Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Voedselprijzenmonitor > Thema's > Voedselprijzen
     
Voedselprijzen
Kies een indicator
Actuele voedselprijzen - Zuivel

De melkprijs toont voorzichtig herstel; producenten- en consumentenprijzen stabiliseren
23-10-2026

De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel bleef nagenoeg gelijk op 128 punten in augustus 2026 (2020 = 100). De producentenprijsindex (PPI) kwam uit op 119 punten en de prijsindex af-boerderij (API) steeg naar 121 punten (2020 = 100).


  

Prijsontwikkelingen
De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel eindigde in augustus 2026 op 128 punten, een daling van nog geen 1% ten opzichte van juni 2026 en een daling van 5% ten opzichte van augustus 2025. De consumentenprijsindex van zuivel daalde na de piek van 137 punten in februari 2023 geleidelijk tot onder de 130 in september 2023. Na september 2024 steeg de CPI weer licht, tot circa 135 punten in augustus 2025, gevolgd door een licht dalende trend tot 128 punten in augustus 2026. De CPI is daarmee stabieler dan de af-boerderijprijsindex voor zuivel. De daling van de af-boerderijprijs werkte dus slechts gedeeltelijk door in de consumentenprijzen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen verse melk en sterker bewerkte zuivelproducten. Ook bij verse melk bestaat de winkelprijs niet alleen uit de kosten van rauwe melk, maar ook uit kosten voor verwerking, verpakking, transport en verkoop. Bij producten zoals kaas en houdbare zuivel spelen langere contract- en voorraadcycli een rol, waardoor prijsveranderingen met enige vertraging kunnen doorwerken.

De consumentenprijs van zuivel bestaat uit verschillende componenten, zoals verse halfvolle en magere melk, houdbare melk en room, yoghurt, kaas en overige zuivelproducten. Verse halfvolle melk had in augustus 2026 met 115 punten de laagste prijsindex. De prijs lag daarmee weer op hetzelfde niveau als in mei 2024, en 5% lager dan in augustus 2025. De prijsindex van houdbare melk en room kwam in augustus 2026 uit op 134 punten, die van yoghurt op 136 punten en die van kaas op 134 punten. Ook bij deze producten was de prijscorrectie over het afgelopen jaar zichtbaar. De prijs van room was in augustus 4% lager dan in augustus 2025, die van yoghurt 2% lager, en die van kaas 4% lager.

De producentenprijsindex van de zuivelindustrie kwam in augustus 2026 uit op 119 punten en was daarmee ruim 1% hoger dan in juni 2026. In vergelijking met de API was de daling beperkt. De prijs van verse melk reageert normaliter sneller en sterker op lagere af-boerderijprijzen dan die van kaas, yoghurt en houdbare zuivel, maar ook bij verse melk bleef de daling in de PPI ruim achter bij de daling in de API. Bij de meer bewerkte producten, zoals kaas en yoghurt, worden prijsaanpassingen normaliter trager en minder volledig doorgevoerd vanwege langere contracten en voorraadcycli, hogere verwerkingskosten voor het creëren van meer toegevoegde waarde, en strategisch prijsbeleid van retailers en verwerkers die hun marges stabiliseren in een volatiele grondstoffenmarkt. Zoals ABN Amro echter in een zuivelupdate van juli dit jaar schrijft, zijn het juist de vette melkproducten zoals boter en kaas die het prijsherstel afremmen (ABN AMRO, 2026). De boternotering zakte in september onder de € 400 euro per 100 kg. De vraag naar boter is beperkt, de voorraden zijn groot en Europese boter is op de wereldmarkt duurder dan die uit de VS, Oceanië en Zuid-Amerika. Dit verklaart waarom de PPI nog duidelijk onder het niveau van een jaar eerder ligt. De Europese prijzen voor boter en kaas waren medio 2026 respectievelijk 48% en 21% lager dan een jaar eerder (Zuivel.NL, 2026).

Na een aanzienlijke daling in de af-boerderijprijs na augustus 2025 en een lichte correctie in april 2026 toonde de API opnieuw een lichte stijging in augustus 2026: de af-boerderijprijs is ten opzichte van juni 2026 met 2% toegenomen, naar 121 punten. De index ligt nog altijd 26% onder het niveau van een jaar eerder. De stijging komt vrijwel exact overeen met die van de garantieprijs van FrieslandCampina, die van € 41,50 per 100 kg in juni steeg naar € 42,50 in augustus (FrieslandCampina, 2026). Andere Nederlandse verwerkers verhoogden hun melkprijs eveneens. De sterke vraag naar zuiveleiwitten biedt hierbij tegenwicht aan de zwakke markt voor melkvet. Volgens ABN AMRO stimuleert de populariteit van eiwitrijke voeding de vraag naar wei en magere-melkpoeder. Dit ondersteunt de opbrengsten van zuivelverwerkers maar compenseert de prijsdruk op boter en kaas niet volledig (ABN AMRO, 2026).

De lage melkprijzen in 2026 hangen in de eerste plaats samen met een ruim mondiaal melkaanbod. De hoge melkprijzen in 2024 en 2025 stimuleerden melkveehouders om hun productie te verhogen, onder meer door koeien langer aan te houden. Daarnaast nam de melkproductie per koe toe door de hoge kwaliteit van het ruwvoer en de inzet van extra krachtvoer. ABN AMRO noemt daarnaast een verschuiving van de productie door blauwtong: verstoringen in lactatie zorgden ervoor dat een deel van de gebruikelijke voorjaarspiek naar het najaar verschoof (ABN AMRO, 2026). Wat opvalt is dat het einde van de derogatie en de lage melkprijs tot nu toe nauwelijks een dempend effect lijken te hebben op de melkproductie. De Nederlandse melkaanvoer lag in de eerste acht maanden van 2026 nog 4% hoger dan een jaar eerder, maar de groei zwakte in augustus af tot 0,7% (ZuivelNL, 2026). Volgens de Rabobank hangt de afvlakking in augustus vooral samen met de droogte, waardoor de maisprijzen tussen juni en augustus stegen met circa 20% en er in juli 11% meer melkkoeien werden afgevoerd dan een jaar eerder (Rabobank, 2026).

Op internationaal niveau is het beeld vergelijkbaar: het aanbod neemt af en de vraagt blijft goed. De productiegroei in de belangrijkste exportregio’s daalde van ruim 4% in het vierde kwartaal van 2025 naar 2% in het tweede kwartaal van 2026 om de hierboven genoemde redenen. Rabobank verwacht dat de Europese melkaanvoer vanaf september 2026 omslaat in krimp, met een duidelijke terugval in het vierde kwartaal (Rabobank, 2026). De verwachting is echter dat de verkoopvolumes zullen blijven groeien. Op basis van deze ontwikkelingen is een verder prijsherstel te verwachten.



Keten
Het merendeel van de zuivelproducten wordt door consumenten in Nederland in het supermarktkanaal gekocht. Supermarkten kopen melk en zuivelproducten van de zuivelindustrie, die daarnaast ook een aanzienlijk deel exporteert. Ook wordt consumentenzuivel geïmporteerd. De Nederlandse industrie wordt nagenoeg volledig beleverd door de Nederlandse melkveehouders. Er vindt nauwelijks import van rauwe melk plaats.

-Melkveehouderij
In 2022 waren er in Nederland circa 14,7 duizend bedrijven met melk- en kalfkoeien, die gezamenlijk 13,8 miljard kg melk afleveren aan de Nederlandse zuivelindustrie; een relatief klein deel wordt achtergehouden op boerderijen en daar verwerkt (op basis van cijfers van het CBS).

-Industrie
In 2022 telde de Nederlandse zuivelindustrie 26 ondernemingen die in totaal 52 productielocaties hebben met een capaciteit groter dan 10 miljoen kg (ZuivelNL). Ongeveer 90% van de gecollecteerde melk wordt verwerkt door vijf coöperaties. Het overgrote deel van de rauwe melk wordt verwerkt in kaas (circa 57%) en melkpoeder (circa 13%).

-Afzet
Circa 30% van de zuivelproductie blijft in Nederland, 45% wordt binnen de EU afgezet en met name in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse zuivelsector is internationaal georiënteerd: het saldo van de handelsbalans bedraagt 4,1 miljard euro. Ongeveer een kwart van de geëxporteerde zuivel verlaat de EU, waarbij China, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de drie belangrijkste afzetlanden zijn buiten de EU (ZuivelNL).

De Nederlandse afzetmarkt is overzichtelijker dan de wereldmarkten als het gaat om de opererende zuivelaanbieders en afnemende partijen. Vóór de coronacrisis werd driekwart van de zuivelproducten in Nederland via de retail verkocht en een kwart via de horeca en andere kanalen. Het totaal aan consumentenbestedingen aan zuivel in alle verkoopkanalen voor voedsel in Nederland wordt geraamd op ruim 7 miljard euro (op basis van de Monitor Duurzaam Voedsel 2022). Op de Nederlandse retailmarkt zijn de inkooporganisaties van supermarkten Ahold Delhaize (37% marktaandeel), Jumbo (21% marktaandeel) en Superunie (26% gezamenlijk marktaandeel van aangesloten winkelformules) de belangrijkste afzetpartijen voor de zuivelindustrie. Naast de Nederlandse zuivelondernemingen richt zich een aantal vooral grotere Europese zuivelondernemingen op de Nederlandse consument. Het aandeel van deze ondernemingen is relatief klein door een groot competitief voordeel van de Nederlandse ondernemingen.

Op de internationale markten, en met name buiten de EU, zijn zuivelgroothandels (intermediairs) belangrijke afzetpartijen. Zuivelondernemingen uit Nieuw-Zeeland en Australië, Noord-Amerika, andere zuivelondernemingen uit Europa en lokale zuivelondernemingen opereren vaak tegelijkertijd in dezelfde landen als de Nederlandse zuivelondernemingen.

Prijsvorming
In de zomermaanden is er een groter aanbod van melk dan in de wintermaanden. Met toeslagen en heffingen worden boeren aangemoedigd om meer in de winter te leveren. De omvang van de productie is tot april 2015 beperkt geweest door de quotering in het kader van het EU-zuivelbeleid. Per 1 april 2015 zijn de quota komen te vervallen. De prijsondersteuning vanuit het Europees landbouwbeleid is al eerder grotendeels vervangen door directe betalingen.

De prijs die de melkveehouder voor melk ontvangt bestaat uit een aantal componenten. In het geval van FrieslandCampina is het een garantieprijs, de jaarlijkse prestatietoeslag en de uitgifte van ledenobligaties-vast. Melkveehouders die niet aangesloten zijn bij een coöperatie, leveren melk op basis van contracten met de particuliere zuivelindustrie. Vaak wordt de melkprijs van de coöperaties gebruikt als een referentie. Het resultaat van de Nederlandse zuivelondernemingen is afhankelijk van hun prestatie op de binnenlandse en buitenlandse markten. Prijsontwikkelingen in binnen- en buitenland sluiten niet altijd op elkaar aan door verschillen in marktdynamiek. Verschillen in kwaliteit, duurzaamheidseisen en in soorten gevraagde zuivelproducten in binnen- en buitenland spelen hierbij een belangrijke rol.

De voorwaarden en prijzen van zuivelproducten in Nederland komen tot stand via bilaterale contractonderhandelingen tussen zuivelondernemingen en (Nederlandse) supermarkten.



Kies een keten

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven