Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Economisch resultaat
     
Economisch resultaat
Kies een indicator
Rentabiliteit - Glastuinbouw

Rentabiliteit glastuinbouw 3 euro omhoog
18-12-2023

De rentabiliteit voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf is in 2023 geraamd op 115 euro opbrengsten per 100 euro kosten. Dit is 3 euro hoger dan in 2022. Zowel de snijbloemenbedrijven, pot- en perkplantenbedrijven en glasgroentebedrijven kenden een hogere rentabiliteit in 2023 dan in 2022. Er waren hierbij geen uitschieters. Zo steeg die bij snijbloemenbedrijven met 4 euro, bij pot- en perkplanten met 3 euro en voor glasgroenten met 2 euro per honderd euro kosten.

De opbrengst per 100 euro aan kosten varieerde sterk tussen de bedrijven in de glastuinbouw. Zestig procent van de glastuinbouwbedrijven had in 2023 een rentabiliteit tussen de 85 en 123 euro. Daaronder en daarboven scoorden respectievelijk de 20% minst presterende bedrijven en 20% best presterende bedrijven met een lagere c.q. hogere rentabiliteit. Dit betekent dat 20% van de bedrijven minimaal 15 euro per 100 euro kosten niet vergoed kreeg. De andere 20% van de bedrijven wist daarentegen minstens 123 euro opbrengsten te genereren per 100 euro kosten. Aangezien de gemiddelde rentabiliteitslijn aan de bovenkant van de 60%-groep ligt, kan geconcludeerd worden dat verhoudingsgewijs een kleine groep goed presterende bedrijven de gemiddelde rentabiliteit omhoog trekt. Zichtbaar is dat de onderkant van het groen vlak dit jaar scherper omlaag gaat dan aan de bovenkant. Hierdoor is de spreiding in rentabiliteit verder toegenomen.

 

Een lagere rentabiliteit dan 100 hoeft niet acuut tot continuïteitsproblemen te leiden. Zolang de totale opbrengsten hoger zijn dan de betaalde kosten en afschrijvingen wordt er door een bedrijf nog winst gemaakt. De continuïteit van een bedrijf is van veel meer factoren afhankelijk. Hier is bijvoorbeeld de bedrijfsopvolging er ook één van.



Terugkijkend op de gemiddelde bedrijfsresultaten van de afgelopen jaren was er in 2011 onvoldoende ruimte om de betaalde en berekende kosten te voldoen: er kon slechts een deel van de berekende kosten worden vergoed. De berekende kosten omvatten een marktconforme vergoeding voor de inzet van eigen arbeid en kapitaal. In de andere jaren waren er telkens voldoende opbrengsten om zowel de betaalde kosten te voldoen als een vergoeding te ontvangen voor de berekende kosten.



De afgelopen jaren is het aandeel berekende kosten in de totale kosten afgenomen. De afgelopen jaren lijkt dit te zijn gestabiliseerd. Als gevolg van de schaalvergroting nam het aandeel eigen arbeid af, en daarmee de berekende kosten voor de inzet van eigen arbeid. Het aandeel berekende kosten is in 2023 nog 7 euro op 100 euro kosten.

Bij de kleine bedrijven was het aandeel berekende kosten hoger dan bij de grote bedrijven; verhoudingsgewijs werd meer eigen arbeid en eigen vermogen ingezet. In 2022 (cijfers 2023 zijn nog niet bekend) waren in vooral de hogere grootteklassen de opbrengsten hoog genoeg om zowel de betaalde als berekende kosten te voldoen. Alleen de bedrijven lager dan 500.000 euro Standaardopbrengsten (SO) genereerden in 2022 minder opbrengsten dan de betaalde kosten (inclusief afschrijvingen) en berekende kosten samen. Ook lijkt het erop dat de rentabiliteit bij de extreem grote bedrijven wat lager is dan bedrijven met een SO tussen de 1 en 3 miljoen euro.



Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven