| Kosten - Snijbloementeelt |
Totaal kostenniveau snijbloemenbedrijven hoger
|
15-12-2025
|
De totale betaalde kosten en afschrijvingen zijn in 2025 volgens de raming bijna 11% gestegen ten opzichte van 2024 en komen uit op gemiddeld 2,3 mln. euro per bedrijf.
|
In 2025 stegen de kosten van veel productiemiddelen, om te beginnen met de toegerekende kosten, oftewel alles wat gerelateerd is aan de teelt. Belangrijke kostenpost is het uitgangsmateriaal. Maar ook de meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen vallen hieronder. Dit jaar is hiervoor een forse toename van 13% ingerekend. Een deel van deze groei zit hem voor het gemiddelde bedrijf in de toename van de kosten van het uitgangsmateriaal van tulpen die ook een groter aandeel kregen in het gemiddelde snijbloemenbedrijf. Minder gebruikte chemische gewasbeschermingsmiddelen worden vervangen door gewasbeschermingsmiddelen die meer op biologische uitgangspunten zijn gebaseerd. Deze middelen werken specifiek en soms ook minder goed, waardoor een plaag meerdere keren moet worden herhaald om effect te sorteren. Hierdoor stijgen kosten.
Voor de energiekosten is rekening gehouden met een toename van de kosten in deze raming. Naast veranderingen in de steekproefbedrijven waardoor een toename zichtbaar was, is ook een hogere waarde ontstaan door de sommatie van volume en prijs. Door hoge prijzen aan het begin van het jaar voor gas en aflopende langetermijncontracten namen de kosten toe. Daarnaast zijn hoge prijzen voor elektriciteit ingerekend omdat op momenten dat het gebruik in de snijbloementeelt hoog is, de prijzen hoger lagen dan vorig jaar. Qua volume lijkt het erop dat er ten opzichte van een jaar eerder weinig veranderingen zijn opgetreden. Wel lijkt het eigen verbruik en inkoop van elektriciteit te zijn gedaald, terwijl de teruglevering is gestegen. Ramingen op dit vlak moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geĆÆnterpreteerd. Afhankelijk van de energieportefeuille en bedrijfsuitrusting van individuele telers kan dit algemene beeld per bedrijf verschillen. Optimalisatie, besparingen en zelfs eventuele extensiveringen zijn nog altijd actuele themaās om doelen op energiegebied te realiseren, zonder in te boeten op de kwaliteit van het product en afnemersafspraken. Ook spelen nieuwe belastingen een rol. De netto-energiekosten (kosten minus opbrengsten) worden geraamd op 133.000 euro dit jaar; in 2024 kwamen deze uit op 101.000 euro.
De betaalde arbeidskosten, die de laatste jaren al fors waren gestegen, zijn in 2025 verder toegenomen. De 10% die nu is ingerekend, kwam voor de helft tot stand door veranderende wegingsfactoren in de steekproef. De andere helft werd veroorzaakt door prijs- en volumewijzigingen, waarvan het merendeel het gevolg was van gestegen uurlonen. Het aantal gewerkte uren nam niet of nauwelijks toe. Werk door derden werd ook duurder en steeg met nagenoeg hetzelfde percentage. De financieringslasten stegen vooral door steekproefveranderingen; een zeer beperkte stijging is meegenomen voor prijs- en volumemutaties.
|