| Actuele voedselprijzen - Zuivel |
Af-boerderijprijzen, producenten- en consumentenprijzen stabiliseren
|
27-8-2026
|
De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel bleef nagenoeg gelijk op 129 punten in juni 2026 (2020 = 100). De producentenprijsindex (PPI) kwam in juni 2026 uit op 118 punten en de prijsindex af-boerderij (API) bleef gelijk op 119 punten (2020 = 100).
|
Prijsontwikkelingen De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel eindigde in juni 2026 op 129 punten, een beperkte daling van circa 1% ten opzichte van april 2026 en een daling van 4% ten opzichte van juni 2025. De consumentenprijsindex van zuivel daalde na de piek van 137 in februari 2023 geleidelijk tot onder de 130 in september 2023. Na september 2024 steeg de CPI weer licht tot circa 135 punten in augustus 2025, gevolgd door een licht dalende trend tot 129 punten in juni van dit jaar. De CPI is daarmee stabieler dan de af-boerderijprijsindex voor zuivel. Deze ontwikkeling sluit aan bij recente analyses over de grote kloof tussen de melkprijs en de winkelprijs van melk. Melkveehouders hebben in 2026 te maken met sterk fluctuerende marges en produceren slechts in een deel van de periode onder de kostprijs, mede afhankelijk van de kosten van voer, energie en mest.
De consumentenprijs van zuivel bestaat uit verschillende componenten, zoals verse halfvolle en magere melk, houdbare melk en room, yoghurt, kaas en overige zuivelproducten. Verse halfvolle melk had in juni 2026 met 111 punten de laagste prijsindex. De prijs ligt daarmee op hetzelfde niveau als in april 2026 en 9% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. De prijsindex van houdbare melk en room komt in juni 2026 uit op 134 punten, die van yoghurt op 136 punten en die van kaas eveneens op 136 punten. Voor twee van deze producten is de prijscorrectie over het afgelopen jaar sterk zichtbaar. De prijs van room is 4% lager dan in juni 2025, die van yoghurt 3% lager, en die van kaas is met 1% gedaald. Deze verschillen suggereren dat de prijzen van verse melk de af-boerderijprijs op de voet volgen, terwijl voor producten als kaas en houdbare melk prijsaanpassingen trager en minder volledig worden doorgevoerd. Dit hangt samen met de langere contract- en voorraadcycli, de hogere verwerkingskosten en overige kosten en de grotere mate van toegevoegde waarde in deze productgroepen, maar ook met strategisch prijsbeleid van retailers en verwerkers die marges stabiliseren in een volatiele grondstoffenmarkt.
De producentenprijsindex van de zuivelindustrie kwam in juni 2026 uit op 119 punten en was daarmee 1% lager dan in april 2026. In vergelijking met de API was de daling beperkt. Dit laat zien dat de sterke prijsdruk op rauwe melk slechts gedeeltelijk wordt doorgegeven in de verwerkende schakel, waarbij naast kostencomponenten ook contractuele afspraken, energieprijzen en internationale productprijzen (zoals boter en melkpoeder) een belangrijke rol spelen in de prijsvorming.
Na een aanzienlijke daling in de af-boerderijprijs na augustus 2025 en een lichte correctie in april 2026 toont de API een stabilisatie in juni 2026: de af-boerderijprijs blijft met 119 punten nagenoeg gelijk aan die van april 2026. Deze prijsstabilisatie weerspiegelt niet zozeer een herstel van de zuivelmarkt als wel een vertraagde doorwerking van de verslechterde marktomstandigheden. Het aanbod in binnen- en buitenland blijft groot, terwijl de vraag naar zuivelproducten zwak is. De Nederlandse melkaanvoer was in mei 2026 3.6% groter dan in mei 2025. Over de periode januari tot en met mei lag de melkaanvoer met 6.077 miljoen ton 5.0% boven het hetzelfde niveau van dezelfde periode in 2025. De productiegroei zwakt daarmee wel af: in maart bedroeg deze nog 6.2%, tegenover 4.0% in april en 3.6% in mei (ZuivelNL, 2026).
Het wereldmarktbeeld voor zuivel is verschoven van sterke aanbodgroei naar een situatie waarin de groei van de melkproductie afzwakt. Rabobank meldt in haar zuivelupdate van juni 2026 (Rabobank, 2026) dat de wereldwijde melkproductie nog steeds historisch hoog is, maar dat de productiegroei in steeds meer belangrijke exportregio’s vertraagt als gevolg van dalende marges voor melkveehouders door stijgende kosten voor voer, energie en kunstmest. Tegelijkertijd blijft de wereldwijde vraag naar zuivelproducten sterk, met name naar kaas, yoghurt, kwark, weiproducten en melkpoeder. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor herstel van de melkprijs.
Keten Het merendeel van de zuivelproducten wordt door consumenten in Nederland in het supermarktkanaal gekocht. Supermarkten kopen melk en zuivelproducten van de zuivelindustrie, die daarnaast ook een aanzienlijk deel exporteert. Ook wordt consumentenzuivel geïmporteerd. De Nederlandse industrie wordt nagenoeg volledig beleverd door de Nederlandse melkveehouders. Er vindt nauwelijks import van rauwe melk plaats.
-Melkveehouderij
In 2022 waren er in Nederland circa 14,7 duizend bedrijven met melk- en kalfkoeien, die gezamenlijk 13,8 miljard kg melk afleveren aan de Nederlandse zuivelindustrie; een relatief klein deel wordt achtergehouden op boerderijen en daar verwerkt (op basis van cijfers van het CBS).
-Industrie
In 2022 telde de Nederlandse zuivelindustrie 26 ondernemingen die in totaal 52 productielocaties hebben met een capaciteit groter dan 10 miljoen kg (ZuivelNL). Ongeveer 90% van de gecollecteerde melk wordt verwerkt door vijf coöperaties. Het overgrote deel van de rauwe melk wordt verwerkt in kaas (circa 57%) en melkpoeder (circa 13%).
-Afzet Circa 30% van de zuivelproductie blijft in Nederland, 45% wordt binnen de EU afgezet en met name in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse zuivelsector is internationaal georiënteerd: het saldo van de handelsbalans bedraagt 4,1 miljard euro. Ongeveer een kwart van de geëxporteerde zuivel verlaat de EU, waarbij China, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de drie belangrijkste afzetlanden zijn buiten de EU (ZuivelNL).
De Nederlandse afzetmarkt is overzichtelijker dan de wereldmarkten als het gaat om de opererende zuivelaanbieders en afnemende partijen. Vóór de coronacrisis werd driekwart van de zuivelproducten in Nederland via de retail verkocht en een kwart via de horeca en andere kanalen. Het totaal aan consumentenbestedingen aan zuivel in alle verkoopkanalen voor voedsel in Nederland wordt geraamd op ruim 7 miljard euro (op basis van de Monitor Duurzaam Voedsel 2022). Op de Nederlandse retailmarkt zijn de inkooporganisaties van supermarkten Ahold Delhaize (37% marktaandeel), Jumbo (21% marktaandeel) en Superunie (26% gezamenlijk marktaandeel van aangesloten winkelformules) de belangrijkste afzetpartijen voor de zuivelindustrie. Naast de Nederlandse zuivelondernemingen richt zich een aantal vooral grotere Europese zuivelondernemingen op de Nederlandse consument. Het aandeel van deze ondernemingen is relatief klein door een groot competitief voordeel van de Nederlandse ondernemingen.
Op de internationale markten, en met name buiten de EU, zijn zuivelgroothandels (intermediairs) belangrijke afzetpartijen. Zuivelondernemingen uit Nieuw-Zeeland en Australië, Noord-Amerika, andere zuivelondernemingen uit Europa en lokale zuivelondernemingen opereren vaak tegelijkertijd in dezelfde landen als de Nederlandse zuivelondernemingen.
Prijsvorming
In de zomermaanden is er een groter aanbod van melk dan in de wintermaanden. Met toeslagen en heffingen worden boeren aangemoedigd om meer in de winter te leveren. De omvang van de productie is tot april 2015 beperkt geweest door de quotering in het kader van het EU-zuivelbeleid. Per 1 april 2015 zijn de quota komen te vervallen. De prijsondersteuning vanuit het Europees landbouwbeleid is al eerder grotendeels vervangen door directe betalingen.
De prijs die de melkveehouder voor melk ontvangt bestaat uit een aantal componenten. In het geval van FrieslandCampina is het een garantieprijs, de jaarlijkse prestatietoeslag en de uitgifte van ledenobligaties-vast. Melkveehouders die niet aangesloten zijn bij een coöperatie, leveren melk op basis van contracten met de particuliere zuivelindustrie. Vaak wordt de melkprijs van de coöperaties gebruikt als een referentie. Het resultaat van de Nederlandse zuivelondernemingen is afhankelijk van hun prestatie op de binnenlandse en buitenlandse markten. Prijsontwikkelingen in binnen- en buitenland sluiten niet altijd op elkaar aan door verschillen in marktdynamiek. Verschillen in kwaliteit, duurzaamheidseisen en in soorten gevraagde zuivelproducten in binnen- en buitenland spelen hierbij een belangrijke rol.
De voorwaarden en prijzen van zuivelproducten in Nederland komen tot stand via bilaterale contractonderhandelingen tussen zuivelondernemingen en (Nederlandse) supermarkten.
|