| Opbrengsten - Vleeskalverhouderij |
Contractvergoeding vleeskalverbedrijven neemt in 2025 10% toe
|
15-12-2025
|
De totale opbrengsten op bedrijven met blankvleeskalveren op contract nemen met 9% toe, door de hogere contractvergoeding en een toename van het aantal vleeskalveren, tot gemiddeld 395.000 euro per bedrijf. De hogere contractvergoeding wordt deels veroorzaakt doordat de slachterijen graag zoveel mogelijk hun slachtcapaciteit willen benutten door het geringere aanbod van kalveren en de krimp van de vleeskalverhouderij. De overstap van dierpremies in 2015 naar de uniforme hectaretoeslag in 2019 heeft grote gevolgen gehad voor de ontvangen EU-gelden, omdat veel kalverbedrijven weinig grond hebben (gemiddeld ruim 10 ha). De gemiddelde bedrijfstoeslag (die nu basisinkomenssteun heet) is nu nog maar 5.000 euro per bedrijf terwijl deze in de periode 2012-2014 bijna 60.000 euro bedroeg. Veel bedrijven hebben naast contractvergoedingen en basisinkomenssteun ook opbrengsten uit andere veehouderijtakken, maar met name uit een akkerbouwtak, deels door verkoop van voedergewassen. Ook de energieverkopen leveren een kleine (extra) bijdrage aan de opbrengsten. Deze verkopen waren in 2022 met bijna 7.000 euro hoog door de hoge energieprijzen, maar zijn in 2025 afgenomen tot 2.900 euro.
|
Achtergrond contracten Het grootste deel van de blankvleeskalveren wordt in Nederland op contractbasis gehouden. De kalverhouders ontvangen een vergoeding voor de geleverde arbeid, stallen en overige kosten. De contractgever (integratie) levert de nuchtere kalveren en het voer aan de kalverhouders en bepaalt het tijdstip van afleveren van de slachtrijpe dieren. Ook de verdere verwerking en vermarkting is in handen van de integraties.
Slachtingen en export In 2025 zijn tot en met augustus 13% minder kalveren (blank en rosƩ) geslacht dan in dezelfde maanden in 2024. Van de geslachte kalveren was 90% jonger dan 9 maanden. Het grootste deel van de kalfsvleesproductie wordt geƫxporteerd. De import van nuchtere kalveren voor de kalverhouderij is tot en met week 46 met 18% afgenomen. De import uit het belangrijkste importland Duitsland neemt af en die vanuit Ierland iets toe. Uit Belgiƫ en Denemarken komen iets meer kalveren maar hun aandeel is beperkt.
Blank en rosĆ© De markt van rosĆ©vlees is duidelijk verschillend van die van blankvlees. De marktprijzen van blankvlees zijn tussen 2013 en 2020 gedaald, afgezien van een kleine stijging in 2017. Tussen 2020 en 2023 was er in elk jaar een toename. In 2024 waren ze vrijwel stabiel maar in 2025 stegen de prijzen met 35%. De prijzen van rosĆ© schommelen, maar waren tot en met 2019 nauwelijks gedaald. Daarna was er ook bij rosĆ© in elk jaar een toename. In 2024 is de stijging gering maar in 2025 nemen ze, net als bij blankvlees, flink toe (+37%). De prijzen van nuchtere stierkalveren voor blankvlees zijn, na een stijging in 2017 en 2018, zowel in 2019 als in 2020 met 25 Ć 30% gedaald. In 2021 trad een herstel op en stegen de prijzen met bijna 50% en in de drie jaren daarna met 10 tot 25%. In 2025 stegen de prijzen van de nukaās explosief met 156%. Dit is mede een verklaring voor de toegenomen opbrengstprijzen van de kalveren.
Opbrengsten
De gemiddelde contractvergoeding
daalt met 5% door de circa 4 weken langere leegstand en de gemiddeld iets
lagere prijs voor die kalverhouders die in 2020 een nieuw contract moesten
afsluiten. De opbrengsten op een bedrijf met blankvleeskalveren op contract zijn
met 4% iets minder gedaald, door hogere opbrengsten uit de akkerbouwtak (met
name voedergewassen). De ontvangsten uit betaalrechten zijn sinds 2019 beland
op het niveau van circa 5.000 euro omdat een gemiddeld bedrijf bijna 13 ha
cultuurgrond heeft en ze daar de uniforme hectaretoeslag voor krijgen.
Voor de vrije mesters is de situatie
in 2020 nog ernstiger. Snijmais werd 7% duurder en rosƩbrok 1%. De prijzen van
aangekochte kalveren (nuchter of roodbonte stierkalveren) zijn weliswaar aanzienlijk
lager met respectievelijk 26% en 14%, maar daar staat tegenover dat de
verkochte blank- en rosƩvleeskalveren in prijs zijn gedaald (respectievelijk -8%
en -17%). Per saldo zal het inkomen op deze bedrijven aanzienlijk sterker
teruglopen dan op de bedrijven met een contract.
De gemiddelde contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf neemt naar verwachting met 30 euro toe (+10%). De totale opbrengsten op een bedrijf met blankvleeskalveren op contract zijn met 9% gestegen, mede door een toename van de gemiddelde bedrijfsomvang van 1%. De opbrengsten uit andere landbouwactiviteiten en energieverkopen nemen licht af. De basisinkomenssteun vanuit het GLB is afgenomen van 59.000 euro in 2014 naar ruim 5.000 euro. Een gemiddeld bedrijf heeft bijna ruim 10 ha cultuurgrond waarvoor het een basispremie van 158 euro per ha ontvangt in 2025 plus aanvullende inkomenssteun, afhankelijk van aan welke ecoregeling wordt meegedaan. Omdat het totale GLB-budget in 2025 is verlaagd, neemt de inkomenssteun naar verwachting met 6% af.
Ontwikkeling van prijzen in de vleeskalverhouderij (exclusief btw) |
|  Nuchtere kalveren a) | 98 | 108 | 123 | 313 | 156 | |  Stierkalveren voor rosé (roodbont) | 143 | 148 | 178 | 369 | 108 | |  Vleeskalveren wit b) | 5,15 | 5,40 | 5,45 | 7,35 | 35,1 | |  Vleeskalveren rosé > 8 mnd. c) | 4,35 | 4,45 | 4,55 | 6,20 | 36,7 | |  Prijs rosébrok (euro/100 kg) | 41,25 | 39,45 | 35,20 | 34,10 | -3,2 | |  Prijs snijmais (euro/1.000 kg) | 81,50 | 94,00 | 89,00 | 86,85 | -2,4 |
|