Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Economisch resultaat
     
Economisch resultaat
Kies een indicator
Kostprijs - Melkveehouderij

Forse stijging kostprijs melk in 2022
14-5-2024

Kostprijs 2022 ten opzichte van 2021
De kostprijs is in 2022 op de gangbare en biologische melkveebedrijven aanzienlijk gestegen door de stijging van de kosten van voer, meststoffen, energie en onderhoud. Hierdoor lag de kostprijs op de gangbare melkveebedrijven in 2022 ruim 7 euro per 100 kg melk hoger en die op de biologische bedrijven 6 euro per 100 kg melk hoger in vergelijking met het jaar ervoor. De melkprijs nam tussen 2021 en 2022 met respectievelijk ruim 17 euro per 100 kg melk en bijna 9 euro per 100 kg melk toe.

Langjarig beeld 2001-2022 
De kostprijs is op de gangbare bedrijven tussen de 5 jaargemiddelden van 2001-2005 en 2016-2020 met een toename van nog geen 2 euro per 100 kg melk niet veel veranderd. Pas in 2021 en in sterkere mate in 2022 is de kostprijs met bijna 10 euro verder toegenomen. Een belangrijke oorzaak van de geringe toename tot en met 2020 was het wegvallen van de quotumkosten. Dit compenseerde voor een groot deel de forse toename van de voerkosten en in geringere mate die van de afschrijvingen. De schaalvergroting is een andere belangrijke reden voor de beperkte toename van de kostprijs. Niet alleen het aantal koeien per bedrijf nam fors toe tussen 2001 en 2022 (+72%), ook de melkproductie per koe nam toe (+18%). Hierdoor nam de totale melkproductie per bedrijf toe. Dit heeft een gunstige invloed op de kostprijs per eenheid melk. Het aantal koeien per hectare is met 14% toegenomen. Door een lagere jongveebezetting is het aantal GVE per hectare minder toegenomen.
Ook de biologische bedrijven zijn in aantal koeien per bedrijf gegroeid (+53%) in de periode 2001-2022. De biologische bedrijven werden daarentegen extensiever; gemeten in koeien per hectare was dit -9% over de periode 2001-2022. Doordat de melkproductie per koe met 16% toenam is de hoeveelheid melk per hectare wel toegenomen (+6%)


Ontwikkeling kostprijs 2001-2022
De kostprijs van de melk over de periode 2001-2022 is aan schommeling onderhevig geweest (figuur 1). Bepaalde onderdelen van de kostprijs zijn hiervoor verantwoordelijk. De reden dat de kostprijs van de melk lager is dan de totale som van de kosten wordt veroorzaakt doordat niet alle kosten betrekking hebben op de melk. Een evenredig deel van de kosten wordt aan de niet-melkopbrengsten toegerekend. In figuur 1 is de periode in 4 tijdvakken van 5 jaar onderverdeeld en zijn de jaren 2021 en 2022 afzonderlijk opgenomen. In de eerste 3 perioden (2001-2015) waren er nog afschrijvingskosten over het melkquotum (onderdeel van de categorie overig in de figuur). De rentekosten waren toen nog relatief hoog (tot en met 2010) en ook de kosten van arbeid (eigen en betaalde). Tegenover de afname van de hiervoor genoemde kosten staat een toename van de kosten van veevoer die al in de periode 2011-2015 begon. Ook de afschrijvingen zijn toegenomen maar vooral in de periode tot 2015.
Over de gehele periode 2001-2022 nam de omvang van het gangbare melkveebedrijf toe met 2,5 koe per jaar (tabel 1). De melkproductie per koe nam jaarlijks met ruim 70 kg toe. Het aantal koeien per hectare nam over deze periode toe van 1,65 naar 1,89. Vanaf ongeveer 2017 is het aantal stuks jongvee relatief afgenomen. Per hectare nam de melkproductie jaarlijks met 230 kg toe. Door de boycot van Russische olie en gas vanwege de oorlog in Oekraïne en het grotendeels wegvallen van (goedkoop) voer uit Oekraïne namen de prijzen van olie, gas en grondstoffen voor veevoer sterk toe in 2022. Dit vertaalde zich in een hogere kostprijs voor de gangbare melkveebedrijven van ruim 7 euro per 100 kg melk in vergelijking met 2021. Voor de biologische bedrijven lag de kostprijs 6 euro per 100 kg melk hoger. Door het krappere aanbod van melk en de toenemende vraag (wereldwijd) nam de gangbare melkprijs met ruim 17 euro per 100 kg melk toe en de biologische met bijna 9 euro per 100 kg melk in 2022. De opbrengststijging was voor de gangbare melkveebedrijven dus ruim dubbel zo groot als de stijging van de kosten. Hierdoor nam het inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid in 2022 sterk toe.

De biologische bedrijven zijn gemeten in hoeveelheid melk per hectare iets intensiever geworden doordat de melkproductie per koe is toegenomen (tabel 2). Het aantal koeien per hectare nam wel af. Over de periode 2001-2022 nam de omvang van de leningen per eenheid melk op de gangbare bedrijven met ruim 8% toe; wel is deze na de periode 2011-2015 gedaald. In periode 2011-2015 lag deze bijna 22% boven het niveau van 2001-2005. Op de biologische bedrijven nemen de leningen per eenheid melk toe tot 2020. Per saldo zijn deze tussen 2001 en 2022 met 29% toegenomen.


Figuur 1 Opbouw en ontwikkeling kostprijs en melkprijs per vijfjarige periode tussen 2001-2022 op zuivere melkveebedrijven (gangbaar en biologisch)

Ontwikkeling kostprijs 2001-2022 per jaar
Over de gehele periode is de kostprijs van gangbare melk met 27% gestegen. De kostprijs was tot aan 2014 mede door de afschrijving over melkquotum (3,50 euro per 100 kg over 2012-2014) relatief hoog (figuur 2). De rentekosten per eenheid melk zijn gedaald na 2010 door de lagere rentevoet. Per saldo zijn de rentekosten over de gehele periode met meer dan 60% gedaald. Deze afname wordt meer dan tenietgedaan door een toename van de voerkosten, overige directe kosten, afschrijvingen, onderhoud en brandstof. De stijging van de kostprijs wordt versterkt door toename van het aandeel melkopbrengsten in de totale opbrengsten (exclusief bedrijfstoeslag). Hierdoor worden er relatief meer kosten toegekend aan de melk. De lagere veeprijzen en lagere jongveebezetting liggen hier mede aan ten grondslag. In 2022 neemt de kostprijs sterk toe door de al eerder genoemde oorzaken. Over de gehele periode is de kostprijs met ruim een kwart toegenomen.

De kostprijs op de biologische bedrijven is per saldo over de gehele periode met bijna 50% gestegen en hiermee sterker toegenomen dan op de gangbare bedrijven. Dit komt doordat de melkproductie per koe minder is gestegen en de biologische bedrijven in tegenstelling tot de gangbare bedrijven extensiever zijn geworden. Ook heeft er 19% minder schaalvergroting in aantal koeien gemeten plaatsgevonden.


Figuur 2 Ontwikkeling kostprijs en melkprijs per jaar 2001-2022 op zuivere melkveebedrijven (gangbaar en biologisch)

Kenmerken gangbare en biologische melkveebedrijven
In tabel 1 wordt voor de gangbare bedrijven weergegeven wat de verschillen in structuur, kostprijs en inkomen zijn (gemiddeld over 4 vijfjarige perioden en de jaren 2021 en 2022). De inkomensverschillen zijn alleen bij het laatste vijfjarige gemiddelde wat groter in het voordeel van de biologische. In 2022 is de melkprijs op de gangbare bedrijven veel meer toegenomen dan op de biologische met het extreme inkomensverschil tot gevolg. De markt van de biologische melk is een andere dan die van de gangbare melk. Voor de laatste is de vraag toegenomen terwijl het aanbod achterblijft. Bij de biologische melk stagneert de vraag en neemt het aanbod nog steeds toe. De structuurverschillen zijn altijd groot geweest (tabel 2). Biologische bedrijven hebben minder koeien per bedrijf en per hectare en minder melkproductie per koe en zijn hiermee dus extensiever. De kostprijs op de biologische bedrijven is mede hierdoor circa 30% hoger. In 2022 ondervonden de biologische melkveebedrijven geen nadelige gevolgen van de hogere kunstmestprijzen omdat ze geen kunstmest aankopen. Mede hierdoor nam in 2022 het verschil in kostprijs af.
De biologische melkveehouders ontvangen gemiddeld een hogere melkprijs die in de begin van de beschreven periode 4 euro bedroeg. In deze periode werd de meerprijs bepaald door een vaste toeslag op basis van berekende meerkosten. Later is dit systeem losgelaten en werd de meerprijs vanuit de markt bepaald. De meerprijs nam toe tot circa. 13 euro. Deze plus komt goed uit om het verschil in kostprijs te compenseren. De gangbare melkprijs vertoonde in 2022 een historische stijging ten opzichte van het voorgaande jaar, bij de biologische melkprijs was deze stijging duidelijk minder. Dit resulteerde voor 2022 in een relatief een geringe meerprijs voor biologische melk van 3,5 euro ten opzichte van de gangbare melk.

Door de hoge melkprijs in 2022 was er zowel op de biologische als op de gangbare bedrijven gemiddeld een meer dan volledige vergoeding van de ingerekende kosten voor eigen arbeid en kapitaal. In de 10 voorliggende jaren lag de vergoeding van deze ingerekende kosten tussen de 60 en 80%. Slechts 7 tot 15% van de bedrijven realiseerde in de vijfjarige gemiddelden een marktconforme vergoeding voor eigen arbeid en kapitaal. In afzonderlijke jaren kunnen deze percentages flink afwijken. In de slechte melkprijsjaren 2009 en 2016 hadden geen of slechts enkele procenten van de gangbare melkveebedrijven een melkprijs die leidde tot een marktconforme vergoeding voor arbeid en kapitaal terwijl dit in 2022 60% bedroeg.

Tabel 1 Kengetallen voor gangbare melkveebedrijven, 5-jarige gemiddelden en 2021 en 2022
Indicator2001-20052006-20102011-20152016-202020212022
aantal hectare404650565960
aantal koeien667792104111113
melkproductie per bedrijf (in kg)501.900622.500749.400923.700989.2001.021.600
melkproductie per koe (in kg)7.6208.0908.1708.8808.9309.020
melkproductie per hectare12.62013.51014.90016.55016.73017.010
kostprijs incl berekende kosten per 100 kg melk40,542,944,642,244,351,5
melkprijs per 100 kg3232,338,436,639,356,6
aandeel vergoeding factorkosten6261777680165
aandeel bedrijven met marktconforme melkprijs11712151260
aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan kostprijs excl. berekende kosten907270727796
Leningen per 100 kg melk (in euro)103118126119118112
solvabiliteit (in %)746968717477
Inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje32.30032.10033.50037.90046.700124.000
Bron: Bedrijveninformatienet.

Tabel 2 Kengetallen voor biologische melkveebedrijven, 5-jarige gemiddelden en 2021 en 2022
Indicator2001-20052006-20102011-20152016-202020212022
aantal hectare525762778588
aantal koeien626772888995
melkproductie per bedrijf (in kg)388.400424.900473.300601.300634.600692.100
melkproductie per koe (in kg)6.2606.3506.5706.8707.1007.280
melkproductie per hectare7.4007.4407.6907.7707.5007.870
kostprijs incl berekende kosten per 100 kg melk43,852,55757,558,664,6
melkprijs per 100 kg35,739,347,65051,460,1
aandeel vergoeding factorkosten7059708485103
aandeel bedrijven met marktconforme melkprijs12712171225
aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan kostprijs excl. berekende kosten967274777481
Leningen per 100 kg melk (in euro)123146150163146158
solvabiliteit (in %)756971727776
Inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje36.40030.60029.90043.70046.10063.500
Bron: Bedrijveninformatienet.

Toelichting bij tabel:
Factorkosten zijn kosten gerelateerd aan de inzet van productiefactoren arbeid, kapitaal en grond.

Aandeel bedrijven met marktconforme vergoeding voor arbeid en eigen kapitaal
betreft het aandeel bedrijven dat voor de ingezette arbeid en kapitaal een marktconforme vergoeding behaalt. De behaalde melkprijs is zodanig dat deze boven deze kostprijs van de melk ligt.

Aandeel bedrijven met melkprijs hoger dan kostprijs exclusief berekende kosten
betreft het aandeel bedrijven dat alleen een volledige vergoeding behaalt voor de betaalde kosten (inclusief betaalde rente). De behaalde melkprijs is zodanig dat deze boven deze kostprijs van de melk ligt. Het aandeel bedrijven is aanzienlijk hoger omdat de kosten van de ingerekende eigen arbeid en kapitaal niet mee wordt genomen.


Vergelijking consumentprijs melk-zuivel producten met de boerderijprijs koemelk
Als bron voor de ontwikkeling van de prijzen van melk en zuivelproducten wordt de consumentenprijsindex (CPI) gebruikt. Deze omvat alle producten die uit de melk worden gemaakt zoals magere, halfvolle, volle en houdbare melk, yoghurt, kwark, kaas en overige melkproducten (zoals desserts, room, ijs) en is gebaseerd op scannerdata van de supermarkten. Er wordt voor de CPI geen onderscheid gemaakt naar meer of minder duurzaam geproduceerde producten. De prijzen zijn gewogen naar de volumes gebruikte melk. Voor de boerderijprijs wordt de prijs gehanteerd uit het Bedrijveninformatienet van de melk en zuivelproducten. Daarbij gaat het dus om rauwe melk met verschillende eindbestemmingen: export, horeca/catering, en de rauwe melk die op het eigen bedrijf wordt verwerkt en verkocht.

Wat opvalt aan figuur 3 met het verloop van beide indices is dat de boerderijprijs meer fluctueert dan de consumentenprijs. Dit is ook wel verklaarbaar omdat de vele tussenliggende schakels kosten maken bij het bewerken, transporteren en verkopen van het product. Deze kosten zijn vaak stabieler. Dat geldt vaak ook voor opbrengstprijzen van tussenschakels. Tussen zuivelondernemingen en supermarkten worden de prijzen bijvoorbeeld bepaald in bilaterale onderhandelingen. De fluctuaties van de melkprijs die de boer ontvangt (de melkprijs verdubbelt ongeveer tussen boer consument) worden dus gedempt doordat de rauwe melk een onderdeel is van de winkelprijs en de andere componenten stabieler zijn in kosten of opbrengsten. De prijs voor de boer hangt sterk samen met de prijsontwikkeling op de wereldmarkt. Deze staat onder invloed van vraag en aanbod en kan afhankelijk van het seizoen en de ontwikkeling op de wereldmarkt schommelen (zoals in 2022 was te zien).
Daarnaast valt op dat de trends bij beide prijsontwikkelingen vanaf 2001 bijna hetzelfde zijn en een stijgende ontwikkeling laten zien van 1,8% per jaar voor de boerderijprijs en 2,2% voor de consumentenprijs.


Figuur 3 Consumentenprijs en boerderijprijs koemelk (2001=100)



Kies een sector
Contactpersoon
Alfons Beldman
0320-293540
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Voor meer informatie over kostprijzen zie  agrimatie binternet kostprijs melk

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven