Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Macro-economie
     
Macro-economie
Select an indicator
Landbouw in de EU - Land- en tuinbouw

Inkomen per arbeidskracht stijgt in EU-27 zeer sterk met gemiddeld 13,1%
12/22/2022

Het reële factorinkomen per arbeidskracht in de Nederlandse landbouw is in 2022 met 1,7% gedaald. Daarmee behoort Nederland, net als vorig jaar, tot de elf dalers in de EU-27. Van de grotere EU-landen vertoonde alleen Spanje (-4,5%) een sterkere daling dan Nederland. In Frankrijk (+24,5%), Italië (+13,7%) en Polen (+9,2%) was er juist een sterke stijging. De sterkste stijging deed zich voor in Duitsland (+66,8%). Gemiddeld genomen nam het factorinkomen in de 27 lidstaten van de EU in 2022 met 13,1% toe.


Het factorinkomen (netto toegevoegde waarde + subsidies - belastingen) per arbeidskracht, gecorrigeerd voor inflatie, wordt door Eurostat gehanteerd om de inkomensontwikkeling in de EU-lidstaten met elkaar te vergelijken. In vijftien van de 27 lidstaten steeg de indicator in 2022. Het betrof dit jaar alle grote lidstaten met uitzondering van Spanje. De waarde van het factorinkomen in Frankrijk was de hoogste van alle lidstaten en vertegenwoordigde 20,3% van het EU-totaal, gevolgd door Italië (16,4%), Spanje (14,2%) en Duitsland (12,9%). Deze vier landen zijn samen goed voor bijna 64% van het totale factorinkomen in de EU en daarmee heel bepalend voor de ontwikkeling van het factorinkomen van EU-27. In Zweden bleef de indicator nagenoeg gelijk en in de overige elf lidstaten daalde de indicator, variërend van -1,5% in Cyprus tot -21,2% in Roemenië.

In alle lidstaten van de EU waren er sterk toegenomen opbrengstprijzen voor zowel plantaardige als dierlijke producten. Daar stond echter tegenover dat in de meeste landen de prijzen voor inputs (energie, kunstmest, veevoer) sterker stegen dan de opbrengsten. De zeer sterke toename van het factorinkomen per arbeidskracht in Duitsland is toe te schrijven aan fors hogere gewasopbrengsten en prijzen voor granen en oliezaden. Wel waren er in Duitsland lagere volumes bij voedergewassen (-32%) en groenten (-11%). Ook voor vrijwel alle dierlijke producten werden in Duitsland iets lagere volumes gerealiseerd, die overigens meer dan gecompenseerd werden door gemiddeld ruim 38% hogere prijzen. Daarbij bleven de prijsstijgingen voor energie, kunstmest en veevoer in Duitsland achter bij het EU-gemiddelde. Naast Duitsland raamde van de grotere EU-lidstaten ook Frankrijk (+24,5%) en Italië (+13,7%) een fors hoger factorinkomen per arbeidskracht. In Frankrijk hangt dit samen met hogere opbrengstprijzen voor vrijwel alle gewassen, met uitzondering van druiven en wijn. Ook waren er over de hele linie hogere prijzen voor dieren en dierlijke producten. Voor vrijwel alle dierlijke producten waren er in 2022 lagere volumes; wel realiseerde Frankrijk een fors hogere productie van wijn (+36%). Door gemiddeld hogere gewasopbrengsten nam het totale productievolume in Frankrijk toe terwijl het volume van de inputs, met name kunstmest en veevoer, een daling (-4,8%) liet zien. De gemiddelde opbrengstprijzen stegen minder hard dan de inputprijzen, wat uiteindelijk resulteerde in een sterkere toename van de outputwaarde (+17%) dan de toename van de inputwaarde (+12,4%). In Italië daalde het productievolume (-0,7%) sterker dan het inputvolume (-0,4%) en ook de prijsstijging van de opbrengsten (+19,1%) was minder sterk dan de prijsstijging van de inputkosten (+23,6%). Toch steeg het factorinkomen met 15% omdat de kosten in Italië maar 46% van de opbrengsten bedragen. In Nederland is dit bijna 67%.

In België deden zich vergelijkbare ontwikkelingen voor als in Nederland. In Nederland is er echter een lichte (-1,7%) afname van het factorinkomen per arbeidskracht terwijl België voor dezelfde indicator een lichte toename (+2,3%) laat zien. In België daalt het outputvolume sterker dan het inputvolume terwijl dat in Nederland bijna even hard daalt. Net als in Nederland, stijgt de gemiddelde outputprijs in België minder hard dan de gemiddelde inputprijs. Met name energie en kunstmest stegen in Nederland sterker in prijs dan in België, terwijl veevoer in België juist weer sterker in prijs is gestegen dan in Nederland.

Het beeld in de Zuid-Europese landen (Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal en Griekenland) is verdeeld. Frankrijk, Italië en Griekenland laten een stijging zien terwijl er in Portugal en Spanje een daling is van het factorinkomen per arbeidskracht. Voor deze landen zijn de volume- en prijsontwikkeling van wijn, olijfolie en fruit van groot belang. In Portugal en Spanje daalden de productievolumes voor fruit, wijn, olijven en olijfolie. In Spanje en Portugal werd het seizoen aanzienlijk beïnvloed door de hoge temperaturen en het gebrek aan regenval. Deze daling werd niet voor alle producten volledig goedgemaakt door hogere prijzen. In Frankrijk werd juist wel meer fruit en wijn geproduceerd. In Griekenland droegen, onder invloed van ideale weersomstandigheden in de winter met de lage temperaturen en regenval, fruit, olijven en olijfolie wel sterk bij aan de stijging van het factorinkomen per arbeidskracht.

Nederland kent, met de in productiewaarde gemeten grote omvang van de glastuinbouwsector (groenten, planten en bloemen), een soortgelijke uitzonderingspositie. Voor 2022 zijn voor Nederland gemiddeld genomen lagere volumes en iets hogere prijzen voor de glastuinbouwproducten geraamd. Als gevolg van de hoge energieprijzen heeft een deel van de glastuinders besloten om tijdelijk niet te produceren. Dit heeft er voor een belangrijk deel aan bijgedragen dat de totale plantaardige productiewaarde voor Nederland, ondanks extreem hoge prijzen voor granen, oliezaden en aardappelen, in 2022 toch maar zo’n 800 miljoen euro (+4,8%) hoger uitkomt dan in 2021. De kosten van het intermediair verbruik van productiemiddelen steeg in vrijwel alle landen zeer fors, vooral door extreem hoge prijzen voor energie, kunstmest en veevoer.



In de EU-27 is het volume van de totale agrarische productie in 2022 met 3% afgenomen. Zowel de plantaardige productie (-4,7%), als de dierlijke productie (-1,5%) daalde.

De afname van de productie in de akkerbouw- en tuinbouwsector deed zich in de EU-27 in 2022 voor bij vrijwel alle belangrijke productgroepen met uitzondering van wijn (+12,7%) en oliehoudende zaden (+4,5%). De daling van de EU-productie was het sterkst bij suikerbieten (-35,7%), olijven (-25,6%) en voedergewassen (-14,7%). De productie van suikerbieten daalde voor het vierde jaar op rij. Als gevolg van de lagere plantaardige productie en de oorlog in Oekraïne werden in 2022 wel gemiddeld bijna 21% hogere prijzen dan in 2021 genoteerd. Deze toename van de gemiddelde prijzen in de totale EU-27 geldt voor vrijwel alle gewassen, maar was met name sterk voor granen (+41%), oliehoudende zaden (+24%), verse groenten (+17,4%), olijven (+26,6%) en olijfolie (+20%). De meeste van deze producten waren in 2021 ook al sterk in prijs gestegen.

De dierlijke productie in de EU-27 daalde licht (-1,5%). Deze daling doet zich voor bij de meeste belangrijke producten. Alleen de productie van schapen, paarden en eieren nam in 2022 nog iets toe. De gemiddelde prijs voor dierlijke producten steeg, net als bij de plantaardige producten, zeer fors met gemiddeld 28,7%. Koeien, varkens en pluimvee werden gemiddeld respectievelijk 23,2%, 24,6% en 30,3% duurder. Ook voor melk (+33,8%) en eieren (+45,1%) werden hogere prijzen gerealiseerd. In heel Europa hebben aanbod- en vraagfactoren geleid tot deze fors hogere prijzen. Het beperkte aanbod van voedergewassen als gevolg van de zeer hete en droge zomer heeft geleid tot een daling van de dierlijke productie. De oorlog in Oekraïne, met als gevolg daarvan oplopende productiekosten (veevoer, energie), leidde tot hogere opbrengstprijzen omdat die hogere kosten deels worden doorberekend aan de afnemers van dierlijke producten. Daarnaast was er ook krapte op de markt als gevolg van de EU-brede vogelgriepuitbraak en de nog steeds doorwerkende varkenspestuitbraken in diverse lidstaten.

De hoeveelheid aangekochte goederen en diensten nam in 2022 met 3% toe terwijl de prijzen gemiddeld met meer dan 25% stegen. De prijzen voor energie, kunstmest en aangekocht veevoer stegen het sterkst met respectievelijk 51,7%, 81,2% en 27%, maar ook de kosten voor zaaizaad en pootgoed (+8,2%) en onderhoud gebouwen en machines (+12%) liepen in prijs op. Doordat het volume van de output iets daalde en het volume van de kosten in nagenoeg gelijke mate daalde bleef de productiviteit gelijk. De ruilvoet verslechterde wel doordat de gemiddelde kostprijs (+25,4%) sterker steeg dan de gemiddelde opbrengstprijs (+23%).

De bruto toegevoegde waarde van de landbouw in de totale EU-27 is door de hier beschreven ontwikkelingen met iets meer dan 16% toegenomen. Door hogere afschrijvingen, belastingen en subsidies kwam de stijging van het gemiddelde factorinkomen in de EU-27 uit op 17%. Door de inflatiecorrectie en een gedaald arbeidsvolume (-1,8%) stijgt het reële factorinkomen per arbeidskracht in de EU-27 per saldo met 13,1%.




Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
7107262/5-15122015-BP-EN.pdf/ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f
ed3d0366-88e8-4187-ab6d-0a33d14b2d0f


 



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page