| Actuele voedselprijzen - Eieren |
Eierprijzen gedaald, vooral bij pluimveehouders en eierhandel
|
27-8-2026
|
De eierprijzen bij de pluimveebedrijven (API) kwamen in juni 2026 uit op 229 punten. Bij de eierhandel (PPI) kwamen de prijzen uit op 175 punten, en de consumentenprijzen (CPI) kwamen uit op 152 punten (2020 = 100).
|
Prijsontwikkeling De consumentenprijsindex van eieren kwam in juni uit op 152 punten (2020 = 100), ongeveer een half procent lager dan in april, maar nog altijd 14% hoger dan in juni 2025. De consumentenprijs heeft vrijwel volledig betrekking op eieren met een Beter Leven-keurmerk. De eierprijzen voor de consument zijn dus circa 52% hoger dan in 2020.
De index voor de afzetprijzen van de binnenlandse eierhandel (PPI) is in de maanden april-juni met ruim 9% gedaald naar 175 punten. In vergelijking met juni 2025 daalde de prijs ruim anderhalf procent. Ook de PPI-buitenland is in de afgelopen maanden gedaald, naar 175 punten.
De eierprijzen voor de pluimveehouders lagen in november 2025 al op een recordniveau van 283 punten, en dat was ook het prijsniveau in april 2026. In de maanden april-juni zijn de af-boerderijprijzen echter aanzienlijk gedaald, van 283 naar 229 punten (-19%). De prijzen lagen daarmee ruim 4% lager dan in juni vorig jaar.
Ook in 2026 zijn de eierprijzen – net als in 2025 – relatief hoog, door een combinatie van veel vraag en een krap aanbod. Inmiddels neemt de productie van eieren toe, met name in Oost-Europa en in Oekraïne. Dit leidt tot een groter aanbod van met name reguliere kooi- en scharreleieren, zonder Beter Leven-keurmerk of certificering voor de Duitse retailsector (KAT, kwaliteitsregeling voor de traceerbaarheid van eieren). De import van eieren uit Oekraïne is in de afgelopen jaren sterk toegenomen en ligt in het eerste kwartaal van 2026 weer hoger dan in dezelfde periode vorig jaar (+19%). Deze relatief goedkope eieren worden vooral gebruikt in de verwerkende industrie, als ingrediënt voor onder meer mayonaise en bakkerijproducten. Vooral Nederlandse pluimveehouders die eieren produceren voor de industrie zullen last hebben van deze importen.
De al jaren hoge eierprijzen hebben ertoe geleid dat er steeds minder eieren op contract worden verkocht. De Unie van Pluimvee Producenten (UPP) meldde dat nu nog maar een derde van de eieren tegen een vaste prijs wordt verkocht (Pluimveehouderij, juni 2026). De afname van vaste prijscontracten wijst op een verschuiving naar meer marktwerking, met als gevolg minder prijszekerheid en grotere gevoeligheid voor prijsfluctuaties in de gehele eierketen.
De af-boerderijprijs betreft reguliere scharreleieren die vooral naar de verwerkende industrie, foodservicesector en exportmarkten gaan. Deze prijsindex is niet direct vergelijkbaar met de prijzen van tafeleieren met een Beter Leven-keurmerk die in de Nederlandse supermarkten worden verkocht.
Keten De tafeleieren in het schap bij de supermarkten zijn direct door de pakstations afgeleverd of door grossiers via de pakstations. Leghennenhouders leveren eieren aan de pakstations, doen aan huisverkoop (automaten) of leveren direct aan de eiproductenindustrie. In de eierketen zijn broederijen en opfokkers van jonge hennen belangrijke voorschakels. Mengvoerfabrikanten zijn belangrijke toeleveranciers.
-Leghennenbedrijven
In Nederland houden ongeveer 800 bedrijven leghennen, in verschillende houderijsystemen. Het merendeel van de hennen wordt gehouden als scharrelkip. Daarnaast worden ook hennen gehouden in de biologische houderij, in systemen met vrije uitloop of in kooihuisvesting (‘koloniekooien’).
-Handel
De geproduceerde eieren worden op de boerderij verpakt of geleverd aan pakstations. Deze sorteren en verpakken de eieren in consumentenverpakkingen.
-Afzet
De Nederlandse pakstations leveren tafeleieren aan supermarkten in Nederland (circa 30% van de productie) en Duitsland (ook circa 30% van de productie). Een deel van de eieren (30 tot 35%) gaat naar de eiproductenindustrie in of buiten Nederland, waar ze worden verwerkt tot vloeibaar of gedroogd eiproduct. Dit eiproduct wordt vervolgens weer gekocht door de levensmiddelenindustrie, waarbij fabrikanten van sauzen en pasta en bakkerijen belangrijke afnemers zijn. Bijna 90% van de tafeleieren wordt afgezet via de supermarkten. Er is geen noemenswaardige import van eieren voor de afzet via supermarkten. Nederland is dus zelfvoorzienend als het gaat om tafeleieren.
Prijsvorming De leghennenhouders maken veelal per legronde afspraken met een pakstation. Naast kwaliteitsaspecten kan er ook een afspraak gemaakt worden over de prijs voor de eieren. Veel leghennenhouders werken met een vrije marktprijs, waarbij voor elke geleverde partij eieren de dan geldende marktprijs betaald wordt. Er is een duidelijk seizoenspatroon in de marktprijzen. In de zomer zijn de eierprijzen voor de leghennenhouders in de regel lager dan in de rest van het jaar. Leghennenhouders die eieren met het Beter Leven keurmerk aan Nederlandse supermarkten leveren hebben vaak een minimaal gegarandeerde opbrengstprijs. Een klein deel van de leghennenhouders maakt voor elke ronde leghennen prijsafspraken met de eierhandel. Vooral bedrijven met vrije uitloop en biologische hennen werken met vaste prijsafspraken.
Prijsindices De diverse prijsindices sluiten niet naadloos op elkaar aan. De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op de prijzen voor tafeleieren in de supermarkt. Dat zijn bijna uitsluitend eieren met een keurmerk, met name het Beter Leven keurmerk. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de binnenlandse opbrengstprijzen van pakstations én die van de eiproductenindustrie. De af-boerderijprijs (API) is gebaseerd op reguliere scharreleieren, die naar de foodservicesector (onder andere horeca, catering) gaan of geëxporteerd worden.
|