenten steeds minder vaak en kleinere hoeveelheden verse aardappelen kopen. Naar schatting ligt het niveau nu op ca. 275.000 ton per jaar. Ca. 80% van deze consumptie wordt gekocht in de supermarkt. De verkoop van verpakte koelverse aardappelproducten in supermarkten ligt op 60.000 ton per jaar, wat overeenkomt met 95% van de totale verkopen van dit producttype.
Een klein deel van de binnenlandse behoefte aan tafelaardappelen bestaat uit import die vooral plaatsvindt in het vroege voorjaar als de binnenlandse voorraden opraken of kwalitatief minder worden. Deze geïmporteerde vroege tafelaardappelen komen uit zuidelijke lidstaten zoals Spanje, Portugal, Italië en Malta.
Prijsvorming
Tafelaardappelen worden voor het grootste deel verhandeld op de vrije markt of spotmarkt. De consumentenprijs van tafelaardappelen volgt de prijsontwikkeling in de aardappelmarkt af boerderij. In de CPI zijn de uitslagen zijn kleiner. Dit komt doordat de aardappel maar een deel van de consumentenprijs vormt.
Verwerkte aardappelen worden veelal geleverd op contractbasis. Om een belangrijk deel van hun grondstofvoorziening zeker te stellen, bieden verwerkers en handelaren voorafgaand aan het teeltseizoen contracten aan. Ongeveer 75-80% van de aardappelen die de verwerkende industrie verwerkt, wordt vooraf gecontracteerd. De prijzen in deze contracten liggen dus vast en kunnen alleen wat stijgen door toenemende bewaarvergoedingen gedurende het afleverseizoen. Doordat verwerkers aardappelen op contract inkopen, kunnen ze relatief stabiele verkoopprijzen hanteren. Producentenprijzen zijn daardoor aanzienlijk minder volatiel dan de vrije af-boerderijprijzen.
Op de vrije markt worden naast tafelaardappelen ook de ‘overtonnen’ aardappelen (de aardappelen die boven de gecontracteerde volumes door de teler meegeleverd moeten worden) verhandeld. Op deze vrije markt worden de prijzen bepaald door vraag en aanbod in de belangrijkste aardappellanden in Noordwest-Europa: Nederland, Frankrijk, Duitsland en België. De spotmarktprijs kan heel volatiel zijn doordat een relatief klein deel van het geoogste volume via deze markt wordt verhandeld en daardoor oogstprognoses en slechte weersomstandigheden een vrij groot effect hebben op de prijsvorming op de vrije markt
|