Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Voedselprijzenmonitor > Thema's > Voedselprijzen
     
Voedselprijzen
Kies een indicator
Actuele voedselprijzen - Zuivel

Af-boerderijprijzen lijken te herstellen en producenten- en consumentenprijzen stabiliseren
29-6-2026

De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel bleef nagenoeg gelijk op 130 punten in april 2026 (2020 = 100). De producentenprijsindex (PPI) kwam in april 2026 uit op 119 punten en de prijsindex af boerderij (API) steeg naar 119 punten.



  

Prijsontwikkelingen
De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel eindigde in april 2026 op 130 punten (2020 = 100), hetzelfde niveau als in februari 2026. De consumentenprijsindex van zuivel is sinds de piek van 137 in februari 2023 geleidelijk gedaald tot onder de 130 punten tussen september 2023 en september 2024. Daarna is de CPI weer licht gestegen tot circa 135 punten in augustus 2025, gevolgd door een licht dalende trend tot 130 punten in april dit jaar. De CPI is daarmee veel stabieler dan de af-boerderijprijsindex voor zuivel. Deze ontwikkeling sluit aan bij recente analyses over de grote kloof tussen melkprijs en winkelprijs. Melkveehouders hebben in 2026 te maken met sterk fluctuerende marges en produceren slechts in een deel van de periode onder de kostprijs, mede afhankelijk van voer, energie en mestkosten (ZuivelNL, 2026).

De consumentenprijs van zuivel bestaat uit verschillende componenten, zoals verse halfvolle en magere melk, houdbare melk en room, yoghurt, kaas en overige zuivelproducten. Verse halfvolle melk had in april 2026 met 111 punten de laagste prijsindex: circa 5% lager dan in februari 2026 en 8% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. De prijsindex van houdbare melk en room komt in april 2026 uit op 134 punten, die van yoghurt op 136 punten en die van kaas eveneens op 136 punten. Voor twee van deze producten is de prijscorrectie over het afgelopen jaar sterk zichtbaar. De prijs van room ligt 5% lager dan in april 2025, en die van yoghurt 3% lager, terwijl de prijsindex van kaas juist relatief stabiel is (+0,5%). Deze verschillen suggereren dat de prijzen van verse melk de af-boerderijprijs op de voet volgen, terwijl voor producten als kaas en houdbare melk prijsaanpassingen trager en minder volledig worden doorgevoerd. Dit hangt samen met de langere contract- en voorraadcycli, de hogere verwerkings- en overige kosten en een grotere mate van toegevoegde waarde in deze productgroepen, maar ook met strategisch prijsbeleid van retailers en verwerkers die marges stabiliseren in een volatiele grondstoffenmarkt.

De producentenprijsindex van de zuivelindustrie kwam in april 2026 uit op 119 punten en was daarmee 1% hoger dan in februari 2026. In vergelijking tot de API was de stijging beperkt. Dit laat zien dat de sterke prijsdruk op rauwe melk slechts gedeeltelijk wordt doorgegeven in de verwerkende schakel, waarbij naast kostencomponenten ook contractuele afspraken, energieprijzen en internationale productprijzen (zoals boter en melkpoeder) een belangrijke rol spelen in de prijsvorming.

Na een forse daling in de af-boerderijprijs sinds augustus 2025 toont de API een duidelijk herstel in april 2026: de af-boerderijprijs stijgt met 7% naar 119 punten ten opzichte van februari 2026. Dit prijsherstel weerspiegelt niet zozeer een structureel krappe markt alswel een combinatie van een tijdelijk herstel in de wereldmarktprijzen en seizoensinvloeden. Het aanbod in binnen- en buitenland blijft groot, terwijl de vraag zich maar geleidelijk herstelt. ZuivelNL verwacht voor het gehele jaar 2026 dat de Nederlandse melkaanvoer ruim blijft. In de eerste twee maanden van 2026 was de Nederlandse melkaanvoer 5,7% groter dan in dezelfde periode van 2025, waarbij alleen februari 2026 al een stijging van 5,4% liet zien. Tegelijkertijd verwacht ZuivelNL dat lagere melkprijzen en het definitieve einde van de derogatie in de loop van het jaar een rem zullen zetten op verdere productiegroei. Dat is relevant voor de Nederlandse melkveehouderij, omdat de afbouw van de derogatie de druk op de mestmarkt vergroot en in combinatie met lagere melkprijzen de rentabiliteit van bedrijven verder onder druk zet (ZuivelNL, 2026).

Het wereldmarktbeeld is minder eenduidig dan alleen een verhaal van overaanbod. Rabobank schetst in haar zuivelupdate van maart 2026 (Rabobank, 2026) een situatie van grote melkaanvoer én stijgende wereldmarktprijzen voor zuivelproducten. De stijgende prijzen worden verklaard door extra vraag uit China en Zuidoost-Azië door het Chinees Nieuwjaar (eind februari) en de ramadan. Daarnaast zijn de zuivelvoorraden klein, waardoor extra vraag eerder invloed heeft op de marktprijzen, ondanks het grote aanbod. Vooral Nieuw-Zeeland profiteert van de groeiende vraag uit Azië vanwege de geografische ligging en vrijhandelsverdragen.



Keten
Het merendeel van de zuivelproducten wordt door consumenten in Nederland in het supermarktkanaal gekocht. Supermarkten kopen melk en zuivelproducten van de zuivelindustrie, die daarnaast ook een aanzienlijk deel exporteert. Ook wordt consumentenzuivel geïmporteerd. De Nederlandse industrie wordt nagenoeg volledig beleverd door de Nederlandse melkveehouders. Er vindt nauwelijks import van rauwe melk plaats.

-Melkveehouderij
In 2022 waren er in Nederland circa 14,7 duizend bedrijven met melk- en kalfkoeien, die gezamenlijk 13,8 miljard kg melk afleveren aan de Nederlandse zuivelindustrie; een relatief klein deel wordt achtergehouden op boerderijen en daar verwerkt (op basis van cijfers van het CBS).

-Industrie
In 2022 telde de Nederlandse zuivelindustrie 26 ondernemingen die in totaal 52 productielocaties hebben met een capaciteit groter dan 10 miljoen kg (ZuivelNL). Ongeveer 90% van de gecollecteerde melk wordt verwerkt door vijf coöperaties. Het overgrote deel van de rauwe melk wordt verwerkt in kaas (circa 57%) en melkpoeder (circa 13%).

-Afzet
Circa 30% van de zuivelproductie blijft in Nederland, 45% wordt binnen de EU afgezet en met name in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse zuivelsector is internationaal georiënteerd: het saldo van de handelsbalans bedraagt 4,1 miljard euro. Ongeveer een kwart van de geëxporteerde zuivel verlaat de EU, waarbij China, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de drie belangrijkste afzetlanden zijn buiten de EU (ZuivelNL).

De Nederlandse afzetmarkt is overzichtelijker dan de wereldmarkten als het gaat om de opererende zuivelaanbieders en afnemende partijen. Vóór de coronacrisis werd driekwart van de zuivelproducten in Nederland via de retail verkocht en een kwart via de horeca en andere kanalen. Het totaal aan consumentenbestedingen aan zuivel in alle verkoopkanalen voor voedsel in Nederland wordt geraamd op ruim 7 miljard euro (op basis van de Monitor Duurzaam Voedsel 2022). Op de Nederlandse retailmarkt zijn de inkooporganisaties van supermarkten Ahold Delhaize (37% marktaandeel), Jumbo (21% marktaandeel) en Superunie (26% gezamenlijk marktaandeel van aangesloten winkelformules) de belangrijkste afzetpartijen voor de zuivelindustrie. Naast de Nederlandse zuivelondernemingen richt zich een aantal vooral grotere Europese zuivelondernemingen op de Nederlandse consument. Het aandeel van deze ondernemingen is relatief klein door een groot competitief voordeel van de Nederlandse ondernemingen.

Op de internationale markten, en met name buiten de EU, zijn zuivelgroothandels (intermediairs) belangrijke afzetpartijen. Zuivelondernemingen uit Nieuw-Zeeland en Australië, Noord-Amerika, andere zuivelondernemingen uit Europa en lokale zuivelondernemingen opereren vaak tegelijkertijd in dezelfde landen als de Nederlandse zuivelondernemingen.

Prijsvorming
In de zomermaanden is er een groter aanbod van melk dan in de wintermaanden. Met toeslagen en heffingen worden boeren aangemoedigd om meer in de winter te leveren. De omvang van de productie is tot april 2015 beperkt geweest door de quotering in het kader van het EU-zuivelbeleid. Per 1 april 2015 zijn de quota komen te vervallen. De prijsondersteuning vanuit het Europees landbouwbeleid is al eerder grotendeels vervangen door directe betalingen.

De prijs die de melkveehouder voor melk ontvangt bestaat uit een aantal componenten. In het geval van FrieslandCampina is het een garantieprijs, de jaarlijkse prestatietoeslag en de uitgifte van ledenobligaties-vast. Melkveehouders die niet aangesloten zijn bij een coöperatie, leveren melk op basis van contracten met de particuliere zuivelindustrie. Vaak wordt de melkprijs van de coöperaties gebruikt als een referentie. Het resultaat van de Nederlandse zuivelondernemingen is afhankelijk van hun prestatie op de binnenlandse en buitenlandse markten. Prijsontwikkelingen in binnen- en buitenland sluiten niet altijd op elkaar aan door verschillen in marktdynamiek. Verschillen in kwaliteit, duurzaamheidseisen en in soorten gevraagde zuivelproducten in binnen- en buitenland spelen hierbij een belangrijke rol.

De voorwaarden en prijzen van zuivelproducten in Nederland komen tot stand via bilaterale contractonderhandelingen tussen zuivelondernemingen en (Nederlandse) supermarkten.



Kies een keten

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven