Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Select an indicator
Handel in agrarische goederen - Landbouw gerelateerde goederen

De handel in landbouwgerelateerde goederen
1/17/2020

De Nederlandse export van landbouwgoederen (primaire, onbewerkte goederen en secundaire, bewerkte goederen) wordt voor 2019 geraamd op 94,5 miljard euro. Dat is 4,6% meer dan in 2018 (90,4 miljard euro). Dit is een nieuw record; nooit eerder exporteerde Nederland voor een groter bedrag aan landbouwgoederen. Het record is vooral te danken aan een stijging van de prijzen. Het is een (nominale) groei van 45% in vergelijking met de landbouwexport in 2008. 

Er is nog een derde categorie, de zogenaamde tertiaire landbouwgoederen (ofwel landbouwgerelateerde goederen dan wel technologische landbouwgoederen, zoals landbouwmachines). Het betreft goederen die ten behoeve van de landbouwsectoren in binnen- en buitenland geproduceerd worden. Op deze pagina vindt u hier nadere informatie over.

Dit artikel op Agrimatie.nl bevat een selectie uit de hieronder te downloaden publicatie; "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband". Soms worden hier cijfers op een andere manier gepresenteerd dan in de echte publicatie. De cijfers zijn echter dezelfde. Enkele specifieke productgroepen worden apart weergegeven en kunnen via het vlak aan de rechterkant van dit scherm aangeklikt worden. Al deze productgroepen komen ook uit deze uitgave. Voor een juiste interpretatie van de cijfers heeft het lezen van de te downloaden versie van het rapport de voorkeur. Voor de literatuurverwijzingen kunt u ook in het te downloaden rapport terecht.

Download hier de volledige publicatie. 


Invoer landbouwgerelateerde goederen groeit gestaag
De invoer van landbouwgerelateerde goederen wordt voor 2019 geraamd op een bedrag van 4,44 miljard euro. Dat is 2% meer dan in 2018. Sinds 2016 is de invoer elk jaar in omvang toegenomen.

Door het afpellen van deze invoer ontstaat een concreter beeld van de ontwikkelingen. Ook blijken de verschillende goederencategorieën sterk in omvang te verschillen. Landbouwmachines worden het meest ingevoerd van alle categorieën (1,2 miljard euro in 2019). Kasmaterialen staan op twee met een invoer van 0,8 miljard euro en meststoffen worden ook relatief veel ingevoerd (0,7 miljard euro). Daarna volgen drie goederengroepen met vergelijkbare invoeromvang: gewasbeschermingsmiddelen, tractors en landbouwtrailers en machines voor de voedingsmiddelenindustrie (allemaal circa 0,5 miljard euro). De invoer van alle andere landbouwgerelateerde goederen ligt een stuk lager.

In vergelijking met 2018 is er sprake van een lichte daling bij de invoer van stalinrichting en landbouwgereedschappen, en een forsere daling bij de invoer van dierenvaccins (-16 miljoen euro) en gewasbeschermingsmiddelen  (-43 miljoen euro). De grootste toename betreft de invoer van meststoffen (+60 miljoen euro).

Onze buurlanden Duitsland en België zijn met afstand de belangrijkste leveranciers van tertiaire landbouwgoederen. Ruim een kwart van deze goederen komt uit Duitsland (1,14 miljard euro in 2019) en 20% komt uit België (0,87 miljard euro). De buurlanden zijn dus samen goed voor meer dan 45% van de totale import. De invoer uit België betreft vooral meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, kasmaterialen en landbouwmachines. Uit Duitsland komen naast deze goederen ook machines voor de voedingsmiddelenindustrie en tractors en landbouwtrailers. Op grote afstand van de buurlanden volgen landen zoals de VS (met name landbouwmachines) en het VK (onder andere kasmaterialen) als leveranciers van tertiaire landbouwgoederen.

De invoer uit Duitsland (+64 miljoen euro), China (+51 miljoen euro), Polen (+16 miljoen euro), Denemarken en Italië (allebei +13 miljoen euro) groeit het hardst in vergelijking met 2018 (figuur 6.4). Kasmaterialen uit Denemarken en Polen, landbouwmachines uit China en tractors en landbouwtrailers uit Duitsland verklaren de groei voor een deel.

De afname van de invoer heeft vooral betrekking op de VS (-33 miljoen euro), het VK (-31 miljoen euro), België (-30 miljoen euro), Chili (-13 miljoen euro) en Rusland (-11 miljoen euro). Uit Rusland en Chili komen er vooral minder meststoffen en verder zijn er duidelijke afnames te zien van gewasbeschermingsmiddelen uit België, kasmaterialen uit het VK en tractors en landbouwtrailers uit de VS.

Export groeit sterker dan import
De Nederlandse export van tertiaire landbouwgoederen ligt al jaren op een hoger niveau dan de Nederlandse import, waardoor er sprake is van een structureel handelsoverschot. Het handelsoverschot groeide in 2019 omdat de export in absolute zin harder groeit dan de import. Voor 2019 wordt de export geraamd op 9,9 miljard (figuur 6.5), ruim 8% hoger dan in 2018 (9,1 miljard euro). Daardoor groeit het handelsoverschot voor tertiaire landbouwgoederen van 4,7 tot 5,4 miljard euro.

Landbouwmachines worden het meest uitgevoerd door Nederland in 2019 (2,6 miljard euro), gevolgd door meststoffen (2,0 miljard euro), machines voor de voedingsmiddelenindustrie (1,9 miljard euro) en kasmaterialen (1,4 miljard euro). In vergelijking met 2018 is er een duidelijke afname bij de export van gewasbeschermingsmiddelen (-47 miljoen euro) en een kleine afname bij de export van landbouwgereedschappen (-7 miljoen euro). Bij stalinrichtingen is de exportwaarde nagenoeg gelijk aan vorig jaar. Voor de overige goederen is er sprake van exportgroei. De export groeit het hardst bij meststoffen  (+287 miljoen euro), landbouwmachines (+272 miljoen), kasmaterialen (131 miljoen), vaccins voor dieren (+54 miljoen euro) en tractors en landbouwtrailers (+33 miljoen euro). Er is een geringere groei in de export van landbouwdrogers en sproeitoestellen.

Ook bij de export zijn Duitsland en België toonaangevend, maar de verschillen zijn nu wel een stuk kleiner dan bij de import het geval was. De export naar Duitsland heeft voor 2019 een geraamde omvang van 1,5 miljard euro (15% van het totaal) en naar België gaat het om een kleine 1,0 miljard euro, ofwel 10%. Vlak na België komt Frankrijk (0,9 miljard euro) als favoriete bestemming op nummer drie en daarna het VK (0,7 miljard euro) en de VS (0,6 miljard euro). Deze vijf landen domineren de export van tertiaire landbouwgoederen. Ze zijn goed voor een gezamenlijk aandeel van 47% in 2019. Voor de vier Europese landen zijn het met name meststoffen en landbouwmachines die eruit springen als goederen die uit Nederland komen. Voor de VS zijn het naast landbouwmachines ook machines voor de voedingsmiddelindustrie.

Op landniveau groeit de export met bestemming Frankrijk (+134 miljoen euro) en Duitsland (+113 miljoen euro) het hardst. Daarna volgen het VK (+73 miljoen euro), Brazilië (+72 miljoen euro) en Canada (+67 miljoen euro). Vooral de export van meststoffen naar deze landen groeit hard. Dat geldt voor zowel Frankrijk, Duitsland als het VK. Bij de export naar Canada gaat vooral om een toename van de export van landbouwmachines. Ook naar Duitsland neemt de export van landbouwmachines sterk toe. Hetzelfde geldt voor de machines voor de voedingsmiddelenindustrie richting het VK. In het geval van Brazilië is de export van kasmaterialen sterk gestegen.

Landen met een sterke afnemende import uit Nederland zijn er niet. De grootste afname betreft de Nederlandse export naar Maleisië met een afname van 20 miljoen euro in vergelijking met 2018. Daarna volgen Argentinië
(-19,5 miljoen euro), Mexico en Verenigde Arabische Emiraten (beide  -11 miljoen euro) en Chili (-9 miljoen euro). Machines voor de voedingsmiddelenindustrie laten voor twee landen de grootste exportafname zien. Dat geldt voor Maleisië en Argentinië.

Export tertiaire landbouw van Nederlandse makelij op recordhoogte
Zoals eerder ook gepresenteerd voor de primaire en secundaire landbouwgoederen, is het mogelijk om de export van tertiaire landbouwgoederen onder te verdelen naar export van Nederlandse makelij en wederuitvoer. Als enkel wordt gekeken naar de technologische landbouwgoederen van Nederlandse makelij, dan ontstaat er een vergelijkbare trend zoals eerder gepresenteerd voor de landbouwexport.

De export van Nederlandse makelij is tussen 2018 en 2019 zelfs iets harder gegroeid (9%) dan de totale export inclusief wederuitvoer (8%). De wederuitvoer van tertiaire landbouwgoederen groeide dus iets minder hard (6%).

Voor 2019 wordt de export van tertiaire landbouw van Nederlandse makelij geraamd op 7,4 miljard euro; een nieuw record dat 0,6 miljard euro hoger is dan het vorige record uit 2018.

Op goederenniveau zijn de ontwikkelingen tussen 2018 en 2019 goed vergelijkbaar met de trends die eerder gepresenteerd zijn voor de totale export inclusief wederuitvoer. Qua rangschikking zijn er wel interessante verschillen. Landbouwmachines zijn ook bij de export van eigen makelij nummer 1. Nummer 2 betreft echter nu niet meststoffen, maar machines voor de voedingsmiddelenindustrie. Meststoffen vormen nu nummer 3 en kasmaterialen blijven op nummer 4. Een goed dat volledig in de rangschikking wegvalt is vaccins voor dieren. Deze dalen van nummer 5 bij de totale export naar nummer 10 bij de export van Nederlandse makelij. De reden is dat er bij vaccins voor dieren bijna volledig sprake is van wederuitvoer, dus eerdere import.

Op het niveau van landen komen dezelfde bestemmingen terug zoals eerder gepresenteerd voor de totale export van tertiaire landbouwgoederen. Duitsland, België en Frankrijk zijn ook voor de Nederlandse makelij de belangrijkste bestemmingen. Daarna wijzigt de rangschikking. De VS is zonder wederuitvoer belangrijker dan met wederuitvoer (van plek vijf naar vier) en hetzelfde geldt voor Canada (van plek tien naar zes), China (van plek elf naar acht). Daar staat tegenover dat het VK (van plek vier naar vijf), Rusland (van plek acht naar negen) en Polen (van plek zeven naar tien) nu lager in de rangschikking staan door relatief veel wederuitvoer in de export naar deze landen.

De grootste groei- en krimpmarkten overlappen grotendeels met de eerder gepresenteerde cijfers voor de gehele export inclusief wederuitvoer. Ook nu zit de grootste groei bij de export naar Frankrijk (+102 miljoen euro), maar de koppositie wordt niet meer gedeeld met Duitsland. Zonder wederuitvoer zakt Duitsland weg uit de top vijf landen. Het VK, Canada en Brazilië liggen dicht bij elkaar met een groei van tussen de 63 miljoen en 68 miljoen euro. Ook nu zijn er geen grote afnames per land. In de top vijf van krimpmarkten zijn Thailand en Indonesië nieuwe namen, terwijl de Verenigde Arabische Emiraten en Chili wegvallen uit die top vijf.

Export landbouwproducten en gerelateerde goederen boven 100 miljard euro
In 2019 komt de totale export van landbouw- en landbouwgerelateerde goederen voor het eerst boven de 100 miljard euro uit (figuur 6.13). In 2017 (99,0 miljard) en 2018 (99,5 miljard) was dit nog net niet het geval. Voor 2019 wordt geraamd dat de export er ver bovenuit stijgt met 104,4 miljard euro. Dit is circa 20% van de totale Nederlandse goederenexport in 2019. De totale export van landbouw¬(gerelateerde) goederen neemt naar schatting toe met 4,9% in 2019. De import neemt toe met circa 3,5% tot 68,5 miljard euro en de export van Nederlandse makelij met 4,8% tot bijna 76 miljard euro.

Op landniveau verandert er weinig tot niets aan de rangschikking van de belangrijkste leveranciers, zoals in hoofdstuk 4 gepresenteerd voor de ‘basislandbouw’ (primair en secundair). Dat is niet vreemd omdat de primaire en secundaire landbouwgoederen een aandeel van circa 90% in het totaal hebben. Alleen Spanje en de VS wisselden van plek.

Inclusief landbouwgerelateerde goederen stijgt de Nederlandse agrarische export naar onze belangrijkste exportpartner Duitsland tot 25 miljard euro.  Net als bij de import is er bij de export nagenoeg geen verschil tussen de belangrijkste handelspartners door het toevoegen van de landbouwgerelateerde goederen aan de exportcijfers. De eerste zes bestemmingen blijven hetzelfde en alleen de VS stijgt twee posities ten gunste van Spanje en Polen. Zweden blijft op nummer 10 staan. Nederland exporteert circa dubbel zoveel tertiaire landbouwgoederen naar de VS als naar Spanje of Polen. Landbouwmachines en machines voor de voedingsmiddelenindustrie zijn de motor in de export naar de VS.

De geraamde export van landbouwgerelateerde goederen omvat bovengemiddeld veel goederen van Nederlandse makelij (ruim 75%) in vergelijking met het gehele goederenpakket van Nederland (ruim 55%).

Zonder wederuitvoer van buitenlandse makelij ontstaat hetzelfde beeld met dezelfde top tien als met wederuitvoer. Italië zakt wel twee posities ten faveure van China en de VS.


Export van machines grootste post binnen de landbouwgerelateerde goederen
Bij de export van landbouwgerelateerde goederen verdient Nederland het meest aan landbouwmachines (1,14 miljard euro aan exportverdiensten in 2018) en machines voor de voedingsmiddelenindustrie (1,07 miljard euro).

De landbouwmachines en machines voor de voedingsmiddelenindustrie zijn samen goed voor meer dan de helft van de totale exportverdiensten aan landbouwgerelateerde goederen. Ook aan meststoffen (0,72 miljard euro) en kasmaterialen (0,57 miljard euro) verdient Nederland via de export een aardige cent. Aan alle overige landbouwgerelateerde goederen verdient de Nederlandse economie een stuk minder. De zeven resterende groepen zijn samen goed voor 0,41 miljard euro aan exportverdiensten in 2018

De goederencategorieën verschillen voor wat betreft de exportverdiensten die ze per euro exportwaarde voortbrengen. Zo liggen de gemiddelde exportverdiensten hoger bij machines voor de voedingsmiddelenindustrie (56 eurocent per euro export) en kasmaterialen (54 eurocent) ten opzichte van de export van landbouwmachines (49 eurocent), meststoffen (44 eurocent) en overige landbouwgerelateerde goederen (28 eurocent).

De verschillen zijn echter voor het belangrijkste deel goed te verklaren door de aanwezigheid van wederuitvoer. Zonder wederuitvoer liggen de gemiddelde exportverdiensten relatief dicht bij elkaar. De verdiensten aan kasmaterialen zitten per euro export van Nederlandse makelij net iets hoger (63 eurocent) dan die aan machines (62 eurocent).

De gemiddelde exportverdiensten per euro bij het totaal aan landbouwgerelateerde goederen (47 eurocent) liggen hoger dan bij de landbouwgoederen (43 eurocent). Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met een hoger percentage wederuitvoer bij de landbouwgoederen. Als enkel wordt gekeken naar de export van Nederlandse makelij, dan verdwijnt een groot deel van het verschil maar blijft er nog een klein verschil over (61 eurocent om 60 eurocent per euro export van Nederlandse makelij).

De export van landbouwgerelateerde goederen was in 2018 goed voor een totaalbedrag van 3,9 miljard euro, waarvan 3,65 miljard euro dankzij de export van Nederlandse makelij en 0,25 miljard euro dankzij de wederuitvoer van buitenlandse goederen. Voor 2019 worden de exportverdiensten geschat op 4,0 miljard euro, waarvan 3,7 miljard euro aan Nederlandse makelij en 0,3 miljard euro aan wederuitvoer.

Door de cijfers op te tellen bij de cijfers van hoofdstuk 3 komen we uit op totaalcijfers voor de gehele landbouw- en landbouwgerelateerde export. Dit geeft een totaalbedrag van 44,3 miljard euro aan exportverdiensten voor de Nederlandse economie in 2018 (circa 6% van het bbp) en een geschat bedrag van 45,9 miljard euro voor 2019.


Kies een sector
Contactpersoon
Gerben Jukema
070-3358359
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page