| Actuele voedselprijzen - Rundvlees |
Lichte correctie in rundveeprijzen na piekniveaus; prijzen blijven historisch hoog
|
27-8-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) van rundvlees kwam in juni uit op 161 punten. De producentenprijsindex (PPI) daalde naar 177 punten en de af-boerderijprijsindex (API) nam af naar 215 punten in juni 2026 (2020 = 100).
|
Prijsontwikkeling De consumentenprijsindex voor rundvlees kwam in juni 2026 uit op 161 punten, een daling van ruim 2% ten opzichte van april 2026. Deze daling is opvallend na de aanzienlijke prijsstijging die sinds begin 2025 zichtbaar was in de consumentenprijs. Het prijsniveau is nu nagenoeg gelijk aan het niveau in juni 2025. Dit lijkt erop te wijzen dat de prijsdruk in de keten inmiddels volledig is doorberekend in de consumentenprijs en er niet veel ruimte is voor verdere prijsverhogingen. De consumentenmarkt is prijsgevoelig, en als rundvlees te duur wordt, zal de consument overstappen naar alternatieve eiwitbronnen, zoals pluimveevlees.
De producentenprijsindex van de rundvleesindustrie kwam in juni 2026 uit op 177 punten. Dat is een daling van bijna 5% ten opzichte van april 2026, en voor het eerst in twee jaar ook een daling ten opzichte van een jaar eerder (-5%). Dit bevestigt dat de piek in de verwerkende schakel inmiddels is gepasseerd en dat de prijsdruk op verwerkers en slachterijen afneemt, al blijft het aanbod van slachtrunderen beperkt. Deze ontwikkeling sluit aan bij recente marktinformatie uit de Europese Unie, waar de rundvleesproductie (aantal geslachte dieren) in de eerste vier maanden van 2026 met ruim 4% daalde ten opzichte van dezelfde periode in 2025, terwijl grotere importen de schaarste slechts gedeeltelijk opvangen (Europese Commissie, 2026).
De prijsindex af-boerderij daalde met ruim 5% naar 215 punten in juni 2026, en ligt daarmee 12% onder het niveau van juni 2025. Hiermee zet de correctie die in april al zichtbaar werd, versterkt door. Deze ontwikkeling markeert geen omslag naar een ruimere markt, maar eerder een verdere normalisatie na de uitzonderlijk sterke prijsstijgingen tussen januari 2024 en medio 2025. Het aanbod van runderen blijft wereldwijd krap: ook voor 2026 wordt er opnieuw een productiedaling verwacht, onder meer door de nog altijd krimpende rundveestapel in de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en de Europese Unie (Rabobank, 2026).
Nederland volgt dit bredere patroon van aanbodkrapte. Het stikstofbeleid, stoppersregelingen en de afname van het aantal runderen beperken het aanbod van slachtdieren, waardoor slachterijen moeten concurreren om schaars vee. Extra import uit derde landen, mede door de handelsakkoorden van de EU met de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen en Australië, kan de Europese markt maar beperkt ontlasten, omdat het aanbod ook mondiaal krap blijft. Tegelijkertijd nemen de risico&39;s aan de vraagzijde toe: hogere energie- en transportkosten door de aanhoudende onrust met betrekking tot het conflict in het Midden-Oosten drukken op de koopkracht van consumenten wereldwijd, wat de groei van de vraag naar rundvlees afzwakt en bijdraagt aan de recente prijscorrectie. Hierdoor blijven de af-boerderijprijzen historisch hoog, maar neemt de opwaartse druk verder af (Rabobank, 2026).
Op basis van deze ontwikkelingen is de verwachting dat de af-boerderij-, producenten- en consumentenprijsindexcijfers zich op korte termijn licht neerwaarts of stabiel zullen ontwikkelen maar door structurele aanbodkrapte op een historisch hoog niveau zullen blijven ten opzichte van voorgaande jaren.
Keten
Consumenten kopen vers rundvlees bij de slager of in de supermarkt. Supermarkten en speciaalzaken kopen vlees via de (importerende) groothandel of rechtstreeks van de vleesindustrie. De Nederlandse vleesindustrie doet ook aan export. Slachterijen kopen runderen rechtstreeks van de veehouders of met tussenkomst van handelaren en commissionairs. Runderen komen uit de vleesstierhouderij of de melkveehouderij. Kalveren komen uit de kalverhouderij. De meeste slachtingen van volwassen runderen in Nederland zijn de slachtingen van het afgestoten melkvee.
-Rundveebedrijven
Het Nederlandse rundvlees komt van de melkveehouderij en van de vleesstierhouderij. De circa 23.500 bedrijven met rundvee houden in totaal 3,8 miljoen stuks rundvee, waarvan 167 duizend jongvee voor vleesproductie en circa 1 miljoen vleeskalveren. Ten opzichte van de melkveehouderij is de stierenhouderij een bescheiden tak van de landbouw.
-Industrie
De vleesindustrie bestaat uit slachterijen, uitsnijderijen en vleesverwerkers. Nederland telt 285 grote en kleine slachterijen van vlees (geen pluimvee). Slechts negen runderslachterijen en zeven kalverslachterijen slachten meer dan 10.000 runderen per jaar. In 2022 zijn in totaal 482 duizend volwassen runderen geslacht met een totaal geslacht gewicht van 158 duizend ton. Er zijn verder 260 bedrijven die behoren tot de vleesverwerkende industrie. Vooral grotere bedrijven combineren slacht en verwerking.
-Afzet
Nederland telt circa 980 grote en kleine groothandels in vlees en vleeswaren. Een deel van deze groothandels betreft importerende en exporterende groothandels. Ook bedrijven in de vleesverwerkende industrie zijn zowel in Nederland als op de buitenlandse markten actief. In 2022 werden meer rundvlees en vleesproducten geëxporteerd dan geïmporteerd. De handelsbalans voor vlees van runderen (vers gekoeld of bevroren) komt op een uitvoerwaarde van 1,1 miljard euro (Eurostat). Van de totale vleesexport is circa 85% export van in Nederland geproduceerd of verwerkt vlees en 15% wederuitvoer of doorvoer.
De Nederlandse consument koopt vlees vooral via supermarkten en via de foodservice (horeca, catering). Beide kennen een aantal grote inkooppartijen. Op de retailmarkt zijn de inkooporganisaties van supermarkten Ahold Delhaize (36% marktaandeel), Jumbo (21% marktaandeel) en Superunie (26% gezamenlijk marktaandeel van aangesloten winkelformules) de belangrijkste afzetpartijen voor de vleesindustrie.
In 2022 werd voor circa 750 mln. euro aan rundvlees verkocht via supermarkten. De consumptie van rundvlees in Nederland is relatief stabiel. In 2021 was het verbruik van rundvlees (15,3 kg) per hoofd van de bevolking iets lager dan de jaren voor corona (15,5 in 2018 en 2019). Dit heeft te maken met het wegvallen van de consumptie van rundvlees in de foodservice en een onvolledige verschuiving van de vraag naar rundvlees voor thuisbereiding.
Er is een seizoenspatroon in de afzet, met pieken in januari, het barbecueseizoen en in december (feestdagenmaand).
Prijsvorming
De prijsontwikkeling van rundvlees wordt beïnvloed door de marktdynamiek in Nederland en in het buitenland. In Nederland maken supermarkten raamcontracten met leveranciers van rundvlees over de prijs en andere voorwaarden, bijvoorbeeld over aanvoervolumes tijdens bijzondere (piek)momenten, maar ook over duurzaamheids- en kwaliteitseisen.
Ondanks de seizoenspatronen volgen de prijzen af boerderij van Nederlandse slachtrunderen, de producentenprijzen en de consumentenprijzen elkaar slechts in beperkte mate. Contracten met de retailers kunnen prijsschommelingen tijdelijk dempen. Ook is het belang van de import van rundvlees voor de consumptie in Nederland groot. Daarbij komt dat de inkoop van vlees slechts één van de kostencomponenten is bij de productie van vlees en vleeswaren in de verwerkende industrie en distributie via de retail.
In het kader van het EU-landbouwmarkt- en prijsbeleid is rundvlees jarenlang een beschermd product geweest, waarbij de overheid de prijs ondersteunde. Door een reeks hervormingen is de markt geliberaliseerd. Vroeger speelden fysieke veemarkten een belangrijke rol. Om verspreiding van veeziektes te voorkomen, zijn de meeste veemarkten aan het begin van deze eeuw gesloten. Met de opkomst van het internet zijn virtuele veemarkten ontstaan die het mogelijk maken voor veehouders de prijsontwikkelingen beter te volgen.
|