Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Economisch resultaat
     
Economisch resultaat
Kies een indicator
Kritieke melkprijs - Melkveehouderij

Kritieke melkprijs lange termijn tussen 2012 en 2021 gedaald voor gangbare melkveebedrijven
9-10-2023

Grotere schommelingen in de melkprijs vragen van ondernemers dat ze beter inzicht hebben in waar kritieke grenzen liggen. De kritieke melkprijskengetallen voor de korte termijn en de lange termijn kunnen daarbij helpen. De kritieke melkprijs geeft informatie over de melkprijs die je als melkveehouder nodig hebt om je bedrijf draaiende te houden. In de kritieke melkprijs lange termijn zijn alle betaalde kosten verwerkt, de (normatieve) aflossingen en de gezinsbestedingen. Ook wordt rekening gehouden met vervangingsinvesteringen. Inkomen van buiten het bedrijf en directe betalingen GLB worden hier niet meegenomen. De kritieke melkprijs op de korte termijn is meer gericht op het in beeld brengen van de laagste melkprijs die je gedurende een relatief korte periode kunt overleven. Hier wordt bijvoorbeeld gerekend met lagere gezinsbestedingen en worden de directe betalingen GLB en de inkomsten van buiten het bedrijf wel meegenomen. Ook worden de vervangingsinvesteringen buiten beschouwing gelaten. Onderstaande tabel geeft een schematisch overzicht welke onderdelen wel en niet worden meegenomen bij de berekening van de kritieke melkprijs op de korte en lange termijn. 

Tabel Overzicht definitie korte en lange termijn kritieke melkprijs
Kengetalkorte termijnlange termijn
Betaalde kostenjaja
  - afschrijvingenjaja
  + aflossingen (6% van langlopende leningen)jaja
  + vervangingsinvesteringenneeja
  - niet melkopbrengstenja ja
  waarvan aanwas, intern verkeerneenee
  waarvan directe betalingen GLBjanee
  + gezinsbestedingenja (50%)ja
  + belastingenja ja
  - inkomsten buiten bedrijfja nee


De berekeningen van de beide kengetallen voor de Nederlandse melkveehouderijsector laat een aantal zaken zien:
• De kritieke melkprijs lange termijn is tussen 2012 en 2021 voor de gangbare melkveebedrijven per saldo gedaald en daarmee lijkt de concurrentiekracht van de gangbare melkveehouderij te zijn toegenomen. Dat maakt de sector minder kwetsbaar voor schommelingen in de melkprijs. De belangrijkste oorzaak is de forse stijging van de gemiddelde hoeveelheid geproduceerde melk per bedrijf met 20% tussen de twee onderscheiden vijfjaarlijkse perioden. De vaste kosten worden dan over meer melk uitgesmeerd. De kritieke melkprijs op de korte termijn is vrijwel gelijk gebleven. De biologische bedrijven hebben hun kritieke melkprijzen voor de lange en korte termijn wel zien toenemen ondanks een vergelijkbare schaalvergroting als die bij de gangbare collega’s. Dit wordt veroorzaakt doordat de biologische bedrijven extensiever zijn geworden en de extra grond leidt tot extra vaste kosten. Ook neemt de melkproductie per koe bij biologische bedrijven af en die bij de gangbare bedrijven toe. Daardoor zijn relatief meer koeien nodig om de melkproductie te laten toenemen. Dit brengt ook extra kosten met zich mee.
• De kritieke melkprijs op de langere termijn is het laagst voor grote bedrijven. Bij een melkprijs onder de 35 euro per 100 kg heeft 84% van de gangbare bedrijven een probleem om aan alle financiële verplichtingen van zowel privé als bedrijf te voldoen (periode 2017-2021).
• De kritieke melkprijs op de korte termijn is het laagst voor de kleine gangbare bedrijven (32,5 euro per 100 kg melk, periode 2017-2021). Voor de bedrijven met meer dan 75 koeien ligt de kritieke melkprijs op de korte termijn tussen de 33 en 34 euro per 100 kg melk. De kleine bedrijven zijn dus relatief minder kwetsbaar voor lage melkprijzen. Dit komt door inkomen van buiten het bedrijf en doordat de lagere gezinsuitgaven die in deze kritieke melkprijs zijn opgenomen op kleinere bedrijven een relatief grote impact hebben. Bovendien scoren grotere bedrijven niet beter dan middelgrote als het gaat om de kritieke melkprijs. Bij een melkprijs die onder de 35 euro per 100 kg zakt, heeft 42% van de gangbare bedrijven een probleem.
• Hoe groter de bedrijven, hoe de dichter de kritieke melkprijzen voor de korte en de lange termijn bij elkaar liggen. Dit komt doordat de verschillen in aannames tussen beide methoden per eenheid melk steeds kleiner worden naarmate het bedrijf groter is.
• Bijna 70% van de gangbare melkveebedrijven heeft een kritieke melkprijs voor de lange termijn die hoger ligt dan de gemiddelde gerealiseerde melkprijs van 38 euro per 100 kg over de periode 2017-2021.
• Circa 2/3 van de biologische bedrijven heeft een kritieke melkprijs voor de lange termijn van meer dan 50 euro per 100 kg. De gemiddelde melkprijs over de periode 2017-2021 was ook 50 euro per 100 kg zodat geconcludeerd kan worden dat 2/3 deel van de biologische bedrijven niet aan alle verplichtingen kan voldoen.


Achtergrond en definities
De kritieke melkprijs geeft informatie over de melkprijs die de melkveehouder nodig heeft om het bedrijf draaiende te houden, ofwel de melkprijs waarmee aan alle cash-verplichtingen kan worden voldaan. Een kritieke melkprijs is iets anders dan een kostprijs. Bij de kostprijs wordt ook gekeken naar de (ingerekende) beloning van de ingezette productiefactoren (eigen arbeid en kapitaal) naast alle overige kosten die samenhangen met de productie van melk. Het gaat hier dan om het behalen van rendement. Bij de kritieke melkprijs wordt gekeken naar de melkprijs die minimaal nodig is om als bedrijf aan je verplichtingen te voldoen en ook nog redelijk te kunnen leven. Dat laatste wordt meegenomen door in plaats van met een ingerekende beloning voor de arbeid te werken met een normatief bedrag van de gezinsbestedingen. Het betreft hier dus geen volledige beloning van arbeid en kapitaal maar die vergoeding die nodig is om aan alle financiële verplichtingen, zowel privé als bedrijf, te kunnen voldoen.

Tegen deze achtergrond zijn er twee soorten kritieke melkprijzen te onderscheiden:
1. De kritieke melkprijs zoals die wordt bezien vanuit de korte termijn (1 jaar). De vraag die dan centraal staat is welke melkprijs nodig is om op korte termijn aan je betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Deze kritieke melkprijs is belangrijk als het gaat om inzicht krijgen in het kunnen opvangen van de gevolgen van kortdurende perioden met lage melkprijzen.
2. De kritieke melkprijs zoals die wordt benaderd vanuit een langeretermijnperspectief. De vraag die dan centraal staat, is welke melkprijs minimaal nodig is om de continuïteit van het bedrijf op de langere termijn te kunnen waarborgen.


Resultaten
Ontwikkeling kritieke melkprijzen in de tijd
De kritieke melkprijs lange termijn voor de gangbare melkveebedrijven is per saldo over de periode 2012-2021 licht afgenomen maar nam in 2022 met 6,50 euro per 100 kg toe ten opzichte van 2021 (figuur 1). In 2016 en 2017 nam de melkproductie sterk toe door een stijging van het aantal koeien per bedrijf in 2016 en een stijging van de melkproductie per koe in 2017 door de introductie van het fosfaatreductieplan. Hierdoor werden de vaste kosten uitgesmeerd over meer melk en nam de kritieke melkprijs lange termijn af. In 2018 is door de fosfaatwetgeving de groei afwezig en neemt de kritieke melkprijs lange termijn toe en na in de jaren daarna eerst stabiel te zijn geweest neemt deze verder toe in 2021 en vooral in 2022. De kritieke melkprijs korte termijn is voor de gangbare melkveebedrijven nauwelijks gedaald.
De figuur laat ook zien dat kritieke melkprijs op zowel de lange termijn als de korte termijn voor biologische melk in deze periode zijn gestegen. Deze laat hierbij een afwijkende ontwikkeling zien in vergelijking met de gangbare bedrijven. Dit wordt veroorzaakt doordat de kosten per eenheid melk die onderdeel uit maken van de kritieke melkprijs tussen deze twee vijf jaarlijkse perioden over de hele linie iets zijn gestegen voor de biologische bedrijven. Voor de gangbare bedrijven zijn deze iets gedaald. Dit wordt niet veroorzaakt door een verschil in schaalvergroting die in beide gevallen 20% bedraagt (in hoeveelheid melk gemeten).



Figuur 1 Ontwikkeling kritieke melkprijzen in relatie tot gemiddelde melkprijs 2012-2022 (raming)

Kritieke melkprijzen en schaalgrootte
De kritieke melkprijs korte termijn is het hoogst voor gangbare melkveebedrijven met een veestapel in de klasse met 100 tot 150 melkkoeien over de periode 2012-2016 (figuur 2). Over de periode 2017-2021 is deze het hoogst voor de grootteklassen >150 koeien. De verschillen met de 2 voorliggende grootteklassen zijn echter minimaal. De relatief kleine gangbare bedrijven (veestapel kleiner of gelijk aan 75 koeien) hebben de laagste kritieke melkprijs op de korte termijn (31,5 euro per 100 kg over de periode 2012-2016 en 32,5 euro over de periode 5 jaar daarna). Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de relatief grote bijdrage van inkomsten van buiten het bedrijf voor deze groep bedrijven en anderzijds door de relatief lage schulden en hiermee gepaard gaande lagere normatieve aflossingen. De relatief kleine bedrijven zijn dus minstens zo goed in staat om een periode van tijdelijk lage melkprijzen te overbruggen (veerkracht) als de grotere bedrijven. Het komt erop neer dat relatief kleine bedrijven weliswaar een hoge berekende kostprijs hebben, maar relatief gezien een kleiner deel van deze kosten daadwerkelijk in cash moeten uitgeven. Bij de relatief grote bedrijven is het net andersom. De berekende totale kostprijs is lager, maar een groter deel hiervan moet daadwerkelijk in cash worden betaald. Bij de biologische bedrijven zijn de oorzaken van de verschillen hetzelfde. Het verschil in aflossingen is relatief groter en die bij de inkomsten van buiten het bedrijf iets kleiner tussen de beide grootteklassen in vergelijking met de gangbare bedrijven. De kritieke melkprijs lange termijn vertoont naar omvang van het bedrijf wel meer een parallel met de kostprijs. Ze nemen beide af als de omvang van het bedrijf toeneemt. Voor de biologische bedrijven neemt juist de kritieke melkprijs lange termijn toe (circa 4 euro per 100 kg) naarmate het bedrijf groter is. Hogere voerkosten en aflossingen per eenheid melk liggen hieraan ten grondslag.


Figuur 2a Kritieke melkprijs naar omvang op gangbare zuivere melkveebedrijven, gemiddeld 2012-2021


Figuur 2b Kritieke melkprijs naar omvang op biologische zuivere melkveebedrijven, gemiddeld 2012-2021


Spreiding in kritieke melkprijzen
Figuur 3a laat zien dat 42% van de bedrijven een kritieke melkprijs korte termijn van boven de 35 euro per 100 kg melk heeft in de periode 2017-2021. In de voorgaande vijf jaren lag dit met 39% iets lager. Dit betekent dat deze bedrijven niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen als de gangbare melkprijs onder de 35 euro  per 100 kg melk ligt. Dit is de optelling van de 2 staafjes 35-40 euro en >40 euro. Op de lange termijn is dit 87% voor de eerste vijfjaarlijkse periode en 84% voor de laatste periode. Dit betekent dat als de melkprijs langdurig onder de 35 euro per 100 kg melk uitkomt een groot deel van de bedrijven in de problemen komt. Van de biologische bedrijven is dit aandeel 13% als de melkprijs op de korte termijn onder de 50 euro per 100 kg melk duikt (voor de periode 2012-2016) en 21% voor de periode 2017-2021. Voor de langere termijn is dit respectievelijk 63 en 68%. De laatste jaren ligt de melkprijs met 38 euro per 100 kg voor gangbaar boven deze als voorbeeld genoemde grens van 35 euro (voor biologisch is de gerealiseerde prijs van 50 euro per 100 kg wel vergelijkbaar met het voorbeeld). Hierbij is nog geen rekening gehouden met de hoge melkprijs van 2022 (respectievelijk 58 euro voor gangbaar en ruim 60 euro voor biologisch per 100 kg melk).


Figuur 3a Verdeling zuivere gangbare melkveebedrijven naar kritieke melkprijsklassen, 2012-2022 (raming)


Figuur 3b Verdeling zuivere biologische melkveebedrijven naar kritieke melkprijsklassen, 2012-2022 (raming)

Biologische bedrijven naar kritieke melkprijsklasse
Voor de biologische bedrijven laat figuur 3b zien dat 2/3 van de bedrijven een kritieke melkprijs korte termijn heeft die lager is dan 45 euro per 100 kg (periode 2017-2021). Voor de lange termijn is dit voor dezelfde periode bijna 20%. Wordt gekeken naar de 2 onderscheiden grootteklassen, dan laten de figuren onderaan dit artikel zien dat deze percentages voor de bedrijven met minder dan 80 koeien respectievelijk 80% en 27% zijn. Voor de grotere biologische bedrijven is dit respectievelijk 49% en 7% (beide over de periode 2017-2021). Opvallend is dat de grotere biologische bedrijven zowel een hogere kritieke melkprijs voor de lange als korte termijn hebben in vergelijking met de kleinere. Dit wordt onder andere veroorzaakt door hogere kosten van rente, veevoer en aflossingen. Kleinere biologische melkveebedrijven zijn dus beter in staat om een lagere melkprijs op te kunnen vangen. Dit heeft bij de biologische bedrijven dezelfde oorzaken als bij de gangbare bedrijven, met name lagere aflossingen maar ook hogere inkomsten per kg melk van buiten het bedrijf.

Maanden met lage melkprijzen 2012-2021
In de periode 2012-2021 zijn er van de 120 maanden 6 maanden geweest met een gangbare melkprijs onder de 30 euro per 100 kg (van maart tot en met augustus 2016). Momenten met een melkprijs onder de 30 euro per 100 kg zijn dus niet denkbeeldig, wel lijkt het nu minder denkbeeldig dan 5 of 10 jaar geleden. Voor een groot deel van de bedrijven is het goed om daar rekening mee te houden en voorzieningen te treffen om dergelijke risico’s te managen. Voor de biologische bedrijven waren er over diezelfde periode 16 maanden met een melkprijs onder de 45 euro per 100 kg verspreid over de jaren 2012, 2016-2020.

Spreiding kritieke melkprijs naar klassen in 2021
Figuur 4 laat voor het jaar 2021 de verdeling van de kritieke melkprijs (korte en lange termijn) zien over alle gangbare melkveebedrijven die deelnemen aan het Bedrijveninformatienet. Ook deze figuur onderstreept de grote variatie die er is tussen bedrijven wat betreft de hoogte van de kritieke melkprijs. Het aantal bedrijven met een kritieke melkprijs op de korte termijn onder de 35 euro per 100 kg is voor 2021 circa 61%.


Figuur 4 Aandeel zuivere gangbare melkveebedrijven naar klassen van lange en korte kritieke melkprijs in 2021 in euro per 100 kg.

Gangbare bedrijven naar omvang korte termijn
Naast variatie tussen kritieke melkprijsklassen is er variatie tussen de grootteklassen (zie figuren onderaan het artikel). De kritieke melkprijs op de korte termijn is op de kleinere gangbare bedrijven (<75 melkkoeien) met 32,5 euro per 100 kg (periode 2017-2021) laag. Dit wordt veroorzaakt door het relatief hoge inkomen van buiten bedrijf. Hiermee wordt de kritieke melkprijs met bijna 1 euro per 100 kg verlaagd. Ook draagt een halvering van de relatief hoge gezinsbestedingen per eenheid melk op de kleinere melkveebedrijven sterk bij aan de lagere kritieke melkprijs op de korte termijn (3,5 euro). Bovendien zijn de aflossingen ruim 30% lager dan op de melkveebedrijven in de 2 grootste grootteklassen. Voor ruim 60% van de kleinste bedrijven geldt dat ze een kritieke melkprijs op de korte termijn hebben van minimaal 30 euro per 100 kg melk. Bij de andere grootteklassen is dat meer dan 70%. Een melkprijs van 30 euro per 100 kg melk is bijna 40% hoger dan de vangnetprijs van 21,5 euro per 100 kg melk, waarbij EU-interventie actief zal worden.

Gangbare bedrijven naar omvang lange termijn
Op de langere termijn is het perspectief voor de kleine bedrijven somberder: 66% van de kleine bedrijven (minder dan 75 melkkoeien) heeft een kritieke melkprijs op de lange termijn die 40 euro per 100 kg melk of meer bedraagt (periode 2017-2021). Gemiddeld bedraagt de kritieke melkprijs bijna 43 euro en deze is 10 euro hoger dan die voor de korte termijn. Dit verschil is zo groot omdat de relatief hoge inkomsten buiten bedrijf de kritieke melkprijs niet meer verlagen; de hoge gezinsbestedingen verhogen de kritieke melkprijs.

Discussie
Grotere bedrijven scoren hoogst op toekomstbestendigheid
Gangbare bedrijven met 150 melkkoeien of meer scoren het gunstigst op de kritieke melkprijs op de lange termijn (deze is gemiddeld bijna 40 euro per 100 kg melk). Volgens het panel ‘Langetermijnprognoses melkveehouderij’ wordt een langetermijnmelkprijs verwacht van 43 euro per 100 kg. Deze is dus hoger dan de benodigde melkprijs om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Dit betekent dat het merendeel van de grootste bedrijven in de toekomst aan hun financiële verplichtingen zowel privé als als bedrijf kunnen voldoen als deze melkprijs inderdaad wordt gerealiseerd. Achter dit gemiddelde zit een behoorlijke spreiding waarbij groot geen automatische garantie is op toekomstbestendigheid. Ook van de bedrijven met een veestapel tussen de 75 en 100 koeien heeft 14% een kritieke melkprijs op de lange termijn van 35 euro per 100 kg of minder. Maar de keerzijde is er ook: een aanzienlijk aantal van alle gangbare bedrijven (gemiddeld circa 84% over de jaren 2017-2021) heeft een kritieke melkprijs die hoger ligt dan 35 euro per 100 kg.
Voor de biologische bedrijven is de kritieke melkprijs over de periode 2017-2021 voor de lange termijn voor de grootste grootteklasse hoger en daarmee ongunstiger. Met een gemiddelde melkprijs van ruim 50 euro per 100 kg is het verschil met de kritieke melkprijs (58 euro) voor de lange termijn groter dan in de gangbare melkveehouderij (respectievelijk 38 en 41 euro per 100 kg melk). Van alle biologische bedrijven heeft ruim 2/3 een kritieke melkprijs voor de lange termijn van meer dan deze 50 euro per 100 kg. Voor de korte termijn is dit 21%.
Bovenstaande figuren laten zien dat er bij de gerealiseerde melkprijzen op korte termijn de kleinste aantallen bedrijven in de problemen komen (minder dan 30%). Als de gerealiseerde gangbare melkprijs (gemiddeld 38 euro per 100 kg) ook de referentiewaarde voor de lange termijn zou zijn, dan is er ongeacht de bedrijfsgrootteklasse een probleem omdat de kritieke melkprijs op de lange termijn in alle grootteklassen boven de gerealiseerde melkprijs ligt.

Kritieke melkprijs is geen geïsoleerd kengetal
De kritieke melkprijs is geen kengetal dat geïsoleerd moet worden bezien. De hoogte van de kritieke melkprijs wordt mede beïnvloed door de ontwikkeling van de voerkosten. Wanneer verder op die kosten wordt ingezoomd, blijkt dat het aandeel van de kosten voor veevoer (krachtvoer, aangekocht ruwvoer en/of natte bijproducten) in de kritieke melkprijs op de korte termijn op 1/3 ligt. Bij de operationele keuzes die een melkveehouder moet maken, ofwel bij de afweging van productiebeslissingen op de korte termijn, zijn naast de melkprijs de voerkosten daarom een belangrijke bepalende factor. Definities zijn te vinden bij de toelichting onder aan dit artikel.








Kies een sector
Contactpersoon
Alfons Beldman
0320-293540
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven