Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Voedselprijzenmonitor > Thema's > Voedselprijzen
     
Voedselprijzen
Kies een indicator
Actuele voedselprijzen - Zuivel

Af-boerderijprijzen tonen een forse daling; dit werkt beperkt door in de productenprijs en nog nauwelijks in de consumentenprijs
2-3-2026

De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel is in november 2025 geëindigd op 134 punten (2020=100). Daarmee ligt de index op hetzelfde niveau als in oktober 2025 en iets lager dan het niveau in september 2025. De producentenprijsindex (PPI) is in november met ruim 4% gedaald ten opzichte van september 2025 en met ruim 6% gedaald ten opzichte van dezelfde maand het jaar daarvoor. De prijsindex af boerderij (API) is op 136 punten uitgekomen, een sterke daling van 17% ten opzichte van september 2025 en een daling van 16% ten opzichte van november 2024.


  

Prijsontwikkelingen
De consumentenprijsindex van zuivel is in november 2025 gestabiliseerd op 134 punten (2020=100), gelijk aan het niveau van oktober. Ondanks deze prijsstabilisering, ondervinden melkveehouders en verwerkers druk van stijgende kosten en strengere regelgeving.

De consumentenprijs van zuivel bestaat uit verschillende componenten, zoals verse halfvolle en magere melk, kaas, yoghurt en houdbare melk. Van deze producten heeft verse halfvolle en magere melk de laagste prijsindex. Deze prijsindex lag in de periode 2017-2022 op hetzelfde niveau als de andere zuivelproducten, maar tussen mei 2023 en november 2024 daalde de prijs van dit product met 14%, terwijl de overige producten ongeveer op hetzelfde niveau bleven. Een mogelijke verklaring voor deze daling is dat de prijs van verse melk de af-boerderijprijs directer volgt dan de andere zuivelproducten. De af-boerderijprijs is begin 2023 sterk gedaald en heeft daarmee waarschijnlijk de prijs van verse halfvolle en magere melk meegenomen. Sinds eind 2024 vertoont de prijsindex weer herstel, maar dit herstel is niet zo sterk als de stijging van de af-boerderijprijs. Vanaf september 2025 daalt de CPI van verse halfvolle en magere melk weer. De CPI van houdbare melk en yoghurt staat op 136 punten en die van kaas staat op 137 punten. Daarmee heeft kaas de hoogste prijsindex van alle zuivelproducten.

De producentenprijsindex is in november met ruim 4% gedaald ten opzichte van september 2025 en met ruim 6% gedaald ten opzichte van dezelfde maand het jaar daarvoor. De prijsindex af boerderij is op 136 punten uitgekomen, een sterke daling van 17% ten opzichte van september 2025 en een daling van 16% ten opzichte van november 2024. Deze prijsdruk is het gevolg van een wereldwijd overaanbod van (rauwe) melk. De melkproductie in de zeven grootste zuivelexportregio’s (de EU, de VS, Nieuw-Zeeland, Australië, Brazilië, Argentinië en Uruguay) groeide in het derde kwartaal van 2025 met 3,4%. Dit is de grootste stijging in melkproductie sinds de afschaffing van het melkquotum in de Europese Unie op 1 april 2015. Nederland liet de grootste stijging in rauwe melkproductie zien van bijna 8% in oktober 2025 ten opzichte van het vorige kwartaal. Verschillende andere Europese landen, zoals Duitsland (+6%) en Frankrijk (+5%), ervaarden een soortgelijke sterke groei. Dit blijkt uit een nieuwsartikel op melkvee.nl. De aanbodschok op de wereldmarkt dwingt de API en PPI omlaag, terwijl de CPI door vertraagde doorberekening nog op een relatief hoog en stabiel niveau blijft.

De versnelde aanbodgroei in Nederland en Europa is het resultaat van drie verschillende factoren. Ten eerste is er het wegvallen van blauwtong als beperkende factor. Dit virus zorgde in 2024 voor lagere melkproductie, maar ook voor een verschuiving van de afkalfperiode. Ten tweede creëerden de gunstige weersomstandigheden in september en oktober 2025 meer weidegang, wat een positieve invloed heeft op de melkproductie van de koe. Ten derde motiveerden de hoge melkprijzen in het voorjaar en de zomer melkveehouders om hun veestapels aan te houden in plaats van af te bouwen.

Terwijl het aanbod sterk groeide, stagneerde de vraag. Vraag naar zuivelproducten voor de feestdagen was eind oktober grotendeels gevuld, waardoor de normale seizoensvraag wegviel. Daarnaast ondervond de consumentenvraag druk van hogere zuivelprijzen. Voor consumenten was zuivel in 2025 duurder dan in 2024. Ook op de importmarkten China en de VS bleef de vraag naar zuivel laag. Sectorexperts van RaboResearch voorspellen dat de huidige lage melkprijzen zullen aanhouden tot midden/eind 2026. De verwachting voor 2026 is een aanzienlijke afvlakking van de groei in de grootste melkproducerende regio’s: naar slechts 0,12% in plaats van de huidige 2,2%. Alleen wanneer de productiegroei aanzienlijk afvlakt en prijzen dalen tot niveaus die de vraag opnieuw prikkelen, kan de markt geleidelijk herstellen naar historische gemiddelden tegen het einde van 2026.



Keten
Het merendeel van de zuivelproducten wordt door consumenten in Nederland in het supermarktkanaal gekocht. Supermarkten kopen melk en zuivelproducten van de zuivelindustrie, die daarnaast ook een aanzienlijk deel exporteert. Ook wordt consumentenzuivel geïmporteerd. De Nederlandse industrie wordt nagenoeg volledig beleverd door de Nederlandse melkveehouders. Er vindt nauwelijks import van rauwe melk plaats.

-Melkveehouderij
In 2022 waren er in Nederland circa 14,7 duizend bedrijven met melk- en kalfkoeien, die gezamenlijk 13,8 miljard kg melk afleveren aan de Nederlandse zuivelindustrie; een relatief klein deel wordt achtergehouden op boerderijen en daar verwerkt (op basis van cijfers van het CBS).

-Industrie
In 2022 telde de Nederlandse zuivelindustrie 26 ondernemingen die in totaal 52 productielocaties hebben met een capaciteit groter dan 10 miljoen kg (ZuivelNL). Ongeveer 90% van de gecollecteerde melk wordt verwerkt door vijf coöperaties. Het overgrote deel van de rauwe melk wordt verwerkt in kaas (circa 57%) en melkpoeder (circa 13%).

-Afzet
Circa 30% van de zuivelproductie blijft in Nederland, 45% wordt binnen de EU afgezet en met name in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse zuivelsector is internationaal georiënteerd: het saldo van de handelsbalans bedraagt 4,1 miljard euro. Ongeveer een kwart van de geëxporteerde zuivel verlaat de EU, waarbij China, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de drie belangrijkste afzetlanden zijn buiten de EU (ZuivelNL).

De Nederlandse afzetmarkt is overzichtelijker dan de wereldmarkten als het gaat om de opererende zuivelaanbieders en afnemende partijen. Vóór de coronacrisis werd driekwart van de zuivelproducten in Nederland via de retail verkocht en een kwart via de horeca en andere kanalen. Het totaal aan consumentenbestedingen aan zuivel in alle verkoopkanalen voor voedsel in Nederland wordt geraamd op ruim 7 miljard euro (op basis van de Monitor Duurzaam Voedsel 2022). Op de Nederlandse retailmarkt zijn de inkooporganisaties van supermarkten Ahold Delhaize (37% marktaandeel), Jumbo (21% marktaandeel) en Superunie (26% gezamenlijk marktaandeel van aangesloten winkelformules) de belangrijkste afzetpartijen voor de zuivelindustrie. Naast de Nederlandse zuivelondernemingen richt zich een aantal vooral grotere Europese zuivelondernemingen op de Nederlandse consument. Het aandeel van deze ondernemingen is relatief klein door een groot competitief voordeel van de Nederlandse ondernemingen.

Op de internationale markten, en met name buiten de EU, zijn zuivelgroothandels (intermediairs) belangrijke afzetpartijen. Zuivelondernemingen uit Nieuw-Zeeland en Australië, Noord-Amerika, andere zuivelondernemingen uit Europa en lokale zuivelondernemingen opereren vaak tegelijkertijd in dezelfde landen als de Nederlandse zuivelondernemingen.

Prijsvorming
In de zomermaanden is er een groter aanbod van melk dan in de wintermaanden. Met toeslagen en heffingen worden boeren aangemoedigd om meer in de winter te leveren. De omvang van de productie is tot april 2015 beperkt geweest door de quotering in het kader van het EU-zuivelbeleid. Per 1 april 2015 zijn de quota komen te vervallen. De prijsondersteuning vanuit het Europees landbouwbeleid is al eerder grotendeels vervangen door directe betalingen.

De prijs die de melkveehouder voor melk ontvangt bestaat uit een aantal componenten. In het geval van FrieslandCampina is het een garantieprijs, de jaarlijkse prestatietoeslag en de uitgifte van ledenobligaties-vast. Melkveehouders die niet aangesloten zijn bij een coöperatie, leveren melk op basis van contracten met de particuliere zuivelindustrie. Vaak wordt de melkprijs van de coöperaties gebruikt als een referentie. Het resultaat van de Nederlandse zuivelondernemingen is afhankelijk van hun prestatie op de binnenlandse en buitenlandse markten. Prijsontwikkelingen in binnen- en buitenland sluiten niet altijd op elkaar aan door verschillen in marktdynamiek. Verschillen in kwaliteit, duurzaamheidseisen en in soorten gevraagde zuivelproducten in binnen- en buitenland spelen hierbij een belangrijke rol.

De voorwaarden en prijzen van zuivelproducten in Nederland komen tot stand via bilaterale contractonderhandelingen tussen zuivelondernemingen en (Nederlandse) supermarkten.



Kies een keten

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
• Gegevens over de PPI 2012-heden van CBS Statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens).
• Gegevens over de gebruikte PPI 2005-2012 van CBS Statline.
• Gegevens over de gebruikte CPI 2000-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens).


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven