Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Handel en afzet
     
Handel en afzet
Kies een indicator
Handel in agrarische goederen - Handelsgroepen

De handel uitgesplitst naar handelsgroepen
4-3-2024

Onderstaande tekst is een weergave van hoofdstuk 4 uit de uitgave "De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband, editie 2024". Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Economic Research en het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van de Nederlandse handel in landbouwproducten in 2023. Wageningen Economic Research en CBS maken in deze gezamenlijke uitgave, in opdracht van het ministerie van LNV, de eerste ramingen van de landbouwhandelscijfers voor 2023 bekend en voorzien deze van duiding. Naast inzicht in de export- en importcijfers, voor zowel landbouwgoederen als landbouwgerelateerde goederen, bevat de publicatie verschillende katernen waarin een handelsonderwerp uitgelicht wordt. Voor deze editie zijn de onderwerpen;

-Landbouwhandel in oorlogstijd: Nederlandse handel met Oekraïne en Rusland
-De voetafdruk van de invoer van Nederlandse agrarische goederen
-Handel in dierlijke mest en kunstmest – verschillende markten voor dezelfde nutriënten
-Bedekte teelten: meer variatie in gewassen, constructies en bouwlocaties

Al deze onderwerpen zijn apart te lezen op agrimatie. Rechts in het oranje vlak kunt u de verschillende hoofdstukken nalezen. Het verdient de voorkeur om het totale rapport te downloaden.

Het onderstaande artikel geeft onderdelen van hoofdstuk 4 weer. U kunt hier het totale rapport downloaden.


4.1 Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkelingen van de export en import van Nederland in 2023 aan de hand van de 24 landbouwgoederenhoofdstukken en de groep overige landbouwgoederen. Deze laatste groep bestaat uit individuele producten die uit andere hoofdstukken van de handelsstatistieken komen, maar wel tot de landbouw worden gerekend. De landbouwgoederenhoofdstukken, veelal gegroepeerd naar productgroep, zijn hieronder per paragraaf gerangschikt naar afnemend aandeel in de exportwaarde, uitgezonderd de overige landbouwgoederen die niet in de eerste 24 hoofdstukken vallen. Deze worden als laatste beschreven. De landbouwgerelateerde goederen zoals kasmaterialen en landbouwmachines komen in het volgende hoofdstuk aan bod.

4.2 Zuivel en eieren: gelijkblijvende exportwaarde, lagere importwaarde
De exportwaarde van zuivel en eieren bedraagt in 2023 zo’n 12 miljard euro (tabel 4.1). Ten opzichte van een jaar eerder blijft de exportwaarde nagenoeg gelijk. De importwaarde neemt af met een kleine 4% tot 5,7 miljard.

Naar de twee belangrijkste exportlanden (Duitsland en België) is er een zeer beperkte exportgroei waarneembaar in 2023. De export naar Frankijk groeit sterker (7%). Vanuit Duitsland wordt er in 2023 wat minder zuivel en eieren geïmporteerd in Nederland. Hier bedraagt de importwaarde 2,3 miljard (-4%). Uit België en Ierland, hoewel hier de exportwaarde aanzienlijk lager ligt, steeg de import met respectievelijk 1 en 2%.

De producten onder de verzamelnaam zuivel en eieren vallen uiteen in drie groepen. De belangrijkste groep bestaat uit melk, room, boter, en producten als wei en natuurlijke honing. Deze groep producten heeft een exportwaarde van ruim 6 miljard euro in 2023. De exportwaarde van deze groep neemt naar verwachting in 2023 af met een kleine 4%. De importwaarde van deze producten neemt echter procentueel (-11%) maar ook qua waarde (430 miljoen euro) sterker af dan dat de export.

Kaas is een tweede subgroep. Met een exportwaarde van 5,3 miljard euro in 2023 is er een waardegroei van ruim 2%. De importwaarde van kaas neemt absoluut (161 miljoen euro om 115 miljoen euro) en procentueel (9% ten opzichte van 2%) sterker toe dan de export.

Eieren en eiproducten is de derde te onderscheiden groep. De exportwaarde van deze groep producten stijgt in 2023 met 16% tot een waarde van bijna 700 miljoen euro. Hier groeit de import minder snel dan de export. Dit is zowel in absolute zin (44 miljoen versus 96 miljoen) als procentueel (14% versus 16%) het geval.

De melkproductie in Nederland nam de laatste maanden van het jaar sterk af. Mede door de uitbraak van blauwtong is er van de aanvankelijk wat hogere melkproductie maar weinig over. Ook in andere Europese landen is de aanvoer stabiel of licht dalend. Tot en met oktober was de melkaanvoer nog maar net hoger in de EU (+0,3%) dan in 2022. Onder andere lagere productie in Frankrijk lijkt de export naar dat land te hebben gestimuleerd. De prijs van melk was aan het begin van 2023 net als in 2022 hoog, maar daalde sterk in het voorjaar om net boven de 40 eurocent te blijven de rest van het jaar, met een kleine opleving in december door krapte in de markt en lage voorraden.

Leveringszekerheid speelt ook een rol in de hogere garantieprijzen aan het einde van het jaar. Dit prijsniveau is hoger dan bijvoorbeeld 2021, maar door gestegen kosten, onder andere voor de mestafvoer, zijn de marges krap bij veehouders. Verwerkers kampen met hoge kosten voor energie en arbeid en ook de hoge inflatie speelt voor sommige handelspartijen een rol in de afzet. Ook is de koersverhouding euro/dollar minder gunstig. Friesland Campina, met bedrijfsonderdelen in Nederland, Duitsland en België, kondigde dan ook aan te gaan reorganiseren. Fonterra, de grootste zuivelexporteur van de wereld uit Nieuw Zeeland, heeft minder last van tegenvallende ontwikkelingen, onder andere door de groei op de Chinese markt.

Voor de markt van eieren en ei-producten was het een bijzonder jaar. De sector kampte in binnen- en buitenland met vogelgriep, en door ruimingen en leegstand met lagere productie. Deze krapte zorgde voor hogere prijzen in alle segmenten. De export gaat vooral naar Duitsland (veelal witte eieren). In 2023 groeide de importwaarde van ei-producten uit Oekraïne sterk, nadat de invoerheffing voor dat land was opgeheven. Deze producten worden veelal verwerkt in andere goederen en niet als tafeleieren verkocht.

Tabel 4.1 Nederlandse handel in zuivel en eieren (GN-04)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. Euro)12-0,1%
Waarvan van Nederlandse makelij78%
Aandeel in de landbouwexport9,7%
Totale importwaarde (mld. Euro)5,7-3,8%
Aandeel in de landbouwimport6,8%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. Euro)
Duitsland3.5341
België1.8251
Frankrijk1.3007
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland2.275-4
België1.0891
Ierland5342
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Van alle geïmporteerde goederen uit de groep van zuivel en eierproducten is ruim 60%, al dan niet na bewerking, bedoeld voor de uitvoer (figuur 4.1). Ongeveer 33% gaat vrijwel direct de grens over. Nog eens 30% wordt eerst nog bewerkt in Nederland. Een kwart van de import is direct bedoeld voor de binnenlandse besteding. Nog eens 12% wordt eerst verwerkt voordat de producten in ons land beschikbaar worden gesteld voor consumptie.





4.3 Sierteeltproducten: nauwelijks verandering in exportwaarde, importwaarde omlaag
De exportwaarde van sierteeltproducten zoals bloemen, kamerplanten, bomen en bollen bedraagt in 2023 ongeveer 11,5 miljard euro (tabel 4.2). Dit is nagenoeg gelijk aan een jaar eerder. Van deze goederen is 85% van eigen makelij. De sierteelt heeft een aandeel van ruim 9% in de totale landbouwexportwaarde. De importwaarde nam af met ruim 3% tot 2,3 miljard euro.

De exportwaarde van snijbloemen nam volgens deze raming beperkt toe, vooral door toegenomen import. De export van kamerplanten nam af, terwijl de overige sierteelt gewassen (bollen en bomen) nog een kleine plus lieten zien.

Over het algemeen stond de productie in Nederland onder druk van hoge energieprijzen aan het begin van het jaar, waardoor de productie lager was. In de loop van het jaar kon dit enigszins worden gecompenseerd.

De belangrijkste exportbestemmingen van Nederland zijn Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De exportwaarde naar Duitsland groeide beperkt. Daarnaast staat de export naar het Verenigd koninkrijk onder druk
(-5%). Daar tegenover staat een beter exportresultaat richting Frankrijk (+7%).
De import van bloemen komt veelal uit Kenia. De importwaarde groeide in 2023 met 6%, na een jaar van slecht weer aldaar en hoge transportkosten. De bloemen komen veelal per vliegtuig maar soms ook per boot naar Nederland. Ook worden bloemen ingevlogen op vliegvelden in Duitsland en België, waarna ze op transport gaan naar Nederlandse veilingen voor verdere verkoop en distributie. Daarnaast komen vooral sierteeltartikelen uit Duitsland en Italië, veelal boomkwekerij- of tuinartikelen.

De keten van bloemen en planten is vrij sterk gecentraliseerd. Royal Floraholland is veelal het centrale punt waar het aanbod voor snijbloemen en kamerplanten samenkomt. Deze ketenorganisatie brengt vraag en aanbod samen en zorgt dat binnenlandse en buitenlandse telers in de best mogelijke positie komen om hun producten te verkopen. Speerpunten bij deze ketenpartij zijn momenteel digitalisering en centralisering van het veilproces, spreiding van aanbod op de dag (om arbeidspieken te voorkomen, en afspraken over aflevertijden waar te maken), invoering van de individuele minimum verkoopprijs op de klok, en verduurzaming bij de veiling zelf maar ook bij haar leden. Uit het jaarverslag van 2022 van Floraholland blijkt dat hier volop aandacht aan wordt gegeven. Zo is eind 2022 81% van de veilingomzet voorzien van een milieucertificaat, het gaat om 47% van de aanvoerders en 77% van het volume. Ook voldoet 67% van de omzet al volledig aan de FSI2025-eisen. FSI staat voor Floriculture Sustainability Initiative. Dit wordt gerealiseerd door 24% van de aanvoerders en 62% van het volume. Ook staat het gebruik van de FloriPEFCR in de startblokken. Dit is een EU-erkende gestandaardiseerde methode voor een milieufoodprint. Via deze link is meer informatie hierover beschikbaar.

De belangrijkste afnemer van bloemen en planten op de veiling is handelsbedrijf Dutch Flower Group. Dit concern realiseerde in 2021 een omzet van 2,2 miljard euro. Voor andere takken van sierteelt zoals bloembollen en bomen is de export veel meer in handen van productiebedrijven.



Van de import van sierteeltproducten is 80% bestemd voor wederuitvoer, 7% wordt eerst verwerkt en vervolgens naar het buitenland geëxporteerd. (figuur 4.2). Ongeveer 13% blijft in Nederland, waarvan ongeveer de helft eerst nog wordt verwerkt voordat het geschikt is voor binnenlandse besteding.



4.4 Vlees: beperkte groei export- en importwaarde
De exportwaarde van Nederland van vlees is in 2023 gestegen naar 11,2 miljard euro, een groei van ruim 2%. De import groeide iets minder hard met 1,6% tot 5,4 miljard euro (tabel 4.3). De top drie van exportlanden laat alleen voor Frankrijk een negatieve ontwikkeling zien. Naar de belangrijkste twee exportbestemmingen, die dezelfde zijn als vorig jaar, steeg de exportwaarde. Naar Duitsland bedroeg de groei 2%, naar het Verenigd Koninkrijk was dat 6%. Duitsland is in waarde gemeten ook het belangrijkste herkomstland van vlees. Het bedrag is net zo groot als de importwaarde van België en Polen samen. Voor alle drie de landen steeg de importwaarde.

De drie belangrijkste vleessoorten zijn vlees van runderen en kalveren, varkensvlees en kippenvlees. Afhankelijk van prijszetting en beschikbaarheid hebben deze vleessoorten globaal een aandeel in de export van 25 tot 30%. De resterende 15-20% bestaat uit vlees van andere dieren zoals schapen, geiten, konijnen en paarden, of uit restproducten.

De varkensvlees (export)prijzen lagen net als in 2022 het hele jaar hoog. De hogere (export)prijzen waren het gevolg van lagere productie in de EU. In Denemarken werd dat veroorzaakt door hoge financieringslasten en relatief lagere opbrengstprijzen. Duitsland heeft te maken met strengere eisen voor verduurzaming waardoor sommige bedrijven moeten sluiten. In Spanje kampt men met uitbraken van het PRRS-virus. In Nederland waren er ook 6% minder varkensslachtingen (RVO, 2024). Minder bedrijven, onder andere door gebrek aan opvolging, slechte economische resultaten in het verleden en de opkoopregelingen, waren daar oorzaken van. Per saldo was de exportwaarde van varkensvlees een kleine 12% hoger dan vorig jaar.

De andere vleessoorten kenden een beperkte daling van de exportwaarde, met name door een lagere prijs voor rundvlees. Het kalfsvlees was hierop een uitzondering. Er werden in Nederland meer runderslachtingen verricht dan een jaar eerder (9%). In 2022 zorgde een hoge melkprijs ervoor dat er beperkter werd geslacht. Mede door een dalende melkprijs in vooral het voorjaar lag het aantal slachtingen over het totaal van 2023 hoger. Het kalfsvlees maakte een tegenovergestelde beweging. Door onder andere een lagere invoer van levende kalveren uit het buitenland, bleef het geslacht gewicht beperkt met hogere prijzen tot gevolg.

De VanDrie Groep is een van de belangrijke ketenpartijen in de kalverhouderij in Europa met als basis Nederland. Binnen deze groep worden kalverhouderijen (in Nederland, België, Frankrijk en Italië), kalvervoeders (Nederland en Italië), zuivelgrondstofbedrijven (Nederland, Duitsland en Italië), kalverslachterijen (Nederland en Frankrijk), runderslachterijen (Nederland), kalfsvellen en een voorlichtingsorganisatie voor de promotie van kalfsvlees gerekend (agrimatie, 2023). Denkavit is een andere internationale speler met nadruk op de productie en verkoop van voeding voor jonge dieren (Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en de Verenigde Staten); daarnaast heeft het bedrijf in Nederland ook kalverhouderijen onder contract. De Paligroep is actief in de schakels: het kalverhouderijbedrijf, het slachten en uitbenen en de verkoop. Deze activiteiten spelen zich vooral af in Nederland (agrimatie,2023). Zie voor meer informatie over de keten van de kalverhouderij hier.

De Nederlandse productie van vleeskuikens is al lange tijd bezig met verschillende concepten om over te gaan van reguliere houderijen naar houderijen met het Beter Leven keurmerk (BLK) (sinds 2007). In 2023 hebben alle Nederlandse supermarkten afgesproken over te gaan op dit Beter leven Keurmerk (met 1 ster). Omdat er in dit concept gewerkt wordt met andere eisen, bijvoorbeeld door tragere groei, kunnen minder dieren in de stallen worden gehouden. De hoeveelheid vleeskippen loopt mede hierdoor in Nederland al sinds 2015 terug. Het vlees wordt in min of meer vaste ketens verkocht tegen vaste lever- en margeafspraken. Los hiervan zijn er ook vleeskuikenhouders die produceren voor de foodservice of export met EU-productie eisen of aanvullende eisen van ketenpartijen. Samen met import uit België en Duitsland van vleeskuikens worden deze kuikens geslacht bij 14 verschillende slachterijen. Plukon, 2 Sisters Storteboom, Exportslachterij Clazing en Esbro zijn hier voorbeelden van.

Door het lagere volume en andere concepten lijken de prijzen wat te stijgen. De exportprijzen staan in 2023 onder druk, onder andere door toename van de import vanuit Oekraïne en Duitsland.
Tabel 4.3 Nederlandse handel in vlees (GN-02)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)11,22,1%
Waarvan van Nederlandse makelij75%
Aandeel in de landbouwexport9,0%
Totale importwaarde (mld. euro)5,41,6%
Aandeel in de landbouwimport6,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland2.2712
Verenigd Koninkrijk1.3196
Frankrijk1.087-5
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland1.3218
België6858
Polen6321
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Van al het geïmporteerde vlees is 40% bestemd voor de binnenlandse markt. (figuur 4.3). De helft hiervan wordt eerst verwerkt. Ongeveer 40% is direct geschikt voor wederuitvoer. In 22% van de gevallen wordt het vlees eerst verwerkt voordat het opnieuw wordt geëxporteerd en in de schappen terechtkomt.


4.5 Aardappelen en groenten: sterke toename in export- en importwaarde

De handelswaarde van aardappelen, uien en groenten uit de opengrond en de kas neemt in 2023 sterk toe. De toename bedraagt zowel voor de export als de import tussen de 12% en 13% (tabel 4.4). De exportwaarde is 8,7 miljard waarvan 73% van Nederlandse makelij is. Het importaandeel van deze groep producten is 4% van de totale landbouwgoederen import. Hoewel de importwaarde een stuk kleiner is dan de exportwaarde bedraagt dit in 2023 naar verwachting nog altijd 3,3 miljard euro.

De sterke groei van de export- en importwaarde is ook zichtbaar bij de top 3 belangrijkste exportbestemmingen en herkomstlanden. De belangrijkste bestemming van deze productgroep is Duitsland, gevolgd door België en het VK. Omdat vooral in de winter minder groenten van eigen bodem beschikbaar zijn, worden ook veel groenten geïmporteerd uit Spanje. Daarnaast zijn buurlanden Duitsland en België ook landen waar sourcing plaatsvindt van groenten, uien en aardappelen. Uit Duitsland werd voor 610 miljoen euro geïmporteerd, een groei van 29%. Deze groei is twee keer zo groot als vanuit België.

Met name de prijzen voor (poot) en verse aardappelen, uien en peen waren zeer goed het afgelopen kalenderjaar. Afnemers van aardappelen strijden om de gunst van de boer om hun type aardappel te gaan telen. De onzekerheid over het (oogstbaar) volume van aardappelen door weersomstandigheden en de hoge kosten van bewaring door hogere energieprijzen en transport, zorgden voor krapte op de markt en hogere prijzen. Voor tafelaardappelen vormde zich dit jaar een nieuwe (afzet) coöperatie PotatoNext (Nieuwe oogst, 2023). Voor glasgroente daalde het volume door gestegen energieprijzen, waardoor producties, mede door ziektedruk, beperkt bleven. Hierdoor stegen veelal opbrengstprijzen.

Tabel 4.4 Nederlandse handel in groente (GN-07)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)8,712,4%
Waarvan van Nederlandse makelij73%
Aandeel in de landbouwexport7,1%
Totale importwaarde (mld. euro)3,312,9%
Aandeel in de landbouwimport3,9%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland2.73311
België1.12229
Verenigd Koninkrijk99516
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Spanje78915
Duitsland61029
België52814
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Van de geïmporteerde waarde aan aardappelen, uien en groenten is 71%, al dan niet eerst nog bewerkt, bestemd om weer te worden geëxporteerd. Ongeveer 29% van de geïmporteerde groenten zijn voor binnenlandse consumptie. Van de aardappelen en groenten wordt 13% eerst nog bewerkt (figuur 4.4)



4.6 Dranken: groei exportwaarde maar afname van importwaarde
De exportwaarde van bier, waters, sappen, wijn en likeuren is in 2023 met ongeveer 3,5% gestegen naar ruim 8 miljard euro (tabel 4.5). Overigens vallen ook ethylalcohol (al dan niet) gedenatureerd, vloeistoffen die ook bruikbaar zijn voor ontsmettings- en reinigingsmiddelen, ook onder deze handelsgroep.

Ongeveer twee derde van deze exportstroom is van Nederlandse makelij. De importwaarde nam af met een kleine 6% naar 5,9 miljard euro. Het aandeel van deze groep producten in de totale landbouwgoederenimport (7,1%) is, ondanks deze daling, nog altijd hoger dan het aandeel dat deze groep heeft in de totale exportwaarde (6,6%).

De belangrijkste bestemmingen voor dranken zijn Duitsland, Frankrijk en België. Opvallend zijn de verschillen in exportwaardeontwikkeling. Duitsland groeit niet of nauwelijks, terwijl er een groei van 32% is naar Frankrijk. België zit daar met een groei van 12% tussenin. De daling van de totale importwaarde is ook in de belangrijkste importlanden zichtbaar. Uit België en Duitsland is bijna evenveel geïmporteerd in 2023, waarbij de importstroom vanuit Duitsland net iets harder daalde dan die uit België.

De grondstofprijzen voor dranken zoals van bier waren door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne gestegen. Daarnaast namen personeelskosten toe en stegen energieprijzen. Hierdoor verhoogden brouwerijen de bierprijzen. Overigens zijn de verhogingen in 2024 al veel lager dan in 2023 het geval was. Dit kan een indicatie zijn dat verdere sterke stijgingen tot het verleden behoren. Daarnaast houden het statiegeld op blik en veranderingen in de belastingen (waar ook non-alcoholische dranken onder vallen) de sector in Nederland bezig.

De wijnoogst in Europese landen in 2023 was de laagste in 60 jaar tijd (IOV,2023) en ook de voorraden zijn lager dan voorheen. Dit zou een herstel kunnen inluiden van de wijnmarkt. Hiervan was in 2023 echter nog een sprake.

De sterkste absolute groei van de exportwaarde was er voor landen zoals Frankrijk (water en frisdrank, bier en ethylalcohol), België (onder andere frisdrank ethylalchohol), Zweden (frisdrank, whisky) en Zuid-Afrika (bier). De landen waarnaar de exportwaarde af is genomen zijn de VS (bier), het VK (ethylalcohol, frisdrank) en China (ethylalcohol, sojadranken). De afname van de importwaarde is vooral toe te schrijven aan de top drie landen genoemd in tabel 4.5.

Tabel 4.5 Nederlandse handel in dranken (GN-22)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)8,13,6%
Waarvan van Nederlandse makelij67%
Aandeel in de landbouwexport6,6%
Totale importwaarde (mld. euro)5,9-5,9%
Aandeel in de landbouwimport7,1%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1.2810
Frankrijk99532
België97912
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België1.045-7
Duitsland1.042-10
Frankrijk800-8
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Van alle geïmporteerde dranken gaat bijna de helft (45%) zonder beduidende bewerking weer het land uit (wederuitvoer). Nog eens 20% gaat na bewerking de grens over. Van de overige goederen wordt het grootste aandeel eerst nog verwerkt voordat het tot een binnenlandse besteding komt (figuur 4.5).

4.7 Fruit: sterke toename exportwaarde, beperkte groei van importwaarde
De fruitexport is in 2023 gestegen met bijna 11% tot 7,7 miljard euro (tabel 4.6). Maar een klein deel hiervan komt uit Nederland zelf (18%). De import nam slechts een kleine 2% toe. De omvang hiervan is in 2023 nagenoeg gelijk aan die van de export, namelijk 7,6 miljard euro. Het aandeel in de totale landbouwhandel van de import (9,1%) is dan ook groter dan van de export (6,3%). Het overgrote deel van de exportwaarde gaat naar Duitsland. Met 2,7 miljard euro en een groei van 13% stijgt dit ver uit boven de tweede exportbestemming van Nederland van fruit, België. Naar dit land steeg de exportwaarde 6% tot ruim 700 miljoen euro. Ook naar Frankrijk nam de exportwaarde toe.

De belangrijkste herkomstlanden van fruit zijn Zuid-Afrika (vooral druiven), en Peru (onder andere avocado en blauwe bessen). Terwijl de importstroom uit Zuid-Afrika groeide (5%), nam die uit Peru beperkt af (-2%). Ook de importwaarde vanuit Spanje liep wat terug (-4%).

De groei van de export zat in 2023 vooral bij avocado’s, sinaasappels en bananen. Avocado is vooral geïmporteerd uit Peru, Zuid-Afrika en Colombia waarvan de waarde ook is toegenomen. Voor sinaasappelen kwam het grootste deel uit Zuid-Afrika en Egypte, terwijl de importstroom uit Spanje lager was vanwege weersomstandigheden. Bananen kenden ook een toename van de waarde. Per 1 januari 2023 is er een hogere minimumprijs afgesproken voor Fairtrade-bananen in verband met de hogere productiekosten. En ook in Ecuador liggen minimale prijzen in 2023 hoger dan een jaar eerder.

De groei van de import van fruit is wel geremd door een duidelijk waardedaling voor producten zoals (kokos)noten, druiven, appels en peren, perziken en blauwe bessen. De sterk lagere producties in Chili en Peru waren, voor dit laatste product, daar deels debet aan (AGF, 2024). De waarde van kokosnoten lag een stuk lager; deze komen vooral uit Vietnam en de Filipijnen. De importwaarde van druiven was lager door minder import uit Zuid-Afrika en Chili.
Tabel 4.6 Nederlandse handel in fruit (GN-07)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)7,710,9%
Waarvan van Nederlandse makelij18%
Aandeel in de landbouwexport6,3%
Totale importwaarde (mld. euro)7,61,8%
Aandeel in de landbouwimport9,1%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland2.73213
België7056
Frankrijk5649
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Zuid-Afrika9565
Peru893-2
Spanje692-4
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Ongeveer 70% van het geïmporteerde fruit is bestemd voor wederuitvoer (figuur 4.6). Met de 4% die eerst nog wordt bewerkt voordat het ook naar het buitenland gaat, is bijna drie vierde van het fruit dat in Nederland wordt geïmporteerd bestemd voor het buitenland. Omdat er weinig bewerkingsslagen zijn bij fruit, is ruim 20% bestemd voor rechtstreekse binnenlandse bestedingen. Slecht 5% wordt voor die schakel nog bewerkt.


4.8 Bereidingen van aardappelen, groente en fruit: sterkere stijging exportwaarde, dan toename importwaarde
In lijn met de stijging van de primaire groepen van groenten (GN-07) en fruit (GN-08) stijgen ook de secondaire goederen die een bereiding hebben ondergaan en in deze handelsgroep zijn ondergebracht. De exportwaarde van bereidingen van aardappelen, uien en groenten en fruit neemt in 2023 toe tot ruim 7,1 miljard euro (tabel 4.7), een groei van 13,6%. Ook de importwaarde neemt toe (7,3%). De importwaarde bedraagt 3,6 miljard euro in 2023.

Onder bereidingen van aardappelen, groenten en fruit wordt een diverse groep producten verstaan, zoals aardappelproducten als friet, jam, champignonproducten en bereidingen van fruit als mangochutney en fruitsappen die zijn behandeld voor langere houdbaarheid.

De exportgroei naar Duitsland was procentueel en absoluut gezien (7% en 100 miljoen euro) lager dan de groei naar Frankrijk (21% en 170 miljoen euro) dat de tweede exportbestemming van Nederland is in 2023. De exportgroei naar het Verenigd Koninkrijk bedroeg 15% en komt hiermee op een totaal van 820 miljoen euro.

België verstevigde zijn positie als belangrijkste importland. Met een groei van 26% kwam de import uit op 633 miljoen euro. Brazilië kon dit groeitempo niet bijbenen maar ook vanuit dit land stijgt de importwaarde sterk (17%). Duitsland is het derde land waar Nederland bereidingen van groenten, aardappelen en fruit vandaan haalt. Uit dit land nam de import toe met 8% tot 413 miljoen euro.

Grote multinationals zoals Aviko, FarrmFrites, Lamb Weston en McCain maken en verhandelen een groot assortiment aardappelproducten. Via de vereniging voor aardappelverwerkende industrie zijn de verwerkingscijfers van deze branche bekend. Hieruit blijkt dat er 1,6% meer aardappels zijn verwerkt dan vorig jaar (tot en met november). Wel komen deze aardappelen deels uit het buitenland. Hoewel er een groei van 2,2% is van aardappelen uit het buitenland, steeg het aandeel in de totale verwerking maar heel beperkt en is nu 37,7%. Duidelijk is dat hogere prijzen van aardappelproducten de exportwaarde hebben laten stijgen. Onder andere het Verenigd Koninkrijk, maar ook Saudi-Arabië en de VS zijn belangrijke bestemmingen.
Op basis van de importwaarde zijn de vruchtensappen ook een van de belangrijkste artikelen van dit handelshoofdstuk. Dit jaar lijkt hier het volume wat lager te zijn geweest en de prijzen hoger, waardoor er toch een hogere exportwaarde is gerealiseerd. De import uit Brazilië bleef nagenoeg gelijk terwijl uit andere delen van de wereld het volume wat af is genomen (Costa Rica en Argentinië).
Tabel 4.7 Nederlandse handel in bereidingen van groenten en fruit (GN-20)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)7,113,6%
Waarvan van Nederlandse makelij63%
Aandeel in de landbouwexport5,8%
Totale importwaarde (mld. euro)3,67,3%
Aandeel in de landbouwimport4,3%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1.5357
Frankrijk96021
Verenigd Koninkrijk82015
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België63326
Brazilië51217
Duitsland4138
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Van alle geïmporteerde goederen uit dit hoofdstuk is ruim 60% uiteindelijk bestemd voor andere landen dan Nederland, 9% hiervan wordt eerst nog verwerkt voor dat het ons land weer verlaat. De andere 40% is bestemd voor binnenlandse besteding. Een derde daarvan wordt eerst verwerkt (figuur 4.7)


4.9 Oliën en vetten: sterke correctie op exportwaarde en importwaarde
De oliën- en vettenindustrie is toeleverancier aan vele andere sectoren zoals de diervoederindustrie, biodieselsector, oleo-chemicaliën en de levensmiddelenbranche. Belangrijke producten in dit hoofdstuk zijn onder andere palmolie en margarine.

De raming van dit handelshoofdstuk laat een sterke daling zien van de exportwaarde. Na een daling van bijna 15% resteert een totaal van 6,8 miljard euro in 2023. Deze productgroep heeft een groter aandeel in de totale landbouwimport (9,4%) dan in de totale exportwaarde (5,5%). Met een importwaarde van 7,8 miljard (een daling van 21%), is de handelsbalans voor deze groep in 2023 dan ook negatief.

Bij alle landen in de top 3 van zowel importerende landen als exporterende landen werd een daling opgetekend. Belangrijke exportbestemmingen waren Duitsland, België en Finland. De import kwam naast Duitsland en Maleisië uit een groep overige niet-EU-landen (zoals Filipijnen, Guatemala, Honduras, Papoea-Nieuw-Guinea en Costa Rica). Vanuit Guatemala steeg het importvolume sterk.

Door de oorlog in Oekraïne stegen prijzen van deze productgroep sterk in 2022. Hoewel de oorlog nog altijd invloed heeft, is de onrust en onzekerheid die dit met zich meebracht voor internationale handelsstromen enigszins geluwd. Vandaar dat over het algemeen alle productgroepen een dalende handelsprijs kenden, olijfolie uitgezonderd. Olijfolie is schaars, door droogte in Spanje en Italië zijn de laatste twee jaar de producties tegengevallen. Andere producten zoals sojaboonolie, palm- en zonnebloemolie en raapzaadolie zijn in prijs gedaald op internationale markten. Dit heeft zijn effect op de handelswaarden. Margarine werd minder verhandeld in 2023, mede door sluiting van een margarinefabriek vorig jaar in Nederland (mvo, 2023), terwijl de prijs nog wel op niveau bleef. Andere vetten daalden over het algemeen wat in prijs.

Verder valt op dat voor sojaolie de importwaarde uit Rusland nagenoeg nul is terwijl die uit Oekraïne, Noorwegen en bijvoorbeeld Letland en Portugal juist sterk is gestegen. Bij palmolie groeide de importwaarde uit Spanje, Duitsland en Frankrijk sterk, terwijl die uit landen buiten de EU vooral afnam (zoals uit Malaysia, Colombia, Costa Rica, Guatemala en Papoea-Nieuw-Guinea).

Bij zonnebloemolie is er duidelijk een afname van de importwaarde uit Oekraïne. Het volume daalde veel minder sterk, uit buurland Hongarije kwam aanzienlijk meer. Het lijkt erop dat de handel uit het laatstgenoemde land wel oorspronkelijk uit Oekraïne is gekomen. De import van raap- en koolzaadolie nam toe maar tegen lagere prijzen. Uit de vier belangrijkste herkomstlanden (Duitsland, België, Frankrijk en Tsjechië) nam het invoervolume toe.

Tabel 4.8 Nederlandse handel in natuurlijke vetten en oliën (GN-15)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)6,8-14,8%
Waarvan van Nederlandse makelij68%
Aandeel in de landbouwexport5,5%
Totale importwaarde (mld. euro)7,8-21,0%
Aandeel in de landbouwimport9,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1.695-26
België1.377-20
Finland474-18
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland1.466-12
Overige landen buiten de EU1.178-36
Maleisië881-14
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Nederland heeft een belangrijke rol in de bewerking van deze goederen na invoer. Van alle import wordt de helft eerst bewerkt voordat het naar het buitenland wordt vervoerd (figuur 4.8). Nog eens 35% wordt hier eerst opgeslagen voordat het weer wordt uitgevoerd. Van de 18% die in het binnenland blijft van deze productengroep wordt 13% verwerkt voor het voor binnenlandse besteding kan worden aangeboden.




4.10 Bereidingen van graan, meel en melk: toename import, bij gelijke exportwaarde
Onder bereidingen van graan, meel en melk valt een diverse groep producten, zoals allerlei voedingsbereidingen voor baby’s en jonge kinderen, koekjes, pizza’s en pastaproducten.

De exportwaarde van deze productgroep bleef nagenoeg onveranderd ten opzichte van een jaar eerder (tabel 4.9). Met een waarde van 6,7 miljard euro heeft deze productgroep een aandeel van 5,4% in de totale landbouwgoederen export. Van deze 6,7 miljoen euro is een kleine 80% van Nederlandse makelij. De importwaarde van deze productgroep nam wel sterk toe (12,1% tot 3,6 miljard euro).

Het verschil in ontwikkeling van export en importstroom bij deze groep (tabel 4.9) ligt in het feit dat babymelkpoeder, waarvan de exportwaarde afnam, een veel groter aandeel heeft in de exportwaarde dan in de importwaarde.

Naar China (en ook Singapore) nam de exportwaarde sterk af. Dit heeft alles te maken met de lagere exportwaarde van babypoeder naar dit land. Ondanks de sterke waardedaling blijft dit land de belangrijkste exportbestemming in 2023. Vanwege een ander productenpakket maken de landen Duitsland en België een andere beweging. Naar deze landen groeide de export met respectievelijk 15% en 23%. Dergelijke groeipercentages zijn ook te vinden bij de drie belangrijkste importlanden. Zowel naar Duitsland als België steeg de import en lagen de groeipercentages boven de 20%. Vergeleken hiermee was de groei vanuit Frankrijk met 5% beperkt.

Naast babypoeder worden veel producten (zoals (gevulde) deegwaren, koekjes, verwerkte granen) in deze categorie gemaakt met ingrediënten die in 2023 of 2022 in prijs zijn gestegen. Denk aan granen (2022), suiker en cacao (2023). Daarnaast wegen nog altijd hogere energie- en gestegen personeelskosten mee bij het bepalen van verkoopprijzen van fabrikanten en handelsbedrijven.
Tabel 4.9 Nederlandse handel in bereidingen van graan, meel en melk (GN-19)
2022 (raming)mutatie t.o.v. 2021 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)6,70,3%
Waarvan van Nederlandse makelij79%
Aandeel in de landbouwexport5,4%
Totale importwaarde (mld. euro)3,612,1%
Aandeel in de landbouwimport4,3%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
China1.719-21
Duitsland96915
België77423
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland98922
België91925
Frankrijk2665
Bron:CBS tot en met oktober 2022, raming november - december 2022 door WUR en CBS.



Relatief veel goederen uit dit hoofdstuk, ten opzichte van andere landbouwgoederen, blijken nadat ze zijn geïmporteerd in Nederland, ook de eindbestemming te zijn (figuur 4.9). Van de 52% van de goederen die in Nederland blijven wordt 39% direct voor binnenlandse besteding aangeboden, terwijl 13% eerst wordt bewerkt. Van de andere 48% ondergaat slechts 9% eerst een bewerking eer het naar het buitenland gaat.

4.11 Overige voeding: beperkte toename export en import neemt sneller toe
Met een exportwaarde van 6,4 miljard euro, heeft deze productgroep een aandeel van ruim 5% in de totale export van landbouwgoederen (tabel 4.10). Een kleine 60% van de exportwaarde is van Nederlandse makelij. De importwaarde groeide procentueel sterker dan de exportwaarde (7,6%). De importwaarde komt hiermee op 3,7 miljard euro.

Voor zowel de export als de import zijn de belangrijkste landen gelijk en ook de volgorde van de top 3 is gelijk in 2023. Voor Duitsland en België stegen beide handelsstromen met dubbele cijfers. Naar het VK bleven de groeipercentages wat achter.

De goederengroep ‘overige voeding’ is zeer divers. Het gaat onder andere om soepen, sauzen, ijsjes en samengestelde voedselbereidingen.


Tabel 4.10 Nederlandse handel in overige voeding (GN-21)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)6,42,6%
Waarvan van Nederlandse makelij59%
Aandeel in de landbouwexport5,2%
Totale importwaarde (mld. euro)3,77,6%
Aandeel in de landbouwimport4,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1.13211
België71910
Verenigd Koninkrijk7023
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland74121
België68728
Verenigd Koninkrijk3671
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.

Ongeveer twee derde van de ingevoerde goederen van deze productengroep gaat na import weer naar andere landen (figuur 4.10). Een klein deel wordt eerst nog verwerkt. Wanneer de goederen bestemd zijn voor de binnenlandse markt is het overgrote deel direct geschikt voor binnenlandse besteding. Slechts 7% ondergaat eerst nog een bewerking.



4.12 Resten van de voedselindustrie, veevoer: afname van importwaarde procentueel groter dan daling exportwaarde
De goederengroep ‘resten uit de voedselindustrie en veevoer’ is een diverse groep producten en bevat onder meer sojaschroot, zonnebloemzaadschroot, honden- en kattenvoer, premixes voor veevoer en palmpitschilfers.

Deze groep van producten heeft in 2023 een exportwaarde van 6,3 miljard euro (tabel 4.11); dat is een krimp van bijna 4% ten opzichte van een jaar eerder. De exportwaarde bestaat voor ruim 70% uit Nederlandse makelij en heeft een aandeel van 5% in de totale exportwaarde van landbouwgoederen.
De importwaarde bedroeg 3,9 miljard euro, een daling van bijna 8% ten opzichte van 2022. Het landbouw importaandeel is 4,6%.

De exportwaarde naar België en Duitsland is nagenoeg gelijk. Wel ontwikkelden de bestemmingen zich tegengesteld. België is een groeimarkt (4%), de export naar Duitsland daalde met 8%. Naar Frankrijk veranderde de exportwaarde maar beperkt (-1%). Net als de mutaties bij de exportlanden waren ook de mutaties bij de importlanden gering. Hoewel er iets meer import uit Duitsland kwam, daalde de importwaarde uit Brazilië en België niet veel.

Agrifirm, De Heus en Forfarmers zijn drie grote ondernemers die de mengvoermarkt in Nederland beheersen. Deze bedrijven zijn internationaal actief en hebben te maken met sterk wisselende prijzen van de grondstoffen die gebruikt worden in het veevoer dat ze verkopen. Na sterke stijgingen van de veevoerkosten na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, zijn de prijzen voor grondstoffen in 2023 weer gedaald. Krimp van veestapels op afzetmarkten en daling van de exportwaarde naar landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en China (sterkste dalers in exportwaarde) zet het verdienvermogen van deze bedrijven onder druk (Boerderij, 2023).

Wat betreft de import is vooral minder sojameel geïmporteerd uit Argentinië. Ook China zette minder af in Nederland.

Tabel 4.11 Nederlandse handel in resten van de voedselindustrie, veevoer (GN-23)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)6,3-3,8%
Waarvan van Nederlandse makelij72%
Aandeel in de landbouwexport5,1%
Totale importwaarde (mld. euro)3,9-7,9%
Aandeel in de landbouwimport4,6%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
België1.5304
Duitsland1.486-8
Frankrijk597-1
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland8531
Brazilië673-4
België622-3
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Veel geïmporteerde goederen verlaten Nederland ook weer, 42% van de import is direct bestemd voor wederuitvoer (figuur 4.11). Nog eens 35% gaat na bewerking in Nederland het land uit. Van de 23% die in Nederland blijft is 13% rechtstreeks bestemd voor binnenlandse bestedingen, 10% ondergaat eerst nog een bewerking.

4.13 Cacao: zowel export- als importwaarde nemen sterk toe
De exportwaarde van cacao en producten uit cacao gemaakt steeg in 2023 sterk. Na een groei van 15,2% in 2023 bedraagt de totale exportwaarde 5,8 miljard euro. Twee derde van die export mag als Nederlandse makelij worden bestempeld. De importwaarde nam ook toe. De totale importwaarde is na een toename van 12% ongeveer 4,5 miljard euro in 2023.

Duitsland is veruit de belangrijkste bestemming van cacao en cacao-bereidingen met een exportwaarde van 1,4 miljard euro (+21%). De export van België met 0,7 miljard en Frankrijk van 0,6 miljard is samen, ondanks een toename van respectievelijk 19% en 29%, lager dan de exportwaarde naar Duitsland.

De groep landen in de categorie ‘overige niet-EU-landen’, in de tabel niet vermeld, zijn samen goed voor 1,3 miljard euro aan importwaarde in 2023. Het gaat hier vooral om landen zoals Ghana, Kameroen en Nigeria. Met andere landen samen zijn deze goed voor 28% van de Nederlandse importwaarde van cacao. Daarnaast komt veel cacao en cacao-bereidingen uit Ivoorkust (grondstoffen) en België (grondstoffen en bereidingen). Ook uit Duitsland importeert Nederland in 2023 meer cacao en cacaoproducten. De waarde hiervan bleef onder een half miljard euro steken.

Amsterdam is een belangrijke cacaohaven. Zeeschepen worden hier overgeladen naar binnenvaartschepen om de cacaobonen naar de verwerkende industrie, onder andere in de Zaanstreek, te verschepen. De cacaobonen worden verwerkt tot allerlei (grondstoffen voor) eindproducten. Naast de fabrieken in de Zaanstreek zijn er fabrikanten van chocoladerepen in onder andere Veghel gesitueerd.

De oogsten van cacao zijn de laatste twee jaar matig te noemen in Ivoorkust en Ghana, de prijzen van grondstoffen zijn dan ook sterk gestegen. Er zijn verschillende redenen waarom de cacaoproductie tegenviel. Door gestegen kosten voor gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest (door de oorlog in Oekraïne) werden beide minder toegepast. Kleinere boeren konden de gestegen kosten niet betalen. Daarnaast is door zware regenval in Ivoorkust en Ghana schade ontstaan aan gewassen en bodem. Dit resulteerde ook in gewasziekten en uitspoeling van de bodem waardoor de productie afnam. Daarnaast speelde in 2023 mee dat door zware regenval wegen slecht begaanbaar waren. Ook zijn prijzen voor suiker (ingrediënt voor chocolade) sterk gestegen. Grote fabrikanten zoals Barry Callebaut Ag, Cargill en Olam International hebben veelal voorraden beschikbaar en weten uit andere landen te importeren, zoals Nigeria en Kameroen. Dit zorgt ervoor dat de prijsstijgingen geleidelijk worden opgenomen in de markt. De toename van de importwaarde en stijging van de exportprijzen worden hierdoor nog wat geremd.

Ongeveer 80% van de geïmporteerde goederen van deze productgroep verlaat Nederland ook weer (figuur 4.12).
Tabel 4.12 Nederlandse handel in cacao en -bereidingen (GN-18)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)5,815,2%
Waarvan van Nederlandse makelij67%
Aandeel in de landbouwexport4,7%
Totale importwaarde (mld. euro)4,512,8%
Aandeel in de landbouwimport5,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1.40521
België74119
Frankrijk59829
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Ivoorkust1.16711
België70419
Duitsland45812
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Ongeveer 45% is bestemd voor wederuitvoer en nog eens 36% ondergaat in Nederland eerst een bewerking voordat het weer de grens passeert. Een kleine 20% blijft in Nederland waar ongeveer de helft nog een bewerking ondergaan voordat ze worden besteed.

4.14 Vis en zeevruchten: importafname bij nagenoeg onveranderde omvang exportwaarde
De handel in vis en zeevruchten kende in 2023 een lichte krimp van 0,3% tot ruim 4,1 miljard euro. Ongeveer de helft van deze goederen is van Nederlandse makelij (tabel 4.13). De totale importwaarde zakte met 5% terug naar 2,9 miljard euro. Van zowel de export- als de importwaarde is het aandeel in de totale landbouwhandel nagenoeg gelijk (3,3% om 3,4%).

Van de belangrijkste bestemmingen groeide de exportwaarde naar de buurlanden Duitsland en België. Beide kenden een groei van respectievelijk 6% en 8%. Naar Frankrijk nam de export af.

De import komt voornamelijk van een groep ‘overige landen van buiten de EU’ (onder andere IJsland en de Faeröer). Het betreft in 2023 zo’n 453 miljoen euro. Omdat dit een groep landen betreft is deze niet in de tabel opgenomen. Daarnaast komt er veel vis uit Duitsland, België en Noorwegen. Uit de top drie neemt alleen de import uit België af in 2023 (-8%). Vooral de import uit Noorwegen steeg (+14%).

Nederland verwerkt en verhandelt vis vooral voor de (interne) EU-markt. Het aandeel van de exportomzet naar andere EU-landen ligt al jaren tussen rond de 70%. Steeds meer Nederlandse visverwerkende bedrijven (zoals in Urk, Scheveningen of IJmuiden) wijken noodgedwongen en structureel uit naar niet-Noordzeevis met andere verwerkings- en productielijnen dan die voor de traditionele platvis zoals schol en tong. Nederland fungeert nog altijd als ‘visdraaischijf’ in Europa, door onder andere de gunstige ligging ten opzichte van het achterland en goede infrastructuur. Daarnaast is Nederland een belangrijke speler in het beleveren van visproducten aan horeca (via de groothandel) en grootwinkelbedrijven (zoals supermarkten) binnen Europa. De export is voor een deel diepgevroren pelagische (haring, makreel et cetera) die in Afrika wordt afgezet (Nigeria en Egypte).

Vissoorten die veel worden geïmporteerd zijn gekweekte zalm, gamba’s, koolvis en tonijn. Zo komt uit Duitsland veel makreel en blauwe wijting, uit België makreel, uit Noorwegen zalm, witvis zoals kabeljauw uit IJsland en gekweekte garnalen uit Azië.

De Nederlandse vissersvloot heeft het moeilijk. Door stijgende kosten, veranderingen door het verbod op pulsvissen, ruimtestrijd door onder andere windmolens, staat het cluster onder druk. Wageningen Economic Research onderzocht de gevolgen voor wat dit voor het cluster en de regio’s waar deze zich bevinden betekent. Het rapport hierover leest u hier.

Tabel 4.13 Nederlandse handel in vis en zeevruchten (GN-03)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)4,1-0,3%
Waarvan van Nederlandse makelij52%
Aandeel in de landbouwexport3,3%
Totale importwaarde (mld. euro)2,9-5%
Aandeel in de landbouwimport3,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland7326
België6578
Frankrijk392-6
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland2986
België254-8
Noorwegen24614
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Veel van de geïmporteerde vis wordt, vrijwel zonder verdere bewerking, ook weer doorgevoerd naar andere landen (figuur 4.13). Een vrij groot percentage van 64% is namelijk direct bestemd voor wederuitvoer. Daarnaast ondergaat 15% voordat het onze landsgrenzen weer over gaat nog een behoorlijke bewerkingsslag. Van de ruim 20% van de import dat in Nederland in omloop komt, ondergaat 14% geen bewerking voordat het wordt verkocht aan consumenten.


4.15 Zaden en vruchten: zowel sterkte afname van import- als exportwaarde
Het gaat in dit handelshoofdstuk vooral om producten als groentezaden, kool- en raapzaad en sojabonen. Ook zeewier, hop en stro vallen binnen deze groep.

Zowel de export als de import namen in 2023 af (tabel 4.14). De exportwaarde krimpt ruim 9% tot 3,6 miljard euro. De importwaarde neemt echter nog sneller af, bijna 17%, of wel ruim 800 miljoen euro. De importstroom is relatief belangrijker dan de exportstroom. Met aandelen van respectievelijk 4,8% en een kleine 3% van de totale landbouwgoederenhandel.

Het belangrijkste exportland weerspiegelt de algemene tendens. De export naar Duitsland neemt af met 30%. Bij andere landen in de top 3 is wel een groei zichtbaar maar dit compenseert het verlies richting Duitsland naar in beperkte mate.

Ook de belangrijkste importlanden volgen de algemene tendens. Alle drie noteren deze landen een afname van de importwaarde. Vooral de afname uit Brazilië springt hierbij in het oog (-16%). Maar ook vanuit de VS en Argentinië nam de importwaarde af.

Seedvally, in de kop van Noord-Holland, is een grote aanjager van de zaadhandel met bedrijven als Enza-zaden, Bejo en East-West Seed. Ook grote internationale spelers zoals Syngenta en PanAmarican Seed zijn daar gevestigd. Naast dit collectief opereren bedrijven zoals Rijks Zwaan (De Lier) op de internationale markt. De exportwaarde van deze productgroep was in 2023 goed voor een waarde van 2 miljard euro, een groei van bijna 6%. Omdat andere producten in deze categorie sterk in waarde daalden valt deze groei niet direct op. Andere belangrijke productcategorieën zijn de sojabonen en sojameel. Beide producten namen sterk in prijs af in 2023, na een zeer hoge prijs in 2022. Ook andere producten uit deze groep zoals raap- en koolzaad, daalden in lijn met andere prijzen van zaden en vruchten waar veelal ook de graanprijs als richtinggevend beschouwd wordt. De lagere prijzen hebben hun weerslag gehad op de export en importwaarden van deze groep. De importwaarde vanuit Australië (raap-koolzaad) en Brazilië (sojabonen) daalde absoluut gezien het sterkst.

Tabel 4.14 Nederlandse handel in (oliehoudende) zaden en vruchten (GN-12)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)3,6-9,3%
Waarvan van Nederlandse makelij57%
Aandeel in de landbouwexport2,9%
Totale importwaarde (mld. euro)4-16,9%
Aandeel in de landbouwimport4,8%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland890-30
Spanje26512
Verenigde Staten2149
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Brazilië685-16
Verenigde Staten625-5
Argentinië344-9
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Bijna de helft van de geïmporteerde goederen (47%) is bestemd voor wederuitvoer en ondergaat dus nauwelijks een bewerking (figuur 4.14). Een bijna even groot deel ondergaat die bewerking wel voordat het naar andere landen gaat. Slechts 9% blijft uiteindelijk in eigen land en wordt eerst bewerkt voordat het in het binnenland wordt besteed.


4.16 Bereidingen van vlees en vis: export en importwaarde procentueel nauwelijks veranderd
In deze handelsgroep waren de veranderingen voor zowel export- als importwaarde beperkt. De exportwaarde bedraagt 2,5 miljard euro, dat is evenveel als een jaar eerder (tabel 4.15). De importwaarde bedroeg 2 miljard euro, een beperkte toename van 0,8%.

De handel in onder andere worsten, geconserveerd vlees, of luchtdicht verpakte goederen, gebakken of gekookte producten en gefileerde of gepaneerde producten veranderde op dit hoge aggregatieniveau maar beperkt. Als naar de individuele landen wordt gekeken is er wel het nodige veranderd. Zo neemt de export naar Duitsland af met 8%. Duitsland blijft het belangrijkste exportland, maar België loopt wel in. Met een toename van 17% komt de exportwaarde op ruim een half miljard euro. De export naar het VK, het derde exportland, stijgt 4%.

De import van deze goederen wordt vooral betrokken uit België. In waarde is dat een kleine half miljard euro, na een stijging van 19% in 2023. Nederland voert uit Duitsland 310 miljoen euro aan bereidingen van vlees en vis in. Een beperkte toename van 3%. Vanuit Thailand neemt de import sterk af. Een daling van 23% brengt de importwaarde omlaag naar 186 miljoen euro in totaal.

Veelal gaan bereidingen, zoals verhitten, bakken, roken, drogen, wekken, luchtdicht maken of op andere wijze conserveren van goederen niet zonder input van energie bij het productieproces of logistieke dienstverlening. Ook zijn verpakkingsmaterialen onontbeerlijk. Na een sterke toename in de kosten hiervan in 2022, zijn deze kosten in 2023 enigszins genormaliseerd.

De exportwaarde van vleesbereiding nam toe vooral toe door een prijsstijging van gedroogde worst. De exporthoeveelheid verwerkte producten van vis nam af (onder andere garnalen, boniet). Een beperkte toename van de prijs leidde niet tot een hogere exportwaarde.

In absolute zin daalde de importwaarde vooral uit Thailand (kip, en conserven van boniet), Vietnam (garnalen) en Spanje (geconserveerde boniet).
Tabel 4.15 Nederlandse handel in bereidingen van vlees en vis (GN-16)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)2,50,5%
Waarvan van Nederlandse makelij51%
Aandeel in de landbouwexport2,0%
Totale importwaarde (mld. euro)20,8%
Aandeel in de landbouwimport2,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland701-8
België50917
Verenigd Koninkrijk2644
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België49819
Duitsland3103
Thailand186-23
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Ondanks dat het in deze paragraaf al gaat over bereide goederen, ondergaat 25% alsnog een nieuwe bewerkingsslag nadat de goederen in Nederland zijn geïmporteerd (figuur 4.15). Hiervan blijft 13% in Nederland en gaat 12% alsnog naar het buitenland. De grootste stroom (50%) gaat nagenoeg direct weer naar het buitenland (wederuitvoer) en 25% wordt direct aangewend voor binnenlandse bestedingen.



4.17 Suiker en suikerwerken: sterke toename import- en hogere exportwaarde door hogere prijzen
De export en importwaarde van suiker en suikerwerk stijgt in 2023 sterk. De totale exportwaarde groeide van 1,8 miljard euro naar 2,3 miljard euro. De toename van de importwaarde was procentueel groter dan bij de export (26%). In absolute waarde was dat niet het geval. De import groeide van 1,2 naar 1,5 miljard euro. Door deze wijzigingen is het aandeel in de totale handel in landbouwgoederen voor zowel export als import gelijk (1,5%).

Wat betreft de belangrijkste export- en importlanden is alleen de volgorde van de top 3 anders. De exportstroom naar Duitsland is in 2023 net iets groter geraamd dan de importstroom (440 miljoen euro tegen 353 miljoen euro). Daarmee is Duitsland de belangrijkste exportbestemming en het tweede land wat betreft importwaarde. Uit België komt dan weer het meeste suiker en suikerwerken met 446 miljoen euro. Dit is net iets minder dan Nederland naar dat land exporteert (322 miljoen). Frankrijk staat in beide lijstjes op de derde plaats, de exportwaarde (232 miljoen) is groter dan die van de import (145 miljoen euro). Voor alle landen voor zowel import als export neemt de waarde met enorme groeipercentages toe.

De suikerprijs is het afgelopen jaar sterk gestegen. De FAO-suikerindex laat een sterke stijging zien ten opzichte van 2022. De index is zo hoog vanwege de bezorgdheid over krapte van het Europese en mondiale volume. In Nederland worden door het verwerken van suikerbieten ook suiker en aanverwante producten gemaakt. Cosun Beet Company verwerkt suikerbieten in fabrieken in Dinteloord en Vierveerlaten. Deze suiker moet concurreren op de wereldmarkt met suiker die gewonnen wordt uit rietsuiker. De Europese suikerverwerkende industrie heeft een voorkeur voor Europese (biet)suiker, omdat hun productieproces is afgestemd op de kristalstructuur van deze suiker. Deze kristalsuiker is weer een grondstof voor onder andere frisdranken, brood en gebak. Daarnaast is suiker een grondstof voor bio-vloeistof (bio-ethanol) (Agrimatie, 2023). Meer informatie over de suikerketen is hier te lezen.
Tabel 4.16 Nederlandse handel in suiker en suikerwerk (GN-17)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)2,322,9%
Waarvan van Nederlandse makelij71%
Aandeel in de landbouwexport1,8%
Totale importwaarde (mld. euro)1,526,2%
Aandeel in de landbouwimport1,8%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland44032
België32234
Frankrijk23231
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
België44626
Duitsland35325
Frankrijk14546
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Ongeveer 81% van de geïmporteerde suiker en het suikerwerk gaat weer naar het buitenland (figuur 4.16). Ongeveer de helft hiervan ondergaat eerst nog een bewerkingsslag. Van de import blijft 19% in Nederland. Het grootste deel wordt eerst verwerkt voordat het voor binnenlandse besteding geschikt is.


4.18 Levende dieren: exportwaarde stijgt sterker dan importwaarde in 2023
De handel in levende dieren is in 2023 sterk toegenomen. De exportwaarde nam bijna 19% toe tot 2,2 miljard euro. De importwaarde steeg ook, maar minder snel dat de export. Door een toename van 6,6% bereikte de importwaarde een bedrag van 1,6 miljard euro. Van de exportwaarde is 82% van Nederlandse makelij en dat is een relatief hoog percentage vergeleken bij andere handelsgroepen. Het aandeel in de totale handel van landbouwgoederen voor zowel export als import was nagenoeg gelijk aan elkaar (1,8% om 1,9%).

Duitsland en België zijn voor zowel de export als de import de belangrijkste handelspartners van Nederland als het gaat om levende dieren. Dit jaar is Spanje nummer drie met een sterke toename van 62% tot een waarde van 242 miljoen euro. De importwaarde uit Denemarken staat door een toename van 44% op nummer drie. De omvang hiervan is ten opzichte van de andere twee landen echter relatief beperkt.

De exportprijzen voor biggen (en vleesvarkens) waren in 2023 erg hoog. Door Europese krimp van het aantal bedrijven zijn er minder biggen beschikbaar. Ook de waarde van de export van runderen steeg enigszins. Door krimp van de veestapel is er overcapaciteit bij verwerkers waardoor hogere prijzen worden aangeboden om voldoende dieren te sourcen voor de slachterijen. De Nederlandse, Belgische en Duitse slachterijen van de verschillende bedrijven beconcurreren elkaar. VION kondigde begin 2024 aan dat het in Duitsland drie slachterijen verkoopt en er 1 sluit (Vion Food Group, 2024). Naar Spanje steeg de export sterk vanwege de behoefte aan biggen aldaar vanwege een te kort aan biggen in eigen land door het PRRS-virus.

Er kan nog altijd niet vlees geëxporteerd worden naar China door onder andere Duitsland en België, vanwege varkenspest, waardoor de vleesafzet van deze landen wordt beperkt. Inmiddels lijkt er voor België een opening te zijn gevonden voor een herstart van deze handelsstroom (Landbouwleven, 2024). Nederland importeerde uit Denemarken een hogere waarde aan kalveren en biggen, maar dat is een relatieve lage waarde ten opzichte van de import uit Duitsland en België.
Tabel 4.17 Nederlandse handel in levende dieren (GN-01)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)2,218,7%
Waarvan van Nederlandse makelij82%
Aandeel in de landbouwexport1,8%
Totale importwaarde (mld. euro)1,66,6%
Aandeel in de landbouwimport1,9%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland77026
België3296
Spanje24262
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland7896
België4918
Denemarken8544
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Van alle geïmporteerde levende dieren gaat 83% weer door naar andere landen (figuur 4.17). Een kleine 60% komt Nederland binnen om eerst te worden verwerkt. Het aandeel wederuitvoer bedraagt 23%. Slechts 17% blijft in Nederland en wordt eerst verwerkt voordat het voor besteding geschikt is.



4.19 Koffie, thee en specerijen: verschil tussen importwaarde en exportwaarde groot
De exportwaarde van koffie, thee en specerijen groeide in 2023 met 5% naar een bedrag van 1,6 miljard euro (tabel 4.18). Hiervan is slecht 38% van Nederlandse makelij. Dit is ook een van de productgroepen waar het importaandeel (2,4%) in de totale handelsstroom groter is dan het exportaandeel (1,3%).De importwaarde daalde met een kleine 6% tot 2 miljard euro. Voor deze productgroep heeft Nederland dan ook een negatieve handelsbalans.

De belangrijkste exportbestemmingen van de export van koffie, thee en specerijen zijn Duitsland, Frankrijk en België. Alleen naar Frankrijk daalde de exportwaarde (7%). De procentuele groei naar Duitsland en België was nagenoeg gelijk. Wat betreft import is Duitsland ook de belangrijkste handelspartner, alhoewel de importwaarde iets is afgenomen. De daling naar België en Brazilië was echter een stuk groter.

De importwaarde daalde met bijna 6%, vooral door minder importwaarde van kruiden zoals peper, kaneel en kardemon en kurkuma. Ook de importwaarde van thee daalde. De import van (geroosterde) koffie nam toe.
De groei van de exportwaarde is vooral toe te schrijven aan geroosterde koffie en gember.

De belangrijkste producerende landen zijn Brazilië, Vietnam, Indonesië en Colombia. Dit zijn niet de belangrijkste importlanden van Nederland. Wat betreft importwaarde stond Brazilië op plek 3, Vietnam op plek 5, Colombia op plek 10 en Indonesië op plek 15. Dergelijke producten komen naast rechtstreeks veelal ook, al dan niet bewerkt, via buurlanden naar Nederland. België is een grotere exporteur van koffie naar Nederland. Dat komt omdat de haven van Antwerpen een grote koffiehandel kent. Onder andere het bedrijf Molenbergnatie, die onder andere koffie importeert uit bovengenoemde landen, is daar gevestigd. Dit geldt ook voor Duitsland waar de haven in Hamburg een grote rol speelt in de invoer van koffie naar het achterland en de export naar Nederland. Bedrijven zoals Neumann Kaffee Gruppe (NKG) en J.J. Darboven zijn daar gevestigd. De International Coffee Organisation houdt de internationale productie en ontwikkelingen nauwgezet bij. Informatie over de internationale koffiemarkt is hier te vinden.
Tabel 4.18 Nederlandse handel in koffie, thee en specerijen (GN-09)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)1,65%
Waarvan van Nederlandse makelij38%
Aandeel in de landbouwexport1,3%
Totale importwaarde (mld. euro)2-5,7
Aandeel in de landbouwimport2,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland37110
Frankrijk261-7
België19211
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland355-1
België284-35
Brazilië226-10
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Van de totale importstroom is er een vrije groot deel dat direct voor besteding geschikt blijkt (23%). Nog eens 9% ondergaat nog een bewerking voordat het op de binnenlandse markt komt (figuur 4.18). Het overige deel gaat na import in Nederland uiteindelijk naar het buitenland, 26% doet dat na verwerking en 42% na een minimale be- of verwerking en wordt beschouwd als wederuitvoer.


4.20 Meel, mout en zetmeel: door sterkere groei importwaarde dan exportwaarde, handelsstromen in 2023 in balans
De handel in meel, mout en zetmeel stijgt in 2023 aan zowel de export- als aan de importkant (tabel 4.19). Door een groei van de exportwaarde van bijna 7% en een groei van 15,5% aan de importkant zijn beide stromen even groot geworden (1,2 miljard euro).

Wat opvalt, is dat de exportwaarden van de eerste 3 exportlanden een stuk lager liggen dan die van de importlanden. Het lijkt er dus op dat de importstromen meer geconcentreerd zijn, terwijl de exportwaarde meer verdeeld is over meerdere landen. Bij de exportlanden is de groep ‘overige landen buiten de EU’ overigens het grootst met 171 miljoen euro. Omdat dit gaat over een groep van landen, is deze niet in tabel 4.19 opgenomen.

België is naast deze groep het belangrijkste individuele land waar deze goederen naar toe gaan in 2023. Duitsland en het VK zijn ook belangrijke bestemmingen. Voor beide landen groeit de exportstroom met 19%.
Landen van herkomst voor wat betreft de import zijn Duitsland, België en Frankrijk. Deze drie landen zijn goed voor ruim 80% van de importwaarde. In 2023 groeide de waarde van deze drie landen, Duitsland en Frankrijk voorop, sterk. Het is enigszins logisch dat er een relatie bestaat tussen Nederland en België. Een van de grootste maalderijen in Europa is Dossche Mils; dit bedrijf heeft vestigingen in Rotterdam en onder andere in Merksem en Deinze België. Andere maalderijen in Nederland zijn Koopmans, De Jong en Waddenmolen.

Binnen deze productgroep waren het vooral de aardappelproducten (meel, gries en poeder, vlokken, korrels, pellets en zetmeel) inuline en mout die een hogere exportwaarde hadden dan een jaar eerder. Inuline wordt uit cichoreiwortels gehaald. Meer informatie hierover is hier te vinden.

Tabel 4.19 Nederlandse handel in meel, mout en zetmeel (GN-11)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)1,26,9%
Waarvan van Nederlandse makelij80%
Aandeel in de landbouwexport1,0%
Totale importwaarde (mld. euro)1,215,5%
Aandeel in de landbouwimport1,4%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
België1626
Duitsland15919
Verenigd Koninkrijk10519
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland48122
België35410
Frankrijk12726
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


De verdeling van de finale bestemming van de import is bij deze productgroep 39-61% ten voordeel van het buitenland (figuur 4.19). Er wordt 41% eerst verwerkt voordat het naar het buitenland gaat en nog eens 20% wordt geïmporteerd voor wederuitvoer. Op de binnenlandse markt ondergaat 29% nog een bewerking en 10% wordt rechtsreeks geïmporteerd voor finale besteding.


4.21 Tabak en tabaksproducten: exportwaarde en importwaarde beide rond 1 miljard euro
De import- en exportwaarde van tabak en tabaksproducten nemen beide met ongeveer 6% toe in 2023 (tabel 4.20). De exportwaarde is nog net groter dan de importwaarde, maar bedragen om en nabij de 1 miljard euro. Hiermee is het aandeel van deze productgroep in de totale landbouwhandel ongeveer 1%. Het aandeel Nederlandse makelij van de exportwaarde is met 37% beperkt.

De export is vooral gericht op Duitsland, België en Spanje. Vooral richting Duitsland groeit de handelswaarde in 2023. De import komt voor het grootste deel uit Litouwen. Maar dit land zit in de groep overige EU landen en wordt daarom niet getoond in tabel 4.20. Daarnaast zijn China, Polen en Duitsland belangrijke herkomstlanden van de Nederlandse import. Alleen de importwaarde van tabak en tabaksartikelen uit China neemt sterk toe. Het betreft hier ‘nicotine houdende producten, bestemd voor inhalatie zonder verbranding’. Het zou kunnen dat hier de onder jeugd populaire nicotinezakjes, of andere gelijksoortige producten bedoeld worden. De RIVM deed in 2020 al een onderzoek naar nicotineproducten zonder tabak (Pauwels et al., 2020).

Voor Nederlandse consumenten wordt het steeds moeilijk om tabak of tabaksproducten aan te schaffen. Er was al een online-verkoopverbod en vanaf 1 juli 2024 mogen de producten niet meer via de supermarkten worden verkocht. Geleidelijk wordt het aantal verkooppunten verder afgebouwd tot in 2032 alleen nog in speciaalzaken tabak mag worden verkocht. Verkooppunten zullen zich in 2024 ook moeten laten registreren. Toch worden er volgens de Vereniging fabrikanten van shag en sigaretten (VSK), nog op drie plekken shag en pijptabak gemaakt in Nederland. Koninklijke Theodorus Niemeyer (Bat) in Groningen, bij Van Nelle (Joure) en in Ootmarsum (Heupink & Bloemen).

Tabel 4.20 Nederlandse handel in tabak en tabaksproducten (GN-24)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)16,0%
Waarvan van Nederlandse makelij37%
Aandeel in de landbouwexport0,8%
Totale importwaarde (mld. euro)0,96,1%
Aandeel in de landbouwimport1,1%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland25449
België1245
Spanje10318
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
China15064
Polen138-3
Duitsland900
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Tabak is een product dat voor ruim 70% bestemd is voor wederuitvoer (figuur 4.20) Slechts 24% ondergaat, na geïmporteerd te zijn, een nadere verwerking in Nederland. Daarvan gaat 16% alsnog naar het buitenland en blijft 8% in Nederland. Samen met de 5% waar geen verwerking op plaatsvindt, is het aandeel dat wordt geïmporteerd en in Nederland voor binnenlandse besteding beschikbaar wordt gesteld, met 13% beperkt.



4.22 Overige producten van dierlijke oorsprong: afname van import- en exportwaarde
De export- en importwaarde laten in 2023 voor overige producten van dierlijke afkomst een daling zien. Met een waarde van 707 miljoen euro nam de exportwaarde met 39 miljoen af ten opzichte van 2022 (tabel 4.21). De importwaarde daalde ook, met 37 miljoen euro. Er blijft ongeveer 528 miljoen euro aan importwaarde over. Het gaat hier over goederen zoals rundersperma, darmen, blazen, magen, veren, haren en visafval.

Belangrijke exportbestemmingen zijn Duitsland, Frankrijk, en China. Gezamenlijk zijn deze bestemmingen goed voor 44% van de exportwaarde. Uitgezonderd naar China neemt naar deze landen de exportwaarde toe. Vanuit de belangrijkste importlanden Duitsland, China en België wordt er echter minder geïmporteerd. Deze landen zijn, ondanks de daling, samen goed voor ruim 62,5% van de totale importwaarde.

In waarde zijn ‘darmen, blazen en magen van dieren’, ‘beenderen en hoornpitten en meel hiervan’, ‘huiden en delen van vogels al dan niet met veren’, ‘resten van dieren, die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie’ de belangrijkste exportstromen. Vooral van die laatste stroom was er in 2023 minder handelsverkeer.

Een van de bedrijven die wereldwijd opereert in de branche van natuurlijke darmen is Van Hessen. Dit bedrijf koopt bij slachterijen darmen op en verwerkt en verkoopt deze aan worstenmakers. De darmen zorgen ervoor dat worsten mals, sappig en vers blijven. Daarnaast verwerkt dit bedrijf magen, blazen en andere resten die in onder andere Azië, anders dan in Nederland, als lekkernij worden beschouwd. Daarnaast worden uit dergelijke producten waardevolle stoffen geëxtraheerd en gebruikt als basismateriaal voor medicijnen en voedingssupplementen.

Tabel 4.21 Nederlandse handel in overige producten van dierlijke oorsprong (GN-05)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)0,7-5,3%
Waarvan van Nederlandse makelij36%
Aandeel in de landbouwexport0,6%
Totale importwaarde (mld. euro)0,5-6,5%
Aandeel in de landbouwimport0,6%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1638
Frankrijk938
China570
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland151-12
China141-9
België37-9
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Van de geïmporteerde waarde gaat 76% weer naar het buitenland (figuur 4.21). Hiervan is 61% bestemd voor wederuitvoer, 15% wordt eerst nog bewerkt voordat de goederen naar het buitenland gaan. Ruim 23% is bestemd voor de binnenlandse markt. Een groot deel van deze productgroep ondergaat eerst een verwerking voordat ze geschikt zijn voor binnenlandse bestedingen.


4.23 Granen: exportwaarde en importwaarde neemt beide toe
De import van granen daalt in 2023 met ruim 10% tot 3,8 miljard euro (tabel 4.22). Met een aandeel van 4,5% in de totale landbouwimport is dit een belangrijke groep producten. Ondanks de daling is deze importwaarde nog altijd veel groter dan de exportwaarde. Ook de exportwaarde (627 miljoen euro) neemt met ruim 5% af. Hiervan is slecht 25% van Nederlandse makelij. De waarde vertegenwoordigt slechts een half procent van de totale landbouwgoederenexportwaarde.

De belangrijkste herkomstlanden zijn Duitsland, Frankrijk en Oekraïne. Alleen de import uit Duitsland scoort een kleine plus. De waarde van de import van granen daalde het sterkst uit Frankrijk. Ook neemt de waarde uit Oekraïne af met 10%.

De belangrijkste exportbestemmingen zijn Duitsland, België en Frankrijk. Deze drie landen nemen gezamenlijk een aandeel van bijna 75% van de exportwaarde voor hun rekening. Vooral richting België zakt de exportwaarde in (-15%). Naar Frankrijk realiseerde Nederland een exporttoename, maar de exportwaarde naar dat land blijft beperkt.

Na de uitbraak van de oorlog in Oekraïne stegen prijzen van granen sterk. Zowel Rusland als Oekraïne zijn belangrijke spelers op de wereldmarkt van granen. Hoewel de oorlog nog altijd aan de gang is, is begin 2024 de grootste prijspiek van granen voorbij. Deels zorgde de tijdelijke graandeal voor verlichting voor de Oekraïense export. Maar de export van Oekraïens graan via Hongarije, Bulgarije en Polen, in plaats van via de Zwarte zee, levert weerstand op omdat lokale boeren hierdoor lagere prijzen ontvangen voor hun graan en transporteurs klagen over oneerlijke concurrentie. De rechtstreekse importwaarde van Nederland uit Oekraïne daalt naar verwachting in 2023 met 10%. De toename van de import van granen uit Oekraïne omringende landen lijkt te wijzen op doorvoer van Oekraïens graan.

Het graanhandelshuis Viterra werd in 2023 overigens overgenomen door Bunge. Bunge is een van de grote vier wereldwijde graanhandelaren. Het Franse handelshuis Louis Dreyfus, Cargill en Archer-Daniels-Midland en zijn de andere drie. Dit kwartet domineert als de zogeheten ABCD-club de wereldhandel in landbouwproducten (FD,2023).

Tabel 4.22 Nederlandse handel in granen (GN-10)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)0,6-5,1%
Waarvan van Nederlandse makelij25%
Aandeel in de landbouwexport0,5%
Totale importwaarde (mld. euro)3,8-10,4%
Aandeel in de landbouwimport4,5%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland226-7
België179-15
Frankrijk598
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland1.0141
Frankrijk844-32
Oekraïne423-10
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Van de geïmporteerde granen blijft 25% in Nederland (figuur 4.22). Het grootste deel wordt eerst nog verwerkt voordat het voor binnenlandse besteding geschikt is. Van de import gaat 75% uiteindelijk weer naar het buitenland, maar niet zonder dat een groot deel eerst nog wordt bewerkt.


4.24 Plantensappen: groei handelswaarde, totale waarde beperkt
De exportwaarde van 154 miljoen euro kende een beperkte groei van 4 miljoen euro. De importwaarde groeide ook. Door een toename van ruim 7% steeg de importwaarde met 16 miljoen euro tot 242 miljoen euro (tabel 4.23).

Onder deze productgroep vallen onder andere zoethout(drop), hopextracten en pectine, maar het is een relatief beperkte handelsstroom.

De belangrijkste exportbestemmingen zijn Duitsland, Frankrijk en het VK. Frankrijk wijkt af hierbij af van de algemene negatieve mutatiepercentages. De meeste import komt uit Duitsland, Vietnam en België. Opvallend is de waardegroei uit Vietnam met 141%.
Tabel 4.23 Nederlandse handel in plantensappen (GN-13)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)0,22,8%
Waarvan van Nederlandse makelij46%
Aandeel in de landbouwexport0,1%
Totale importwaarde (mld. euro)0,27,1%
Aandeel in de landbouwimport0,3%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland27-8
Frankrijk1537
Verenigd Koninkrijk13-8
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland32-8
Vietnam30141
België2315
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.



Van plantensappen blijven verhoudingsgewijs veel goederen in Nederland (figuur 4.23). De verhouding binnen- buitenland van de totale aanvankelijk geïmporteerde goederen is 47% om 53%. In Nederland wordt 12% van de importwaarde op een of andere manier verwerkt voordat die weer wordt geëxporteerd. Er wordt 41% geïmporteerd ten behoeve van de wederuitvier. En 13% wordt eerst verwerkt voordat het op de binnenlandse markt komt en 34% wordt rechtstreeks voor binnenlandse besteding aangeboden.



4.25 Vlechtstoffen: importwaarde daalt sterk, exportwaarde vertoont zelfde dalende lijn
De vlechtstoffen is in handelswaarde de kleinste productgroep van de landbouwgoederen. De handelswaarde van producten zoals bamboe en riet is zeer beperkt. De exportwaarde bedraagt in 2023 47 miljoen euro, een daling van 14% of 8 miljoen euro. Ook de importwaarde neemt sterk af. De importwaarde bedraagt in dit rapportagejaar 73 miljoen euro. In 2022 was dit nog 114 miljoen euro.

De vlechtstoffen komen vooral uit China en India en voor een zeer beperkt deel uit Duitsland. Alleen dat laatste land kent een opleving van de importwaarde. De beperkte export gaat vooral naar Duitsland, het VK en België.

Tabel 4.24 Nederlandse handel in vlechtstoffen (GN-14)
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)0-14,3%
Waarvan van Nederlandse makelij50%
Aandeel in de landbouwexport0,0%
Totale importwaarde (mld. euro)0,1-35,4%
Aandeel in de landbouwimport0,1%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland11-22
Verenigd Koninkrijk9-16
België7-11
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
China26-40
India17-58
Duitsland653
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


De geïmporteerde goederen blijven maar voor een zeer beperkt deel in Nederland (figuur 4.24). Slecht 17% komt na bewerking en 5% direct beschikbaar voor binnenlandse besteding. Van de overige goederen wordt 50% eerst verwerkt voor her-export en 28% direct voor wederuitvoer aangeboden.



4.26 Overige primaire en secundaire landbouwgoederen: exportwaarde sterk omlaag net als importwaarde
De export van overige primaire en secundaire landbouwgoederen neemt in 2023 af met 18,3% tot 5,3 miljard euro (tabel 4.25). Ook de import neemt af. Met een waarde van 5,8 miljard euro is dit ruim 12% lager dan in 2022.
De importwaarde is van groter belang dan de exportwaarde in de totale landbouwgoederenhandel. Voor deze productgroep heeft Nederland dan ook een handelstekort: de waarde van import is groter dan de exportwaarde.

Voor deze productgroep zijn Duitsland, België en het VK de belangrijkste bestemmingen. Naar alle drie deze bestemmingen daalde de exportwaarde. Het belang van Duitsland voor de export is groot; de exportwaarde van België en het Verenigd Koninkrijk is samen lager dan van Duitsland. Voor de import is dat minder het geval. Hoewel Duitsland ook het belangrijkste land is voor de import van deze goederen, is de dominantie minder groot. Andere belangrijke importlanden liggen niet binnen de EU maar verder weg. De VS en Indonesië zijn nummer 2 en 3 in 2023. Overigens daalt de importwaarde uit de top drie eveneens. De procentuele daling uit Indonesië is hierbij het grootste.

In deze productgroep zitten onder andere glycerol, rubber, katoen en diverse oliën, hout en vetzuren. Zowel voor de export- als de importwaarde zakte de handelswaarde van glycerol, hout en lactoalbumine.


Tabel 4.25 Nederlandse handel in overige primaire en secundaire landbouwgoederen
2023 (raming)mutatie t.o.v. 2022 in %
Totale exportwaarde (mld. euro)5,3-18,3%
Waarvan van Nederlandse makelij64%
Aandeel in de landbouwexport4,3%
Totale importwaarde (mld. euro)5,8-12,2%
Aandeel in de landbouwimport6,9%
Belangrijkste exportbestemmingen (mln. euro)
Duitsland1.051-22
België503-24
Verenigd Koninkrijk414-10
Belangrijkste herkomstlanden import (mln. euro)
Duitsland865-16
Verenigde Staten607-5
Indonesië588-39
Bron:CBS tot en met november 2023, raming december 2023 door WUR en CBS.


Van alle geïmporteerde goederen uit deze productgroep blijft 26% in Nederland (figuur 4.25), veelal door eerst verwerkt te worden. Het andere deel wordt nagenoeg gelijk verdeeld over direct wederuitvoer (39%) en eerst een verwerkingsslag (36%) voordat de goederen weer worden geëxporteerd.


4.27 Handelsprijzen stijgen

De prijs- en volumeontwikkelingen in 2023 van specifieke goederen in de internationale handel zijn nog met te veel onzekerheid omgeven om individueel te kunnen kwantificeren. Prijsontwikkelingen van specifieke producten binnen de industriële handel in voedingsmiddelen zijn echter wel al voor een groot deel van 2023 beschikbaar (zie figuur B.1 tot en met B.9 in bijlage B.5 voor de exacte cijfers). De tabellen 4.26 en 4.27 tonen 4 combinaties van de prijs- en volumeontwikkeling van de import en export van landbouwgoederen die laten zien welke ontwikkelingen positief en negatief waren, gebaseerd op statistische informatie over de eerste drie kwartalen van 2023.
Tabel 4.26 Combinaties van prijs- en volumeontwikkeling in de landbouwexport 2022-23
Volume - Prijs +Volume + / Prijs +
Zuivel en eierenDranken
SierteeltCacao en bereidingen
VleesLevende dieren
GroentenKoffie, thee, specerijen
Bereidingen van groente en fruit
Fruit
Bereidingen van graan, meel, melk
Overige voeding
Overige primaire en secundaire landbouw
Vis en zeevruchten
Oliehoudende zaden en vruchten
Bereidingen van vlees en vis
Suiker en suikerwerk
Meel, mout en zetmeel
Tabak en tabaksproducten
Andere producten dierlijke oorsprong
Graan
Plantensappen
Vlechtstoffen (o.a. bamboe, riet)
Volume - Prijs -Volume + / Prijs -
Natuurlijke vetten en oliënResten voedselindustrie, veevoer
Bron: CBS, schatting op basis van prijsontwikkelingen nationale rekeningen gecombineerd met internationale handel op basis van grensoverschrijding in de eerste drie kwartalen van 2023.

Bij de uitvoer namen de prijzen van veel goederen nog toe in 2023, terwijl de uitgevoerde volumes kleiner werden. Grote prijsstijgingen waren er van meel en zetmeel, suiker, groenten en bereidingen van groente en fruit. Export van oliehoudende zaden en vruchten kende een grote volumedaling net als meel en zetmeel en bereidingen van graan, meel en melk (zoals babymelkpoeder).
Tabel 4.27 Combinaties van prijs- en volumeontwikkeling in de landbouwimport 2022-23
Volume - Prijs +Volume + / Prijs +
FruitVlees
DrankenCacao en bereidingen
Resten voedselindustrie, veevoerGroenten
Overige voedingBereidingen van vlees en vis
Bereidingen van groente en fruitSuiker en suikerwerk
Meel, mout en zetmeelTabak en tabaksproducten
Andere producten dierlijke oorsprongLevende dieren
PlantensappenBereidingen van graan, meel, melk
Vlechtstoffen (o.a. bamboe, riet)
Koffie, thee, specerijen
Sierteelt
Volume - Prijs -Volume + / Prijs -
Natuurlijke vetten en oliënZuivel en eieren
Overige primaire en secundaire landbouwVis en zeevruchten
Oliehoudende zaden en vruchtenGraan
Bron: CBS, schatting op basis van prijsontwikkelingen nationale rekeningen gecombineerd met internationale handel op basis van grensoverschrijding in de eerste drie kwartalen van 2023.

Bij de invoer is de prijs- en volumeontwikkeling wat meer gevarieerd. Meer producten kennen naast een prijsstijging ook een toename in volume. Invoer van suiker, meel en zetmeel en cacao werd fors duurder, terwijl graan juist flink goedkoper werd. De invoer van koffie en thee nam in volume fors af, net als die van natuurlijke vetten en oliën en oliehoudende zaden en vruchten. Van die laatste twee groepen nam ook de prijs fors af in 2023. De invoer van groenten en graan nam in volume juist relatief veel toe.

4.28 Meeste verdiensten aan export sierteelt en zuivel/eieren
De landbouwexportverdiensten zijn in paragraaf 3.4 uitgesplitst naar landen van bestemming en worden in deze paragraaf toegerekend aan landbouwgoederen. Ook voor deze uitsplitsing geldt dat de informatie enkel nog beschikbaar is tot en met verslagjaar 2022. Op productniveau verdient Nederland het meest aan de export van sierteelt en zuivel en eieren, voor beide productgroepen gaat het om 6,2 miljard euro, waarvan verreweg het grootste deel export van Nederlandse makelij is (zie figuur 4.26). Na deze productgroepen volgt de export van vlees (5,4 miljard euro) en groenten (3,8 miljard). Bereidingen van graan, meel en melk, zoals babymelkpoeder, staat op plek 5 (2,7 miljard) en daarna volgen bereidingen van groente en fruit (2,5 miljard), dranken (2,2 miljard), natuurlijke vetten en oliën (1,9 miljard), resten voedselindustrie/veevoer (1,7 miljard) en cacaobereidingen (1,6 miljard).

Net buiten de top tien staat de fruitexport (1,1 miljard euro). De fruitexport staat een stuk lager dan verwacht op basis van de exportwaarde (eerste deel van dit hoofdstuk) omdat het grootste deel wederuitvoer van buitenlands fruit betreft, fruit waaraan Nederland relatief weinig verdient.



Sierteelt is ook het meest lucratieve agrarische exportproduct indien wordt gerekend naar de verdiensten per euro exportwaarde (zie figuur 4.27). Aan een euro sierteeltexport verdiende Nederland 60 eurocent in 2022. Voor enkel sierteelt van Nederlandse bodem is dat 73 eurocent per euro exportwaarde. Ook groenten en fruit van Nederlandse bodem zijn met respectievelijk 72 en 70 eurocent exportverdiensten per euro export bovengemiddeld lucratief. De totale fruitexport is veel minder lucratief door de grote invloed van wederuitvoer. Wel is het zo dat deze productgroepen elkaar kunnen versterken. Het aanbieden van een compleet assortiment groente en fruit, jaarrond en met de juiste plaats, tijd en verpakking betekent dat ook buitenlandse goederen van belang kunnen zijn.

De gemiddelde landbouwexport levert 38 eurocent per euro exportwaarde op, indien gezuiverd voor wederuitvoer stijgt dit naar 54 eurocent. Dat zijn lagere winstmarges dan in 2021 en dat houdt verband met sterk toegenomen (import)kosten van energie, transport, kunstmest of grondstoffen in 2022 (Ramaekers et al., 2023).



Door een vergelijking te maken met 2015 en 2021 wordt duidelijk waar de grootste groei zit als het gaat om de verdiensten aan de landbouwexport (zie figuur 4.28). De grootste groei in exportverdiensten vanaf 2015 betreft de export van zuivel en eieren (+2,3 miljard euro, mede door een hoge melkprijs in 2022), op enige afstand gevolgd door de export van vlees (+2,0 miljard euro, ook hoge exportprijs in 2022, zie CBS/WUR (2023)). Dit zijn ook de twee groepen die eruit springen voor wat betreft de toename in exportverdiensten tussen 2021 en 2022. De verdiensten aan de export van zuivel en eieren zijn tussen 2021 en 2022 met 1,6 miljard euro toegenomen en aan vleesexport is 0,8 miljard meer verdiend dan in 2021. Voor de sierteeltsector waren de kosten hoog in 2022 en dat is terug te zien in afnemende exportverdiensten van 7,1 miljard euro in 2021 tot 6,2 miljard euro in 2022. Een andere ontwikkeling is dat zowel de verdiensten aan de export van cacaobereidingen als de verdiensten aan de export van groenten niet zijn gegroeid tussen 2015 en 2022.







Lees hier meer over de publicatie. 


Kies een sector
Contactpersoon
Petra Berkhout
070 3358103
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven