Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Voedselprijzenmonitor > Thema's > Voedselprijzen
     
Voedselprijzen
Kies een indicator
Actuele voedselprijzen - Varkensvlees

Licht herstel in af-boerderij-prijzen en producentenprijzen; consumentenprijs blijft stabiel
23-10-2026

In augustus 2026 kwam de consumentenprijsindex (CPI) voor varkensvlees uit op 130 punten. De producentenprijsindex (PPI) steeg naar 115 punten. De af-boerderijprijsindex (API) nam toe tot 93 punten (2020 = 100).




Prijsontwikkeling
In augustus 2026 stond de consumentenprijsindex voor varkensvlees op 130 punten. Dat is vrijwel gelijk aan het niveau van juni 2026 en augustus 2025 (131 punten). Daarmee lijkt de winkelprijs te stabiliseren, ondanks de sterke prijsdalingen eerder in de keten in 2026. Dit past in het historische beeld, waarin consumentenprijzen doorgaans minder sterk fluctueren dan de af-boerderij- en producentenprijzen. Prijsveranderingen aan het begin van de keten werken vaak gedempt en met vertraging door in de consumentenprijs, mede door de kosten van verwerking en logistiek, retailkosten en prijsafspraken.

De producentenprijsindex (PPI) kwam in augustus 2026 uit op 115 punten. Dat is 6% hoger dan in juni, maar nog altijd ruim 12% lager dan in augustus 2025. Daarmee lijkt de prijsdruk bij de verwerkende industrie in de zomermaanden tijdelijk te zijn afgenomen. Van een structureel herstel is echter nog geen sprake, gezien het feit dat het prijsniveau aanzienlijk lager is dan een jaar geleden. Overigens ligt de producentenprijsindex voor afzet naar het buitenland sinds het begin van dit jaar onder de 100 punten. Export is dus minder lucratief dan voorheen.

Ook de af-boerderijprijsindex liet in augustus een herstel zien. De API steeg van 90 punten in juni naar 93 punten in augustus, een toename van bijna 4%. In juli bereikte de index met 83 punten nog het laagste niveau van 2026 tot dan toe. De stijging in augustus betekende dus een gedeeltelijk herstel na de sterke prijsdalingen in de eerste helft van het jaar. Overigens laat de markt inmiddels zien dat de opleving in augustus tijdelijk was. Halverwege september daalden de Nederlandse vleesvarkensnoteringen opnieuw sterk, in navolging van de ontwikkelingen op de Duitse markt. De belangrijkste Nederlandse slachterijen verlaagden hun noteringen toen met 15 cent per kilogram. Begin oktober stabiliseerden de prijzen weliswaar, maar op een laag niveau. Tegelijkertijd nam het aanbod van slachtvarkens toe en stegen de gemiddelde slachtgewichten, terwijl de vraag onvoldoende meegroeide. Ook in Frankrijk en Spanje bleef de prijsdruk zichtbaar. Daarmee wordt de Europese varkensmarkt nog steeds gekenmerkt door een moeizame afzet en is er vooralsnog beperkte ruimte voor prijsherstel (WSER - Prijzen).
De Nederlandse varkensstapel en productie nemen ondertussen verder af, mede als gevolg van bedrijfsbeëindigingen en de uitwerking van beëindigingsregelingen. Een kleiner binnenlands aanbod leidt echter niet automatisch tot hogere opbrengstprijzen voor Nederlandse varkenshouders. De Nederlandse varkensvleesmarkt is sterk geïntegreerd in de Europese markt en de prijsvorming wordt daardoor vooral bepaald door het Europese aanbod, de vraag naar varkensvlees en de internationale afzetmogelijkheden. Handelsbeperkingen als gevolg van Afrikaanse varkenspest en concurrentie op exportmarkten blijven hierbij belangrijke factoren

Verschillen tussen regulier, Beter Leven en biologisch
Duurzame marktconcepten, zoals Beter Leven 1 ster en biologisch gecertificeerd varkensvlees, kennen over het algemeen een stabielere prijsvorming dan regulier varkensvlees. Zie voor meer daarover ook de nieuwe Agro-Nutri monitor 2026, waarin de prijzen, kosten en marges van reguliere, Beter Leven 1-ster- en biologische varkensvleesketens zijn onderzocht. De stabielere prijsvorming hangt onder andere samen met ketenafspraken, langlopende afzetrelaties en een deels eigen prijsvorming. Hierdoor zijn deze concepten doorgaans minder direct afhankelijk van de dagelijkse schommelingen op de internationale varkensmarkt. Toch zijn ook duurzame marktconcepten afhankelijk van de algemene marktsituatie en voldoende vraag vanuit de consument.

Keten 
Het varkensvlees wordt in de supermarkt of bij de slager gekocht. Supermarkten en slagers kopen varkensvlees van de vleesindustrie. Die bestaat uit slachterijen en vleesverwerkers. Slachterijen kopen vleesvarkens van veehouders rechtstreeks of via veehandelaren. Veehouders produceren vleesvarkens in gespecialiseerde bedrijven of gesloten bedrijven. Gespecialiseerde bedrijven kopen biggen en mesten die op tot slachtrijpe varkens, terwijl gesloten bedrijven zowel de fokzeugen houden als de biggen zelf opfokken tot vleesvarkens. Zeugenbedrijven zijn belangrijke toeleveranciers van biggen voor de gespecialiseerde bedrijven. De gesloten bedrijven produceren de eigen biggen.

-Varkenshouderijen
De in totaal circa 2.500 bedrijven met vleesvarkens produceren ruim 15 miljoen vleesvarkens. Hiervan worden bijna 1 miljoen dieren geëxporteerd vooral binnen de EU. Daarnaast worden er bijna 6 miljoen biggen over de grens verkocht. Dit betekent dat Nederland niet alleen volwassen vleesvarkens exporteert, maar ook veel jonge biggen die in andere landen verder worden opgefokt tot vleesvarkens.

-Industrie
De verwerking van varkensvlees is voor een belangrijk deel gekoppeld aan de slachterijen. Er zijn vier grote slachterijen, naast een beperkt aantal zelfslachtende slagers. In 2024 werden in Nederland 14,5 miljoen varkens binnenlands geslacht. De vleesindustrie slacht en verwerkt de dieren tot vers vlees en vleeswaren, die voor een groot deel worden geëxporteerd. Voor de productie wordt ook varkensvlees geïmporteerd omdat bijvoorbeeld sommige verwerkers specifieke soorten of kwaliteiten vlees nodig hebben die niet in voldoende mate of tegen de juiste prijs in Nederland beschikbaar zijn. De zelfvoorzieningsgraad van de Nederlandse varkensvleesketen ligt op circa 300%.

-Afzet
Circa 60% van het varkensvlees en 80% van de vleeswaren wordt in de supermarkt verkocht. Daarnaast wordt ongeveer 35% van het varkensvlees via de buitenhuishoudelijke markt (horeca, ziekenhuizen enzovoort) afgezet. De overige 5% van het varkensvlees wordt afgezet via speciaalzaken, markten, cateringbedrijven en directe verkoop aan consumenten, zoals via boerderijverkoop of lokale slagers buiten de reguliere supermarkt- en horecakanalen. Consumenten kopen meer varkensvlees in januari, gestimuleerd door reclameacties, tijdens het barbecueseizoen en in december vanwege de feestdagen. Supermarkten kopen varkensvlees hoofdzakelijk van de Nederlandse vleesindustrie.

Prijsvorming
De prijsontwikkeling van het pakket varkensvlees dat de consument in de supermarkt koopt, laat over de afgelopen jaren een lichte stijging zien. De gemiddelde prijs is in het najaar, vooral in november, iets hoger. De retail heeft een eigen prijsbeleid dat beperkt beïnvloed wordt door de inkoopprijs. Het prijsniveau bij concurrenten, promotieacties en de rol van vlees in het totale productassortiment van supermarkten spelen ook een rol. Prijsbewegingen van de industrie (producentenprijs) en boeren (af boerderij) vertonen daarom nauwelijks samenhang met de consumentenprijs. Voor de handel tussen de slachterijen en supermarkten worden jaarcontracten gebruikt. Daarbinnen vindt per vier weken overleg plaats over reclameacties. Afhankelijk van onder andere het weer vinden dagelijks correcties plaats op de bestelde volumes. Slachterijen geven de prijsbewegingen op hun afzetmarkt door aan de varkenshouders. De markten voor varkens en varkensvlees in Noordwest-Europa zijn nauw met elkaar verweven. De prijsvorming is vrij. Door de seizoenseffecten in de afzet op detailhandelsniveau schommelen ook de wekelijkse slachterij- en handelsnoteringen of opbrengsten van vleesvarkens. De EU heeft een zelfvoorzieningsgraad in varkensvlees van circa 125%, wat betekent dat de Europese varkensprijzen mede beïnvloed worden door prijsontwikkelingen en de vraag op wereldmarkten buiten Europa.

Prijsindices
De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op varkensvlees bij supermarkten en slagers. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de opbrengstprijzen van producenten van vers of gekoeld varkensvlees bij afzet naar het binnenland. De af-boerderijprijs is gebaseerd op de wekelijkse noteringen voor slachtvarkens. De indices zijn begin 2024 herzien, waarbij het jaar 2020 op 100% is gezet.


Kies een keten

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven